…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Archive for the ‘Artikel’ Category

Van de donkere spiegel van samenzweringsmythes naar hoop

Een donkere spiegel toont je gelaatstrekken die je liever niet onder ogen wilt zien. Je kijkt naar het weerzinwekkende gezicht voor je, een karikatuur van alles wat verachtelijk is, om vervolgens vol afschuw te beseffen dat het geen portret is maar je spiegelbeeld.

De politieke nederlaag van Donald Trump bij de verkiezingen van 2020 markeert een keerpunt voor de quasi-politieke beweging die losjes gegroepeerd is rond de samenzweringsmythe van QAnon en, meer in het algemeen, rond Trump zelf. En omdat Trump en QAnon een donkere spiegel waren voor de hele samenleving, is het ook een keerpunt voor ons allemaal.

Voor degenen die er niet bekend mee zijn: de QAnon beweging kwam op aan het begin van Trumps presidentschap, toen een mysterieus persoon, die zich Q noemde en beweerde een insider van de regering te zijn, cryptische berichten begon te posten op internetplatforms, met name 8Chan. Die berichten bevatten aanwijzingen en claims dat Donald Trump bezig was een briljant plan ten uitvoer te brengen om zijn vijanden te verslaan, de Deep State te ontmantelen en Amerika weer groots te maken. De mantra die de volgelingen (we noemen hen ‘QAnons’) moest sterken in hun geloof, luidde ‘Vertrouw op het plan’. Hoe slecht het er ook uitzag voor Trump, de overwinning was nabij.

Vertaler: zie voor QAnon in Nederland: deze link

Op dit moment (eind november 2020) zou je denken dat de QAnons geen andere keus hebben dan hun geloof op te geven. Maar dat gebeurt niet. Rechtse alternatieve media verspreiden nog steeds wanhopige theorieën over hoe Trumps schijnbare nederlaag een briljante truc zou zijn om alsnog zijn slag te slaan. Nadat hij is afgetreden, zelfs als hij in de gevangenis zou belanden, zal de mythe slechts een andere vorm aannemen, aangezien ze slechts een uitvloeisel is van een veel omvangrijker en oude mythologie, die wordt aangedreven door onderdrukte sociale en psychologische krachten.

Hetzelfde geldt voor het Trumpisme in het algemeen. Het is dus belangrijk om in deze donkere spiegel te kijken en te zien wat er verborgen wordt. Anders resten ons slechts twee akelige opties, de een nog vervelender dan de ander: (1) Binnen enkele jaren zal er een nieuwe en geduchte demagoog opstaan die deze onderdrukte krachten zal laten uitmonden in een fascistische coup. (2) Een neoliberale corporatocratie zal onder de mantel van progressieve waarden de bevoegdheden van toezicht, censuur en controle die ze inmiddels heeft verworven, consolideren om een techno-totalitaire staat te vestigen en daarmee die krachten voorgoed onderdrukken.

Vertaler: De Corporatocratie is een groep individuen die de grootste vennootschappen ter wereld bestuurt.

Volgens mij is er een andere optie, die mogelijk wordt als we bereid zijn in de spiegel kijken en hierboven genoemde onderdrukte krachten bij de bron aanpakken. Genezen in plaats van bestrijden is daarbij het devies. Ik noem het de mooiere wereld waarvan we in ons hart weten dat die mogelijk is.

Een troostrijke mythologie

Dat de nederlaag van Trump voor veel mensen aanleiding was om feest te vieren, is heel begrijpelijk: hij is immers de man die immigrantenkinderen liet weghalen bij hun ouders, die Rusland en China onnodig provoceerde, die racistische tendensen aanwakkerde, die groen licht gaf voor verdergaande aantasting van het milieu, die aanstuurde op machtsovername in Venezuela en Bolivia en ga zo maar door.

Aan de andere kant wemelt het in de aantredende regering Biden van Wall Street-insiders, neoconservatieve oorlogshaviken, ambtenaren van inlichtingendiensten, bestuurders van industriële gevangeniscomplexen en vertegenwoordigers van Big Pharma, Big Data en zowat Big Alles. Joe Biden noch de Democratische Partij zijn al heel lang uitgesproken en daadkrachtige voorvechters van raciale gelijkheid, milieubescherming, economische rechtvaardigheid en wereldvrede. Biden zelf sympathiseerde aan het begin van zijn carrière met uitgesproken racisten en was een belangrijke architect van het beleid dat ertoe leidde dat inmiddels meer dan twee miljoen Amerikanen in de gevangenis zitten. Ook is hij een consequente voorstander van de buitenlandse oorlogen die Amerika voerde en heeft hij Wall Street allerlei gunsten bewezen. Wie denkt dat er veel zal verbeteren nu de slechteriken weg zijn en de goeden aan de macht, staat een onaangename verrassing te wachten.

Het zou prettig zijn als er buiten Donald Trump, de slechte mensen die met hem samenwerkten en de onwetenden die hem steunden, niets mis was met Amerika. Als dat zo was, konden we opgelucht ademhalen omdat met deze verkiezing een overwinning op het kwaad zou zijn behaald.

De ironie wil dat de ideologie van QAnon een doorgeschoten versie van dezelfde gedachtegang is. Volgens die ideologie is een groep duivelse individuen verantwoordelijk voor het kwaad in de wereld en kan dat kwaad ongedaan worden gemaakt door die groep te verwijderen. Volgens de mythologie van QAnon is de aanstichter van het kwaad, de Deep State, een elitaire kliek die is geïnfiltreerd in de regering, bedrijven, banken en andere instituties. En de kampioen van het goede is Donald Trump, die met bovenmenselijke subtiliteit, vooruitziende blik en behendigheid bezig is een schaakspel in 4D te spelen.

Vertaler: ‘Trump speelt 4D Chess’ is een uitdrukking die werd gebruikt door aanhangers van de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump in 2016, waarbij zij speculeerden dat zijn campagne geavanceerde politieke strategieën gebruikte om de nieuwsmedia te manipuleren.

De mythologie van QAnon biedt drie vormen van ‘troost’. Ten eerste verlicht ze in een tijd van maatschappelijke en economische rampspoed de pijn van de onzekerheid door de wereld begrijpelijk te maken. Ten tweede ontslaat ze haar aanhangers van medeverantwoordelijkheid aan het probleem (door niet schuld geven aan de heersende systemen, want dan zou vrijwel iedereen tot op zekere hoogte verantwoording dragen). Ten derde biedt ze een held, een redder, een goede vader, die de zaken recht zal zetten en op wie iedereen zijn eigen onvervulde droom van grootsheid kan projecteren.

Het is verleidelijk om goed of kwaad te personifiëren en toe te schrijven aan de persoon die het meest opvallend figureert in de drama’s die ons worden voorgeschoteld. De ene partij verbindt zich op precies dezelfde manier aan Donald Trump als de andere aan George Soros en Bill Gates. Door het kwaad te personifiëren weet je op z’n minst in theorie hoe de wereldproblemen kunnen worden opgelost. Er is immers iemand die vernietigd, verslagen of uitgeschakeld of het zwijgen opgelegd moet worden. Probleem opgelost. Dit standaard Hollywood-filmscript leent zich ook voor oorlogen en, zo lijkt het, voor een groot deel van het huidige politieke discours.

Ik ben gevraagd om me publiekelijk uit te spreken tegen QAnon. Mijn antwoord daarop is dat ik niet met de vinger wil wijzen. Door aan te geven wie vriend en wie vijand is, reduceer je de ander tot vijand. Ik ga geen partij kiezen in deze cultuuroorlog. Niet omdat ik denk dat beide kanten gelijk hebben of dat alle standpunten even waar zijn, maar omdat (1) ik geloof dat de blinde vlekken die beide partijen parten spelen, belangrijker en gevaarlijker zijn dan hun onderlinge meningsverschillen, en omdat (2) achter het conflict een verborgen eenheid schuil gaat die zich zal manifesteren als beide partijen vanuit nederigheid proberen de andere te begrijpen.

QAnon heeft in de context van het Trumpiaans neofascisme en systemisch racisme aanzienlijke schade toegebracht aan de levens van mensen en aan de natie. Maar door QAnon en haar volgelingen te reduceren tot niets meer dan dat, zouden we dezelfde fout maken – en daar op ongeveer dezelfde manier troost uit putten – als QAnon zelf, door een complexe situatie te simplificeren tot een drama van goed tegenover kwaad. Daarmee zouden we afzien van werkelijk begrip ten gunste van een verhaal dat de wereld verdeelt in goeden en slechteriken.

Daniel Schmactenberger verwoordt het uitstekend als hij zegt: ‘Als je wordt geplaagd door een combinatie van verontwaardiging, angst en emotie en je gesterkt voelt door een krachtig geformuleerde vijand-hypothese, dan ben je in de ban van iemand anders narratieve oorlogvoering terwijl je denkt dat het je het zelf heb bedacht.’ Zijn advies aan ons is om een bezoek aan het terrein van de vijand te brengen om te ontdekken hoe de wereld er van daar af uitziet.

Welke opponent van QAnon vraagt zich af: ‘Welke verborgen waarheid gaat er schuil achter het verschijnsel? Welke waarheid ligt aan de mythologie van QAnon ten grondslag?’ In een eerder essay heb ik enkele waarheden op een rijtje gezet die ten grondslag liggen aan de samenzweringsmythe van de Nieuwe Wereldorde (waarvan QAnon een variant is). Zo zou de wereld bestuurd worden door een niet-menselijke macht waarvan degenen die we leiders noemen, slechts marionetten zijn en hebben gevestigde autoriteiten ons vertrouwen beschaamd. Daarin schreef ik ook:

De samenzweringsmythe belichaamt het besef van een diepe kloof tussen de publieke standpunten van onze leiders en hun ware motivaties en plannen. Ze getuigt van een politieke cultuur die ondoorzichtig is voor de gewone burger, een wereld van geheimhouding, imago, PR, twist, onwaarheden, beïnvloeding, en informatieoorlogvoering.

Geen wonder dat mensen het gevoel hebben dat er zich achter de coulissen iets heel anders afspeelt. Dat QAnon bol staat van islamofobie, racisme en andere vormen van onverdraagzaamheid, doet niets af aan de geldigheid van deze fundamentele aannamen. Het illustreert echter de tragiek van het fenomeen QAnon, waardoor een authentieke populistische opstand wordt afgewend en vervangen door vage dromen en scherpe scheidslijnen. Dat is ook deels de tragedie van Donald Trump. Veel van wat ik over QAnon beweer, is van toepassing op het Trumpisme in het algemeen.

