…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Archive for the ‘Artikel’ Category

Via de leraar

Als het zelf in en door mij heen zichzelf zoekt, heb ik dan een leraar of lerares nodig of heb ik voldoende aan mijn eigen innerlijke leiding?

Voor mij was het evident dat ik een leraar nodig had. Ik had een leraar nodig om me om mijn eigen hoek te laten kijken; dat is iets dat ik niet zelf kan. Mijn leraar Genpo Roshi en ik deelden ogenschijnlijk weinig met elkaar. Ik ben een intellectueel, breed belezen, met een levendige belangstelling voor de beeldende kunsten en een voorliefde voor filmhuis films. Genpo is een sportman, die ooit als waterpolospeler van het Amerikaanse team goud op de Olympische Spelen in Mexico had gewonnen. Een zeer fysieke man, die The Karate Kid tot zijn favoriete films rekent. Waren we elkaar in de kroeg tegengekomen, dan hadden we elkaar niet opgemerkt, zo zeer verschillen onze interesses, maar op het geestelijke pad vonden we elkaar alsof het zo had moeten zijn. Een ster volgt een ster in en door mij heen. Ik had al van verschillende leraren begeleiding gehad, maar bij Genpo had ik onmiddellijk het gevoel dat precies hij de juiste persoon is om mijn sterke geesteskracht om te buigen en mijn welbespraakte lippen tot zwijgen te brengen.

In relatie tot mijn leraar Genpo Roshi, maar ook in relatie tot mijn eigen leerlingen, kan ik vijf punten formuleren die voor mij een bevestigend antwoord zijn op de hierboven gestelde vraag.

Ten eerste, de leraar of lerares leeft jouw weg als proces voor. Hij herkent de fases waarin je belandt, staat naast je en ziet je in jouw proces, worstelend, peinzend, wanhopig, euforisch, twijfelend, totaal verloren. Mijn leraar Genpo had voor alle begeleiders die hij opleidde een klaar en duidelijk advies: ‘Je kunt niet geven of delen wat je niet hebt ontvangen.’ Een leraar of lerares kan je niet bijstaan in een fase die hij of zij nooit heeft doorgemaakt. Dit voel je als leerling: wat je terugkrijgt is niet doorleefd, het is bedacht. Dit is een van de redenen waarom de weg samen met een leraar of lerares plotsklaps kan ophouden. De leraar of lerares reikt niet tot waar jij reikt. Het plafond is bereikt, je moet gaan zoeken naar een andere leraar of lerares om jezelf verder te kunnen verdiepen. Dat de leraar je voorgaat op jouw weg als proces, door al die verschillende fasen heen, geeft je vertrouwen. Het is OK om hier te verblijven, ook al is het geenszins prettig. Het is OK om hier binnen te gaan, ook al is het vreeswekkend. Het is OK om los te laten, al zegt alles in je om dit niet te doen. Dit vertrouwen leeft de leraar voor.

Ten tweede, de leraar resoneert met jou. Hij of zij is de pijp waardoorheen jouw leven stroomt. Jouw situatie is de situatie waarin de leraar zich beweegt, zeer intiem; hij verkent de ruimte waarin jij je bevindt, hij houdt de verschillende objecten in zijn handen, ruikt eraan, kijkt ernaar en geeft je terug wat hij ziet, hoort, voelt en denkt. Zo is hij op de meest nabije wijze met je en geeft je jezelf in deze situatie aan jezelf terug. Je begint je door wat de leraar je teruggeeft vragen stellen en zaken te realiseren over jezelf. Je herinnert je jezelf in wat je in deze levenssituatie doet en bent. Je kijkt jezelf in de spiegel die de leraar of lerares is in de ogen en je ziet jezelf in elke situatie weer op een andere manier. Zo ontstaat het caleidoscopische beeld van het zelf, de reflectie en herinnering van jezelf.

Ten derde, de leraar bekrachtigt je. Hij ziet je voor wie en wat je bent en geeft dit aan je terug: zo is het. Het wonderlijke is, dat wij onszelf niet kunnen aannemen voor wie we zijn. Hier hebben we een ander voor nodig. Iemand die tegen ons zegt: ‘Kijk, dit ben jij. Dit is van jou. Dit is behoort wezenlijk tot jou. Neem het aan, jij bent het zelf.’ Zo leren we stukje bij beetje onszelf te belichamen voor wie we werkelijk zijn en wordt uiteindelijk, via de leraar, ons leven bekrachtigt zoals het is. Pas dan zijn we werkelijk vrij om ons leven te leven. Zo is het. Niet anders.

Ten vierde, de relatie tussen leraar en leerling is het proces van de leerling zelf, jouw weg als proces, waarin je weerstanden, angsten, patronen, voorwaarden, waarden, zienswijzen, twijfels en blinde vlekken in het licht komen en meer en meer worden gerealiseerd en aangenomen. In het proces tussen leraar en leerling wordt dat wat de leerling tussen hem en zichzelf inzet helderder en minder weerbarstig, en kan langzaam maar zeker een intimiteit groeien, die leraar en leerling meer en meer laat samenvallen tot een levende aanwezigheid. Iets gaat zijn gang. Iets dat niet in welke fase dan ook kan belanden en zich in elke fase manifesteert. Zo wordt het zelf in al zijn aspecten, in heel zijn conditionering, maar ook in zijn intimiteit, zijn onbepaaldheid en onbeperktheid meer en meer zichtbaar, herinnerd en belichaamd. Via de leraar volgt de leerling het proces van weerstand en verzet naar intimiteit en resoneren tot hij tenslotte tezamen met de leraar meebeweegt op de Ene die alles in zich draagt en draagt, van de ene kant naar de andere en van voren naar achteren.

Tenslotte en misschien wel het aller belangrijkste, de leraar of lerares ziet je. Hij is je getuige, in alle fasen die je doormaakt. Hij is misschien wel de enige die je ooit ziet voor wie je bent, in al je aspecten en facetten, ook die, welke je liever in de schaduw laat. ‘Bearing witness’, het motto van mijn spirituele oom Bernie Glassman Roshi, is misschien wel het meest wezenlijke in de leraar leerling verhouding. Via de leraar, keer je terug bij jezelf, om jezelf helemaal aan te nemen voor wie je bent. Het zelf zoekt zichzelf in en door mij, maar via de leraar. Hij is de spiegel waarin ik mezelf zie. Hij is de getuige die mij mezelf laat aannemen. Zonder een ander mens gaat dat niet. Of zoals Christopher Supertramp, die zwervend op zoek ging naar vrijheid en geluk en eenzaam kwam vast te zitten in zijn Magic Bus op de ijsvlakten van Alaska, voordat hij overleed in zijn dagboek als zijn laatste woorden noteerde: ‘Happiness is only possible when it is shared’. (Zie ook de film Into the Wild van Sean Penn, een monumentale film over jouw weg als proces met genoemde zin als slotakkoord.)

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

Jouw weg als proces

Inleiding

Weg is een werkwoord. Jouw weg is een proces, het is proceswerk. En dat terwijl jij maar heel weinig doet in dat proceswerk. Jouw weg is onbegrijpelijk en onbeheersbaar en hij is tegelijkertijd gekenmerkt door een natuurlijke orde, waarin elke fase een vast plek heeft binnen het proces en gedeeld wordt met de fasen van de wegen van anderen. Het gaat me in deze bespiegeling van ons geestelijke pad niet om het lineair weergeven en duiden van de opvolging van de verschillende fasen zoals dat bijvoorbeeld in ‘De Tien Plaatjes van de Os’ gebeurt. Het gaat me om het beschrijven van jouw weg, van mijn weg als proces op zo’n wijze dat het evident is dat onze weg volstrekt ondoorgrondelijk en volkomen oncontroleerbaar is. Weg is een werkwoord, maar bovenal een wonder, een groot wonder, in al zijn unieke faseringen.

Er is een koan uit de Denkoroku, ‘De Transmissie van het Licht’, een voor ons verstand onoplosbare kwestie, die voorafgaat aan al onze bespiegelingen van onze weg als proces. Enerzijds drukt de koan de onvermijdelijkheid uit van elke fase waarin mijn proces belandt en de onwrikbaarheid van de opeenvolging van fases. Anderzijds drukt de koan uit dat iets in dit proces zijn gang gaat en zich in elke fase vrijelijk manifesteert – en ik ben het niet!

Hierbij ter inleiding van alle reflecties op onze weg de koan: ‘De vierendertigste Patriarch was Grote Meester Qingyuan Xingsi. Hij oefende in de gemeenschap van Caoxi (van de Zesde Patriarch Huineng). Hij vroeg de Patriach: ‘Wat kan ik doen om niet in een fase te belanden?’ De Patriarch vroeg: ‘Wat heb je tot dusverre gedaan?’ De Meester antwoordde: ‘Ik heb nog geeneens de Heilige Waarheden geprobeerd.’ De Patriarch vroeg: ‘In welke fase zul je eindigen?’ De Meester zei: ‘Als ik nog geeneens de Heilige Waarheden heb geprobeerd, welke fase kan er dan zijn?’ De Partiarch was zeer onder de indruk van zijn vermogen.’ (Keizan Zenji, Denkoroku, kwestie 35 Qingyuan Xingsi (660 – 740))

Bodhicitta, het begin dat geen begin is

Er is een fantastische metafoor voor jouw weg als proces en ook voor het begin van jouw weg, dat in boeddhistische termen bodhicitta wordt genoemd, ‘het verlangen om te ontwaken’. Bodhicitta is een belangrijk begrip binnen het boeddhisme, zelfs belangrijker dan het begrip sambodhi, ‘ontwaken’. Bodhicitta is immers hetgeen waar het allemaal mee begint en zonder bodhicitta is er geen weg. Mijn weg, jouw weg begint met dit verlangen, deze urgentie, juist dat wordt prachtig uitgedrukt in de metafoor van de drie wijzen uit het Oosten die de ster volgen in de woorden van de grote twintigste eeuwse dichter T.S. Eliot:

Journey of the Magi (begin)

Een barre tocht was het wel

Net de slechtste tijd van het jaar

Voor een reis, en zo’n verre reis:

De wegen zompig, het weer gemeen,

Het hartje van de winter.

