…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Soefisme, Hazrat Inayat Khan en zijn muziek door dr. Assad Meymandi 

Om Hazrat Inayat Khan en zijn tak van het Soefisme en zijn muziek te kunnen begrijpen, is het wenselijk om hier te proberen om eerst het Soefisme te beschrijven. Populaire verwijzingen definiëren het Soefisme als een tak van de islam, wat suggereert dat het Soefisme ontstond na 620 AD, de geboorte van de islam. Ik ben van mening dat dit een verkeerde aanname is. Soefisme is een manier van leven en was er al lang voor de islam. Er zijn theologen, zoals Yale Jaroslav Pelikan, die suggereren dat Soefisme de essentie kan zijn van oude Griekse filosofie en het christendom. Soefisme is een opmerkelijke combinatie van toewijding, discipline en acuut bewustzijn (zikr), verrijkt met mededogen, altruïsme, vergeving en eerbied. Veel geleerden die de oudheid bestuderen geloven dat Socrates, Zarathustra, zelfs Mozes, de veronderstelde auteur van Pentateuch en Jezus Christus – de nieuwe Mozes en de nieuwe wetgever – allemaal de essentie van het Soefisme in zich hadden en verkondigden.

In het Soefisme wordt farizeïsche nauwkeurigheid ontmoedigd. Het ultieme doel van het Soefisme is liefde – niet erotische liefde, niet philia-liefde maar de transcendentale en etherische nabijheid zoeken van God. De dichtstbijzijnde definitie van die soort liefde, in het Grieks “Agape” genoemd, is de liefde van Jahweh, de liefde van God, de liefde van Ahura Mazda en wordt gekenmerkt door totale tolerantie en aanvaarding van iemands zelf en zijn naasten. Dit is de soort liefde die God heeft voor zijn kinderen en die we ook voor elkaar zouden moeten hebben. Met deze basisprincipes kun je begrijpen waarom veel geleerden en theologen het Soefisme verbinden met het pre-islamitische tijdperk.

Omdat  Soefi’s individualisten zijn, bestaan er veel varianten van de beleving ervan. Terwijl ze dezelfde basisfilosofie van liefde, tolerantie en nabijheid tot God voorstaan, bieden ze uiteenlopende wegen. Soefi-leider Shah Nematollah Vali (1330-1431), geboren in Syrië, reisde veel over de wereld en koos uiteindelijk voor het laatste deel van zijn leven mijn woonplaats Kerman in Iran. Hij ligt begraven in Mahan, een kilometer ten zuidoosten van Kerman, onder een prachtige blauwe koepel van mozaïektegels, in een oase van oude hoge bomen en stromende beekjes. Zijn leringen zijn door vele volgelingen, overal in de wereld, overgenomen. Hij leerde om God lief te hebben, en dat God de mensen bemint. “Het wezen van de beminner en geliefde zijn hetzelfde, want waar is liefde zonder een beminner en een geliefde te vinden?”

Een andere Soefi die grote invloed heeft gehad op hedendaags Soefisme is Hazrat (betekent verheven en eervolle) Inayat (betekent vrijgevigheid) Khan (betekent verhevene). Hij is geboren in 1882 en stierf in 1927. Hij was een Indiase moslim Soefi die werd opgeleid om ​​geleerde te worden, en leraar in retoriek. Maar hij voelde zich meer aangetrokken tot Soefi-leringen en werd ‘verliefd’ op muziek. Hij vertrok op instigatie van zijn Soefi-leraar naar Europa en richtte de ‘Soefi Beweging van het Universeel Soefisme’ op, met het verheven doel om de boodschap van de Soefi-manier-van-leven te verspreiden in het Westen.

Hij was een tijdgenoot van Khalil Gibran (1883-1931), de Libanese mysticus, dichter en kunstenaar. Ze hadden een hechte relatie. Een passage in Gibran’s boek ‘De Profeet’ begint met deze regel: “De pijn kennen van te veel tederheid …” . Men vermoedt dat hij dit schreef voor, en verzond naar, Inayat Khan. In zijn korte leven schreef Inayat Khan 15 boeken over verschillende interessegebieden, waaronder psychologie, sociologie, mystiek, huwelijk en ja, muziek.

Inayat Khan was een meester-vina-speler. Vina is een lang snaarinstrument uit India met metalen strips en resonerende kalebassen aan elk uiteinde. Het is een technisch ingewikkeld instrument en het duurt jaren om het onder de knie te krijgen. Inayat Khan zei dat hij dichter bij God zou komen als zijn vingers de snaren raken en zijn ziel de ether bestijgt. Hij schreef uitgebreid over “muziek als een instrument van goddelijkheid en een weg naar God.” Inayat Khan noemde muziek de “goddelijke kunst” terwijl alle andere kunstvormen niet zo door hem werden genoemd. Hij voegde er aan toe dat we God zeker in alle kunsten en alle wetenschappen kunnen zien, maar alleen in muziek zien we God vrij van alle vormen en gedachten. Hij stelde verder dat in elke andere kunst de mogelijkheid van afleiding en afgoderij bestaat. Elke gedachte, elk woord, heeft een vorm. Alleen geluid is vrij van vorm. Muziek tart de tirannie van afmeting en vorm. Muziek biedt de luisteraar volledige vrijheid.

Alleen in muziek zien we God vrij van alle vormen en gedachten.