De simpele verklaring voor het feit dat zoveel mensen op Donald Trump hebben gestemd, is dat hij uiting geeft aan hun heimelijke racisme, haat en angst. Zeker is dat de VS veel verstokte racisten telt. Racisme heeft tot op de dag van vandaag een rampzalige invloed op de Amerikaanse samenleving. De karikatuur van de racistische Trumpkiezer die het gevoel heeft verdrongen te worden door gekleurde mensen en zijn dominantie en privilege hoopt te behouden in weerwil van progressieve maatschappelijke ontwikkelingen, laat echter veel buiten beschouwing. Op die manier valt niet te verklaren waarom miljoenen Obama-stemmers in 2016, en vermoedelijk ook in 2020, op Trump hebben gestemd en ook niet waarom Trump onder minderheden percentueel hoger scoorde dan enige andere Republikeinse kandidaat sinds 1960, terwijl zijn steun onder witte Amerikanen tussen 2016 en 2020 juist afnam. Door het fenomeen Trump af te doen als racisme sluiten we de ogen voor een sentiment van haat jegens het establishment dat zo intens is dat 74 miljoen mensen bereid waren te stemmen op een man die zich vooral manifesteert als grof, opschepperig, kortzichtig, onecht, ijdel, corrupt en incompetent.

Als we al die dingen buiten beschouwing laten, ben ik bang dat we vroeger of later geconfronteerd zullen worden met een fascist die jonger, gelikter, charismatischer en competenter is dan Donald Trump. Als we de wezenlijke oorzaak van het Trumpisme niet beter doorgronden en aanpakken, is dat precies wat er in 2024 zal gebeuren. Als Trump in 2020 bijna had kunnen winnen, stel je dan voor wat zo’n man of vrouw voor elkaar zou krijgen als de onderdrukte krachten die Trump in het zadel hielpen, sterker worden.

Verslavingen en sekten

Er is onmiskenbaar sprake van honger naar iets dat bevredigender is dan de verhalen van Q. Dat is de reden waarom QAnon en de mythologie waaruit het put zo verslavend zijn. (Alles wat de pijn van een onvervulde behoefte tijdelijk verlicht zonder die echt te bevredigen, is potentieel verslavend.)

Dus keken veel mensen reikhalzend uit naar elk volgend bericht van Q, braken met vrienden en kennissen, raakten vervreemd van hun familie, sliepen te weinig en verspilden talloze onproductieve uren in de zucht naar steeds weer een volgende ‘kick’ van verontwaardiging, superioriteitsgevoel en bevestiging van het eigen gelijk. Vrienden en familie spreken over het verlies van dierbaren aan QAnon op de manier waarop ze zeggen iemand kwijt te zijn geraakt aan een verslaving of een sekte.

QAnon vertoont inderdaad de nodige kenmerken van een sekte. Het verleidt mensen met een alternatieve werkelijkheid, vervreemdt hen van vrienden en familie en speelt in op hun behoefte ergens bij te horen. Het koppelt hen aan een kliek van gelovigen, waarvan het lidmaatschap uitsluitend afhangt van wat men zegt en gelooft (in plaats van elkaar te accepteren om wie men is). Maar door QAnon en sekten in algemene zin op te vatten als parasieten van de samenleving, lopen we het gevaar geen oog te hebben voor de omstandigheden waardoor die parasieten zijn ontstaan. Wat is er nodig om de samenleving op een dieper niveau te genezen?

Sekten jagen op kwetsbare mensen. Wat maakt iemand kwetsbaar? In de eerste plaats het falen van een geloofssysteem dat je vertelde wie je was, hoe de wereld in elkaar zat en wat de waarheid is. In de tweede plaats de onvervulde behoefte ergens bij te horen. De perfecte kandidaat voor rekrutering door een sekte is iemand wiens wereld op z’n kop staat en die zich daardoor eenzaam en verward voelt. Het zijn geen zwakke en domme mensen die in sekten terecht komen. Iedereen die zich verheven voelt boven QAnons en complotdenkers houdt zichzelf voor de gek.

Ik zeg dit om elk gevoel van arrogantie weg te nemen dat je zou kunnen ontlenen aan het lezen van mijn analyse van de QAnon-mythologie. Voelt het goed om de spirituele pathologieën van anderen te diagnosticeren? Als dat zo is, lijden we misschien aan dezelfde ‘honger’ die we in de donkere spiegel van QAnon zien. Zeg een eerlijk: wie van ons heeft niet ooit te maken gehad met gevoelens van zinloosheid of het onbevredigde verlangen ergens bij te horen?

Onze huidige samenleving bestaat voor een groot deel uit ideale kandidaten voor rekrutering door een sekte. De verhalen waaraan we als samenleving betekenis ontlenen, laten het afweten. Vijftig jaar geleden was er in de westerse wereld sprake van een breed gedeeld geloof in vooruitgang. Stap voor stap ging het steeds iets beter met de wereld. Binnen de kortste keren zouden technologische vooruitgang, liberale democratie, vrije markt en de sociale wetenschap een einde maken aan de eeuwenoude plagen van de mensheid: armoede, onderdrukking, ziekte, misdaad en honger. Dankzij dat verhaal wisten we wie we waren en konden we de wereld begrijpen. Het leven was logisch en volgde een lineair vooruitgangsverhaal dat ons vertelde waar we vandaan kwamen en waar we naar toe gingen.

De mythologie van vooruitgang, waarvan de Verenigde Staten van Amerika het toonbeeld was, vertelde ons dat elke volgende generatie een beter leven zou hebben. In plaats daarvan gebeurde het tegenovergestelde. De mythologie van vooruitgang beloofde ons een tijdperk van overvloed, maar vandaag de dag zien we in het Westen groeiende inkomensongelijkheid en steeds meer armoede. Bovendien zou iedere generatie gezonder zijn dan de vorige. Ook in dat opzicht is het tegenovergestelde gebeurd, want alleen al de hoeveelheid chronische aandoeningen neemt in alle leeftijdscategorieën schrikbarend toe. De mythologie beloofde ons dat de opmars van rede en rechtsstaat een einde zou maken aan oorlog, misdaad en tirannie, maar haat en geweld zijn in de 21ste eeuw niet afgenomen. Er was ons geluk beloofd, maar het aantal echtscheidingen, depressies, zelfmoord en verslaving jaar neemt jaar in jaar uit verder toe.

Bovendien is er overduidelijk sprake van een ecologische crisis, zodat het lastig is geworden om de mythologie van vooruitgang echt te omarmen als bron van betekenis en identiteit. Door alle voorspellingen die niet zijn uitgekomen is deze bron van betekenis voor de moderne samenleving volledig opgedroogd.

De crisis in zingeving, betekenis en identiteit die daar het gevolg van is, drijft mensen niet alleen naar sekten en in de richting van complottheorieën, maar zorgt er ook voor dat reguliere geloofssystemen een meer sekteachtig karakter krijgen. Tot op zekere hoogte hebben reguliere media en internetplatforms hetzelfde te bieden als de QAnon-verslaving (verontwaardiging, superioriteitsgevoel en bevestiging van het eigen gelijk…). Ook zij hebben de neiging om ‘mensen naar een alternatieve realiteit te lokken, ze te vervreemden van hun vrienden en familie en in te spelen op hun behoefte om erbij te horen’. Hoeveel familiebijeenkomsten zijn er niet door verpest? Hoeveel familieleden spreken niet meer met elkaar?

Sta mij toe een tikje te overdrijven om mijn punt te verduidelijken. In de Verenigde Staten bedienen twee dominante sekten zich van tactieken uit de informatieoorlogvoering in hun strijd om de loyaliteit van het publiek: (1) de Democratische Partij, de New York Times, MSNBC, NPR en CNN, en (2) de Republikeinse Partij, Fox News en Breitbart. Allemaal bieden ze hun volgers hetzelfde comfort als Q: ze brengen een verhaal dat pretendeert de wereld begrijpelijk te maken in tijden van verandering. Ze bieden een diagnose van maatschappelijke problemen waardoor zij zelf worden vrijgepleit en geven de mensen iets om voor te juichen. Bovendien bieden ze het gevoel ergens bij te horen. Heb je zelf niet ooit het gevoel gehad thuis te komen als je afstemt op je favoriete praatprogramma?

Sekten, legers en politiestaten zijn afhankelijk van de controle over informatie. Omdat de strijdende partijen feiten inzetten als wapens, hebben we geleerd alle informatiebronnen te wantrouwen. We vragen ons af welke agenda er achter een bepaald ‘feit’ schuilgaat. Omdat we weten dat de strijdende partijen met hun verhalen feiten selecteren, verdraaien of verzinnen, is de mediabewuste burger geneigd zich eerst af te vragen ‘Wie zei het?’ in plaats van ‘Wat zeiden ze?’ Om dat vervolgens niet te geloven als het uit de verkeerde hoek komt. Hoe is in dergelijke omstandigheden nog een gesprek mogelijk?

Het routinematige gelieg door politici in de afgelopen decennia heeft een einde gemaakt aan de civiele commons, ooit het domein van brede overeenstemming over wat echt, belangrijk en legitiem is. Maar we mogen niet alleen politici de schuld geven. Van pr-campagnes door bedrijven tot psychologische oorlogsvoering en van inlichtingendiensten en internetcensuur tot geheime overheidsprogramma’s – door dat alles worden we bestookt met leugens, bedrog, geheimen, halve waarheden, fraude en manipulatie. Geen wonder dat we zo geneigd zijn om in samenzweringen te geloven. De benodigde bouwstenen zijn overal ruim voorhanden.

Dit is de donkere spiegel. De opkomst van complottheorieën weerspiegelt een machtig establishment, gehuld in leugens en geheimen, dat iedereen die zoals Edward Snowden en Julian Assange die leugens en geheimen aan het licht brengt, genadeloos vervolgt.

Deze crisis in communicatie en zingeving heeft een lange geschiedenis. Door te proberen de waarheid te verdraaien, is de ziel van de taal aangetast, omdat de creatieve kracht van het woord is aangewend voor het in stand houden van illusies. Als gevolg daarvan is onze samenleving als geheel hulpeloos geworden als het erop aankomt de koers te verleggen. Dat vereist immers overeenstemming en de daarvoor benodigde bouwstenen zijn in los zand veranderd. Ik heb de afgelopen twintig jaar gezien hoe deze verlamming steeds verder om zich heen grijpt. Deze crisis van de taal ligt aan de basis van – en is een afspiegeling van – alle andere convergerende crises waarmee we op dit moment worden geconfronteerd.

