…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

De Vier Lagen van het Bewustzijn door Thich Nhat Hanh

Hoe onze Innerlijke Geest werkt

‘Abhidharma’, de Boeddhistische manier waarop de dingen in kaart worden gebracht, wordt soms behandeld als een onderwerp van louter intellectueel belang. “Sterker nog”, zegt Thich Nhat Hanh, “het identificeren met de verschillende elementen van bewustzijn, en het begrijpen van hoe ze met elkaar in relatie staan, is essentieel voor onze meditatiebeoefening” .

(Vertaler: De Abhidharma, (ook wel Abhidharma-pitaka genoemd), is het derde en laatst toegevoegde deel van de Pali Canon van de Theravada traditie van het Boeddhisme. Abhi (Pali) betekent hoog of hoogste; dharma betekent leer of waarheid. ‘Abhidharma’ betekent aldus ‘hoogste waarheid’ of ‘hoogste leer’).

De Vietnamese Zenmeester, Thuong Chieu, zei: “Als we begrijpen hoe onze geest werkt, wordt onze beoefening gemakkelijk.” Om onze geest te kunnen begrijpen moeten we ons bewustzijn begrijpen. De Boeddha leerde ons dat bewustzijn altijd stroomt. Als een rivier. Bewustzijn heeft vier lagen. De vier lagen van bewustzijn zijn Geestelijk Bewustzijn, Zintuigelijk Bewustzijn, Opslagbewustzijn en Manas.

(Vertaler: Manas is noch gevoel (emotie), noch verstand (rede), maar de kracht van onze bewuste en ook onbewuste ik-tendensen, die zich beurtelings met gevoel of verstand identificeert, en zich daarbij uitsluitend laat leiden door de drang om de totaliteit van onze bewustzijnsinhoud, die ons gevoel ‘ik’ verleent, steeds te vermeerderen).

Laag Een – Geestelijk bewustzijn

Geestelijk Bewustzijn is de eerste soort bewustzijn. Het vergt het meest van onze energie. Geestelijk bewustzijn is ons ‘werkend’ bewustzijn dat oordeelt en plannen maakt. Het is het deel van ons bewustzijn dat zich zorgen maakt en analyseert. Als we spreken over Geestelijk Bewustzijn, spreken we ook over Lichaamsbewustzijn, omdat Geestelijk Bewustzijn niet mogelijk is zonder de hersenen. Lichaam en geest zijn slechts twee aspecten van hetzelfde. Lichaam zonder bewustzijn is geen echt levend lichaam. En bewustzijn kan zich niet manifesteren zonder een lichaam.

Geestelijk bewustzijn is het deel van ons bewustzijn dat zich zorgen maakt en dat analyseert.

Het is mogelijk om ons te oefenen om het onderscheid tussen de werking van de hersenen en het bewustzijn te gaan zien. We moeten niet zeggen dat bewustzijn wordt geboren uit onze hersenen, omdat het tegenovergestelde waar is: hersenen worden geboren uit het bewustzijn. Hersenen maken slechts 2 procent uit van ons lichaamsgewicht, maar ze verbruiken 20 procent van de energie van het lichaam. Het gebruik van het bewustzijn door de geest is erg kostbaar. Denken, piekeren en plannen kosten veel energie.

We kunnen zuiniger met onze energie omgaan door ons Geestelijk Bewustzijn te trainen door van oplettendheid een gewoonte te maken. Mindfulness houdt ons in het huidige moment, ontspant ons Geestelijk Bewustzijn, en maakt de energie vrij die we anders zouden kunnen besteden aan het ons zorgen maken over het verleden, of over de toekomst.

Laag Twee – Zintuigelijk Bewustzijn

Het tweede niveau van bewustzijn is het Zintuiglijk bewustzijn, het bewustzijn dat voortkomt uit onze vijf zintuigen: zien, horen, proeven, voelen en ruiken. We noemen deze zintuigen soms ‘poorten’ of  ‘deuren’, omdat alle objecten van waarneming het bewustzijn binnenkomen door ons zintuiglijk contact. Zintuiglijk bewustzijn omvat altijd drie elementen. Ten eerste, het zintuig zelf (ogen, oren, neus, tong of lichaam); ten tweede, het zinsobject, (het object dat we ruiken of het geluid dat we horen), en ten derde, onze ervaring van wat we zien, horen, ruiken, proeven of voelen .

