…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

‘Verlichte mensen’ en ‘niet-verlichte mensen’ door Joan Tollifson

Joan Tollifson heeft haar wortels in het boeddhisme en advaita, maar ze behoort tot geen enkele speciale traditie. Ze schreef verschillende boeken: Bare-Bones Meditation: Waking Up from the Story of My Life (1996), Awake in the Heartland: The Ecstasy of What Is (2003), Painting the Sidewalk with Water: Talks and Dialogs about Nonduality (2010) en Nothing to Grasp (2012). Twee ervan werden in het Nederlands uitgegeven: Bevochten vrijheid (Altamira-Becht, 2001) en Ontwaken in het alledaagse (Samsara, 2003). Een vijfde boek over het ouder worden, sterven en leven is in de maak. Joan woont in het zuiden van Oregon, VS. Voor meer informatie: www.joantollifson.com

– Er is niemand die het ene moment rups is en het volgende moment vlinder. Er is geen rups en geen vlinder

Bestaan er ‘verlichte mensen’ die elk moment compleet vrij zijn van lijden, misvattingen of een gevoel van afscheiding en inkapseling, of een gevoel van macht en auteurschap, of van welke van het ego afkomstige gedachte of gedraging dan ook? Of is het idee van ‘verlichte mensen’ en ‘niet-verlichte mensen’ (of andere soorten mensen zoals betrouwbare, discrete, volhardende ‘mensen’) misschien een voorbeeld van niet-verlicht (of misleid) denken? Wie (of wat) is het precies wat verlicht of niet-verlicht is?

Er is een overvloed van voorbeelden van wijd en zijd gerespecteerde en klaarblijkelijk diep gerealiseerde verlichte goeroes, leraren of wijzen die verslaafd zijn aan alcohol of andere substanties, en/of zich gedragen op een beledigende of schadelijke manier tegenover hun leerlingen of volgelingen. Er is de afgelopen tijd geen tekort aan schandalen en gruwelverhalen geweest. Waren deze leraren soms af en toe verlicht en niet constant? Of kan verlichting ook het gedrag van verslaving en misbruik inhouden? Of zijn misbruik en verslavingsgedrag van een verlicht leraar uiteindelijk altijd heilzaam, ongeacht hoe afschuwelijk het er op het eerste gezicht uit mag zien? Is het soms een soort ‘crazy wisdom’, bedoeld om ons door elkaar te schudden en te bevrijden? Een aantal van deze leraren en volgelingen heeft zijn best gedaan deze uitleg aan de man te brengen. Of is het misschien niet de persoon (geest/lichaam) die verlichting realiseert, maar dat waarin lichaam, geest en wereld verschijnen, en gaat de persoonlijkheid daarom misschien door met oude en soms schadelijke conditionering te manifesteren? Of is het simpelweg zo dat er geen permanent persoon bestaat die ‘voor altijd’ in permanent verlichte staat zou verkeren?

Denken in termen van ‘voor altijd verlichte mensen’ kan mogelijk het grootste en meest wijdverspreide waanidee zelf zijn. Het veronderstelt dat ‘de persoon’ een blijvende entiteit is en dat deze entiteit zelf verlicht raakt, en het veronderstelt ook de realiteit van tijd. Maar verlichting wordt juist beschreven als het wegvallen van deze misvatting en laat alleen over wat altijd al Hier/ Nu was. Het is geen prestatie van de persoon: het is de erkenning dat er uiteindelijk geen eigenaar, verteller of ervaring bestaat. En het duurt niet ‘voor altijd’ want het is de erkenning dat er niets na (of voor) Nu is.

Verlichte leraren

Veel leraren zijn verliefd op het idee dat ze verlicht zijn en ze vertellen maar al te graag steeds opnieuw het verhaal van hun ‘verlichtinggebeurtenis’. We horen van hun wandeling door het park of het magische moment in de keuken, of van de bushalte waar hun zelf voor altijd wegviel. Verlichting wordt voorgesteld als een persoonlijke prestatie en een permanente staat. Elk van die ervaringen is echter alleen maar een moment in een droom. Ja, in de droomachtige film van ons wakkere leven berichten sommige personages over plotselinge en dramatische transformaties, en ja, sommige personages zijn inderdaad helderder en vrijer van misvattingen dan de meesten, en conventioneel gezien is het functioneel en behulpzaam om de verschillen te onderscheiden en te erkennen. Als we een leraar zoeken is niet iedereen even gekwalificeerd. Maar op een dieper niveau, als we beter kijken, zullen we zien dat er niemand is die permanent verlicht is, of permanent misleid. Er is niemand die het ene moment een rups is en het volgende moment een vlinder. Er is geen rups en geen vlinder. Er is alleen de ononderbroken enigheid waarvan niets afgescheiden is.