En de kamelen, ontveld, met zere hoeven, weerspannig,

Gingen liggen in de smeltende sneeuw.

Spijt bekroop ons soms als we dachten

Aan de zomerpaleizen op de hoogten, de terrassen,

En de zijden meisjes die sorbets brachten.

Dan had je het vloeken en morren van de drijvers,

Die de benen namen, hun drank en vrouwen eisten,

En de nachtvuren die uitgingen, het gebrek aan dekking,

En de steden vijandig en de stadjes onvriendelijk

En de dorpen smerig en veel te duur:

Een barre tijd was het wel.

Ten slotte reden we liever de hele nacht door,

Slapend bij rukken,

Met de zingende stemmen in onze oren die zeiden:

Dit is allemaal dwaasheid.

(Vertaling uit het Engels van Bert Voeten)

De drie koningen volgen een intuïtie. Ze volgen een ster. Maar hoe weten ze dat deze, van al die sterren, de ster is die ze moeten volgen? En waarom volgen ze deze ster? Waar leidt deze ster ze heen? Ze hebben er ideeën over, maar niemand kan ze verzekeren dat daar ook maar iets van uitkomt. En dan gaan ze een reis aan, de reis van hun leven, die lang duurt, taai is en vol ongemak. Waarom toch? Wat bezielt ze? Waarvoor zouden ze dit allemaal doen? En toch doen ze het. En toch doe ik het. Ik weet niet waarom, ik weet niet waarvoor, maar ik volg die ster omdat iets in me zegt dat dit het allerbelangrijkste is om te doen in mijn leven. Garanties heb ik niet, antwoorden evenmin, het wordt er ook niet veel gemakkelijker op, maar het volgen van die ster, zonder te weten waar hij mij toe leidt en of het wel de juiste ster is, is het enige dat me te doen staat in dit leven. En dat is het enige dat ik weet.

Er moet een herkenning zijn opdat jij juist deze ster volgt en niet die andere, die een ander volgt. Alleen een boeddha zoekt een boeddha, omdat alleen een boeddha een boeddha herkent. Zo volgt de ster de ster door en in jou. En dit is eigenlijk al begonnen nog voordat jij je realiseerde dat je juist deze ster te volgen had. We beginnen niet met de weg als een proces. De weg begint met ons. Elke stap die we zetten, is een stap die de weg op de weg zet. Het zelf zoekt zichzelf in en door mij, Weg is een werkwoord, maar ik doe niet zoveel, behalve faciliteren en tegenwerken. De weg werkt.

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

De praktijk die niemand ziet: de verwezenlijking van het bodhisattva-ideaal

Het ideaal van de bodhisattva kwam vanaf de tweede eeuw voor Christus tot stand in de grote kloosteruniversiteiten van Centraal en Zuid-Oost Azië, waar men leefde volgens de strikte gedragsregels van het orthodoxe Theravadin boeddhisme. Tussen die beschermende muren en onder deze de geestelijke praktijk ondersteunende leefregels, richtten de monniken en nonnen van de nieuwe revolutionaire stroming van het Grote Voertuig (Mahayana) boeddhisme zich op degene die zijn of haar beoefening binnen de samenleving in praktijk brengt ten behoeve van anderen. Waar de ideale beoefenaar van het Theravadin boeddhisme, het zogenaamde ‘Kleine Voertuig’ is gericht op zijn eigen bevrijding van met name zijn fysieke aandriften, zijn ‘bestaansdorst’ (Sanskriet: trsna), om daarmee een ‘volkomen uitblussing’ van zijn levensvuur te realiseren en nooit meer te worden gereïncarneerd, daar is de bodhisattva als het ideaal van het Mahayana boeddhisme gericht op de terugkeer naar dit ondermaanse bestaan, om daar anderen bij te staan op hun pad naar ontwaken en bevrijding. Tegenover de ‘volkomen uitblussing’ staat in het Grote Voertuig boeddhisme dienstbaarheid; de bodhisattva verkiest de modder van dit aardse bestaan om daarin de ander bij te staan en te dienen.

Nu werkten de bodhisattva’s in de eerste eeuwen van het Mahayana in Centraal en Zuid-Oost Azië de realisatie van dit ideaal binnen de veilige en gecontroleerde oefensituatie van de kloosters uit. Alles was daarin op beoefening gericht. Later in China, bij de Ch’an boeddhisten, werkten de bodhisattva’s als herenboeren op het land en ook hier in gesloten en gecontroleerde gemeenschappen. In Japan mochten de bodhisattva’s trouwen en kinderen krijgen, maar ook hier in de gecontroleerde en op beoefening gerichte situatie van het zen klooster. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw gebeurde er iets waarlijk revolutionairs binnen de vijfentwintighonderd jaar oude boeddhistische tradities: de mensen die de meditatie beoefenen en de heilige teksten lezen wonen niet meer uitsluitend in gesloten, gecontroleerde geestelijke gemeenschappen, maar in gezinssituaties middenin de samenleving, met banen, hypotheken, sociale verplichtingen, maatschappelijke verantwoordelijkheden en zonder ondersteuning van hun praktijk anders dan een wekelijks avondje zen meditatie in de lokale zitgroep, een jaarlijkse retraite en een Boeddhabeeldje op de schouw. Voor die tijd offerden de huisvaders en huismoeders wierook in de familietempel. Meditatie was toen louter en alleen weggelegd voor de spirituele professional, de non en de monnik. Dit veranderde ingrijpend toen de boeddhistische tradities wortel schoten in Westerse grond.

Feitelijk pas sinds 1960 is in Europa en de Verenigde Staten het ideaal van de bodhisattva een realiteit geworden. De bodhisattva in de eenentwintigste eeuw zit thuis daags een half uur op zijn kussen, bankje of stoel, maar brengt het grootste deel van de dag door op zijn werkplek en te midden van de hectiek van de pompende grootstad, waar zijn dagelijkse leven zijn beoefening is. Deze beoefening is erop gericht om telkens weer te ontwaken uit zijn afdwalen in bevangenheid en terug te keren naar zijn lichaam, waar de situatie precies zoals ze is tot uitdrukking komt. Zo keert hij steeds terug naar wat is: deze concrete situatie, dit gelaat van de ander. Die ander is immer eerst. Pas daarna kom ik. De beoefening van de bodhisattva in de samenleving is fundamenteel een oefening in dienstbaarheid. Eerst jij, dan ik. Eerst afstemmen op de situatie zoals ze is en vervolgens tot handelen bewogen worden.

De beoefening in de wereld is een onophoudelijk oefenen in het terugkeren voordat de gedachten optreden en voor de dualistische beweging van ons intentionele bewustzijn naar de situatie zoals ze concreet is, om vervolgens de bewegingen van ons bewustzijn te volgen in zijn bewerken van de realiteit. Aldus kan de bodhisattva werkelijkheid van schijn onderscheiden, hetgeen in het boeddhisme prajna, ‘wijsheid’ wordt genoemd. Zolang ik het onderscheid kan zien tussen wat is en wat ik daarvan maak, kan ik terugkeren naar de ander en de situatie zoals ze is en in dienstbaarheid handelen. Zo praktiseert de bodhisattva midden in de samenleving, in de kantoortuin, de supermarkt, de file of op het perron en groeit hij of zij als een lotus in de modder. Meer dan ooit tevoren zijn we nu in staat het ideaal van de bodhisattva te leven, ten bate van de ander en staande met beide benen in de drek.

De moderne bodhisattva gaat zijn of haar weg in de wereld in stilte en onopgemerkt, anoniem. Niemand herkent hem of haar als zodanig; hij of zij kan een accountant zijn, of een receptionist, een beveiliger, verpleger, schoonmaker, hovenier of een onderwijzer. De moderne bodhisattva maakt zichzelf geenszins kenbaar als meditatie beoefenaar, religieus, spiritueel, lichtwezen, heldervoelende of boeddhist. Hij gaat niet prat op zijn dienstbaarheid en afstemming op de situatie. Hij komt en gaat in stilte en kan elke vorm in het dagelijkse verkeer aannemen.

Met regelmaat komen de moderne bodhisattva’s samen in groepen gelijkgestemden, op gehuurde locaties in pop-up zendo’s, om daar hun ervaringen te delen. Dit is de enige ondersteuning in hun beoefening. Zo zijn ze niet volkomen alleen op hun geestelijk pad en kunnen ze spreken over onzegbare en onvoorstelbare zaken die je eigenlijk alleen in psychiatrische inrichtingen hoort. Na hun samenzijn laten ze de ruimte weer achter zoals ze hem hebben aangetroffen en is het alsof er niets is gebeurd. De bodhisattva’s keren in hun anonimiteit terug en volgen in stilte hun eenzame weg naar huis, naar de plek waar alles samenkomt en waar ze worden bewogen, op en neer, en van de ene kant naar de andere, om vervolgens weer af te dwalen in de landschappen van de geest die ze rond hun ego’s hebben opgetrokken. Ongemerkt zijn ze instrumenten in de handen van alle levende wezens en ongezien dienen ze het belang van anderen moeiteloos. Je zult de bodhisattva niet als zodanig herkennen, maar hij ziet jou, zoals nog niemand je ooit heeft gezien.