Onze voornaamste vormen van kennisproductie – wetenschap, journalistiek en kunst – genoten ooit een robuuste, bijna universele maatschappelijke legitimiteit. Tegenwoordig struint elke sekte door het stoppelveld van de kenniscommons op zoek naar nog ongedeelde feiten die kunnen worden toegevoegd aan het arsenaal. Elk nieuwe vondst door onafhankelijke wetenschappers, journalisten of filosofen wordt door de strijdende partijen opgeëist. Als ze zich verzetten, wordt hun werk afgebrand. Daarom zijn de beste journalisten tegenwoordig allemaal onafhankelijk of schrijven ze voor onafhankelijke media. Kijk maar naar Matt Taibbi, Glenn Greenwald, Diana Johnstone, Seymour Hersch enzovoort. Zij leggen zich niet neer bij de narratieven van beide kampen (rechts en links) en stellen ons in staat donkere waarheden te zien door ons af te helpen van de karikatuur die over de spiegel is geplakt.

Als haat de woede kaapt

De betekeniscrisis is in hoge mate economisch bepaald. Het valt niet mee om in het maatschappelijk project te geloven als je financiële toekomst onzeker is, als je niet mag stemmen, ontdaan bent van je waardigheid en niet als volwaardig lid aan de samenleving kunt deelnemen. Voor Afro-Amerikanen en andere mensen van kleur is dat lange tijd zo geweest, net als voor vrouwen en voor individuen die niet voldeden aan de maatschappelijke norm. Dezelfde economische krachten die hun onderdrukking noodzakelijk maakten en ervan profiteerden, zijn zich vervolgens gaan richten op de witte middenklasse. De Machinerie die ooit afhankelijk was van wit racisme om een gekleurde onderklasse in bedwang te houden, verslindt nu zichzelf en doet zich tegoed aan grote delen van het middensegment van de Amerikaanse bevolking. De resten worden achteloos weggesmeten op de vuilnisbelt van de rechteloosheid.

Hoor ik iemand protesteren als ik een vergelijking trek tussen enerzijds onderdrukte minderheden die hun armoede en wanhoop uitsluitend te wijten hebben aan externe omstandigheden, en anderzijds de overwegend witte QAnons die zich ondanks al hun privileges wentelen in hun blanke kwetsbaarheid en de schuld voor hun uitzichtloosheid, hun onvrijwillige celibaat en hun verslaving aan videogames leggen bij iedereen behalve zichzelf? Dit soort hypocriete oordelen, zoals ze vaak te lezen zijn in linkse commentaren op sociale media, weerspiegelen exact de gebruikelijke, racistisch getinte valse beschuldigen over luie, onverantwoordelijke zwarte mensen die het systeem de schuld geven en weigeren zelf verantwoordelijkheid te nemen. Beide partijen weigeren te kijken naar de omstandigheden die hebben geleid tot de keuzes die ze zo grondig veroordelen.

De relevante vraag hier is niet wie er meer heeft geleden, wie het grootste slachtoffer is of wie het meest onderdrukt wordt en daarom het meeste medeleven verdient. De vraag is eerder: wat zijn de omstandigheden die hebben geleid tot het Trumpisme en hoe veranderen we die? Dat is de vraag die we zullen moeten stellen, tenzij het onze strategie is om een eindeloze oorlog te blijven voeren tegen al diegenen die volgens ons onverbeterlijk slecht zijn.

De vraag is eerder: wat zijn de omstandigheden die hebben geleid tot het Trumpisme en hoe veranderen we die?

Terwijl ik zat te kijken naar een interview met Frederick Brennan, de uiterst berouwvolle oprichter van 8Chan, (het hoofdpodium van QAnon), trof me zijn beschrijving van typische 8Chan-gebruikers, in het bijzonder de ‘incels’, en degenen die de ‘zwarte pil’ hebben geslikt. De eerste term verwijst naar mannen die onvrijwillig celibatair zijn, de andere naar het nihilisme. Zij maken zeker niet de hele QAnon-beweging uit, maar geven wel inzicht in enkele van de sociale trauma’s die er achter verborgen liggen.

Vertaler: een Incel, (van het Engels Involuntarily Celibate, onvrijwillig celibatair) is iemand die voor langere tijd (meestal hanteert men een termijn van langer dan zes maanden) geen seksuele handelingen met een ander heeft verricht, maar dat wel zou willen – dit in tegenstelling tot vrijwillig celibaat, ascese of seksuele onthouding.

Incels worden veelvuldig bekritiseerd vanwege de vrouwenhaat die ze in allerlei gradaties uitdragen. Ze worden veroordeeld vanwege hun overtuiging dat ze ‘recht hebben op seks’ en ze worden verguisd omdat ze vrouwen de schuld geven voor hun eigen tekortkomingen. We kunnen hen wel aan de schandpaal nagelen en online aanvallen, uitschelden en negeren, maar kunnen we hen ook als mensen zien? Hebben we oog voor hun gefrustreerde verlangen om van een vrouw te houden, een gezin te stichten en een zinvolle bijdrage te leveren? Gefrustreerd verlangen verandert maar al te gemakkelijk in geweld jegens anderen, zichzelf of allebei.

Opnieuw hoor ik kritiek: ‘Makkelijk voor jou als witte heteroman om op te roepen tot medeleven met deze daders en hun avatar, opperdader Donald Trump, maar zouden we niet vooral medeleven moeten hebben met hun slachtoffers? Die hebben er nog veel meer behoefte aan.’ Daarop zeg ik: het is eigenlijk heel praktisch, want compassie met de slachtoffers vereist juist compassie met de daders. Alleen compassie stelt ons in staat om geweld bij de bron aan te pakken.

Compassie is geen vrijbrief om anderen schade te blijven berokkenen. Compassie is begrip hebben voor iemands innerlijke toestand en voor de omstandigheden waarin hij verkeert. Alleen vanuit dat begrip kunnen we de omstandigheden die tot problemen leiden, effectief veranderen. Het is exact dezelfde logica die links hanteert als het over misdaad gaat. Laten we in plaats van eindeloos oorlog te voeren tegen criminelen, eens kijken naar de omstandigheden die misdaad in de hand werken. Wat maakt iemand een drugsdealer, een overvaller of een bendelid? Wat voor rol spelen trauma en armoede? Door langs die lijn vragen te stellen, kunnen we doordringen tot de achterliggende oorzaken.

Of we het nu hebben over de trauma’s en de kansenongelijkheid van de jeugd die opgroeit in binnensteden of over de witte incel die bij zijn ouders in de kelder woont met zijn wanhoop, zijn studieschuld en zijn videogames als enig gezelschap, we moeten ervoor waken dat we hen niet als hulpeloos slachtoffer van de omstandigheden beschouwen. Er is geen situatie die een mens niet te boven kan komen. Er is wel degelijk een plek voor aansporingen als ‘Wees niet langer slachtoffer. Neem je leven in eigen hand. Vraag niet steeds om liefdadigheid.’

Cruciaal daarbij is echter dat aansporingen zinloos zijn en zelfs contraproductief werken als ze worden gedaan vanuit een houding van superioriteit of afschuw. Het mag bijvoorbeeld niet een geprivilegieerde witte zijn die een gettobewoner voorhoudt dat hij zijn zaakjes beter op orde dient te krijgen. Zo’n aansporing moet zijn ingegeven door de onvoorwaardelijke erkenning van de angst en de ellendige toestand waarin de betrokkene verkeert én van diens grootsheid.

Jazeker, grootsheid. Het is hypocriet en zinloos om te appelleren aan iemands grootsheid als je er niet echt in gelooft. En daarbij moet het om meer gaan dan alleen een spirituele ideologie. Om die redenen zijn vaak alleen andere zwarte mensen in staat om Afro-Amerikanen met succes aan te sporen om zelf verantwoordelijkheid voor hun leven te nemen, en is het bij incels meestal een andere man. Ik ken heel wat mensen die zeggen dat dit soort ‘hardvochtige liefde’ hun leven heeft gered.

Beide woorden zijn daarbij even belangrijk: zowel liefde als hardvochtigheid. Als je degene die je met je hardvochtige liefde probeert te helpen eigenlijk veracht, zullen je inspanningen de oplossing juist in de weg staan. Er is moed voor nodig om je aan je omstandigheden te ontworstelen. En het is veel gemakkelijker om moedig te zijn als er iemand is die weet dat je moedig bent.

Dit wordt perfect geïllustreerd door een van mijn favoriete citaten, afkomstig van Viktor Frankl: ‘Wie in het concentratiekamp heeft gezeten, herinnert zich vast nog de mensen die zich om anderen bekommerden en hen hun laatste stuk brood gaven. Zij waren misschien gering in aantal, maar ze vormen het onomstotelijke bewijs dat je iemand alles kan afnemen behalve één ding: de uiteindelijke vrijheid die je als mens bezit om in elke situatie je eigen houding te bepalen, je eigen weg te kiezen.’

De waarheid die uit deze woorden spreekt, is onmiskenbaar. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je zelf een concentratiekamp hoeft te bezoeken. Waar het om gaat, is dat je er in je eigen situatie iets mee doet. De woorden appelleren aan moed; de moed die jij aan de dag legt, zal anderen inspireren.

Voor alle duidelijkheid: compassie wil niet zeggen dat er geen boosheid mag zijn. Ik vraag van iemand die misbruikt of onderdrukt is niet om niet boos te zijn. Integendeel – woede is een heilige kracht. Boosheid komt op als reactie op opsluiting, geweld of bedreiging. Het is de sleutel tot maatschappijverandering omdat het de energie en moed verschaft om vertrouwde patronen te doorbreken.

Haat vloeit voort uit een narratief dat angst kaapt en die richt op een makkelijk te identificeren vijand. Haat houdt de status quo in stand. Dr. Martin Luther King zei ooit: ‘Ergens moet er iemand zijn die verstandig is. We moeten gaan inzien dat geweld geweld voortbrengt, dat haat tot haat leidt en wreedheid tot wreedheid. Het is een neerwaartse spiraal, die uiteindelijk eindigt in vernietiging van alles en iedereen. Zonder inzicht en moraliteit kunnen we de keten van haat en die van het kwaad in het universum niet doorbreken. En liefde is daarbij de sleutel.’ Zodra boosheid omslaat in haat, kun je niet echt meer zien waar het over gaat. Door te haten projecteren we eigenschappen op een tegenstander die hem zowel afschuwelijker als verachtelijker maken dan hij in werkelijkheid is.

