…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

De draad en het labyrint

AuteurHans Korteweg

De onderhavige mythe is de mythe van Theseus, van Ariadne en van de Minotaurus. Het is een verhaal dat dateert net uit de overgangstijd.

Er was een tijd dat er alleen maar goden waren. Ieder die leefde, alles wat leefde, was onsterfelijk, kon volstrekt een eigen vorm aannemen en daarin toch niet gebonden zijn. Het was de tijd van de goden, de tijd vlak na het eerste begin, het eerste mysterie, de chaos, waarmee ook de bijbel begint, het boek Genesis. In het begin was de aarde woest en ledig. En zo is het ook bij de Griekse mythologie. Het begin is pure chaos. Er is niets dat vaststaat, niets dat je kunt beetpakken. Het volgende moment zit het alweer in een andere verhouding, en daarna wéér in een andere verhouding. Je kunt het helemaal niet bevatten, je kunt er niets over zeggen. Je kunt het ‘mysterie’ noemen, je kunt het ‘chaos’ noemen. Het is het begin van de wordingsgeschiedenis.

Daaruit komen de goden voort. De eerste goden zijn de grote krachten. Genesis weer: de grote krachten van hemel en aarde. Aarde, de vrouwelijke kant; de hemel, de mannelijke kant. Zoals het ook in het Chinese denken, in de I Tjing, steeds weer wordt weergegeven. Het mannelijke, het oer-mannelijke, en het vrouwelijke, het oer-vrouwelijke, dat komt uit die chaos naar voren, en het rijst op. Het zijn die twee oer-goden, die je eigenlijk niet kunt benoemen. Ze heten Gaea en Uranus. Tussen die tweeheid, die oer-dualiteit, is een verbinding. Die verbinding heet: Eros. Je kunt zeggen: vanaf het eerste begin kwamen uit de chaos het mannelijke en het vrouwelijke, yin en yang, naar voren, en er was vanaf het eerste begin de mogelijkheid tot liefde, tot verbinding. Eros was een van de alleroudste gestalten die zich vrij maakt uit de chaos. Dan begint het meer en meer gezicht te krijgen. Dan komen uit die verbinding tussen Gaea en Uranus gestalten voort. Grote goden; monsters, zou je ook kunnen zeggen. En dan beginnen daar op het goddelijk plan ook de eerste Kaïns en Abels te verschijnen. De eerste vadermoordenaars. Uranus wordt door zijn zoon gegrepen en gecastreerd. Die zoon, Chronos (ook: Cronus), de Tijd – de god, zou je kunnen zeggen, van de tijd -, krijgt een vloek van zijn vader Uranus mee: “Weet wel, dat ook jij door een van jouw zonen later net zo onderworpen zal worden als ik door jou.” Dat is zo’n doorgaande vloek. Hij zet een familie-karma in beweging. En wat doet Chronos daarom? Alle kinderen die hij verwekt, die slokt hij op. Je zegt ook: “De tijd vreet al z’n kinderen op.” Hij slokt al z’n kinderen op. Want hij weet dat, wanneer hij dat niet doet, dat dan een van die kinderen zich tegen hem zal keren. Maar zijn vrouw houdt van hem èn ze houdt van de kinderen. Ze vindt het gruwelijk dat keer op keer die kinderen worden opgeslokt. Op een bepaald moment houdt ze een van die baby’tjes apart. Dat is Zeus, de latere hoogste godheid. Ze geeft in plaats van Zeus een in doeken gewikkelde steen aan Chronos, die oer-godheid.

 

0 beoordelingen op: De draad en het labyrint

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “De draad en het labyrint” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.