Er komt weer een groep met moderne bodhisattva’s samen in het Graalhuis in Utrecht: een nieuwe Zen Cirkel start op maandagavond 20 september, onder leiding van Maurice Genko Knegtel Roshi. Kijk hier voor meer informatie: https://izen.nl/zen-meditatie/.

De gemedicaliseerde samenleving

Er is de laatste halve eeuw iets merkwaardigs aan de hand; zonder dat we er erg in hebben zijn we veranderd in het kijken naar onze gezondheid. We hebben een enorme focus op onze gezondheid terwijl we steeds ouder worden en relatief gezonder zijn. Maar zoals bij alles wat beter wordt, welke prijs betalen we daarvoor? Dat we gezonder worden komt onder meer omdat we beter kunnen categoriseren; denk hierbij aan onder meer het DSM dat ons een beschrijving geeft van soorten psychisch problemen waardoor we ze eerder afgekaderd worden. Maar ook op het fysieke gebied kunnen we veel meer diagnosticeren.

Een prijs die we daarvoor betalen is, dat we angstig zijn om iets over het hoofd te zien en veel meer dan voorheen ons overal op laten onderzoeken. Ongemerkt leveren we daardoor onze vrijheid in en angst gaat als het ware ondergronds.
Kosmisch gezien heeft dit te maken met het verlaten van het zogenaamde vissentijdperk. Dit tijdperk heeft ongeveer 2100 jaar geduurd. Wanneer je teruggaat in de tijd dan weet je dat de tijd die achter ons ligt in teken stond van opoffering en slachtofferschap, een van de eigenschappen van het teken vissen. Het verhaal van Jezus Christus is daar het archetype voor; in het lijdensverhaal offert Christus zijn leven voor de mensheid. Het is dan ook niet toevallig dat het symbool van het christendom het vissen symbool is; je ziet het symbool heden ten dage vaak in de kerk op doopvonten afgebeeld staan.
De donkere middeleeuwen en de twee wereldoorlogen in de vorige eeuw zijn een absoluut dieptepunt in het lijden van het vissentijdperk maar ook pandemieën die door de eeuwen plaatsvonden. Nu het watermantijdperk begint is het de bedoeling om afscheid te nemen van deze grondstemming. Door middel van ons ego bewust te worden dat nu nog heel onbewust werkt, [leeuw het polaire teken van waterman] leren we te kijken naar het groter sociaal geheel en zingeving van wat het ego doet.

Omdat de cultuurperioden zich niet van de ene dag op de andere dag voltrekken, gaat de overgang van het ene teken naar het andere geleidelijk. Vandaar dat niemand precies weet wanneer het exacte moment is. NB dit heeft te maken met de echte grote van de ware dierenriemtekens. Zo is oorspronkelijk het maagden teken erg groot en is het onbewuste teken van het teken vissen (wat weer kleiner is),
Maagd is het onbewuste teken van vissen; dientengevolge werkt het onbewust langer uit. En als een teken onbewust werkt, werkt het altijd wat minder positief uit. Maagd gaat over het medische zorg, bezorgdheid en analyse. Nu bestaat er op dit moment ook een onbewuste behoefte om het ego [leeuw] te kennen omdat we in het watermantijdperk leven, gecombineerd met een grote bezorgdheid over de gezondheid en willen weten waarje aan toe bent. En uitgerekend deze combinatie maakt dat we aan het medicaliseren zijn. Dit zie je momenteel bijvoorbeeld aan de grote testbehoeften op coronabesmetting. In met boek: Vaccineren ja of nee van Daan de Wit, wordt beschreven dat niet iedereen die besmet raakt, ziek wordt, sterker nog; de hele dag komen we in aanraking met allerlei schadelijke virussen die het lichaam geruisloos zelf opruimt zonder dat het lichaam daar verdere verschijnselen van krijgt [immuniteit]. Volgens Dr. Med Johannes Wilkens en Dr. Med Frank Meijer in Corona Natürlich Behandeln zijn virussen belangrijk voor de evolutionaire ontwikkeling van de mens (het houdt ons beweeglijk).

In mijn boek: Ziekte een weg naar bewustwording, probeer ik uit te leggen hoe je naar ziekte kunt kijken. Wanneer je namelijk ziek wordt, bevat deze ziekte altijd een onbewuste boodschap. Een bijzonder boek dat over vele ziekten gaat is van Christine Beerlandt: De sleutel tot zelf-bevrijding Door een bepaalde diagnose op te zoeken kun je vaak op het spoor gezet worden wat je zou kunnen veranderen in je leven. Dit is een andere benadering dan de reguliere medische wetenschap doet. Vaak denken we dat ziekte een straf is, of dat je iets niet goed gedaan hebt. Dit mechanisme van schuld, zit heel diep in de menselijke aard en heeft ook weer te maken met het vissentijdperk.
Het is belangrijk voor de komende tijd om die schuldvraag achter ons te laten, maar ook het gevoel van dat je zomaar getroffen kunt worden door een of andere vreselijke ziekte. Dit gevoel maakt onvrij en veroorzaakt een constante aanmaak van stresshormoon [Cortisol] dat pas echt ongezond is.

Het zou fijn zijn als we ophouden met steeds onze gezondheid te controleren en ons overal door medicaties en vaccins profylactisch te beschermen. Geheel onbewust worden we hier namelijk steeds meer gespannen en onvrij van, wat je nu ook ziet in de samenleving. Besmettingen worden monsters terwijl ze niet bijdragen aan zingeving. Het is een heel moeilijke klus anders te kijken maar een grote opgaaf voor de nieuwe tijd!

Veel BDNF = meer brainpower

Beste lezers,

Jarenlang is ons verteld dat de hersenen na het bereiken van de volwassenheid gedoemd zijn om achteruit te gaan. Het verhaal was dat dit zou komen doordat het aantal hersencellen met het klimmen der jaren alleen maar afneemt. Inmiddels is dit achterhaald en hebben wetenschappers ontdekt dat ons brein plastisch is en nieuwe neuronen kan aanmaken. Zo zie je maar dat wetenschappers er echt naast kunnen zitten! In deze nieuwsbrief bespreken we hoe je het regenereren van je brein kunt ondersteunen.

De laatste jaren zijn wetenschappers tot de ontdekking gekomen dat het brein van mensen over zogenaamde neurotrofische stoffen (neurotrofines) beschikt; stoffen die ervoor zorgen dat hersencellen kunnen overleven en groeien. De bekendste is BDNF, voluit Brain-Derived Neurotrophic Factor, dat vertaald zou kunnen worden als zenuwcelstimulerende factor in het brein. Dit is een eiwit dat werkt als een soort Pokon voor onze hersencellen (ofwel neuronen): het kan zorgen voor de aanmaak van nieuwe hersenencellen, maar ook reeds bestaande zenuwverbindingen versterken (1, 2, 3). Deze aanmaak van nieuwe hersencellen noemen onderzoekers neurogenese (4). Daarnaast gaat deze stof de dood van hersencellen tegen (5). Door BDNF wordt ons brein plastischer en beter in staat om langetermijnherinneringen op te halen (6, 7). Een laag gehalte aan BDNF in het brein wordt in verband gebracht met depressie, het werkt ook nog eens als een mild antidepressivum (8, 9).

Tips die kunnen zorgen voor een toename van BDNF:

Zorg voor minder stress – door regelmatig te mediteren of yoga te beoefenen kan je stress afnemen, wat volgens onderzoekers kan leiden tot een verhoging van het BDNF-niveau (10). Daarnaast melden onderzoekers dat Thai Chi het geheugen en mentale flexibiliteit sterk kan verhogen, door een toename van BDNF (11). Voldoende rust en stressmanagement is in het algemeen cruciaal om de niveaus hoog te houden (12).

Slaap voldoende – een tekort aan slaap wordt ook in verband gebracht met een tekort aan BDNF (13). Wetenschappers wijzen erop dat voldoende slapen direct kan zorgen voor een hoger gehalte in het brein, maar dat de stressverlagende werking van slaap ook overdag kan helpen om de BDNF-niveaus hoog te houden (14).

Gebruik je hersencellen – door veel te leren en nieuwe dingen te doen, kun je zorgen voor een stijging van BDNF in je hersenen (15). Onderzoek toont aan dat Londense taxichauffeurs die zijn geslaagd voor hun examen, een veel grotere hippocampus hebben dan voor hun opleiding (16, 17). Deze hoofdstad van Engeland telt 25.000 straten, die de taxichauffeurs niet alleen uit hun hoofd moeten kennen, ze moeten ook nog eens de kortste route kunnen bedenken. De Londense taxichauffeurs deden er 3 – 4 jaar over om via een scooter de stad uit hun hoofd te leren, wat in scans duidelijk was terug te zien! Mentale training laat een stijging van de cognitie en BDNF zien (18).

Kom in beweging – mensen die stilzitten hebben lagere BDNF-spiegels dan mensen die regelmatig sporten (19). Onderzoekers hebben vastgesteld dat krachttraining, HIT-intervaltraining en intensieve duursport de aanmaak van neurotrofische stoffen sterk ten goede komen (20, 21, 22). Sporten blijkt ook bijzonder gunstig te zijn voor de hersenontwikkeling van adolescenten doordat het zorgt voor een sterke verhoging van BDNF (23).