Door te haten projecteren we eigenschappen op een tegenstander die hem zowel verschrikkelijker als verachtelijker maken dan hij in werkelijkheid is.

Daarom staat haat in een strijd de overwinning in de weg. Om te kunnen winnen, moet je de tegenstander echt volkomen begrijpen. Dankzij dat inzicht is de strijd misschien niet langer nodig – en kan zich een andere oplossing voordoen. Of niet. Soms is hardhandig ingrijpen nodig om schade te voorkomen. Soms moeten mensen die mishandeld, vervolgd of onderdrukt worden terugvechten, naar de rechter stappen of weglopen. Soms hebben ze daarbij medestanders nodig. Soms moeten daders fysiek worden tegengehouden, zodat ze niet nog meer ellende kunnen aanrichten. Maar als dat ingrijpen voortkomt uit haat in plaats van uit woede, vindt er een subtiele verschuiving plaats. Dan is geweld niet langer een instrument waarmee schade voorkomen wordt, maar waarmee juist schade wordt toegebracht – om iets te wreken, te bestraffen of te bedwingen.

Om Dr. King nogmaals te citeren: ‘Als een woekerend gezwel tast haat de persoonlijkheid aan. Haat ondermijnt ons gevoel voor normen en waarden en staat objectiviteit in de weg. Haat zorgt ervoor dat we iets moois lelijk noemen en iets lelijks mooi, en dat we de waarheid verwarren met de leugen en omgekeerd.’

Uiteindelijk moet ‘het redden van de wereld’ iets anders zijn dan victorie in een epische strijd tussen Goed en Kwaad (zoals QAnon in feite voorstaat). Aangezien de twee kanten zoals bij de laatste verkiezingen nek aan nek eindigen, moet – als het op strijd aan komt – het Goede, om het Kwade te kunnen overwinnen, op alle fronten beter zijn: in gewelddadigheid, manipulatie, propaganda en bedrog. Met andere woorden, het moet ophouden Goed te zijn. Hoe vaak hebben we dit scenario in de geschiedenis al niet gezien, als een bevrijdingsbeweging van het volk ontaardde in een nieuwe tirannie?

Het is al aan de gang. In mijn jeugd waren het de conservatieven die de belangrijkste pleitbezorgers van censuur waren, die platen van the Beatles verbrandden en de evolutieleer uit schoolboeken verwijderden. Zij waren het ook die de media manipuleerden om een toestand van constante oorlogvoering te handhaven. Tegenwoordig is het ‘links’ dat de wapens van de informatieoorlog het meest enthousiast ter hand neemt, met deplatforming campagnes, de afschafcultuur en het onderdrukken van afwijkende meningen.

Ik zet ‘links’ tussen aanhalingstekens omdat werkelijk linkse opvattingen het eerste slachtoffer waren van de nieuwe censuur, die ervoor zorgde dat socialistische en anti-oorlogswebsites via Google steeds slechter te vinden waren. Bij zowel Facebook als Google worden dergelijke websites nog steeds weggedrukt doordat hun algoritmen gewicht toekennen aan ‘gezaghebbende bronnen’. Dezelfde censuur treft tegenwoordig ook mensen die zich bezighouden met alternatieve geneeswijzen, vaccinatiesceptici, critici van 5G-technologie en tegenstanders van het volksgezondheidsbeleid met betrekking tot COVID-19.

Uiteraard zijn er onder degenen die gecensureerd worden, mensen die valse informatie verspreiden. Omgekeerd is zeker niet alles onwaar. Of ze nu waar zijn of niet, de onderdrukte standpunten hebben één ding gemeen: ze zijn in strijd met de narratieven en belangen van gevestigde zakelijke en politieke machten. Strikt genomen is verzet tegen die machten juist links en niet rechts. Het is alsof we een omkering van de politieke polariteit naderen. Net als wanneer de magnetische polen van de aarde van positie wisselen, gaat aan een dergelijke herschikking de nodige chaos vooraf.

Het is nog niet zo ver, maar het zou me niet verbazen als de Republikeinse Partij in de Verenigde Staten over een paar jaar de partij van de armen en arbeidersklasse wordt en de Democratische Partij de belangrijkste vertegenwoordiger van de elites en van Wall Street, de grote bedrijven en het militair-industriële complex. Te oordelen naar uitlatingen van Joe Biden is dat proces al gaande. Dat zou overigens een welkome verandering zijn ten opzichte van de situatie van de afgelopen dertig jaar, waarin beide partijen lippendienst bewezen aan het volk terwijl ze in feite de belangen dienden van het bedrijfsleven en de financiële en militaire elite.

De verlossing van de Zwarte Pil

Eerder gebruikte ik de term ‘Zwarte Pil’. Nihilisme is natuurlijk niet alleen een filosofisch standpunt, maar ook een misleidende intellectuele term voor een psychische toestand van wanhoop. In feite is deze wanhoop in de huidige samenleving altijd latent aanwezig, omdat (1) het dominante reductionisme het universum heeft veranderd in een betekenisloze verzameling atomen in een lege ruimte, (2) we hier volgens de heersende theorie over het leven slechts zijn om te overleven en ons voort te planten, (3) de economie onze creatieve energie stuurt in de richting van onbevredigend werk en slaafs consumeren en (4) we door de dominante sociale patronen zijn afgesneden van de natuur, van de gemeenschap, en van de plek waar we ons bevinden en van het gevoel ergens bij te horen.

Een tijd lang hielden snel toenemende welvaart en spectaculaire technische doorbraken de wanhoop op afstand. Maar het was er de hele tijd al: een knagende leegte in het hart van de ideologie van vooruitgang.

Het was er altijd al: een innerlijke armoede die een reflectie is van de ellende waarin onze vooruitgang andere culturen had gestort. Het was er altijd al: onze eigen schaduw die ons achtervolgde terwijl we ons haastten naar een Utopia dat altijd aan de horizon schemerde. Nu de glans van de vooruitgang is verdwenen, we steeds meer uitgeput raken en tot het ontnuchterende besef beginnen te komen dat die horizon niet dichterbij komt, hoe snel we ook rennen, worden we uiteindelijk overmand door wanhoop.

Nihilisme is een natuurlijke reactie op de sleetse pseudo-mythen die ons als bron van zin en betekenis worden aangereikt. Wie heeft er niet ooit ervaringen gehad die rechtstreeks in tegenspraak waren met wat onze belangrijkste epistemische autoriteit (de wetenschap) mogelijk acht?

Nihilisme is een natuurlijke reactie op de sleetse pseudo-mythen die ons als bron van zin en betekenis worden aangereikt.

Een van de redenen dat sekten en complottheorieën zo aantrekkelijk zijn, is dat ze uit afgescheurde verhaaldraden uit de officiële werkelijkheid een ander weefsel hebben gemaakt. Sommige van die draden zijn afgescheurd omdat ze gewoon niet waar zijn. Andere zijn misschien afgescheurd omdat ze vloeken met de kleuren van het belangrijkste weefsel. Met andere woorden: ze zijn verstorend voor heersende instituties en paradigma’s. Dat zijn de verhaaldraden die we zullen moeten gebruiken om een weefsel van betekenis te maken dat de op dit moment dominante politieke narratieven kan vervangen.

Ik ben van mening dat sommige van de beweringen die door het complotnarratief heen zijn geweven, onze aandacht verdienen. De misleidende aard van dat narratief maakt niet alle verhaaldraden onwaar. En we moeten niet alles wat complottheoretici beweren afwijzen, alleen maar omdat het van hen afkomstig is – zeker niet als onze informatiepoortwachters ook oprechte afwijkende meningen verdacht maken en afdoen als samenzweringstheorieën, desinformatie en Russische propaganda.

Sinds 2017 heeft de Amerikaanse regering een reeks onthullingen over UFO-waarnemingen door militairen vrijgegeven, soms compleet met video-opnamen. In feite werd daarmee iets bevestigd dat de reguliere media decennialang hadden geridiculiseerd als hersenspinsels van sukkels, halvegaren en complotdenkers.

Deze onthulling past in een hele rij andere publiekelijk erkende samenzweringen door overheid en bedrijfsleven: COINTELPRO, Operatie Paperclip, Iraakse massavernietigingswapens, Iran-Contra, de drugssmokkel van de CIA naar Amerikaanse binnensteden, de sabotage van burgerrechtenorganisaties door de FBI en nog veel meer.

Vertaler: zie Wikipedia over COINTELPRO

Desondanks doen de media en de regering net alsof dit alles tot het verleden behoort en ze het publiek inmiddels niet meer manipuleren om hun macht te vergroten. Kom op mensen! Een beetje scepsis kan echt geen kwaad als het gaat om de narratieven van de gevestigde macht.

Als het verhaal dat ons wordt voorgehouden feiten die overduidelijk zijn, eigen ervaringen en met het hart herkende waarheden uitsluit, is het geen wonder dat zo velen van ons vervallen tot nihilisme, in de veronderstelling dat het leven en het universum zelf zinloos zijn. Dat nihilisme en de latente wanhoop waardoor het wordt aangedreven, vormden de voedingsbodem voor QAnon. Het is ook de voedingsbodem voor slaafs consumentisme, technologie-fetisjisme, de hypnotiserende vooruitgangsmythe en de spectaculaire pseudo-drama’s van politiek, sport en amusement. Dat alles samen is wat Guy Debord De Spektakelmaatschappij  noemde. Elk bouwsel van betekenis stort in rond de holle kern van zijn fundamentele non-authenticiteit.

De honger naar wat echt is, die aan de deelnemers van het spektakel knaagt, kan niet vanuit het spektakel zelf worden gestild. Online ervaringen kunnen het nihilisme en de wanhoop verdoven, maar ze kunnen geen werkelijke bevrediging schenken. Alleen een directe, zintuiglijke en veelzijdige relatie kan dat. Uiteindelijk is dat – en niet het intellect – de bron van betekenis.

De Zwarte Pil is het destillaat van de culturele wanhoop. Die verspreidt zich van de ene vervreemde persoon naar de andere en loost zijn gif in de natie. Het gefrustreerde verlangen van incels slaat gemakkelijk om in rassenhaat en seksueel geweld. Het nihilisme van de Zwarte Pil-slikkers leunt op grootse fascistische verhalen over een glorieus verleden en een grandioze toekomst.

