49

Kus

Hartelijke groet, Mieke Coupe

Het symbool van 49 is de kaars: simpele oprijzende vorm, die licht draagt, en aan het licht zichzelf als voedsel geeft.

Het lijkt alsof individualiteit (en dat voorstadium van het individu: het ‘ik’) alleen maar tot stand kan komen doordat men zich onderscheidt van de anderen en zo zelfstandig wordt. Maar je kunt niet zelfstandig worden als de liefde ontbreekt. Zonder liefde resulteert de drang tot zelfstandigheid in eindeloze versplintering.

49 beseft en ervaart dat alle wording van de prille jeugd tot nu toe plaatsvond binnen een sfeer van volmaakte behoeding. De Grote Moeder heeft altijd over ons gewaakt, ook tijdens de meest eenzame momenten, toen we ons van God en alle mensen verlaten waanden.

Het lijkt soms alsof de Grote Moeder ons zinloos pijnigt – alsof zij ons, zoals dat van de Griekse moedergodin Demeter wordt beschreven, in een groot vuur legt. Vroeg of laat echter komt dan de onthulling: het vuur is een helend vuur. Het brengt ons niet de dood of eindeloos lijden, maar bevrijding van het oneigenlijke. Dat is reden tot dankbaarheid.

Deze dankbaarheid is een realiteit voor 49, en als hij deze werkelijkheid schendt – bijvoorbeeld door haar te ontkennen – worden hij meteen het geïsoleerde wanhopige kind, dat hij ook al zijn leven lang als mogelijkheid in zich meedraagt.

Zeven jaar lang zijn we uiterst actief bezig geweest ons een weg te zoeken door het labyrint van ons bestaan. Daarin zijn we gelouterd en mogelijk ook getransformeerd. Er is een grotere eenheid gekomen tussen ons denken en ons voelen, ons hoofd en ons hart.

Nu weten we: dat we erdoor kwamen was alleen maar mogelijk dank zij de draad van liefde, die ons steeds weer in de handen werd gelegd. We meenden dat we deden, terwijl we werden geleid.

Zo beginnen wij in dankbaarheid zelf leiding te geven.


Uit: Nog vele jaren, de symboliek van elk levensjaar, Hans Korteweg

Juwelenschip