Wees sociaal – door sociaal contact kan stress afnemen en BDNF toenemen (24). Zoek dus regelmatig je vrienden of familie op. Meer BDNF in het brein kan ook zorgen voor hechtere romantische liefdes (25).

Zorg voor schone lucht – onderzoekers zeggen dat sporten met luchtvervuiling kan zorgen voor een daling van de BDNF (26). Ze ontdekten dat mensen die naast de ring van Antwerpen gaan fietsen geen BDNF aanmaken, maar dat dezelfde mensen het wel aanmaken als ze sporten in een kamer met een luchtreiniger (27).

Eet niet te veel – maat houden en zorgen dat je jezelf niet overeet, kan op termijn zorgen voor behoud van cognitieve functies door toegenomen BDNF (28, 29). Calorie-restrictie kan zinvol zijn, maar ook af en toe vasten kan volgens onderzoekers zeer zinnig zijn (30, 31).

Zoek de zon op – volgens Nederlandse wetenschappers kan blootstelling aan zonlicht ervoor zorgen dat de hoeveelheid BDNF in ons brein toeneemt (32). Ga dus regelmatig even naar buiten. De onderzoekers zeggen ook dat het natuurlijk is dat het BDNF-niveau door het jaar heen wat varieert, al naar gelang de seizoenen. Misschien is dit ook een verklaring voor de winterblues.

Eet en drink hier meer van – koffie, groene thee, donkere chocolade, olijfolie en blauwe bessen kunnen zorgen voor een toename aan BDNF (33, 34, 35, 36, 37, 38, 39). Polyfenolen (actieve plantenstoffen) bevorderen de aanmaak van deze neurotrofine. Het eten van omega 3 in de vorm van EPA en DHA (bv. vette vis) is cruciaal voor het hoog houden van de BDNF-spiegel (40, 41). Ook is het belangrijk om voldoende eiwitten binnen te krijgen (42).

Eet en drink hier minder van – voedsel dat rijk is aan vet en geraffineerde suiker kan zorgen voor verlaging van BDNF, waarmee de hippocampus, de neuroplasticiteit en het leervermogen worden aangetast (43). Ook het drinken van veel alcohol kan het niveau aan BDNF in het brein verlagen (44, 45, 46).

Slik deze supplementen – ook specifieke supplementen kunnen het BDNF-niveau ondersteunen en soms zelfs verhogen. Onderzoekers melden dat omega 3, magnesium, zink, curcumine, L-theanine, quercetine en resveratrol heel interessant kunnen zijn (47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54). Ook N-Acetyl-Cysteïne, een voorloper van glutathion (een sterke antioxidant), kan effectief zijn (55).

Verzorg je darmflora – bacteriën in de darmen kunnen vezels omzetten naar butyraat, een stof die kan zorgen voor een toename van BDNF in het brein (56, 57). Zeer recent onderzoek toont aan dat gunstige bacteriën, bijvoorbeeld via een probioticum, het BDNF-gehalte kunnen laten stijgen (58). Weer meer bewijs voor het krachtige effect van de darmen op het functioneren van ons brein.

Zorg voor een gezond gewicht – het hebben van overgewicht wordt bij zowel kinderen als volwassenen geassocieerd met lage BDNF-niveaus (59, 60). In het verlengde daarvan kan afvallen zorgen voor een verhoging (61).

Breng je hormonen in balans – volgens vele onderzoeken bij dieren is een juiste balans van de hormonen zeer belangrijk voor het handhaven van hoge BDNF-spiegels; dit geldt met name voor progesteron, oestrogeen, melatonine, serotonine en DHEA (62, 63, 64, 65, 66). Vooral geslachtshormonen kunnen een grote invloed uitoefenen op ons gemoed en mentale functioneren (67, 68).

Slotwoord
Je kunt dus daadwerkelijk veel doen om je geheugen en mentale prestaties te behouden en verbeteren. Wellicht staat ons IQ toch niet vast en is ons brein helemaal niet gedoemd om seniel te worden. BDNF staat op het moment enorm bij wetenschappers in de belangstelling. Op Pubmed, de wetenschappelijke onderzoeksdatabase, staan meer dan 27.000 studies die BDNF vermelden. Opvallend is dat er sinds 2017 een flinke stijging is van het aantal BDNF-onderzoeken. Ik ben ervan overtuigd dat er in de toekomst een pilletje ontwikkeld gaat worden dat in staat is om het BDNF-niveau bij mensen in rap tempo te laten stijgen. Gelukkig hebben liefhebbers van gezondheid zo’n pilletje helemaal niet nodig, want de bovenstaande tips zijn niet alleen goed voor de hoeveelheid BDNF in het brein, ze werken allemaal gunstig op je gezondheid in het algemeen!

Naar een nieuwe gezondheidszorg

1. Onze “gezondheidszorg” is in grote problemen. Lazen wij vroeger vooral over sluitingen van ziekenhuizen, ontevreden gezondheidswerkers of de afgang van een staatssecretaris, nu staan de kranten bol van berichten als een steeds duurder wordend gezondheidssysteem, verhoging van de eigen bijdragen, voortdurende bezuinigingen, een steeds ondoorzichtiger wordend systeem, vercommercialisering, lange wachttijden, de onpersoonlijke behandelingen, voorkeursbehandelingen voor de geprivilegieerden, een onbetaalbare technologie, verdwijnen van interesse voor verzorgende beroepen, een steeds machtelozer wordende medische wetenschap en de verdere toename van het aantal chronisch en psychiatrisch zieken. De situatie is reeds een “nationale ramp” genoemd. Het was dan ook niet verbazingwekkend dat er enige tijd geleden suggesties voor een parlementair onderzoek naar het functioneren van de gezondheidszorg zijn geopperd. Het probleem is, dat de huidige gezondheidszorg op de verkeerde fundamenten is gebouwd. Is de richting (ooit) verkeerd gekozen, dan gaat alles op een gegeven moment mis, hoeveel er dan ook nog aan gesleuteld wordt. Op zo’n moment helpt alleen nog een behandeling die de oorzaken aanpakt.

2. Het probleem ligt eenvoudig en is terug te voeren op slechts één enkele hoofdoorzaak. Het is een gevolg van het feit, dat men ongeveer 150 jaar geleden koos voor ziektebestrijding in plaats van gezondheidsbevordering. En zo is het nu nog steeds. De zogenaamde “gezondheidszorg” is geen zorg voor de gezondheid, maar een systeem van symptoombestrijding. Hoe ongelooflijk het ook klinkt, de huidige crisis is het gevolg van een (onuitgesproken) definitie. Het medisch handelen gaat namelijk in de praktijk maar van één uitgangspunt uit: gezondheid als de afwezigheid van klachten en symptomen. Deze staat in schril contrast met de op zichzelf geslaagde (maar zeer „idealistische”) definitie van gezondheid van de WHO: „gezondheid als het welbevinden lichamelijk, geestelijk en sociaal”. Waar in plaats van de mens de technologie centraal staat, is gezondheid niet meer een waarde op zichzelf ten bate van het individu of de gemeenschap, maar is zij ondergeschikt aan economische belangen. „Fit for production” in plaats van „fit for life” (…). Een zorgwekkende ontwikkeling, waarbij ethische grenzen structureel overschreden dreigen te worden.

3. Vooropgesteld, dat wij uiteraard een ieder een goed inkomen gunnen. Wat ik ter discussie wil stellen is niet de individuele werker waarvan ikzelf er ook een ben – maar het systeem. Wij zitten allen gevangen in een systeem, waar wij – ook al zouden wij dit willen – moeilijk of niet onderuit komen. Het cruciale punt is nu, dat wat wij onze gezondheidszorg noemen in feite (onbedoeld) ziektebevorderend is. Een systeem gebaseerd op ziekte(symptoom)- bestrijding heeft belang bij ziekte en niet bij gezondheid. Het inkomen van de arts is immers afhankelijk van het dagelijkse aantal patiënten op zijn spreekuur. Het ziekenhuis wil voortdurend al zijn bedden bezet zien. Het laboratorium wil dagelijks een maximaal aantal bepalingen. De technologische industrie wil een maximale afzet van zijn apparatuur. De farmaceutische industrie en de apothekers willen een optimale verkoop van hun medicijnen, de ziekteonkosten- en pensioenverzekeraars willen optimaal beleggen en verdienen aan de premies van de gewone burger, de politici en burokraten oefenen macht uit, de wetenschappelijke onderzoekers beschermen hun (vaak irrelevante) onderzoek, en alle andere “zorgwerkers” zijn primair – terecht – bezorgd om hun baan. Allen hebben op de eigen wijze – gewild of ongewild – belang bij ziekte. Hoe meer ziekte, des te beter het is voor het systeem. Een systeem dat van ziekte profiteert, is niet (of maar ten dele) geïnteresseerd in gezondheidsbevordering. Dit zou immers tegen de eigen belangen ingaan.

4. Dat het ook anders kan, bewijst de jarenlange praktijk van vele artsen en onderzoekers in vele landen. Evenals in mijn 33 jarige ervaring met zowel acute als chronische ziekte staat hier de gezondheid centraal. Met de gezondheid als uitgangspunt verandert alles op slag. Het menselijk lichaam („bodymind”) blijkt dan een zinvol op overleving gericht organisme te zijn. Het is een geïntegreerd geheel, waarin het laatste meer is dan de som der delen. Voor het overleven is het bovendien doorslaggevend, dat het goed aan de omgeving is aangepast en andersom. Symptomen worden niet meer geduid als “afwijking van de gezonde norm” – zonder die norm verder gedefinieerd te hebben – maar zijn in principe uitingen van strategisch zelfmanagement van het lichaam. In plaats van verschijnselen te isoleren en als zodanig te benaderen, wordt inzicht in de samenhang doorslaggevend voor zinvol medisch handelen en het vinden van de juiste therapie. Nieuwe wetenschappelijke modellen zijn daarbij dringend nodig.