Een waar leraar zal niet eindeloos over zichzelf uitweiden en je aanmoedigen om hem of haar te idealiseren. Ze zullen al je pogingen om hen speciaal te maken en op een voetstuk te plaatsen afleiden. Een waar leraar is niet bang om zijn of haar menselijkheid, falen en imperfecties te erkennen. Een waar leraar blijft steeds een leerling die openstaat voor nieuwe ontdekkingen. Een waar leraar zaagt de poten onder elke stoel vandaan waar je op probeert te blijven zitten en deelt niet meer stoelen uit. Verlichting heeft geen begin en geen einde. Het is geen staat die je binnengaat of verlaat. Er is geen eindstreep in ontwaken. Het is altijd Nu. Aan deze zich ontvouwende ontdekking en Zelfrealisatie komt geen einde.

Zelfs nadat de gedachte van afgescheiden zijn en persoonlijk auteurschap doorzien is, kan dit (en zal dit waarschijnlijk) opnieuw verschijnen. Zelfs nadat gezien is dat het touw echt een touw is en geen slang, kan het op een ander moment opnieuw voor een slang worden aangezien. Wanneer dat gebeurt, zal het lichaam automatisch reageren met angst, ineenkrimpen en terugdeinzen. De slang is nooit echt, maar hij kan een ogenblik echt lijken. Zal er ooit een tijd komen dat dit misverstand zo volledig helder is dat het nooit meer, op welke manier dan ook, gebeurt? En in wie komt deze zorg op? Is er iemand die deze fout maakt en ernaar verlangt niet meer zo dwaas te zijn? Is het niet alleen vanuit het perspectief van het luchtspiegelingachtige ‘ik’ dat het ertoe doet of ‘ik’ het touw aanzie voor een slang? We weten nooit wat het volgende moment zal brengen. Op elk moment kan het fata morgana van afscheiding zich weer voordoen. Maar wat misschien kan wegvallen is de noodzaak het opnieuw te laten gebeuren.

Verwarring

Soms spreken leraren vanuit de grenzeloze Eenheid, vanuit het Ene Zelf, vanuit de onpersoonlijke aanwezigheid die we bedoelen als we zeggen ‘Ik ben’. Soms spreken leraren als een ogenschijnlijk individu. Toen Ramana stierf, zei hij tegen zijn volgelingen: “Ik ben altijd hier; waar zou ik heen kunnen gaan?” Hij sprak niet als het ogenschijnlijke individu dat duidelijk aan het sterven was, maar als het Ene Zelf (Hier/Nu) dat altijd aanwezig is. Soms als leraren ‘ik’ zeggen, refereren ze aan dit Ene Zelf.  Op andere momenten als ze ‘ik’ zeggen, refereren ze aan hun persoon. ‘Ik’ als grenzeloze enigheid heb nergens een probleem mee, maar ‘ik’ als Joan Tollifson heb opinies en voorkeuren over van alles en nog wat.

Natuurlijk ontstaan er verwarringen en misverstanden door het woord ‘ik’ op verschillende manieren te gebruiken. Een leraar die spreekt als de Eenheid kan zoiets zeggen als:  “Ik ben onvoorwaardelijk en altijd vrij” of: “Verlichting is altijd aanwezig”, verwijzend naar het grenzeloos bewustzijn, het altijd aanwezige Hier/Nu, dat vrij is en zonder voorwaarden. Zulke uitspraken worden makkelijk verkeerd begrepen in de zin van dat de leraar als persoon onvoorwaardelijk en vrij zou zijn, en altijd in een soort speciale verruimde staat van bewustzijn zou leven, voor altijd voorbij welke misvatting dan ook.

Wat zoekt

Liever dan proberen uit te zoeken of je verlicht bent of iemand anders verlicht is, liever dan anderen te idealiseren, ze op een voetstuk te plaatsen en ze te veranderen in een onfeilbare autoriteit, liever dan jezelf met anderen te vergelijken of te proberen de veronderstelde verlichtingservaring van een ander te kopiëren, stel ik voor om te onderzoeken wat je eigenlijk probeert te vinden en wat er hier en nu afwezig is, en precies wie of wat dat zou moeten vinden, bezitten of missen. Je zou erachter kunnen komen dat er niets mist, niets defect of nodig is. Er is eenvoudigweg alleen dit, precies zoals het is. Je bent al wat je zoekt.

En als dat je ongelooflijk toeschijnt of als je toch ergens een gevoel van ongemak of gemis hebt, kan dat een uitnodiging zijn om te stoppen, te kijken en te luisteren – om te onderzoeken of degene die dit probleem heeft eigenlijk wel gevonden kan worden, om de ongemakkelijkheid als een naakte sensatie in het lichaam te voelen, om door de gedachten en verhalen heen te kijken en het bewustzijn op te merken dat dit alles waarneemt. Vraag je dan af of het gevoel van ongemakkelijkheid of gemis werkelijk een probleem is? Bestaat het wel echt als je er diep induikt met open gewaarzijn? En als je opmerkt dat je toch op het punt staat af te dwalen in zoeken naar waarheid of verlichting of geluk of vrijheid, misschien rijst op dat moment ook de vraag: ‘Wat zoek ik eigenlijk precies? En waar en wanneer denk ik het te vinden?’ Verlichting is nu of nooit.

Met toestemming overgenomen uit tijdschrift InZicht.

Zie ook voor nabestellingen van nummers: https://www.inzicht.org/

Over de auteur

Gastauteurs

› Lees meer over Gastauteurs