Volgens Chris Hedges doet de situatie sterk denken aan het Duitsland van de jaren dertig, waarin net als vandaag, ‘…de spiritueel en politiek ontheemden, degenen die door de samenleving worden verstoten, de belangrijkste rekruten [waren] voor een politiek die gericht is op geweld, haat en persoonlijke wrok.’ Hun woede, zo merkt hij op, was zowel toen als nu met name gericht tegen liberale politieke intellectuelen die afstand hadden gedaan van hun traditionele rol binnen het kapitalisme, namelijk om de ruwe kantjes daarvan te verzachten, de uitwassen ervan te temperen en ervoor te zorgen dat een redelijk deel van de welvaart bij de arbeidersklasse terecht kwam.

Amerikaanse liberalen hebben zich vanaf de jaren dertig tot en met de jaren zestig en zelfs tot in de jaren tachtig van die taak gekweten, waarna ze zich – in de woorden van Hedges – ‘terugtrokken in de universiteiten om het morele absolutisme van identiteitspolitiek en multiculturalisme te prediken en zich afkeerden van de economische oorlog tegen de arbeidersklasse en de voortdurende aantasting van burgerlijke vrijheden.’ In de jaren negentig begon de Democratische Partij (net als Labour in het Verenigd Koninkrijk en allerlei sociaal-democratische partijen in Europa) een vrijage met Wall Street en de multinationals.

Tijdens het Obama-tijdperk werd het huwelijk voltrokken en werd er een kind gebaard: het totalitair corporatisme dat met zijn rivaal, het Trumpiaanse neofascisme, wedijvert om onze toekomst. De verkiezingsuitslag toont aan dat deze twee versies van de toekomst bijna perfect in evenwicht zijn. Is er een derde optie? Die is er inderdaad, maar daarvoor moeten er bruggen worden geslagen over de meest grimmige breuklijnen van ons versnipperde sociale landschap.

De incels, Zwarte Pil-slikkers en QAnons tonen ons in uitvergrote vorm de ontheemding van een groot deel van het middensegment van de Amerikaanse bevolking (verstoken van hoop, betekenis en het gevoel erbij te horen, en in toenemende mate ook economisch gemarginaliseerd). Zij voegen zich bij de van oudsher ontheemde raciale en etnische minderheden, maar tragisch genoeg niet als hun bondgenoten. In plaats daarvan richten beide groepen hun woede op elkaar, zodat er weinig energie overblijft om weerstand te bieden aan de voortgaande plundering van de commons. De twee belangrijkste sekten bieden hun volgers elk een zondebok – een karikatuur van de andere kant – om hun woede op te richten. Je vraagt je af of het niet twee armen van hetzelfde monster zijn.

Zo staan we er voor

Om hier verandering in te brengen, zullen we bereid moeten zijn om voorbij de karikaturen te kijken. Karikaturen zijn nooit helemaal onwaar, maar ze hebben de neiging om wat oppervlakkig en weinig flatteus is, aan te dikken en wat mooi en subtiel is, te negeren. Sociale media zijn, zoals blijkt uit de Netflix-documentaire The Social Dilemma, geneigd hetzelfde te doen door hun gebruikers in realiteitbestendige echokamers te drijven, ze stevig aan zich te binden en hun limbisch systeem te kapen. Ze maken deel uit van de machinerie die volkswoede – een kostbare grondstof – omzet in volkshaat. QAnons en Black Lives Matter-demonstranten hebben eigenlijk veel gemeen. Ze zijn allebei in hoge mate vervreemd van de reguliere politiek en hebben geen enkel vertrouwen meer in het systeem. Maar doordat ze in een valse oppositie zijn gemanoeuvreerd, heffen ze elkaar op. Daarom is compassie – achter de oordelen, categorieën en projecties de mens kunnen zien – de enige uitweg uit het maatschappelijke dilemma.

Daarom is compassie – achter de oordelen, categorieën en projecties de mens kunnen zien – de enige uitweg uit het maatschappelijke dilemma.

Als er iets is waardoor deze tijd wordt gekenmerkt, is het wel compassie. Misschien is dat de reden waarom de pogingen om haat te zaaien en daarmee de psychologische voorwaarden te scheppen die een op controle gebaseerde samenleving vereist, steeds krampachtiger worden. Er is steeds meer propaganda nodig om ons onderling verdeeld te houden. Een vrouw uit de online community die ik ‘host’, beschreef hoe het was geweest om als campagnemedewerker van Andrew Yang in Iowa van deur tot deur te gaan. De indruk die vooral bij haar achterbleef was hoezeer deze gewone mensen verlangden naar eenheid en verbondenheid. Misschien zijn we dichter bij maatschappelijk herstel dan het online-gebeuren met zijn vitriool en gif doet vermoeden. Haat is meestal luidruchtiger dan liefde – zowel in de samenleving als in onszelf. Wat zou er gebeuren er als we naar die stillere stemmen gaan luisteren?

Achter de verwrongen en misleide hoop van de QAnons schuilt een authentieke hoop die er al was om überhaupt misleid en gemanipuleerd te kunnen worden. Het is dezelfde hoop die opbloeide bij de verkiezing van Obama: verandering, een nieuw begin. Het is dezelfde hoop die Trump opriep: maak Amerika weer groots. En nu leeft dezelfde hoop weer op onder Bidens electoraat.

Hoe kan dezelfde hoop krachten losmaken die lijnrecht tegenover elkaar staan? Dat komt doordat de lens van het wij-zij denken de lichtbundel in tweeën splitst, waardoor we gaan denken dat verandering wordt bewerkstelligd door de aangewezen vijand te verslaan. Dehumaniseren is een van de belangrijkste middelen van oorlogvoering en ook het sjabloon van racisme, seksisme en de aantasting van alles wat heilig is. Het is exact het tegenovergestelde van wat we nodig hebben om ooit werkelijk samen te komen.

Om ervoor te kunnen zorgen dat de clichés over solidariteit, eenheid, samenhang en verzoening bewaarheid worden, moeten we bereid zijn in de donkere spiegel van al onze oordelen te kijken. We moeten leren betekenis te ontlenen aan een nieuw verhaal dat niet gaat over het verslaan van de Ander. We moeten de bril van oordeel en ideologie afzetten om met nieuwe ogen te kunnen kijken naar de mensen en de informatie die in onze verhalen waren verdonkeremaand. Op die manier kunnen we een onstuitbaar populisme tot stand brengen. Laat het afleren beginnen.

 

Vertaling: Ton Maas en Hansjelle Dijkstra

Mondkapjes

In de Volkskrant van 5 januari 2021 stond het volgende artikel: De mondkapmeeuw, een treurig symbool voor de covid-afvalberg. De klinisch ethicus aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit vond op Nieuwjaarsdag een dode jonge zilvermeeuw langs de weg. Dat die te pletter was gevlogen tegen een auto, is helaas geen bijzonderheid. Opvallend was wel dat het dier een mondkapje bij zich droeg, waarvan het elastiek strak om de linker poot zat gewikkeld.

Sinds 1 december 2021 is het dragen van mondbedekking verplicht in alle openbare gelegenheden. Vanmiddag fietste ik naar Eindhoven, dit doe ik veelal door natuurgebied. Doordat Eindhoven historisch gezien geen stad is maar een verzameling van boerendorpjes dat groot is geworden door onder andere Philips is het één van de groenste steden van Nederland, maar dit terzijde.
Na het lezen van het bovenstaande artikel in de krant die morgen, wilde ik eens tellen hoeveel van die mondkapjes ik tegenkom op mijn weg. Op de heenweg waren het er maar liefst zeven op een route van nauwelijks vijf kilometer. De terugweg die altijd anders is dan de heenweg, heb ik het tellen maar achterwege gelaten omdat ik er heel zuur van werd.

In mijn boekZiekte een weg naar bewustwording dat mei vorig jaar uitkwam, staat een hoofdstuk dat gaat over de betekenis van het Coronavirus. Het was een risico om hierover te schrijven omdat het virus nog maar net een pandemie was en we op dat moment [maart 2021] nog bijna niets wisten van dit virus. In het hoofdstuk over Covid-19 schrijf ik dat het Coronavirus vooral de ziekte is van het doorgeschoten eenzijdige denken zich uitdrukkend in het luchtelement.
Zo hebben we dan ook in tijden van Corona allerlei regels bedacht die de eigenschap hebben vooral eenzijdig en kort door de bocht te zijn. In dezelfde Volkskrant van dinsdag 5 januari schrijft columnschrijver Maarten Keulemans over een student die zich aan alle regels had gehouden en alleen maar naar het gemeentehuis was gegaan (met mondkapje en de gebruikelijke anderhalve meter afstand) en toch besmet was geraakt. Bronnenonderzoek had helemaal niets opgeleverd. Bijzonder is dan hoe de schrijver toch van allerlei tastbare redenen probeert te vinden wat de reden is voor zijn besmetting. Wat ik dan mis is, dat er geen visie is dat je niet zomaar ziek wordt en dat de ziekte een relatie met jou aangaat.

Van mijn echtgenoot die arts was heb ik al jaren geleden geleerd dat ziekte een diepere oorzaak heeft en nooit voor niets komt. Met al die coronamaatregelen zijn we lichtjaren verwijderd van deze visie. Eerst zullen we moeten gaan ervaren dat ons denken de laatste decennia steeds eenzijdiger is geworden en we vooral verslaafd zijn geraakt aan statistieken en maar weinig echt zelfstandig zelf nadenken. Sanne Blauw schreef hier een interessant boek over: Het bestverkochte boek ooit Hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden Cijfers en grafieken zijn vaak op een gemakzuchtige manier achter feiten willen komen waar jezelf niet de moeite voor neemt om een eigen visie over te ontwikkelen.

Terug naar de mondkapjes, afgezien van dat vogels en andere kleine dieren er in verstrikt raken en hun magen vol zit met rotzooi, is het symbool op zichzelf beeldend; de archetypische betekenis van iets voor je mond houden is eigenlijk dat je je schaamt of verbijsterd bent. Schaamte en verbijsteringt valt onder het gevoel. De psychoanalyticus C.G. Jung geeft in zijn elementenleer aan als denken in het bewuste zit, voelen automatisch in het onbewuste zit en niet zo goed werkt. Bekend is als een bepaalde energie onbewust werkt, het in eerste instantie wat inferieur werkt totdat je je daar bewust van wordt. Zo ook nu; men luistert vooral naar de statistische cijfers en beoordeelt ze klakkeloos en vergeet te voelen wat er te voelen valt. Wellicht nodigde de zilvermeeuw die werd aangehaald in de Volkskrant ons uit om over zijn verstrikkingsdood na te denken. Dit zo neerschrijvend denk ik onwillekeurig aan een van de laatste gedichten die mijn geliefde vader schreef. Zie hieronder.
Tenslotte nog dit: een saillant detail in het mondkapjes gebeuren is, dat sinds het dragen van een mondkapje verplicht is, de besmettingen alleen maar toegenomen zijn!