Laag Drie – Opslagbewustzijn

Vertaler:  Deze link brengt je naar 50 verzen over de aard van het opslagbewustzijn

De derde bewustzijnslaag is het diepst. Er zijn veel namen voor dit soort bewustzijn. De Mahayana-traditie noemt dit het opslagbewustzijn, ‘Alaya’ in het Sanskriet. De Theravada-traditie gebruikt het Pali-woord Bhavanga om dit bewustzijn te beschrijven. Bhavanga betekent constant stromend, zoals een rivier. Opslagbewustzijn wordt soms ook wortelbewustzijn genoemd, (Mulavijñana in het Sanskriet) of Sarvabijaka, dat ‘de totaliteit van de zaden’ betekent. In het Vietnamees noemen we het opslagbewustzijn Tang. Tang, dat betekent bewaren en behouden.

Vertaler: Alaya is een samengesteld woord: a, ‘niet’; Laya, van de wortel Li, ‘oplossen’; dus ‘het Onoplosbare’. De universele ziel; de basis, de wortel of de bron van alle wezens en dingen – het heelal, de goden, monaden, atomen, enz. In mystiek opzicht is Alaya identiek met Akasa in zijn hoogste delen, en met de essentie van Mulaprakriti als ‘wortelvoortbrenger’ of ‘wortelnatuur’.
Deze verschillende namen verwijzen naar de drie aspecten van het opslagbewustzijn. De eerste betekenis is van een plaats, een ‘reservoir’, waarin allerlei soorten informatie worden bewaard. De tweede betekenis wordt gesuggereerd door de Vietnamese naam, omdat het opslagbewustzijn niet alleen alle informatie opneemt, maar deze ook vasthoudt en bewaart. De derde betekenis wordt gesuggereerd door Bhavanga, een gevoel van verwerking en transformatie.

Opslagbewustzijn is als een museum. Een museum kan alleen een museum worden genoemd als er dingen in zitten. Als er niets in zit, kun je het een gebouw noemen, maar geen museum. De conservator is degene die verantwoordelijk is voor het museum. Zijn functie is om de verschillende objecten bewaard te houden, en ze niet te laten ontvreemden. Maar er moeten ook dingen zijn die nog moeten worden opgeslagen, dingen die moeten worden bewaard. Opslagbewustzijn verwijst naar het ‘behoeden’ en ook naar wat al is opgeslagen – dat wil zeggen, alle informatie uit het verleden, onze voorouders, en alle informatie die is ontvangen door onze andere ‘vormen’ van bewustzijn. Volgens de Boeddhistische traditie wordt deze informatie opgeslagen als Bija, ‘zaden’.

(Vertaler: Bija is Sanskriet voor zaad en is een metafoor voor de herkomst en de oorzaak van de dingen, zowel in het Hindoeïsme als Boeddhisme. Deze metafoor is onderdeel van de leer van de Consciousness-Only (Slechts-Bewustzijn) definitie van de Vijnanavada-school in het Boeddhisme. Volgens deze theorie produceren alle ervaringen en handelingen Bija. In het esoterisch Boeddhisme en Hindoeïsme wordt de term Bija gebruikt voor de mystieke inhoud en taal in mantra’s. Deze zaden hebben geen precieze betekenis, maar worden gezien als verbindingen met spirituele principes. De bekendste Bija lettergreep is Om, die het eerst werd aangetroffen in de hindoeïstische teksten die bekend staan als Upanishads).

Stel dat je deze ochtend voor het eerst een bepaald lied hoort. Je oren en de muziek ontmoeten elkaar en raken je aan, wat ervoor zorgt dat je opslagbewustzijn vibreert. Die informatie, een nieuw zaad, valt in het opslag continuüm. Opslagbewustzijn heeft het vermogen om het zaad te ontvangen en op te slaan in zijn hart. Opslagbewustzijn bewaart alle informatie die het ontvangt. Maar de functie van het Bewustzijn is er niet alleen om deze zaden te ontvangen en op te slaan; het is ook zijn taak om deze informatie te verwerken .

De verwerking op dit niveau is niet inspannend. Opslagbewustzijn gebruikt niet zoveel energie als bijvoorbeeld Bewustzijn van de Geest. Opslagbewustzijn kan deze informatie zonder veel inspanning van jouw kant verwerken. Dus als je  energie wilt besparen, denk dan niet te veel na, plan niet te veel, en maak je niet al te veel zorgen. Sta je opslagbewustzijn toe om het grootste deel van de verwerking voor jou te doen.

