…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Afscheid nemen en thuiskomen

AuteurHans Korteweg

Afscheid nemen en thuiskomen, dat is het thema van vanavond.

Er zijn twee dingen die we allemaal gemeen hebben. Eén ding ligt voor ons allemaal in het verleden en één ding ligt voor ons allemaal in de toekomst. Het ene ding in het verleden is de geboorte en het andere ding in de toekomst is de dood. Dat is, in de tijd, de grote overeenkomst tussen alles wat bestaansvorm aanneemt. We worden geboren, we weten niet waaruit. We hebben daar ideeën over, we hebben er voorstellingen over, we maken er mythen over. We praten over een paradijs of een hemel of een ijle sfeer en hebben vele andere voorstellingen, maar het is allemaal een projectie. Het is allemaal niet waar. Het is allemaal bouwsel en creatie van diegene die geboren is. En we gaan dood. Daarover hebben we voorstellingen en maken we mythen en projecties. We zeggen, dat we dan in de hemel, de hel, of in het vagevuur komen. Of we zeggen, dat we gaan reïncarneren. Of: dan is het afgelopen. Het is allemaal niet waar. Hoezeer we ook strijden voor die waarheid die we de onze noemen. Hoezeer we ook willen bewijzen, dat die waarheid de enige waarheid is. Het zegt meer over ons dan over het mysterie. Meer over datgene wat wij hier doen en hoe wij bezig zijn dan dat het iets zegt over wat daar was/is.
We worden geboren, we zijn, en we gaan dood. Heel simpel, heel rauw ook, heel eenvoudig. Je zou kunnen zeggen: verleden is geboren; toekomst is dood, voortdurend weer. Ik spreek nu, vrienden. Dat is dit moment.

Een ander moment. Toen ik drie minuten geleden opstond, werd deze lezing geboren. De lezing was niet klaar; die werd geboren, die ontstond. Over een bepaalde tijd sterft deze lezing, is hij afgelopen. En daartussenin sta ik, ben ik, zijn jullie, ben je wie je bent, – in dit moment tussen geboorte en dood; ieder moment, dit moment. Nauw grenzend aan geboorte. Iets volslagen nieuws wat zich in tijd en ruimte uitdrukt. Ik zeg: volslagen nieuw. Maar zelfs dàt is alleen maar een projectie, een mythe, een beeld, wat ik eraan verbind. Mysterie, zeg ik dan, wordt in dit moment geboren en buigt zich weer, geeft zich weer over, vertrouwt zich weer toe aan de Oersubstantie en lost zich weer op. En daartussenin is de gestalte die je, als je in de spiegel kijkt, ‘jezelf’ noemt; de gestalte die je ‘ik’ kunt noemen, die zich de stroom toe-eigent. Daartussenin staat iemand die van zichzelf zegt: “Ik ben die en die, ik ben zo en zo oud, dat en dat doe ik en zo en zo zie ik eruit.” Die eigent zich het zojuist-geborene toe en wil het niet laten sterven. Of hij vreest de geboorte en probeert zijn voet voor dat gat te zetten, zodat het er in dit moment niet uit zal komen. Hij wil hier, in dit moment, in stand blijven. Voortdurend in stand blijven, zichzelf gelijk. Zo blijven, en continueren wat hij is. Hij wil daarin bevredigd zijn, geen pijn ervaren, niet bang hoeven zijn. En dan is hij gelukkig, zegt hij. En daartoe is deze gestalte, deze ‘ik’, bereid om de geschiedenis van de geboorte of de dood, of de dingen van nu te vervalsen, om zichzelf uit te tillen boven de eenheid die hij eigenlijk is en waaruit hij voortkomt. Hij isoleert zich daarin, terwijl hij zich daarboven uittilt en zegt: “Dit ben ik. Zo ben ik. Zo wil ik het houden. Ik heb het eeuwige leven.” En als hij er even aan twijfelt, zegt hij: “Ik moet het eeuwige leven hebben.” Hij doet dan van alles om de bewijzen in zijn omgeving te vinden dat hij niet hoeft te veranderen, dat alles kan blijven zoals het is en hij het eeuwige leven mag hebben. Dat is ons pakket, de situatie waar we steeds in verkeren: Dat we door kunnen gaan om tussen geboorte en dood ons te isoleren van de ingaande en van de uitgaande stroom; we maken een eiland, waar we onszelf en onze omgeving proberen wijs te maken dat we in deze vorm, in deze gestalte, het eeuwige leven hebben.

0 beoordelingen op: Afscheid nemen en thuiskomen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Afscheid nemen en thuiskomen” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.