5. Nu is gebleken, dat een gezonde leefstijl op basis van één van die nieuwe wetenschappelijke modellen (medische systeemtheorie), in de praktijk “Stroomsysteem” genoemd, niet alleen leidt tot optimaal functioneren en een blakende gezondheid, maar tevens en indirect talloze stoornissen en ziekten, ook vele chronische, verbetert cq weet te genezen. Het stroomsysteem – als het dynamisch evenwicht tussen opname (voeding, vocht, lucht en gifstoffen), verwerking (vertering, transport, verbranding en assimilatie) en afgifte (ontgifting en uitscheiding) – blijkt de basis van gezondheid te zijn. In plaats van het behandelen van „specifieke” ziekten, worden vrijwel uitsluitend deze basisfuncties geoptimaliseerd. Het is voor iedereen gemakkelijk te begrijpen en in het dagelijks leven toe te passen. Het levert het theoretische en praktische fundament voor zowel preventie, een gezonde leefstijl en therapie. Zelfzorg is hiermee de hoeksteen van de gezondheidszorg geworden. De sleutel tot de gezondheid ligt zo in ieders eigen hand!

6. Voor de gezondheidszorg als geheel betekent dit tevens de uitweg uit de onvruchtbare tegenstelling tussen “regulier” en “alternatief”. Niet in de laatste plaats omdat de laatsten zich in zorgwekkend tempo eveneens in specialistisch-detaillistische richting ontwikkelen. Tot dusver hebben zij geen oplossing aangedragen voor de massale problemen. De indeling van de gezondheidszorg dient daarom vanuit een geheel ander perspectief gemaakt te worden. Ondersteund door onze speciaal opgeleide BasisgezondheidsConsulenten kan ieder individu zijn/haar gezondheid nu grotendeels zelf behartigen. Gezien de beschikbare inzichten en ervaring is hij/zij daartoe – naar individuele mogelijkheid – ten opzichte van zichzelf en de gemeenschap in staat en verplicht. In de gezondheidszorg kan dan gebruik gemaakt worden van reeds bestaande netwerken van zelf- en wederzijdse hulp. De (toekomstige) werkzaamheden van de BasisgezondheidsConsulent bestaan dan uit gezondheidseducatie (“stroomsysteem”), praktische ondersteuning bij gezonde leefstijlprogramma’s, individuele begeleiding – voeding, ontslakking, regeneratie, fitness, emotionele zelfintegratie, milieuvriendelijke huishouding – inclusief de (biologische) basistherapie voor kleine klachten. Dit geheel valt dan nog steeds onder 1) Zelfzorg. Vervolgens zouden de principes van stroomsysteemtherapie, gezonde leefstijl en zelfzorg in het onderwijs (op alle niveaus) geïntegreerd moeten worden.

7. Onze basisgezondheid kunnen we op deze manier zelf behartigen, voor de rest is er dan de professionele hulp. Deze wordt ingedeeld in de 2) Holistische en de 3)Technologische Geneeskunde. Het is logisch, dat we waar mogelijk – in alle gevallen waar er echte verbetering cq reversibele processen mogelijk zijn – eerst de eigen weerstandsverhogende, levensbevorderende therapieën zullen inzetten. Deze hebben hun glorierijke wortels in de traditie van Hippokrates tot Boerhaave, Sydenham, Hufeland en de moderne tijd, artsen die zeer succesvol waren (zijn) in het behandelen van juist die ziekten, die ons heden ten body mind

dage zoveel hoofdbrekens bezorgen. Andere culturen – India, China, de Arabische landen en de Inheemse volken – hebben vergelijkbare tradities. Volgens R.Muller, voormalig directeur van de WHO is de traditionele holistische geneeskunde goed voor het genezen van 70% van de huidige (welvaarts)ziekten. Daarom is het tijd, dat het woord „alternatief” wordt geschrapt. Onder de gemeenschappelijke noemer van Holistische Geneeskunde zijn o.a. natuurgeneeskunst, fytotherapie, homeopathie, huisartsen nieuwe stijl, diëtisten, fysiotherapeuten, vroedvrouwen, orthomoleculair, preventieve en milieu-geneeskunde, antroposofische geneeskunst, acupunctuur, manuele geneeskunde en paranormale genezing de tweede zelfbewuste pijler van de Nieuwe Gezondheidszorg. Zij voorzien bij uitstek in vroegdiagnostiek, voorzorgsgeneeskunde, weerstandsversterking en effectieve behandeling van welvaartsziekten, precies datgene waar het in de reguliere sector aan ontbreekt.

8. Pas wanneer holistische behandeling faalt, kan men terugvallen op het laatste echelon: de Technologische Geneeskunde, het geheel aan farmacologische, chirurgische en technologische methoden. Dat de laatsten hun functie behouden met betrekking tot noodsituaties van allerlei aard: moeilijke bevallingen, ongelukken, eerste hulp, ernstige chronische ziekte, intensive care, ouderdomsziekten en bijvoorbeeld revalidatie, zal duidelijk zijn. Wat echter nuttig kan zijn in laatste fasen van ziekte – symptoomonderdrukking – blijkt vaker erg nadelig tot desastreus in de beginfasen. Ieder dus zijn eigen respectabele rol op zijn eigen plaats! Aldus doende heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden, een in positieve richting wel te verstaan. Het zwaartepunt is daarbij geheel op de Zelfzorg en de Holistische Geneeskunde komen te liggen. De gevolgen zijn te raden: een gezondheid georiënteerde gezondheidszorg – waarbij Nederland de voortrekker voor de gehele Europese Unie kan zijn – met optimale gezondheid en levensvreugde voor iedereen cq het stoppen van de verdere (vaak dramatische) achteruitgang van onze gezondheidstoestand; bewustwording, mondigheid en wederzijdse hulp tussen de mensen onderling; het opheffen van de ongelijkheid tussen de patiënten; een veel grotere werkvoldoening voor de werkers in de zorg; een in verhouding simpele organisatiestructuur; een gigantische kostenverlaging; minder regels en voorschriften; een werkontlasting voor politici en bureaucraten; de aansluiting van gezondheid aan natuur en milieu en een ziekteonkostenverzekering op basis van gedeelde verantwoordelijkheid. Er kan daarbij gekozen worden uit verschillende aantrekkelijke voorstellen voor zowel burger, verzekeraar, bedrijfsleven en overheid. Door optimaal gezond leven, zelf- en wederzijdse hulp, is het terugvallen op de verzekering immers minimaal, waardoor de verzekeringspremie geminimaliseerd kan worden. Wacht daarom niet langer. Alle kennis en ervaring is reeds in huis. Laten we er NU mee beginnen.

Neptunus en de farmaceutische industrie

Als je naar de betekenis van Neptunus kijkt, is dit wel de meest mysterieuze en ongrijpbare planeet die we kennen; niet in de laatste plaats omdat het de hoogste vorm van spiritualiteit en medemenselijkheid in zich draagt en op een lager menselijk niveau niet goed begrepen wordt. Enerzijds is het de planeet die verbonden is met het christendom die naar liefde verwijst, terwijl anderzijds de schaduwkant van slachtofferschap en bedrog deze planeet ook in zijn ban houdt.

Ik had een oom die in zijn tijd als vreemd werd ervaren. Hij was leraar die niet geaccepteerd werd op hogere scholen omdat hij communist was, daarnaast was hij ook astroloog. Als jong volwassene leerde hij me de grondbeginselen van de astrologie en trok (zo noemde men dat toen) mijn horoscoop die ik nog steeds heb. Een van zijn boeiende verhalen ging over Neptunus. Hij zei: ‘Neptunus is een prachtige planeet maar vergeet nooit Wilma, dat de eerste lettergreep van deze planeet Nep is’ en aangezien wij als mensheid nog maar aan het begin van een bewustzijnsproces staan, worden we vaak misleid omdat we de hogere boodschap nog niet kunnen begrijpen’. Aan deze uitspraak moet ik nog regelmatig denken.

Neptunus is ook de planeet die archetypisch verbonden wordt met slachtofferschap, bedrog, volksziekten, besmettingen en daarvan afgeleid de farmaceutische industrie. Toen ik van de week het boek: Corona Impstoffe Rettung oder Risiko? van Clemens G Arvay las, moest ik ongemerkt weer aan de uitspraak van mijn oom denken. Dit boek, dat geen boek is van een complotdenker, maar van een bioloog die je leidt door het in korte tijd uit de grond gestampte vaccins. Zorgelijk is dat de vaccins die men bedacht heeft tegen de corona, een RNA vaccin (genetisch vaccin) is. Na toediening zet het mRNA lichaamscellen aan tot productie van het antigene eiwit om de celkern. NB. de letter m staat voor messenger. MRNA wil dus zeggen dat het een boodschapper is aan het DNA van de mens is. Tot nu toe waren vaccins gericht op het bestrijden van een bacterie/virus, maar dit vaccin dringt dieper in ons leefmilieu om zodoende de aanleg tot immuniteit te beïnvloeden. Vooral Bil en Melinda Gates zijn grote promotors van gen vaccins.
Ook is het zorgelijk dat de vijf fasen waar elk vaccin doorheen moet gaan voordat het goedgekeurd wordt, razendsnel gaat en in de ogen van de schrijver, onzorgvuldig doorlopen is.
Mijn echtgenoot die arts en een pragmatische denker was, vertelde me altijd dat een belangrijk medicijn voor een nieuwe ziekte lange tijd nodig heeft om veilig door alle testfases heen te gaan, juist omdat het op vele verschillende groepen mensen met onderliggende kwalen getest moet worden. Doordat we allemaal gevangen zitten in een stuwende versnelling van de tijd, bestaat het grote gevaar dat wetenschappers te gemakkelijk door al deze vijf fases heengaan. Ik raad de lezer die geïnteresseerd is in dit onderwerp het boek van harte aan om te lezen. [Spiegel: Bestseller Platz 1] Hopelijk wordt het binnenkort in het Nederlands vertaald!