Opslagbewustzijn lijkt op een museum waarin dingen uit je leven worden bewaard.

Als je kamer ’s nachts koud wordt en je door blijft slapen, kan je lichaam de kou toch voelen zonder tussenkomst van het geestelijk bewustzijn. Opslagbewustzijn kan opdrachten aan je armen geven om de deken omhoog te trekken, zonder dat je je daarvan bewust bent. Opslagbewustzijn werkt in de afwezigheid van geestelijk bewustzijn. Het kan veel dingen doen. Het kan veel plannen maken; het kan veel voor je doen, en zonder dat je het weet beslissingen voor je nemen.

Als we naar een warenhuis gaan, op zoek naar een broek of overhemd, hebben we de indruk dat we, terwijl we naar de uitgestalde kledingstukken kijken, een vrije wil hebben en dat, als iets ons bevalt, we vrij zijn om te kiezen wat we willen. Als de verkoper ons vraagt ​​wat we willen, kunnen we naar het object van onze wens wijzen of onder woorden brengen. Waarschijnlijk hebben we de indruk dat we op dit moment vrije mensen zijn en ons bewustzijn gebruiken om de dingen te selecteren die we leuk vinden. Maar dat is een illusie. Alles is al besloten in ons opslagbewustzijn. Op dat moment worden we er door bestuurd en zijn we geen vrije mensen. Ons gevoel van schoonheid, ons gevoel van sympathie of afkeer al besloten in het niveau van ons opslagbewustzijn.

Het is een illusie dat we vrij zijn. De mate van vrijheid die ons bewustzijn heeft is eigenlijk heel klein. Opslagbewustzijn dicteert veel van de dingen die we doen omdat het opslagbewustzijn voortdurend veel beslissingen ontvangt, opneemt, onderhoudt, en verwerkt. Opslagbewustzijn neemt voortdurend beslissingen zonder de deelname van het geestelijk bewustzijn. Maar als we dit doorzien kunnen we ons opslagbewustzijn beïnvloeden. We kunnen helpen bepalen hoe ons Opslagbewustzijn informatie opslaat en verwerkt, om daardoor betere beslissingen te nemen. We kunnen het beïnvloeden.

We zijn nooit volledig vrij. Ons opslagbewustzijn heeft al iets voor ons besloten.

Net als het geestelijk bewustzijn en het zintuiglijke bewustzijn verbruikt het opslagbewustzijn energie. Als je je in een groep mensen bevindt, en je nog zo besloten hebt om jezelf te zijn, neem je hun manieren tòch over en is je opslagbewustzijn je de baas. Ons bewustzijn wordt beïnvloed door het bewustzijn van anderen. De manier waarop we beslissingen nemen, onze sympathieën en antipathieën, hangen af ​​van een collectieve manier om de dingen te zien. Je vindt iets misschien niet zo mooi, maar als veel mensen beweren dat het mooi is, kun je iets ook als mooi accepteren, omdat het individuele bewustzijn deel uitmaakt van het collectief bewustzijn.

De waarde van de dollar wordt mede bepaald door het collectieve denken van mensen, dus niet alleen door objectieve economische factoren. De angsten, verlangens en verwachtingen van mensen doen de dollar stijgen en dalen. We worden beïnvloed door de collectieve manieren van kijken en denken. Daarom is het uitkiezen  van de mensen om je heen erg belangrijk. Het is belangrijk om je te omringen met mensen die liefdevolle vriendelijkheid, begrip en mededogen in zich hebben, omdat we dag en nacht worden beïnvloed door het collectieve bewustzijn.

Opslagbewustzijn biedt ons verlichting en transformatie. Deze mogelijkheid is vervat in de derde betekenis: door het altijd stromende karakter ervan. Opslagbewustzijn is als een tuin waarin we de zaden van bloemen, fruit en groenten kunnen stoppen. En dan zullen daar bloemen, vruchten en groenten groeien. Geestelijk Bewustzijn is niet meer dan een tuinman. Een tuinman kan het land helpen door ervoor te zorgen en de tuinman moet geloven dat inspanningen vrucht zullen dragen. Als beoefenaars kunnen we niet alleen op ons Geestelijk Bewustzijn vertrouwen We moeten ook op ons Opslagbewustzijn kunnen rekenen. Want daar worden beslissingen genomen.

We laten ons beïnvloeden door het Opslagbewustzijn van anderen Daarom moeten we onze vrienden verstandig kiezen.