DE BOODSCHAP.

De weg was lang en smal, als in Novemberdagen,
Gehuld in mist en nevel, storm en regenvlagen,
Was ik een adelaar, ik zou mijn weg verkennen,
Nu moet ik hulpeloos de overmacht erkennen.

Zo liefelijk en onbezorgd passeren vrinden,
Op ’t plat getreden pad, als wissels van de hinden,
En in mijn zelfbeklag heb ik niet eens vernomen,
Dat zij verleidt, ook op een dwaalspoor zijn gekomen.

Onevenredig is het kruis wat ik moet dragen,
Gewicht en lengte die mij nu voortdurend plagen,
Dat onbegrepen kruis, dat rug en schouders wondden,
Ik mis de zin en heb geen redenen gevonden.

Zo ben ik egoïstisch met mij zelve bezig,
Begrip voor doel en hoger plannen is afwezig,
Gerust en overtuigd van mijn bescheiden vragen,
Om slechts één meter van mijn kruis te mogen zagen.

Heb ik nu werkelijk begrip, gehoor gevonden?
Wordt mij wel een signaal goedkeurend toegezonden?
Ik zocht mijn recht en loon in mijn aanhoudend klagen,
En nam het kruis om er een meter af te zagen.

Misschien zijn straks mijn vrinden dan weer in te halen,
Die eindeloze weg, met bergen, beken, dalen,
Een stemt zegt: “Als de hindernissen zijn genomen,
Dan is voldaan, om in ’t beloofde land te komen”.

Nog ben ik niet als overwinnaar aangekomen,
De laatste diepe hindernis moet nog genomen,
Een angstkreet: moet voor het laatst obstakel wijken?
Hoe kan, of mag ik ooit “t beloofde land bereiken?

Weer spreekt de stem: “Houd moed! Het kruis wat U moet dragen,
Dat wordt gekend en is allang vóór U gedragen,
De lengte van dat kruis kan ik alleen bepalen,
Ik weet alleen hoe U de overkant kunt halen”.

Een meter kruis voor brug ben ik te kort gekomen,
Voor de verstikkingsdood ontwaak ik uit mijn dromen,
Die droom met zelfbeklag, onzekerheid en vrezen,
Heeft mij wel overtuigd, het moet een boodschap wezen!

Uit: “vertrouwde stem”G.J. ter Mull

Ieder lot z’n eigen complot

“Het is alsof ik zojuist mijn voet uit een visnet gehaald heb”, zegt hij

Hij is niet de enige die een geweldige bevrijding voelt, vlak na een confrontatie met zichzelf. En het is nog niet klaar. Hij heeft net – zo zou je kunnen zeggen – zijn eigen complottheorie onder ogen gezien en weet nu wat hem te doen staat. Het visnet staat voor een heel verhaal. Het verhaal van verstrikt geraakte opvattingen over zichzelf en over zijn leven. Een verhaal dat hij heeft gemaakt om de verwarrende dingen die hij meemaakte te kunnen interpreteren en betekenis te geven. Een verklarend verhaal dus, om de logica van allerlei pijnlijke gebeurtenissen rond te krijgen. Hij ontdekte dat dat iets is waar je zelf actief aan mee doet. Daar mag hij de komende tijd afscheid van gaan nemen.

Vraagstelling
Als ik door mijn notitieboekje blader, kom ik de meest uiteenlopende vraagstukken tegen van mensen die komen voor een sessie. Ik raak dan altijd weer ontroerd over hoe kwetsbaar we zijn als mens: waarom kan ik er niet helemaal zijn? Ik zit in een slangenkuil, waarom kan ik mij niet bevrijden? Ik voel me niet gerespecteerd, gezien, bemind; waarom duwt er iets dat lijkt te willen dat ik niet besta? Enzovoort.

Opluchting
Een systemische coaching levert geen ‘quick fix’ maar brengt wel bijna altijd een geweldige opluchting teweeg. Die opluchting komt wanneer je aanvaardt hoe iets feitelijk is. Dat gaat over het accepteren van de realiteit; voorbij aan je eigen theorie. Hoe pijnlijk of indringend dat ook is. Maar het zit altijd anders dan je denkt.
Het blijkt telkens weer dat we tot rust komen in waarheid die steunt in de feitelijke realiteit die je deelt met anderen. Dat geeft een bevrijding van de angst en ontspanning van de wil. Veel leed ontstaat namelijk niet doordat we naar een andere toekomst verlangen maar doordat we niet willen dat het verleden echt gebeurd is. We leggen ons er niet zomaar bij neer. We geven onszelf of een ander bijvoorbeeld de schuld dat het niet anders is gegaan. Maar als je je verzet tegen de feiten ontspan je nooit en moet je er tegelijkertijd altijd wel ergens bang voor zijn dat de onbewuste waarheid doorbreekt.
Wanneer je dat verzet opgeeft, heb je je energie weer beschikbaar voor wat er werkelijk voor je ligt. Wanneer je kunt aanvaarden wat je nou eigenlijk echt voelt, dan is de moeilijkheid daardoor niet weg, maar je bent in een toestand gekomen waarin je een moeilijke situatie tot een goed einde kunt brengen.

Waarheid
Onwaarheid is ook onbetrouwbaarheid. Daarin ligt een belangrijke reden waarom we zo overstuur kunnen raken wanneer we het gevoel hebben dat er door anderen met de waarheid wordt gesjoemeld. Met ‘leugentjes om bestwil’ maskeren we onze ware motieven en wordt de gemeenschappelijke werkelijkheid onduidelijk of zelfs ondoorgrondelijk. Er is zeker een gradueel verschil, toch wordt een relatie door een beetje gesjoemel eigenlijk net zo onbetrouwbaar, als door een volle leugen. En een grotere sociale context wordt van onwaarheden in alle ernst onveilig. Het haalt de bodem overal onder vandaan. Het houdt bovendien de emotionele energie als het ware gevangen.
Ongeacht de gradatie van bewust daderschap hierin. Of het nu gaat om een onbewuste verdediging door een zo gunstig mogelijk maskering van iets, of een doelbewust verbergen van feiten of, nog extremer, een opzettelijk manipulatief verdraaien van de werkelijkheid. In alle gevallen gaat het om een samenhangend geheel van dingen die wel met elkáár kloppen maar niet met de feitelijke realiteit. We spreken dan van een web aan leugens. Een visnet waarin je verstrikt kan raken.

Inhouden of je verzetten?
Het net hoeft dus niet persé opzettelijk van leugens te zijn gemaakt. Ook pogingen om de dingen mooier te laten lijken dan ze zijn of de neiging om pijnlijke waarheden te verzwijgen, werken verwarring in de hand. Zoiets kan je gevoelswereld enorm dempen want ergens klopt er steeds iets niet. Je moet voortdurend ergens aan twijfelen. Je voelt je nooit veilig om vrijuit te zijn wie je bent.
Het kan je er aan de andere kant ook juist toe aanzetten om uit de maskerade los te willen breken, om de leugenachtigheid aan te willen vallen en om ten strijde te trekken voor eerlijke en heldere ‘common ground’. Wat je in beide gevallen nodig hebt is een confrontatie omwille van de werkelijk eerlijke geschiedenis.

Complottheorieën
Maar soms halen mensen juist dán nog meer verwarring uit de kast, om er vermeende leugenachtigheid mee te bestrijden en dat maakt het allemaal alleen nog maar lastiger.
Het enige verschil tussen een persoonlijk argwanend verwijt en een maatschappelijke complottheorie is de schaal waarop het wordt uitgeoefend en beleefd. Voorbeelden van argwanende verwijten kennen we allemaal wanneer we de ander slechte intenties toeschrijven zonder dat we willen weten of kunnen verdragen hoe het wérkelijk zit. De belangrijkste overeenkomst tussen een argwanend verwijt en een complottheorie is dat we een verhaal zelf kloppend maken en vervolgens dat verhaal koesteren bóven de werkelijkheid. Het verhaal heeft interne samenhang maar het is niet op realiteitsgehalte te controleren. Dat het wel met zichzelf klopt, dat geeft je de illusie van een bodem. Dat het je vasthoudt, geeft de illusie van een houvast. Een complottheorie is dan ook precies als een argwanend verwijt: behulpzaam – of misschien zelfs wel noodzakelijk – om een angstig en gedesoriënteerd deel in ons gerust te kunnen stellen. “Zó zit het. Ik weet het zeker!”
Alfred Adler schreef ooit dat de neuroticus de gijzelaar is van zijn eigen fictie. Het is de plek waar iemand zichzelf bewaart om niet aan de wereld stuk te gaan.

Twijfel is een teken van kracht
Dat je ergens verstrikt inzit, is meestal geen bewuste ervaring. En omdat iets misschien alleen een theorie is, en het verhaal nergens aan de werkelijkheid getoetst wordt – of misschien niet eens kán worden – dan móét je eigenlijk de samenhang van jouw visnet wel steeds blijven verzorgen en moet je aan je theorie overtuigingskracht blijven toevoegen. Zo investeer je in je eigen probleem. Het dwingt je ertoe om jezelf schrap te zetten en over te komen als iemand die zeker is van zijn zaak. Dit werkt escalatie in de hand. In feite kom je dan niet voor je verhaal op, maar voor je onderliggende kwetsbare gevoel van onbehagen en weerloosheid die je probeert af te weren. Iemand die ontspannen is en in werkelijke ervaringen steunt, kan zich veel meer twijfel veroorloven.

Escalatie
Aan de andere kant zit een reality check er voor de complotdenker niet in omdat de theorie zich voor diegene juist in elkaar weeft rondom zaken die aan het zicht zijn onttrokken. Behálve de ervaring van het vage gevoel dat er iets niet klopt. De ervaring dat er bijvoorbeeld door zogenaamde ‘betrouwbare’ mensen tegen je gelogen wordt. Het is juist het vage gevoel van wantrouwen en het ontbreken van de mogelijkheid tot een reality check, dat in eerste instantie de argwaan heeft gewekt. En omdat je menselijkerwijs gehoor wilt geven aan die emotie, houd je dan misschien vast aan een semi-assertieve oplossing: “Als de wereld niet klopt zal ik hem kloppend máken.”