Terug naar Neptunus, de slachtoffers die gevallen zijn door het coronavirus, hebben te maken gehad met de schaduwkant van Neptunus. De farmaceutische industrie wil dit leed nu voorkomen; wat op zichzelf een goede zaak is. Wat daarbij echter opmerkelijk is, is dat grote farmaceutische bedrijven steeds alleen maar de mRNA vaccins naar voren schuiven en virale vaccin min of meer negeren. Ook willen zij hun octrooi/patent niet gezamenlijk delen voor het wereldwijde belang van de mensheid; dit stemt tot nadenken! Samenwerking is in het watermantijdperk een groot goed! Het verfoeilijke neoliberalisme speelt hier denk ik, een grote rol in; ieder voor zich en God voor ons allen…
Ook de Nep van bedrog komt bij mij dan helder in beeld. Als je deze neoliberalistische mentaliteit van de fabrikanten vergelijkt met die van Jonas Edward Salk [1914 –1995] die het polio vaccin begin vorige eeuw ontwikkelde; hij zag af van een patent omdat hij zijn uitvinding zag ‘als een gave aan het volk’, zoals hij het zelf zo mooi zei. Dit lijkt ver weg van het aanpak die nu door de farmaceutische industrie ontwikkeld wordt, waar patenten wereldwijd niet gedeeld worden. Of, zoals ik las in de Volkskrant [27 april 2021], dat er een plan ligt om het overschot van het Astra Seneca vaccin dat hier niet gebruikt is omdat er twijfels waren, naar de arme ontwikkelingslanden te sturen. Wat zorgelijk is in tijden waar de nood hoog lijkt is, dat het middel zomaar eens erger dan de kwaal kan worden juist omdat we nog maar zo weinig weten van de boodschap die het vaccin in de cel van het DNA achterlaat.

Neptunus staat nog tot 2028 in zijn eigen teken vissen en kan ons veel goeds brengen, onder andere medemenselijkheid maar wanneer dit  te weinig wordt gepraktiseerd, ook veel slachtofferschap en bedrog veroorzaken, daarom is het zo belangrijk om kritisch te blijven kijken. In mijn Essay: Ziekte, genezing en immuniteit, beschrijf ik dat de Zwarte Maan die in principe een weigerende/perfectionistische functie heeft in het universum, veel te maken heeft met het opbouwen van de eigen immuniteit, zowel fysiek als psychisch. Het zou zomaar kunnen dat dit Covid-19 virus één van de eerste ziekten van velen zal zijn die ons uitnodigt kritischer te gaan kijken naar de vaagheid en het bedrog van Neptunus. Het onbewuste dierenriemteken maagd, van het teken vissen waar Neptunus nu in staat, nodigt ons uit analytisch en kritisch te kijken!

De onderzoeker Deense arts en onderzoeker Peter C. Gotzsche heeft al enige boeken geschreven over de farmaceutische industrie, onder andere: Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad en Vaccinnaties Uitgever: Lemniscaat

Een boeddhistische kijk op het Ik

Het Ego of het Ik speelt een belangrijke rol op ons spirituele pad. Maar wat is het eigenlijk? En moeten we het Ego op ons geestelijke pad zien kwijt te raken? Hoe zouden we dit Ego of Ik kunnen duiden vanuit de boeddhistische meditatiepraktijk en het boeddhistische gedachtengoed? Ik waag een poging en schuw daarbij onze ‘eigen’ Jungiaanse traditie in het beschouwen van het Ego niet.

Het Ik is een product van ons intentionele bewustzijn. Tegenover het bewustzijn van iets, het object, plaatst ons bewustzijn een actor, het subject. Dit noemen we ‘ik’. ‘Ik’ zie, ‘ik’ hoor, ‘ik’ denk, ‘ik’ loop, et cetera.

Ons zelf-bewustzijn, een andere functie van ons bewustzijn, identificeert ons lichaam-en-geest (de eenheid die men in het boeddhisme namarupa noemt) met een Ik. We wijzen naar ons lichaam en zeggen: ‘Dit ben ik.’

Het Ik of Ego is een gegroeide structuur van voelen, ervaren en handelen op basis van diep ingesleten patronen van karma en onbewuste overlevingsmechanismen.

Het bewustzijn van een Ik hebben we nodig om sattva, de eenheid van lichaam-en-geest (namarupa), door te wereld heen te leiden en te laten overleven. Ons Ik beschermt, behoudt, stuurt, stuurt aan en controleert ons sattva.

Het Ik als stuurman naast de Meester, de kapitein

Als stuurman is ons Ik een van de verlichte kwaliteiten die ons leven dienen. Maar als het Ik onbewust en in onwetendheid functioneert, dan gaat het ondergronds en bestiert het als een guerrilla alle andere verlichte kwaliteiten zoals onze waarneming, onze emoties, onze wil, ons denken en onze intuïtie.

Het Ik wordt als stuurman en controller gevormd in wisselwerking met zijn omgeving. Het voegt zich in de patronen van de vader en van de moeder en in hun eigen patronen die worden doorgetrokken uit generaties daarvoor. Het Ik slijt nieuwe patronen in in een reactie op de omgeving in de eerste drie levensjaren. Aldus ontstaat de samenhangende, psychische structuur die we Ik noemen.

Het Ik stuurt, stuurt aan en controleert op basis van de diep ingesleten patronen (samskara, een van de vijf levenscondities) van karma (invloeden van spreken, denken en handelen). Deze diep ingesleten patronen zijn als een net vervlochten met onze ‘vleesjas’ sattva, ons lichaam-en-geest (namarupa). Ons sattva ligt voor een groot deel vast in onze genen en patronen.

Het Ik is de stuurman die ons door de wereld en de loop van ons eigen leven laat reizen. Bij onvoldoende ego-ontwikkeling staat de stuurman te wiebelig. Het Ik zal eerst moeten worden verstrekt om aan het stuur te gaan staan. Bij te veel ego, verstijft de stuurman en wordt onze gang door de wereld strak en stroperig. De werking van de Meester, degene die nu deze woorden leest, wordt in beide gevallen niet meer gevoeld en daardoor we zijn niet meer afgestemd op onze omgeving en ons eigen bestaan. Het geestelijke pad maakt het Ego losser, meer wendbaar; het Ik is meer bereid zijn juiste plek in te nemen, namelijk die van stuurman naast de Meester, de kapitein van het schip.

Het Ik als centrum, of zonder centrum

Als sattva draait rond een hard centrum dat we Ik noemen en als het dit solide centrum dient, dan is er geen ruimte meer voor het vrije functioneren van sattva binnen zijn gegeven patronen. Dit is duhkha, de eerste edele waarheid van het boeddhisme, ons leven stokt.

Maar als sattva geen centrum heeft, dan is het wat het in wezen is: deze unieke vorm van bodhi, de ongeboren, onbeperkte aanwezigheid. Als het Ik deze onbeperkte aanwezigheid dient als een instrument naast alle andere instrumenten (waarnemen, emoties, wil, denken, intuïtie), dan is er alle ruimte voor het functioneren van sattva binnen zijn gegeven patronen. Dit is de enige concrete vorm van bevrijding (nirvana, ‘de onverstoorbare vrijheid van geest’) die ik ken. Dit is een bevrijding van het Ik, maar niet zonder het Ik.

De diep ingesleten patronen en het Ik als stuurman en controller zijn als de rails en de machinist waarmee de trein, de bodhisattva, zich in de wereld begeeft. Het onbeperkt aanwezige heeft precies deze beperkte vorm en beperkte actieradius om zich in de wereld tot uitdrukking te brengen. Dit is de betekenis van de bodhisattva.

De bevrijding van het Ik (nirvana) is niet het verlies van het Ik, maar de herinnering van de natuurlijke orde (sangha), waarin het Ik vrij functioneert in de onbeperkte, verlichte aanwezigheid van bodhi, jouw aanwezigheid.

Wordt het Ik gezien als centrum, dan staat het ware Zelf, de Meester die nu deze woorden leest, ten dienste van het Ik. Wordt het ware Zelf gezien als basis, dan staat het Ik ten dienste van het ware Zelf, zoals de stuurman de kapitein dient.

Het Ik dient de Meester, maar als de Meester niet in beeld is (niet wordt herkend en herinnerd), dan dient het Ik alleen zichzelf (egoïsme) en dienen alle andere verlichte kwaliteiten (waarnemen, emoties, wil, denken, intuïtie) alleen het Ego (egocentrisme).

Echter, als ik naar het Ik ga zoeken, dan kan ik het nergens vinden. Als ik dichtbij mijn aan den lijve ervaren blijf, dan ervaar ik dat het Ik telkens te laat is. Wat ervaren wordt is al voorbij, de ander en het andere zijn al binnen, nog voordat ik ‘Ik’ kan zeggen. Dit is de betekenis van Boeddha’s anatmavada, het onderricht van de zelveloosheid: er is een zelf, maar dit zelf is zelveloos. Het bestaat als een beeld in de spiegel. Het is er, maar je kunt het nergens vinden.