Stel dat u iets op uw computer typt. Deze informatie wordt opgeslagen op de harde schijf. Die harde schijf is net zoiets als ons Opslagbewustzijn. Hoewel de informatie niet altijd op het scherm verschijnt, is deze er nog steeds. Je hoeft alleen maar te klikken en alles zal weer zichtbaar worden. De Bija, het zaadje in het opslagbewustzijn, lijkt op de gegevens die je op je computer bewaart. Als je wilt, kun je ‘klikken’ om de inhoud op het scherm van je mentale bewustzijn te laten verschijnen. Geestelijk bewustzijn is als een scherm en opslagbewustzijn is als de harde schijf, omdat je er veel in kunt opslaan. Opslagbewustzijn heeft de capaciteit om er veel informatie in op te slaan, te onderhouden en te bewaren, zodat deze niet zal worden gewist.

In tegenstelling tot informatie op een harde computerschijf zijn zaden echter van organische aard en kunnen ze worden aangepast, gekoesterd en verzorgd. Het zaad van haat kan bijvoorbeeld worden verzwakt, en zijn energie kan worden omgezet in een energie van mededogen. Het zaad van liefde kan worden verzorgd en versterkt. De aard van de informatie die door het Opslagbewustzijn wordt bewaard en verwerkt is altijd vloeiend, en altijd aan het veranderen. Liefde kan worden omgezet in haat, en haat kan worden omgezet in liefde.

Laag Vier – Manas Bewustzijn

Opslagbewustzijn is ook slachtoffer. Het is een object van gehechtheid, Het is niet vrij. In het opslagbewustzijn zijn er elementen van onwetendheid: zoals ‘waan, woede, en angst’. Deze elementen vormen samen een sterke energie die je vasthoudt, die je wilt bezitten. Dit is het vierde bewustzijnsniveau, Manas genaamd, dat ik graag vertaal als ‘overpeinzing’. Manas Bewustzijn heeft aan de basis geloof in een gescheiden zelf, geloof in een persoon. Dit bewustzijn, het gevoel en instinct dat ‘ik ben’ wordt genoemd, zit heel diep onder in het opslagbewustzijn. Het is geen opvatting die door ‘het geestelijk bewustzijn’ wordt overgenomen. Diep verscholen in het Opslagbewustzijn leeft het idee dat er een ‘zelf’‘ bestaat dat afgescheiden is van niet-eigen elementen. De functie van Manas is om vast te houden aan het opslagbewustzijn als ‘een afgescheiden zelf’’.

Een andere manier om aan Manas te denken is als aan ‘Adana bewustzijn’. Adana betekent ‘toe-eigening’. Stel je een wijnstok voor die een scheut heeft, en dat die scheut vervolgens terugkeert en de stam van de boom weer omhelst. Die scheut is onderdeel van de stam en niet los daarvan. Dit diepgewortelde waanidee – het geloof dat er een afgescheiden zelf is –zit genesteld in het opslagbewustzijn als het resultaat van onwetendheid en angst. Dit leidt tot een energie die zich omkeert, het opslagbewustzijn omarmt, en het tot het enige object van zijn liefde maakt .

De functie van Manas is om het opslagbewustzijn te bestempelen als van zichzelf

De Illusie van Vrijheid

Manas is altijd actief. Het laat het opslagbewustzijn nooit los. Het omstrengelt het, en houdt het opslagbewustzijn constant in zijn greep. Manas gelooft dat het opslagbewustzijn het voorwerp van zijn liefde moet zijn. Het is een illusie dat het opslagbewustzijn ‘mij’ is, mijn geliefde, dus die kan ik niet laten gaan. Dag en nacht is er een geheime, diepe overtuiging dat ik dit ben. Dit is van mij, en ik moet alles doen wat ik kan om het te begrijpen, te beschermen, en het van mij te maken. Manas is geboren en geworteld in het opslagbewustzijn. Het komt voort uit het opslagbewustzijn, draait zich om en omvat het Opslagbewustzijn als zijn object: “Jij bent mijn geliefde, jij bent mij.” De functie van Manas is om het opslagbewustzijn te bestempelen als van zichzelf.

Hoe de lagen samenwerken

We hebben de namen van de vier lagen van bewustzijn gezien, en hebben kunnen waarnemen hoe ze met elkaar omgaan. Opslagbewustzijn is een proces – altijd vloeiend, altijd aanwezig, nooit onderbroken. Maar het bewustzijn van de geest kan wel worden onderbroken. Als we bijvoorbeeld slapen zonder te dromen, functioneert het bewustzijn niet. Als we in coma zijn stopt het bewustzijn volledig. Als het Geestelijk Bewustzijn volledig stopt met werken – is er geen denken, geen planning, er is niets – ook dan blijft het opslagbewustzijn actief.

