…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Pinksteren en zijn betekenis door Wilma ter Mull

Niemand weet precies wanneer het vissentijdperk teneinde loopt en het watermantijdperk begint. In ieder geval wordt het de laatste decennia wel duidelijk dat het heel aanstaande is. Het lijden dat onder meer vissen eigen is, ging tweeduizend jaar geleden ons handelen bepalen, beginnend met het archetype van het lijden Jezus Christus, en eindigend met het bewust worden van het lijden in de wereld in zijn algemeenheid. Nu Pinksteren nadert met de symboliek van het neerdalen van spirituele waarheden, die in het denken kunnen worden geïntegreerd, is het goed om hier even bij stil te staan.

De uitbraak van het coronavirus heeft ons wakker geschud in de eenzaamheid die heerst (ouderen) en aan de afstand die beleefd wordt door veel mensen door de anderhalve meter regeling. Wat voorheen  aan eenzaamheid en leed niet werd geregistreerd en waar amper bewustzijn voor was, wordt het ons nu indringend onder de neus gewreven doordat we in een verdunde mate er zelf mee te maken krijgen. Nu het watermantijdperk aanbreekt is het de bedoeling dat we na gaan denken over het leed dat we mensen onbewust vaak aandoen. Het vissentijdperk stond in het teken van het voelen, waterman is het teken van het denken. Denken en voelen zijn elkaars tegenvoeters, dat wil zeggen als één van de twee dominant is, zit automatisch de ander in het onbewuste en werkt minder goed. In mijn nieuwe boek: Ziekte een weg naar bewustwording ga ik dieper op deze materie in omdat onbewuste energieën doordat ze niet primair ervaren worden, potentiële ziekmakers zijn.

Evolutionair gezien wordt de dierenwereld in zijn ontwikkelingsweg onder de mens geplaatst. De mens is primair een denkend wezen en een dier primair een voelend wezen. De vraag die de laatste decennia steeds prangende wordt is: hoe gaan we om met de dierenwereld? Onder de dierenwereld zit de plantenwereld, de etherische bron van ons bestaan en de plantenwereld kan niet bestaan zonder de aarde. Ook hier zien we dat er in deze tijd een bewustzijnsvraag wordt gesteld: hoe gaan we om met de aarde.

Nog nooit in het bestaan van de aarde hebben we zo’n gigantisch gebruik/misbruik gemaakt van: de aarde, dieren en plantenwereld, niet in de laatste plaats omdat we met zoveel zijn; de ongelijkheid tussen arm en rijk wordt steeds maar groter. Een afspiegeling er van is wat er nu in de slachthuizen gebeurt, het is een drama waar maar weinig bewustzijn voor is. Wat blijkt nu, niet alleen dieren hebben daar geleden, maar ook de seizoenarbeiders worden uitgebuit en leven dicht op elkaar tot meerdere glorie van de consument die zo nodig zijn goedkope stukje vlees op de barbecue moet hebben. Je ziet een soort verschuiving waar vroeger het dier werd gebruikt/misbruikt wordt nu de mens ook als een soort ding ingezet om de massa zogenaamd te laten genieten en dat terwijl wij als EU lid democratisch willen zijn. Het lijkt nog verre toekomstmuziek dat dit gaat gebeuren.

What goes the around comes around of meer calvinistisch uitgedrukt: Wat je zaait, zal je oogsten. Het coronavirus is niet alleen ellende, het biedt de kans door zijn grillige ondoorzichtige patroon om bewustzijn voor dit soort dingen te ontwikkelen. Het zou goed kunnen zijn dat die ondoorzichtigheid, – lees geen vat krijgen op de werkelijke bestrijding van het virus-, in principe een zegen voor ons is, omdat we echt moeten gaan nadenken en niet in materialistisch kortetermijndenken verzanden, wat we nu dus nog veel teveel doen. Dit vraagt de nieuwe tijd van ons; we zullen een betere rentmeester moeten worden van de aarde, planten en dierenwereld!

Met toestemming overgenomen van https://wilmatermull.nl/wp/

Over de auteur

Gastauteurs

› Lees meer over Gastauteurs