…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Profeetschap – nog een voorpublicatie van een deel van ‘Sta op en ga’

DE PROFEET EN DE TIRANNIE VAN HET ‘IK’

Ik vind het profeetschap zoiets bijzonders, juist omdat het niet iets bijzonders is uit een ver verleden, uit het land Israël, waar wij nu nog alleen maar over kunnen lezen. Als het alleen maar iets was uit een ver verleden, zou het een curiosum zijn en een studieobject voor de godsdiensthistorici. Ik vind het profeetschap net zo min verouderd als ik God verouderd vind. Het is een algemeen menselijke functie, die ten dienste staat van de Eeuwige. Deze functie is van alle tijden en aan geen cultuur voorbehouden.

Zodra de machtstructuur, welke dan ook, de directe beleving enige tijd heeft verdrongen en onderdrukt, is er altijd en overal een profeet die naar voren treedt en de waarheid spreekt. Eigenlijk zijn wij allemaal profeten in de dop, lastposten, die wat wij waarnemen meten met wat wij ten diepste weten. Wij doen dat ten aanzien van onze omgeving en ten aanzien van onszelf, want de tirannie waaraan wij uiteindelijk het meeste lijden is de tirannie van het ‘ik’.

De profeet is de gewetensfunctie van de samenleving en het menselijk geweten is de profetische functie van het individu. Het individu is vaak net zo onrijp en star en ijdel als de tirannen die over grote groepen mensen heersen. Veel individuen gaan met zichzelf om zoals een dictator met zijn onderdanen. Dat valt niet zo op, omdat de gevolgen ervan minder opzienbarend zijn. Je ziet bij het tv-nieuws niet een reportage over mevrouw X uit Delfzijl, die vandaag weer zeven goede ideeën om zeep heeft geholpen omdat zij toch liever de dingen wilde houden zoals ze waren en die zich bovendien de hele dag liep te martelen met vernederende herinneringen. Al die mensen die zichzelf in de gevangenis zetten, die niet doen wat zij eens wisten dat juist was, die hun nalatigheden goedpraten en als het moet scherp verdedigen en die daarin ook nog eens voor honderd procent bevestigd willen worden door hun omgeving. Want anders… En al die mensen die zwaarmoedig en bezorgd neerzitten omdat het dak weleens zou kunnen instorten, stil, niet bewegen, niemand bewegen! Want anders… En zo zijn er vele vormen van verknipte tirannen. Bijna iedereen die ‘ik’ zegt is bij tijd en wijle wel zo’n tiran, die zichzelf het centrum van het universum waant en niet meer weet dat hij leeft bij de gratie van de Ene.

Dromen en profetie

Vuur is een 60e deel van Gehinnom (de hel);

honing is een 60e deel van manna;

shabat is een 60e deel van de Komende Wereld,

slaap is een 60e deel van de dood;

een droom is een 60e deel van profetie.

bBerachot 57b

Aan al deze ontspoorde koninkjes zendt de Eeuwige profeten. En omdat het huis- tuin- en keukentirannen zijn, zendt hij hen ook huis- tuin- en keukenprofeten; hij zendt hen dromen – de laagste vorm van profetie.[i] Dromen, zegt de Talmoed, zijn een 60e deel van profetie. Een 60e is een miniem deel. Het is zo’n klein deel dat het volgens de joodse spijswetten datgene waar het in terecht komt niet zodanig aantast dat het geheel moet worden weggegooid. Het is een verwaarloosbaar deel, waarin toch nog een afglans van het oorspronkelijke te vinden is. Dromen zijn dus volgens de Talmoed profetie en toch ook weer niet. Een enkele keer zijn ze rechtstreekse profetie, heel vaak heb je een middelaar nodig om de boodschap in de droesem te ontdekken en soms ook zijn ze alleen maar droesem.

Het is daarbij interessant te bedenken op welk moment dromen zich aandienen. Dat is namelijk op het moment dat het ‘ik’ zich ontspant en niet meer op zijn qui-vive is. De dromen komen als een dief in de nacht en stelen het geliefde zelfbeeld van de dromer. Ze laten hem iets anders zien dan hij gewend is. Ze tonen hem een wereld waarin hij niet de macht heeft, een wereld die verschillend is en toch lijkt op de zijne. De dromen rammelen aan de zekerheden van het ‘ik’, ze ondergraven het. Wanneer ze heel ver gaan in het ondergraven, noemen we hen nachtmerries. Ook als ze geen nachtmerries worden, blijven ze komen met hun boodschap. Ze brengen de eigenzinnige levensinstelling aan het licht en laten beeldend zien wat daarvan de consequenties zijn.