Verliezen door je te verdedigen
Er zijn veel mensen die in dit tijdgewricht vóelen dat er iets onveilig is, dat er iets niet klopt, dat de wereld zó sterk aan het veranderen is door krachten die ze niet kunnen thuisbrengen, dat het logisch is dat het vertrouwen gaat wankelen. Zo sterk dat we soms niet meer weten op welke wereld we zijn aangesloten. Of sterker, dat we voelen dat we een wereld moeten aannemen die eigenlijk niet kan bestaan. Wie neigt er dan niét toe om op basis van vermoedens met invullingen, meningen en interpretaties het verhaal kloppend te máken. Al is het maar omdat het eventjes oplucht.
Vervolgens kan het verhaal jou inslikken en kan het verhaal op zijn beurt jou vasthouden. Als dat gebeurt, dan kan dat haast nergens anders in eindigen dan in getouwtrek tussen voor’s en tegens en dus in een escalatie. En je ziet dat gebeuren in individuen, in families, in gemeenschappen, in naties en tussen volkeren en naties onderling.

Realiteit brengt vrede
Over realiteit valt echter niet te twisten. Realiteit is misschien uniek in hoe je die beleeft. Maar het is nog steeds wel dezelfde realiteit als die anderen op hún manier beleven.
Realiteit is wat ons bindt. De betrouwbare plek om te kunnen aanhechten. Onze geschiedenis is altijd gedeelde feitelijkheid want wat gebeurd is, heeft zich immers aan iedereen voltrokken. Het is in het verhaal eróver, waar de onwaarheden zitten.
En zoals het in het klein is, zo is het in het grote. Via de realiteit vinden de mensen die een sessie komen halen de oplossing van het eigen visnet, het eigen verstrikte verhaal rondom de waarheid. Je ontdekt hoe dat ontstaan is. En je ontdekt hoe je de weg terug kan vinden naar zelfvertrouwen en vertrouwen in de ander. En zo kunnen we als samenleving én als wereldbevolking ook de weg terugvinden naar een waarachtig en gezond onderling vertrouwen. In waarheid komt de kracht vrij om indringende uitdagingen met elkaar aan te gaan en om iets op te bouwen dat in stevig onderling verband staat.

Tips voor de moderne mens
Om elkaar te helpen om de weg terug te vinden naar een meer veilige leefwereld raad ik je daarom aan om zo min mogelijk te spreken óver mensen en je te richten op spreken mét mensen, om je eigen observaties heel serieus te nemen, om je te uiten over zaken die je zelf aan den lijve hebt ervaren en doorvoeld en om je met name te bemoeien met zaken waar je vanuit eigen ervaring zelf mee te maken hebt.

…en natuurlijk opstellingen doen! 😊
Opstellingenwerk is fenomenologisch werk: het gaat uit van de directe fysieke ervaring. Hierin gaan we voorbij aan mentale fictie en subjectieve meningen en voelen we de essentie van hoe het leven zich in werkelijkheid voltrekt. Maatschappelijke opstellingen doen hetzelfde maar dan op een andere schaal. Het put informatie uit onze gezamenlijke geschiedenis en verschaft daarmee ‘common ground’ om ons als collectief op te kunnen baseren en om in waarheid te kunnen samenleven.

Met toestemming overgenomen. zie https://www.ikenjijopstellingen.nl/

De Tempeliers en de Heilige Graal

De legendarische Orde van Tempeliers was actief tijdens de kruistochten in de 12e en 13e eeuw. De christelijke ridder-monniken zouden volgens de legendes in het Heilige Land allerlei mythische voorwerpen hebben buitgemaakt, waaronder de Heilige Graal, de beker waarin tijdens de kruisiging het bloed van Jezus was opgevangen. Ook werden zij verdacht van gnostische sympathieën. Dit is nooit bewezen. Niettemin eindigden vele Tempeliers op de brandstapel wegens ‘ketterij’. Tijdens hun gevangenschap hebben de Tempeliers religieuze afbeeldingen gekrast op de muren van hun kerkers. Historici denken dat ze niets bijzonders betekenen. De zeven eeuwen oude reliëf-tekeningen blijken ons echter te leiden naar het geheim van de Heilige Graal!

Opkomst en ondergang

De Orde van de Tempeliers werd in 1118 opgericht door de Franse edelman Hugo van Payns en bestond aanvankelijk uit negen mannen. Het doel van de orde was pelgrims te beschermen tegen overvallers op hun reis naar Jeruzalem. De ridders wilden tevens leven in navolging van Christus en legden de monastieke geloftes af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.

De voor die tijd volledig nieuwe combinatie van militair en monnik sprak tot de verbeelding van de Fransen. De orde groeide al gauw in aantal, rijkdom en macht. Ze ontvingen geld, goederen en land van burgers en machthebbers. Hun moed was legendarisch. De goed getrainde ridder-monniken vochten door tot de dood. Ze gaven zich alleen over als hun bevelhebber dit besliste en dat gebeurde niet snel. Naast het beschermen van pelgrims namen zij ook deel aan kruistochten tegen de moslims, om Jeruzalem te behouden voor de christenen.

Rond 1300 werd Jeruzalem veroverd door de moslims. De Tempeliers trokken zich definitief terug uit het Heilige Land. De Franse koning Filips IV verkeerde in geldnood en bedacht een complot om de rijkdommen van de Tempeliers te vergaren. Op 13 oktober 1307 werden in het hele land Tempeliers opgepakt wegens beschuldiging van ketterij, homoseksualiteit en corruptie. Filip had geen bewijzen voor deze aantijgingen, maar de martelmethodes van de Inquisitie leverden hem de ‘bekentenissen’ die hij nodig had om de bezittingen van de orde te confisqueren. Veel Tempeliers eindigden op de brandstapel. In 1312 werd de orde door de paus officieel ontbonden.

In 2007 zijn de Tempeliers alsnog vrijgepleit en in ere hersteld door paus Benedictus. Dit naar aanleiding van de vondst van documenten waaruit onder andere blijkt op welke wijze de bekentenissen tot stand waren gekomen.

Gnostische opvattingen
Veel van de beschuldigingen tegen de Tempeliers kwamen uit de duim van koning Filip, maar de geruchten over gnostische opvattingen zijn nooit verdwenen, mede gevoed door de waas van geheimzinnigheid die rond de initiaties en rituelen van de orde hing. Was hier misschien toch iets van waar?

Als we het schaarse materiaal dat bewaard is gebleven van de Tempeliers nader bestuderen, valt op dat er een thema lijkt van (goddelijke) eenheid tegenover (aardse) dualiteit: een mystiek concept dat we ook in de gnostiek terugvinden. Een voorbeeld is het befaamde Tempelierzegel met twee ruiters op één paard (illustratie 1). De betekenis hiervan is niet bekend. Is het een uiting van verbondenheid en broederschap, of een teken van armoede? Had niet elke ridder een eigen paard? Er zijn diverse argumenten die beide antwoorden onwaarschijnlijk maken.

  1. 2. 3. 4.
    1. Zegel van de Tempeliers
    2. Wapen van de Tempeliers
    3. Vlag van de Tempeliers
    4. Graf van een Tempelier (Temple Church, Londen)

Aannemelijker lijkt dat de twee ruiters op één paard een metafoor zijn voor het innerlijk versmelten van de polariteiten, als de weg naar een Godservaring. Zeker als we andere voorwerpen naast dit zegel plaatsen. Het wapenschild van de Tempeliers, bijvoorbeeld, is een rood kruis op een zwart met witte achtergrond (illustratie 2). Het gelijkarmige kruis (Grieks kruis) is een klassiek symbool voor de versmelting van de tegenstellingen. Strategisch geplaatst in het midden van de zwart-witte achtergrond (yin en yang), wordt deze interpretatie onderstreept. Ook de zwart met witte vlag van de Tempeliers, de Beauceant genaamd, sluit symbolisch hierbij aan (illustratie 3).

En dan zijn er nog de graven van de Tempeliers. Op een aantal hiervan is de overledene afgebeeld met gekruiste benen (illustratie 4), een merkwaardig detail waarvoor historici geen verklaring hebben. Eén van de theorieën is dat de gekruiste benen verwijzen naar deelname aan een kruistocht, maar deze verklaring is niet sluitend voor alle gevallen waarbij een ridder op dergelijke wijze is afgebeeld. In de esoterische tradities staan gekruiste benen symbool voor de versmelting van de tegenstellingen tot een goddelijke eenheid.

Op het zegel met de twee ruiters op één paard vinden we nog twee aanwijzingen naar de versmelting der tegenstellingen: de twee speren naast elkaar en het dubbele kruis op de wapenschilden van de ruiters. De twee kruisen op elkaar vormen een achtpuntige ster, de zogenaamde Morgenster, een oeroud symbool voor het goddelijke.

De Morgenster
De achtpuntige ster is een symbool van de Soemerische godin Inanna en haar Akkadische tegenhangster Ishtar. Deze godinnen werden tevens geassocieerd met de planeet Venus, die de Morgenster wordt genoemd omdat Venus, na de zon en de maan, de helderste is van alle hemellichamen en kort voor zonsopgang zichtbaar is in het oosten. Venus kondigt als het ware de zon aan en werd daarom al in de verre oudheid geassocieerd met het goddelijke. In het verlengde hiervan staat de achtpuntige ster in diverse esoterische tradities voor de sluimerende goddelijke energie in het bekken van de mens: de kundalini-shakti genoemd door de yogi (illustratie 5).

  1. Alle symbolen op deze alchemistische illustratie verwijzen naar de kundalini-energie: de slang, de vrouw op de maan (Sophia) en de achtpuntige ster. Uit: Clavis Artis, laat 17e/begin 18e eeuw. 

De Tempeliers hebben de achtpuntige Morgenster geplaatst op munten, op zegels en op door hen gebouwde kerken en kathedralen. Een intrigerend voorbeeld vinden we tussen de diverse fresco’s in de Tempelierkapel van Cressac-Saint-Genis, in Frankrijk (illustratie 6). Mijn interpretatie is dat alle symbolen in de cirkel verwijzen naar het goddelijke in de mens, oftewel de kundalini-energie. De kleine cirkel met een punt in het midden is het symbool voor de zon en voor goud. De A(lpha) is de eerste letter van het alfabet en verwijst naar het goddelijke beginsel van onze schepping. De mysterieuze kronkellijn op de bovenkant van de A is de (slangen)beweging van de kundalini-energie, opstijgend door de wervelkolom.