In zijn essay “Spirituele ontwikkeling met behulp hulp van muziek” in zijn boek The Sufi Message of Hazrat Inayat Khan, Vol. II, stelt Inayat Khan dat: “muziek een miniatuur is van de harmonie van het hele universum.  Want de harmonie van het universum is het leven zelf. En mensen, die een miniatuur zijn van het universum, hebben harmonieuze en disharmonische akkoorden in hun trillingen, in hun hartslag, in hun vibratie, hun ritme en toon. Hun gezondheid of ziekte, hun vreugde of ongemak, tonen allemaal de muziek, of het gebrek aan muziek, in hun leven. Muziek helpt ons om onszelf in harmonie te brengen. Dit is de magie, of het geheim, achter muziek. Als je muziek hoort waarvan je geniet, stemt het je af en maak je deel uit van de harmonie van het leven. Daarom hebben we muziek nodig;  verlangen we naar muziek. Velen zeggen dat ze niet om muziek geven, maar deze hebben muziek nooit echt gehoord. Als ze echt muziek zouden horen, zou het hun ziel raken, en dan zouden ze liefde voor muziek niet kunnen tegenhouden. Als dat niet zo is zou dat kunnen betekenen dat ze de muziek onvoldoende hadden gehoord En dat ze hun hart niet kalm en stil hadden gemaakt om er naar te luisteren, ervan te genieten, en het te waarderen. Muziek ontwikkelt de mogelijkheid om alles te ervaren dat in de vorm van kunst en wetenschap goed en mooi is. En in de vorm van muziek en poëzie kan men dan elk aspect van hun schoonheid waarderen. Wat ons van alle schoonheid om ons heen berooft is de zwaarte van het lichaam of de zwaarte van het hart. We worden naar de aarde toegetrokken en daardoor wordt alles beperkt. Maar als we ons ontdoen van die zwaarte en vreugde voelen we ons licht.

Wat ons van alle schoonheid om ons heen berooft is de zwaarte van het lichaam of de zwaarte van het hart.

Alle goede geneigdheden, zoals zachtaardigheid en tolerantie, vergeving, liefde en waardering, al deze mooie eigenschappen, komen door licht in de geest, in de ziel, en in het lichaam. Het fijne van muziek is dat het ons helpt om ons onafhankelijk van onze gedachten te kunnen concentreren of te mediteren. Daarom lijkt muziek de brug te zijn over de kloof tussen ‘vorm en vormloos.’ Als er iets intelligent is, effectief en tegelijkertijd vormloos, dan is dat muziek. Poëzie suggereert vorm, lijn en kleur, maar muziek suggereert geen vorm. Het creëert de resonantie die door het hele wezen heen vibreert. De gedachte verheft zich boven de dichtheid van de materie. Muziek verandert bijna materie in geest. In zijn oorspronkelijke toestand. Door de harmonie van vibraties die elk atoom van iemands hele wezen raken. Schoonheid van lijn en kleur kan zo ver gaan maar niet verder. De vreugde van geur kan ook een beetje verder gaan. Muziek verheft ons leven tot een perfectie waarin de vervulling van ons leven ligt.

Muziek verheft ons leven tot een perfectie waarin de vervulling van ons leven ligt

Ironisch genoeg kon Inayat Khan in zijn korte leven van 45 jaar productief schrijven, componeren en optreden, maar zoals ook Gioachino Rossini dat deed, en vele andere muziekgrootheden stopte Inayat Khan met musiceren. Hij richtte zich uiteindelijk volledig op de verspreiding van de Soefi-boodschap. Dit is zijn uitleg: “Ik gaf mijn muziek op omdat ik alles had ontvangen wat ik moest ontvangen. Om God te dienen, moet je datgene offeren wat het dierbaarste voor je is. Daarom heb ik mijn muziek geofferd. Ik had liederen gecomponeerd. Ik zong en speelde de vina. Tijdens het uitvoeren van deze muziek raakte ik in een staat waarin ik de ‘Muziek van de Sferen’ kon aanraken. Toen werd elke ziel voor mij een muzieknoot, en al het leven werd muziek. Hierdoor geïnspireerd  sprak ik de mensen toe. Degenen die tot mijn woorden werden aangetrokken luisterden vooral naar de betekenis van de woorden, in plaats van naar mijn liederen. Als ik nu iets doe is het zielen stemmen in plaats van instrumenten en mensen harmoniseren in plaats van muzieknoten. Als er iets in mijn filosofie belangrijk is, is het de wet van harmonie: dat je jezelf in harmonie moet brengen met jezelf, en met anderen. Ik heb in elk woord een bepaalde muzikale waarde gevonden. Een melodie in elke gedachte. Harmonie in elk gevoel. Ik heb geprobeerd om dit met duidelijke en eenvoudige woorden te vertolken voor degenen die naar mijn muziek luisterden. Ik speelde de vina, tot mijn hart in dit instrument veranderde. Toen bood ik dit instrument aan aan de Goddelijke Musicus, de enige musicus die er is. Sindsdien ben ik Zijn fluit geworden. Hij kiest, Hij speelt Zijn muziek. Mensen bewonderen mijn musiceren. Maar in werkelijkheid is dit niet aan mij te danken, maar aan de Muzikant die op Zijn eigen instrument speelt.”

Slotwoord: muziek overstijgt religie, geografie, etniciteit, plaats en mensen. Muziek is de enige kunstvorm die ons het dichtst bij de ether van morgen brengt. Geniet ervan.

 

Dit artikel verscheen in Psychiatry Today in juli 2010

Vertaling: Hansjelle Dijkstra

Over de auteur

Gastauteurs

› Lees meer over Gastauteurs