 

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen weekend op 12 en 13 juni aanstaande in het Graalhuis te Utrecht met als thema ‘Tussen zien en doen’. Voor meer informatie en opgave, klik hier: https://izen.nl/zen-meditatie/

Beperkingen hebben altijd gelijk

Deze week kwam mij opeens helder voor ogen dat als je beperkende regels invoert op welk gebied dan ook, dat je eigenlijk altijd gelijk krijgt; hoe legitiem of onzinnig de regels ook zijn. Het is de kracht van de beperkingen die dit veroorzaken.; je weet namelijk nooit hoe het zou zijn verlopen als je ze niet had bepaald Ik filosofeerde eens over alle geboden die een mens zoal tegenkomt in zijn leven. De Bijbel, met name het oude testament,staat er vol mee, in de bewoording: Gij zult niet… Deze uitspraak valt onder de archetypische werking van Saturnus.

Wat ik me bedacht is, dat angst vaak een aangelegenheid is van de gewaarwordingsziel van iemand; je hoort of ziet wat en de angst slaat toe. Wanneer de gewaarwording sterk is, ligt de intuïtie automatisch in het onbewuste en werkt minder goed[Elementenleer C.G. Jung]. De intuïtie is nauw verbonden met de vrije wil van de mens en omdat de gewaarwording dominant is bij angst, zal de intuïtie min of meer lamgelegd worden. Je durft geen risico’s meer te nemen. Risico nemen is als het ware het voertuig naar de vrije wil. Wanneer risico’s te veel worden ingedamd dan gaat dit altijd ten koste van ontwikkelingsweg van de mens. Ik wil een vrij eenvoudig en abstract voorbeeld geven.

Stel ik ben panisch voor muizen en heb besloten mijn huis voor dit gespuis te beschermen. Alle gaatjes en kieren worden opgevuld en profylactisch strooi ik muizengif en zet klemmen. Ramen en deuren worden zoveel mogelijk dichtgehouden, kortom allerlei maatregelen die je maar kunt bedenken zet ik in, en vervolgens gebeurt er dus niets. Ik ben tevreden want de beperkende maatregelen hebben volgens mij gewerkt! Maar ik ben nog niet écht tevreden immers de angst blijft knagen ik wil weten hoe het staat met de muizenpopulatie in mijn buurt of er niet ergens een muizenplaag heerst in onze buurt. En wat ontdek ik? Ja hoor, het is nog veel erger nog dan ik dacht, er is zelfs een rattenplaag in mijn geliefde supermarkt. Een rat is het veelvuldige van de griezeligheid van een muis en ook nog agressiever en bovendien een ziekteverwekker! Maar wat ben ik trots op mezelf dat ik in ieder geval voorzorgmaatregelen heb genomen. Ik vertel vol trots aan mijn buren dat ik de muizen/ratten pandemie echt de baas ben gebleven door mijn vroegtijdige maatregelen. Maar wat heb ik mezelf onthouden? Op facebook zie ik een filmpje langskomen dat enige duizenden keren geliket is, waar een klein muisje in een soort dierengesprek is met zijn aartsvijand de kat. Heel vertederend allemaal. Ik begin zo waar van het muisje te houden. Toch is het maar een filmpje, ik heb het niet zelf ervaren… Daarom blijft de angst voor de muis bestaan en ga ik over tot de orde van de dag. Kern van het verhaal: wanneer je de ervaring,  – in dit geval, de angst niet echt onder ogen ziet-, neemt de angst toe en los je niets écht op.

Onze samenleving is de laatste halve eeuw sterk gericht op het voorkomen van allerlei slechte angstige scenario’s waardoor we steeds minder zelfredzaam zijn geworden. Denk aan de antibiotica die veelvuldig werd gegeven bij een griepje, de laatste decennia. Er is een uitspraak die zegt: alles wat je aandacht geeftgroeit, dus ook angsten. Weerstanden horen nu eenmaal bij het leven, maar we wensen onbewust geen weerstand meer tegen te komen en leggen onze natuurlijke intuïtie lam.

Nu zal de lezer wellicht denken; maar horen angsten niet bij het gevoel? Dat is gedeeltelijk ook zo, maar in de moderne tijd toch meer bij de waarneming. Het bijzondere van deze tijd is namelijk dat we in een omschakelingperiode zitten. Globaal kun je zeggen: angsten horen bij Saturnus, Saturnus staat in zijn eigen teken in steenbok, een aarde/gewaarwordingsteken, waar vorig jaar de grote conjunctie tussen Saturnus en Pluto IN plaatsvond. Het onbewuste teken van steenbok is kreeft en dat is een gevoelsteken. Maar Saturnus staat in waterman, – het tijdperk waar we nu net in leven-,  óók in zijn eigen teken en daar is leeuw het onbewuste teken van. Leeuw is een vuurteken en het teken van intuïtie in de eigen persoonlijkheid, de vrije wil. Het is dan ook zo, dat nu we in het watermantijdperk terecht zijn gekomen, we uitgedaagd worden bewuster naar onze angsten te kijken en ze niet weg te stoppen maar op zoek moeten gaan naar de zingeving van wat we op onze levensweg tegenkomen. Opgelegde beperkingen werken niet omdat de intuïtie lamgelegd wordt.

Teruggekoppeld naar de corona pandemie van nu: Een van de vragen daarbij is: waarom doen we eigenlijk niets aan het feit dat we onze aarde uitgebuit hebben en de lucht totaal verziekt is, terwijl de farmaceutische lobby’s over elkaar heen tuimelen om winst te maken uit het afkopen van onze angsten? De muis die speelt met de kat, of de kat die speelt met de muis? Wanneer je alleen maar risico vermijdend bezig bent, zal je er niet snel achter komen hoe sterk jezelf eigenlijk wel bent. Je dankt de beperkende maatregelen dat ze je behoed hebben voor al de dreigende gevaren, maar je krijgt ongemerkt steeds minder inzicht in wat jezelf kunt!

Zie hier de website van Wilma.

Op zoek naar vrijheid door Tom Maas

Als een neuroloog zegt dat ons brein al ons doen en laten bepaalt, bekruipt  mij een Droste-gevoel. Want zo’n uitspraak is dus ook bepaald door zijn brein. Waar kan ik dan ooit de eerste oorzaak vinden die mij aanzette tot het typen van deze tekst? Ook bekruipt mij het onaangename gevoel dat tussen al die oorzaken en gevolgen geen vrijheid meer is te vinden.
Er zijn twee ontsnappingsroutes. De eerste is tegen de neuroloog zeggen dat die terug moet in zijn hok– hij heeft verstand van hersenen maar niet van filosofie en kennistheorie. De tweede is onderzoeken hoe vrijheid zich verhoudt tot oorzaak en gevolg. Dat onderzoek heeft de Leidse filosoof Gerard Visser voor ons gedaan in zijn boek ‘Oorsprong & vrijheid – en ik werd die ik was gebleven’.[1] Zijn bevindingen graven diep, zoals een filosoof betaamt; ik zal proberen ze in eigen woorden door te geven.

Wij kunnen bijna niet meer denken buiten kaders van oorzaak en gevolg. Iets komt toch niet zomaar uit de lucht vallen? Tegelijk, en dat maakt het natuurlijk fascinerend, doen wij alsof we alle vrijheid van de wereld hebben; of daar minstens recht op hebben. Meer dan ooit eisen we mateloos vrijheid op voor onszelf, en zien die hoogstens begrensd omdat we anderen niet behoren te schaden. Als we dat van dichterbij bekijken, schuilt daar meestal toch nog het mechanistisch wereldbeeld achter van oorzaak en gevolg, alleen in geïndividualiseerde vorm. Het individu is de verantwoordelijke veroorzaker van zijn eigen lief en leed. Uitzondering vormen natuurrampen en andere omstandigheden die leed berokkenen. Die vinden we dan ook onrechtvaardig, onverdiend –ze treden buiten de orde die wij veronderstellen.

Vele oorzaken
Aristoteles zag het in groter perspectief. In zijn visie kent elke beweging weliswaar een bron waaruit die beweging voortkomt, dus een ‘werkoorzaak’, maar ook een doel dat aantrekkingskracht uitoefent zodat de ontwikkeling in een bepaalde richting gaat, een ‘doeloorzaak’. Het zaadje wordt een boom en niet iets willekeurigs. Je zou wat mensen betreft kunnen zeggen: wat is vrijheid waard als er niets aantrekkelijks is om voor te leven?
Als wij iets maken, en misschien geldt dat tot op zekere hoogte ook wel voor het ‘maken’ van ons leven, ziet Aristoteles vier ‘oorzaken’ die meespelen – heel wat meer dan ons eendimensionale oorzaak-gevolg. De maker is de ‘werkoorzaak’ die iets in gang zet. En waar het maaksel voor dient, het doel, is de ‘doeloorzaak’. Maar er is ook materiaal nodig, want zonder materiaal is immers niets mogelijk. Het materiaal is de ‘stofoorzaak: de aard van het materiaal bepaalt mede wat en hoe iets wordt. Bovendien is er een vorm nodig; we kneden de klei net zo lang tot er een vorm uit komt die ons doel kan dienen. Ook hier geldt: zonder vorm is er niets en de idee van de vorm bepaalt mede wat en hoe iets wordt. Dat is de ‘vormoorzaak’.
Vrijheid is in deze voorstelling van zaken dus een samenspel van allerlei factoren. Als ons voornemen, het materiaal, de vorm en het resultaat samensmelten, valt er – voor dat moment – niets meer te wensen. Dan zijn wij vrij.