Dromen zijn net als de profeten dynamisch en gericht op ommekeer. De ommekeer waarbij het ‘ik’ zijn angstige bezorgdheid opgeeft en zich weer toevertrouwt. Of waarbij het ‘ik’ inziet hoe lichtzinnig het bezig is en erkent dat al die zogenaamde vreugde niets anders is dan een opgevrolijkte vlucht. Dat en nog veel meer laten de dromen zien aan de kleine koningen die zichzelf in stand willen houden. Soms willen ze het weten, meestal echter schoppen ze de profeten er zo snel mogelijk uit. Dat heet bij dromen vergeten. Maar ook deze kleine profeten komen terug.

Er zijn veel voorbeelden van profetische dromen. De Bijbel staat er vol mee, maar ook in onze tijd hebben gewone stervelingen duidelijk profetische dromen. Een voorbeeld van zo’n profetie is de indrukwekkende droom die mij veertig jaar geleden werd verteld en die mij tot aan de dag van vandaag helder voor de geest staat. De dromer was een man van een jaar of vijfenveertig, die zich grote zorgen maakte omdat hij diep ongelukkig was in zijn werk, maar niet met zijn werk durfde te stoppen, omdat hij zijn gezin, zoals hij het formuleerde, ‘niet tot de bedelstaf wilde brengen’. Het was een kwellend conflict; hij wist dat het onmogelijk was om door te gaan met dit werk, maar het leek even onmogelijk om ermee te stoppen. Hij sliep bijna niet meer en speelde met de gedachte aan zelfmoord – dat leek de enige oplossing. Niemand kon hem in zijn wanhoop bereiken. Hij hoorde wat er tegen hem werd gezegd, maar het bleven woorden. Toen viel hij op een nacht tenslotte in slaap en droomde. In zijn droom zat hij, zoals hij dat de laatste tijd gewoon was, voorovergebogen op een stoel in de huiskamer te piekeren. Opeens viel er een muur weg, hij stortte niet in, nee, hij loste gewoon op, en waar de muur was geweest, was nu de blauwe oneindigheid. Zo ging het met alle muren rondom. Overal om hem heen en boven hem was oneindigheid. Hij werd bang van die enorme ruimte. Nergens was een grens of iets anders waarop hij zich kon richten. Hij keek omlaag hoe het daar was, en toen zag hij dat hij zat in een grote hand, een warme, ademende, beschermende hand: de hand van God. Deze hand droeg hem door de oneindigheid en zou hem, wist hij, nooit verlaten. Ontroerd werd hij wakker. Alle zorgen waren weggevallen.

Deze droom was een keerpunt in zijn leven. Hij nam ontslag en vond binnen korte tijd werk dat wel bij hem paste. ‘Maar’, zo zei hij, ‘dat was niet de essentie van de droom’. De droom beloofde hem niet nieuw werk, de boodschap was veel fundamenteler. De droom liet hem zien hoe kortzichtig hij was en hoe hij daarmee zowel het avontuur als de oneindige liefde weerstond. Hij had als het ware de onmetelijke ruimte beschilderd met de muren van zijn huiskamer en vervolgens gedaan alsof dat de enige werkelijkheid was en alsof het zijn taak was om die muren in stand te houden. Nu had hij ervaren dat het niet om de muren van zijn oude bestaan ging, maar om het aandurven van de vrijheid en het vertrouwen op de hand. Ja, de hand van God. Hij had schamper moeten lachen als mensen zeiden dat alles in de hand van God was, maar dit waren geen woorden, dit was geen lesje, dit was ervaarbare werkelijkheid.

Toen hij wakker werd uit zijn droom, ontwaakte hij tegelijkertijd uit de nachtmerrie van de afgelopen maanden. Hij ervoer de droom als een profetie, een dynamische profetie, die openheid bracht waar alles gesloten leek. Een profetie ook die om een antwoord van hem vroeg. Pas door het antwoord dat hij gaf werd de profetie geheel vervuld.

Hij had de mogelijkheid om de droom links te laten liggen en te zeggen: ‘Ach wat, dromen zijn bedrog! Wat heb ik aan die onzin!’ Dat deed hij niet. Hij vertrouwde zich toe aan de droom en stopte met zijn werk. In Bijbelse termen: hij ervoer God en kwam tot ommekeer. Net zoals de mensen van Nineve tot ommekeer kwamen.

[i] Inner Space. Rabbi Aryeh Kaplan, p. 219: …profetie kan plaatsvinden via een profetische droom of een visioen tijdens de waaktoestand. Een visioen dat verkregen wordt terwijl de profeet wakker is, is een hogere graad van profetie. (…) Evenzo is het horen van woorden weer van een hoger niveau dan het zien van een visioen. Het zien van de spreker is weer van een hoger niveau dan het horen van woorden. Een engel horen spreken is vervolgens hoger dan het ontvangen van een boodschap via een menselijke figuur. Het hoogste niveau van profetie is het horen van een stem en weten dat deze rechtstreeks van God komt.

Over de auteur

Hans Korteweg

› Lees meer over Hans