Sommige neurowetenschappers gebruiken de term ‘achtergrond bewustzijn’ om opslagbewustzijn te beschrijven. Ze noemen geestelijk bewustzijn simpelweg: Bewustzijn. Of je nu wakker bent of slaapt, of je droomt of niet droomt, het verwerken en opslaan van informatie wordt continu gedaan door het opslagbewustzijn, of je het nu wilt of niet.

Wakker of in slaap – het verwerken en opslaan van informatie gebeurt continu.

Er zijn tijden waarop het zintuiglijke bewustzijn samenwerkt met het opslagbewustzijn zonder door de geest heen te gaan. Het is grappig, maar het gebeurt heel vaak. Als u autorijdt, kunt u veel ongelukken voorkomen, zelfs als uw geestelijk bewustzijn aan heel andere dingen denkt. Je denkt misschien zelfs helemaal niet aan autorijden. En toch komen daar meestal geen ongelukken van.

Dit komt doordat de indrukken en beelden van het oogbewustzijn worden ontvangen door het opslagbewustzijn, waardoor er beslissingen voor je worden genomen zonder ooit door het bewustzijn van de geest te gaan. Als iemand plotseling iets in het blikveld van je ogen doet, bijvoorbeeld als iemand op het punt staat om je te slaan, of als iets op het punt staat om bovenop je te vallen, reageer je snel. Die snelle reactie, die beslissing, wordt niet door het geestelijk bewustzijn gemaakt.

’s Nachts in een koude kamer, hoewel je niet droomt, en je geestelijk bewustzijn niet functioneert, dringt het gevoel van kou in je lichaam door op het niveau van het zintuiglijke bewustzijn. Dat veroorzaakt een trilling op het niveau van het opslagbewustzijn, zodat je lichaam wordt aangezet om de deken omhoog te doen om je te bedekken. Of we nu autorijden, een machine bedienen of andere taken uitvoeren, velen van ons laten ons zintuiglijke bewustzijn samenwerken met het opslagbewustzijn, wat ons in staat stelt veel dingen te doen zonder tussenkomst van het geestelijk bewustzijn. Als we ons geestelijk bewustzijn activeren kunnen we ons plotseling bewust worden van de mentale formaties die daarbij opkomen. 

De Mentale Formaties begrijpen

Het woord ‘formatie’, (Samskara in het Sanskriet), betekent dat iets dat zich manifesteert als veel omstandigheden samenvallen. Als we naar een bloem kijken kunnen we veel elementen herkennen die bij elkaar komen om de bloem in die vorm te manifesteren. We weten dat er zonder de regen geen water kan zijn, en de bloem kan zich dan niet zou kunnen manifesteren. En we zien ook dat de zon er is. De aarde, de compost, de tuinman, tijd, ruimte en veel elementen kwamen samen om ervoor te zorgen dat deze bloem zich kan manifesteren. De bloem heeft geen afzonderlijk bestaan; hij is een formatie. De zon, de maan, de berg en de rivier, het zijn allemaal formaties. Het gebruik van het woord ‘formatie’ herinnert ons eraan dat er geen afzonderlijke kern van het bestaan ​​in zit. Er is alleen een samenkomen van heel veel voorwaarden om iets te kunnen manifesteren. Als beoefenaren van het boeddhisme kunnen we er onszelf in trainen om alles als een formatie waar te nemen. We weten ook dat alle formaties voortdurend veranderen. Vergankelijkheid is een van de kenmerken van de werkelijkheid, omdat alles verandert.

Dingen zien als formaties herinneren ons eraan dat alles verandert. Alles is vergankelijk.

Formaties die in het bewustzijn bestaan, worden mentale formaties genoemd. Als er contact is tussen een zintuig, (ogen, oren, mond, neus, lichaam), en een object, ontstaat ‘het bewustzijn van het bewustzijn’. Op het moment dat je ogen voor het eerst een voorwerp waarnemen, of als je voor het eerst de wind op je huid voelt, manifesteert de eerste mentale contactvorm zich. Dit contact veroorzaakt een trilling op het niveau van opslagbewustzijn.