Maar hoe voelt het?
Tot zover de theorie. Maar voelen wij ons ook inderdaad vrij? Gerard Visser schrijft: “Vrijheid van keuze hoeft helemaal niet vrij te zijn. Ieder kent de ervaring dat je jezelf vrij en in je element voelt, tot je voor een keuze komt te staan. Het huidige leven raakt verstopt van keuzemomenten waar niemand om vraagt.” Daarmee komt iets heel nieuws in het vizier, naast de oorzaken die Aristoteles onderscheidde. Er speelt ook een innerlijke noodzaak mee om iets te doen of te laten – intuïtie, gevoel en het existentiële besef van wat ons eigen leven zin geeft, zijn minstens zo bepalend. Dus niet alleen de verhouding met de buitenwereld maar ook die met ons zelf bepaalt onze vrijheid.
Met die notie zijn we van Aristoteles pardoes beland in de negentiende eeuw. Visser haalt in zijn boekje Schelling aan die beschrijft hoe misplaatst wij ons soms kunnen voelen; alsof we vervreemd zijn van onszelf, weggedreven uit het centrum van onszelf, en hoe we tegelijkertijd terugverlangen naar dat centrum en we er door aangetrokken worden. We willen onszelf worden, zoals de paradox luidt – alsof we ooit iets anders dan onszelf kunnen zijn. Na Schelling kwam de radicalere Nietzsche. Die komt uit op het punt dat werkelijke vrijheid alleen is weggelegd voor wie de totale verantwoordelijkheid voor zichzelf neemt. De eigenlijke vrijheid is die van het spontane spelende kind. En op latere leeftijd, als wij kunnen reflecteren op ons leven, is het volledig aanvaarden van ons lot de voorwaarde voor vrijheid. Het kunnen laten gebeuren, zoals Gerard Visser het noemt, dat is de kern van vrijheid.

Een tussenstap: redelijkheid
Dat negentiende-eeuwse inzicht was voorafgegaan door filosofen die weliswaar ook oog hadden voor individuele aspecten van vrijheid maar zich vooralsnog meer door hun verstand dan door hun gevoel lieten leiden, zoals Kant. Ook Kant keerde de blik naar binnen, maar deed dat in zekere zin nog met de rationaliteit die opgeld deed sinds Descartes – ‘ik denk dus ik ben’– en de Verlichting. Bij Kant speelt het geweten een belangrijke rol. Maar zijn benadering is niet gericht op intuïtie en gevoel maar op redelijkheid en goede wil. We moeten de stem van het geweten volgen en tegelijk de algemene ‘zedelijkheid’ dienen – zeg maar, de maatschappelijke orde. Wat we voor onszelf als uitgangspunt nemen, als norm of rechtvaardiging, dat zou zó moeten zijn dat het ook een algemene norm zou kunnen zijn. In deze visie komt het ethische facet van vrijheid sterk naar voren.

Drie sferen van vrijheid
Zo zijn drie sferen ontstaan waarin vrijheid aan de orde is, op steeds een andere manier. De natuurkundige sfeer waarin oorzaak en gevolg overheerst. Die herkennen we in het recht op en neer interpreteren van hersenfuncties. De spanning daarin zit tussen determinisme en keuzevrijheid. Daarnaast is er de ethische sfeer waarin het normatieve overheerst. De spanning daarin zit tussen mijn vrijheid – mijn geweten en goede wil – en het algemeen welbevinden. De derde sfeer is de existentiële, de sfeer van innerlijke vrijheid waarin beleving en zelfbepaling overheersen, en waar je ook religieuze overtuigingen onder kunt scharen. De spanning daarin zit tussen het kenbare en intuïtieve, tussen het objectieve en subjectieve.
Gerard Visser constateert dat momenteel in elk van die sferen een debat over vrijheid aan de orde is, maar dat er nauwelijks uitwisseling is. Ze zitten in zichzelf gevangen.

De betekenis van ‘mogelijkheid’
De uitweg uit die gevangenschap is wellicht te vinden als we bedenken dat er aan deze hele discussie nog iets vooraf gaat. Bij alle drie de sferen is essentieel dat iets mogelijk is. Dat er mogelijkheden zijn – dat lijkt zo’n open deur dat je er eerst niet bij stilstaat. Maar dat er zoiets bestaat als ‘mogelijkheid’, is heel fundamenteel. Er is speelruimte om vraagtekens te zetten, bijvoorbeeld bij de rol van het brein, maar net zo goed bij de zin van ons leven, of waar we nu eens trek in hebben. De mogelijkheid noemde de filosoof Kierkegaard ‘de zwaarste van alle categorieën’. Gerard Visser noemt het ‘de werkelijkheid van de vrijheid’. Voor Aristoteles was vrijheid gelegen in kennis van de mogelijkheden, na Descartes is vrijheid de macht van het planmatig verwerkelijken van mogelijkheden, voor Kierkegaard tenslotte is vrijheid ‘de mogelijkheid tot mogelijkheden’. Het is met die gedachtensprong alsof je ineens een luik opent en ziet dat deze hele discussie over vrijheid in het luchtledige zweeft boven een grenzeloze ruimte. Een nog onbepaalde leegte maar dan wel vol potentie. Wat is er al niet mogelijk?! Ongetwijfeld meer dan we weten. Het onkenbare dient zich hier aan; ook die categorie speelt mee bij vrijheid.

“Vrijheid manifesteert zich dan niet pas in kennis of het planmatig verwerkelijken, maar in het kunnen openbreken en vernieuwen van mogelijkheden”, vat Gerard Visser het samen. Die formulering suggereert dat wij actief en doelgericht moeten zijn: breek open! vernieuw! Het tegendeel is echter het geval. Om toegang te krijgen tot het nog ongekende en onbepaalde moeten wij juist zoveel als kan al onze kennis en bepaaldheden loslaten – al onze vooringenomen standpunten, opvattingen, ideeën enzovoort. Het mogelijke dient zich alleen aan als wij openstaan. Openstaan voor wat zich aandient, voor wat zich als mogelijkheid zou kunnen verwerkelijken. Vrijheid is dan ‘het kunnen laten gebeuren’.

Daarmee zijn we op een punt gekomen dat diametraal ligt tegenover onze huidige manier van leven. Ons leven is grotendeels wat de filosoof Heidegger noemt ‘het opvorderen’ van de dingen en de mogelijkheden. Daar is een mooi actueel voorbeeld van: zelfs als we erkennen dat we als mensensoort wel erg overheersend zijn geworden en we daardoor leven in het antropoceen, een tijdperk waarin de mens door zijn optreden het klimaat en alle aardse leven uit balans brengt, dan nog is onze eerste reactie: daar moeten we snel iets aan doen, we moeten hoognodig ingrijpen! [2] Het tegenovergestelde dus van even tot rust komen, ons oor te luisteren leggen bij de aarde en openstaan voor … ja, voor wat? Voor het geheim van het opene. Het kan alleen maar zo getypeerd worden, als geheim of als leegte, als nog ongekende mogelijkheid, omdat elke invulling vooraf méér is van hetzelfde antropoceen. Een andere manier van leven dient zich alleen aan als er ruimte voor wordt vrijgemaakt.

Een spirituele dimensie
Op dit punt krijgt een nieuwe dimensie vorm in het betoog. Het begon met Aristoteles die benoemde hoe vorm en doel bepalend zijn voor een ontwikkeling. Het doeloorzakelijke perspectief. Daarna kwam bij Descartes het accent te liggen op de rationaliteit van oorzaak en gevolg. Sindsdien, zou je kunnen zeggen, is de wereld en alle leven materie die bewerkt kan worden. Dat is het werkoorzakelijke perspectief. Vervolgens kwam de binnenwereld aan de orde; we willen ons vrij voelen. Met Nietzsche kwamen het belang van spontaneïteit en innerlijke roerselen aan de orde. Dat is het existentiële perspectief.  Kierkegaard tenslotte opende een luik naar een geheel nieuwe dimensie. Die is hierboven getypeerd als ‘het kunnen laten gebeuren’.  Deze dimensie kun je het spirituele perspectief noemen omdat het onkenbare hierin een veel grotere rol speelt dan bij de overige perspectieven. Het is de leegte die vol potentie is. Denk bijvoorbeeld aan wat Lao Tse 2500 jaar geleden al schreef in de Tao Te Tsjing: “Maak gebeeldhouwde deuren en ramen, maar het nut van de kamer is zijn leegte.” En: “De grootste openbaring is de stilte.”
Gerard Visser maakt gewag van “bezielde leegte” en voegt daaraan toe: “Is vrijheid niet oorspronkelijk een zaak van de ziel?”

Dus…
Je bent vrij als je je in je element voelt, schrijft Gerard Visser. En dat kan gelden voor alles in het universum. Het is een mooie uitdrukking die op poëtische manier alle dimensies van vrijheid met elkaar verbindt. Het kind dat zich door een spel laat meevoeren – het elementaire daarvan, het stoffelijke, het mogelijke, het bezielde dat op een bepaalde manier al voorbeschikt is maar toch pas écht is als het ook gerealiseerd wordt. Dat wordt ook uitgedrukt in de ondertitel van zijn boekje “en ik werd die ik was gebleven”. Dat is een citaat uit het gedicht De soldaat en de zee van Martinus Nijhoff:
Geleidelijk bracht de brug
van het leven over het leven
mij naar mijn oorsprong terug
en ik werd die ik was gebleven.

Neurologen mogen dan kijken welke hersengebieden daarbij oplichten

Met toestemming overgenomen van https://www.tpmmaas.nl/