Als de indruk zwak is, stopt de vibratie en herstelt de stroom van het opslagbewustzijn de rust. Je blijft slapen of je gaat door met je activiteiten, omdat die indruk die gecreëerd is door aanraking niet sterk genoeg is geweest om de aandacht te trekken van ‘bewustzijns-bewustzijn’. Het is alsof een vliegend insect op het wateroppervlak terechtkomt en het water een beetje doet rimpelen. Nadat het insect is weggevlogen, wordt het wateroppervlak weer helemaal rustig. Dus hoewel de mentale formatie zich manifesteert, hoewel de stroom van het levenscontinuüm vibreert, is er geen bewustzijn geboren in het bewustzijn van het bewustzijn omdat de indruk te zwak is.

Soms is in de boeddhistische psychologie sprake van negenenveertig of vijftig mentale formaties. In mijn traditie kennen we er eenenvijftig. Van de eenenvijftig mentale formaties is ‘contact’ de eerste, gevolgd door aandacht, gevoel, perceptie en wil. Deze vijf mentale formaties kunnen heel snel plaatsvinden, en hun intensiteit, hun diepte, varieert in elk niveau van bewustzijn. Als we bijvoorbeeld over aandacht spreken, kunnen we de aandacht zien in de context van het opslagbewustzijn, en kunnen we aandacht zien op het niveau van het geestelijk bewustzijn.  De intensiteit, of de diepte van aandacht, is op de twee niveaus heel verschillend.

De eenenvijftig mentale formaties worden ook ‘mentale begeleiders’ genoemd. Dat wil zeggen, ze zijn precies de inhoud van het bewustzijn, net zoals de manier waarop waterdruppels precies de inhoud van de rivier zijn. Woede is bijvoorbeeld een mentale formatie. Geestelijk bewustzijn kan zich zo gedragen dat woede zich kan manifesteert in het bewustzijn van het bewustzijn. Op dat moment is het gedachtenbewustzijn vervuld van woede, en kunnen we het gevoel hebben dat ons bewustzijn van de geest vol is met niets anders dan woede. Maar in feite is het mentale bewustzijn niet alleen maar woede, omdat later ook medeleven ontstaat, en op dat moment wordt geestelijk bewustzijn mededogen. Geestelijk bewustzijn is, op verschillende tijdstippen, alle eenenvijftig mentale formaties tegelijk, hetzij positief, negatief, of neutraal.

Geestelijk Bewustzijn is, op verschillende tijdstippen, alle eenenvijftig mentale formaties tegelijk.

Zonder mentale formaties kan er geen bewustzijn zijn. Het is alsof we een vlucht vogels bespreken. De formatie houdt de vogels bij elkaar en ze vliegen prachtig in de lucht. Je hebt niemand nodig om de vogels vast te houden en ze in een formatie te laten vliegen. Je hebt geen zelf nodig om de formatie te maken.

Als we zeggen dat het regent, bedoelen we dat er geregend wordt. Je hebt niet iemand van boven nodig om het te laten regenen. Het is niet zo dat er regen is, het gaat over degene die de regen veroorzaakt. Als je zegt dat de regen valt, is dat heel grappig, want als het niet zou vallen, zou het geen regen zijn. In onze manier van spreken zijn we gewend aan het gebruik van een onderwerp en een werkwoord. Daarom hebben we het woord ‘het’ nodig wanneer we zeggen: “het regent.” ‘Het’ is het subject, datgene die de regen mogelijk maakt. Maar als we goed kijken, hebben we geen ‘regener’ nodig, we hebben alleen de regen nodig. Het regent en de regen is hetzelfde. De formatie van vogels en de vogels zijn hetzelfde – er is geen ‘zelf’, geen betrokken baas.

Denken zonder een denker. Voelen zonder voeler. Wat is onze boosheid zonder ons ‘zelf?’ Dit is het doel van onze meditatie.

Als we mediteren, oefenen we intensief om licht en helderheid te brengen in onze manier om dingen te zien. Als het visioen van het niet-zelf wordt verkregen, wordt onze misleiding opgeheven. Dat is wat we transformatie noemen. In de boeddhistische traditie is transformatie mogelijk naar diepgaand begrijpen. Op het moment dat de visie van het niet-zelf daar is, valt Manas, de ongrijpbare notie van ‘ik ben’, uiteen en genieten we op dat moment van vrijheid en geluk.

Bron

Vertaler: Hansjelle Dijkstra

Over de auteur

Gastauteurs

› Lees meer over Gastauteurs