  1. Fresco in Tempelierkerk

Een tweede esoterisch symbool, ook veelvuldig gebruikt door de Tempeliers, is de Roos van Venus. Tijdens een cyclus van acht jaar maakt de planeet Venus een baan om de aarde die het patroon heeft van een vijfbladige bloem (illustratie 7). Deze Roos van Venus is sinds oudsher een symbool voor het vrouwelijk aspect van God. Het patroon kan ook gezien worden als een pentagram. Zowel de Roos van Venus, als het pentagram, vinden we terug bij de Tempeliers (illustratie 8 en 9).

  1. 8. 9.7. De baan die de planeet Venus om de aarde maakt in 8 jaar.
    8. Het ornament boven de ingang van Tempelierkerk Santa Maria dos Olivais in Tomar, Portugal.
    9. Een munt, uitgegeven door de Tempeliers.

De Coudray Toren in Chinon

Een van de plaatsen waar de Tempeliers gevangen hebben gezeten, voorafgaand aan hun veroordeling en terechtstelling, is de Toren van Coudray in de Franse plaats Chinon. Op de muren van de toren hebben de mannen religieuze tekeningen achtergelaten. Deze verschaffen ons veel duidelijkheid over de gnostische kennis die zij bezaten (illustratie 10). De monniken hebben aan de kalkstenen muren van hun gevangenis toevertrouwd waarover ze tijdens de folteringen door de Inquisitie hebben gezwegen. De ruwe tekeningen bevatten symboliek waarvan alleen ‘ingewijden’ de betekenis begrijpen.

Op illustratie 10 staat links de heilige Catharina afgebeeld, herkenbaar aan haar vaste attribuut: het wiel waarop zij is gemarteld. Het wiel op deze gevangenismuur heeft acht spaken, die duidelijker zijn uitgewerkt dan de heilige zelf. Dat we dit mogen zien als een verwijzing naar de achtpuntige Morgenster, en daarmee naar de kundalini-energie, kunnen we afleiden uit de planeet Venus (cirkel met kruis eronder), links naast Catharina.

Graffiti achtergelaten door de Tempeliers in de Toren van Coudray in Chinon.
10. en 11.

Illustratie 11 sluit prachtig aan bij de symboliek van 10. Rechts zien we het hoofd van een monnik met een aureool. Dit aureool is het gevolg van de activering van de pijnappelklier, die is afgebeeld links naast de man, als een grote uitholling met stralen er omheen. De fleur-de-lys onder de uitholling, bevestigt onze interpretatie. De fleur-de-lys is een oeroud symbool van de pijnappelklier. Tussen de fleur-de-lys en de monnik is een trap met zes treden gekerfd: de zes chakra’s die de kundalini doorloopt om bij de pijnappelklier te komen.

Innerlijke kruisiging

Uit de achtergelaten graffiti in torens van de Franse Bastide-stad Domme, waar ook Tempeliers gevangen zaten in afwachting van hun proces, kunnen we afleiden dat zij wisten dat veel verhalen in de Bijbel een symbolische laag hebben. Zo staat de kruisiging van Jezus op het symbolische niveau voor het sterven van het ego tijdens het proces van spiritueel ontwaken. Op illustratie 12 staat een kruisingsscène uit de gevangenis van Domme afgebeeld. Wat opvalt is dat om het kruis en de twee bijstanders heen een huis is gekerfd. De boodschap hiervan is dat de kruisiging, op een dieper niveau, zich afspeelt in de mens.

Op het hoofd van de gekruisigde Jezus is een tweede, kleiner kruisje geplaatst. Ook dit is een aanwijzing dat de dood van Jezus staat voor een innerlijk proces. Het ego sterft als de kundalini-energie is opgestegen tot in het hoofd, en de mannelijke en vrouwelijke energieën (de innerlijke dualiteit) versmelten tot een eenheid. Dit zogenaamde heilige huwelijk wordt op illustratie 12 uitgebeeld door de man en de vrouw (de apostel Johannes en Maria) naast het kruis.

  1. Kruisigingsscène, Domme. 

Heilige Graal

Op de muren in Domme staat ook illustratie 13: een afbeelding van de Heilige Graal. Mijn interpretatie is dat dit een beker met een levensboom voorstelt, en dat dit een metafoor is voor het bekken van de mens (de beker), met de ontwaakte kundalini die omhoog stroomt naar het kruinchakra (de levensboom).

De beker is octogonaal (achthoekig), een verwijzing naar de Morgenster. De boom heeft zeven takken: dit zijn de zeven chakra’s die geopend worden door de kundalini. Een bevestiging van deze interpretatie kunnen we vinden in de Tempelierkerk van Montsaunès: de levensboom, afgebeeld op een van de muren, is op precies dezelfde wijze uitgevoerd (illustratie 14)!

  1. 14.
    13. Graffiti in de gevangenis van Domme.
    14. Fresco van levensboom in de Tempelierkerk van Montsaunès.

De Tempeliers wisten dus dat de mythische Heilige Graal geen fysiek voorwerp is, maar een metafoor voor de goddelijke energie in ons bekken. Volgens de legendes zou drinken uit de Heilige Graal genezing en eeuwig leven geven. Dit zijn eigenschappen van de kundalini-energie die, als zij ontwaakt, de mens zuivert, heelt en herenigt met God.

Jezus hangend aan een (levens)boom. De zeven punten verwijzen naar de zeven chakra’s.
Gravure uit: Hermetische schriften, Vincentius Koffsky, 1786. 

Spiritueel testament
De Tempeliers spreken nog altijd zeer tot de verbeelding. Regelmatig verschijnen er goedverkopende boeken met de meest ongeloofwaardige en ongefundeerde hypotheses en complottheorieën. Al deze eeuwen is de waarheid over de spiritualiteit van de Tempeliers zichtbaar geweest op Franse gevangenismuren: door historici niet op waarde geschat en onbekend bij een groot deel van de wereld. Een ontroerend spiritueel testament, voor ons achter gelaten door heldhaftige mannen, die gemarteld en gedood werden door dezelfde paus en koning die ze zo trouw en gepassioneerd hadden gediend.

Anne-Marie Wegh schrijft boeken over de beeldtaal van de Bijbel.
Haar nieuwste boek is Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie.

www.anne-marie.eu

Wat Erwin Schrödinger over de Upanishads zei door Viraj Kulkarni

Kwantumfysica elimineert de kloof tussen de waarnemer en het waargenomene. De Upanishads zeggen dat de waarnemer en het waargenomene dezelfde dingen zijn

 

Erwin Schrödinger, 1933. Foto: Nobel Foundation/Public Domain.

Kwantumfysica is een van de meest opmerkelijke ontwikkelingen van de 21e eeuw. Tot het begin van de 21e eeuw domineerden de bewegingswetten van Isaac Newton de studie van het fysieke universum. Deze werden later voor het grootste deel ‘opgewaardeerd’ door de relativiteitstheorieën van Albert Einstein, en samen konden ze bijna alle fysische verschijnselen op een bevredigende wijze verklaren. Deze klassieke theorieën vormden de basis waarop de hele bovenbouw van de fysica rustte.

Maar aan het begin van de 20e eeuw ontdekten natuurkundigen dat subatomaire deeltjes zoals elektronen zich konden gedragen op manieren die de voorspellingen van de klassieke fysica tartten. Om dit gedrag te verklaren, formuleerden ze de theorieën en principes van de kwantummechanica – een reeks natuurwetten die het gedrag van elektronen en andere subatomaire deeltjes heel goed konden voorspellen.

Enkele van de meer bekende onder deze natuurkundigen waren Einstein, Niels Bohr, Erwin Schrödinger en Werner Heisenberg. Deze natuurkundigen -en anderen- zouden spoedig ontdekken dat Erwin Schrödinger, terwijl hij nieuwe theoretische en technologische vergezichten opende ook enkele vreemde voorspellingen deed. Zo konden volgens hem elektronen door muren heen tunnelen, konden deeltjes zich tegelijkertijd op twee plaatsen tegelijk bevinden, konden zwarte gaten verdampen, en kon informatie sneller dan het licht tussen waarnemers worden uitgewisseld.

Het was een cruciaal moment in de geschiedenis, toen de natuurkunde in een staat van grote omwentelingen geraakte. Het bekende klassieke beeld van de werkelijkheid werd verstoord door een beeld dat te gek leek om waar te zijn, ook al verklaarde het talloze experimentele waarnemingen die eerst niet waar konden zijn. Einstein, Bohr, Schrödinger, Heisenberg en anderen waren diep geraakt over de implicaties ervan. Ze stonden inderdaad voor een persoonlijk dilemma: een belachelijke theorie geloven die werkte, of die verwerpen voor een intuïtieve theorie die niet werkte.

Op dit kritieke moment ontdekten ze dat hun idee, dat de wereld die we zien niet de werkelijkheid zelf is, maar een projectie op ons bewustzijn, niet helemaal nieuw was. In de oude Indiase teksten die bekend staan ​​als de Upanishads, vonden ze echo’s van hun theorieën, en tevens een filosofische basis om ervoor te zorgen dat ze niet langer op drift zouden raken door de implicaties van de kwantummechanica.

Een vreemde wereld

Kwantumfysica kreeg vorm door verschillende contra-intuïtieve ontdekkingen met betrekking tot het inconsistente gedrag van licht. James Maxwell toonde in 1865 aan dat licht gemodelleerd kon worden als elektromagnetische golven. In 1905 publiceerde Albert Einstein zijn artikel over het foto-elektrisch effect, waarin hij voorstelde dat licht bestaat uit kleine massaloze deeltjes, fotonen genaamd. Louis de Broglie, een Franse aristocraat, combineerde deze opvattingen in 1924 met de gewaagde suggestie dat alle materie golfachtig gedrag vertoont. Deze visie, bekend als ‘de dualiteit van golf en deeltje’, opende een doos van Pandora, met argumenten die de aard van de werkelijkheid, zelfs het bestaan ​​ervan, uitdagen.

Volgens de klassieke fysica zijn microscopisch kleine deeltjes zoals elektronen massieve bolvormige materiebolletjes. De kwantumfysica vervangt dit beeld door iets dat vreemd is aan onze overtuigingen. Er wordt beweerd dat een elektron zich niet op één plek bevindt, maar in een diffuse wolk van waarschijnlijkheden. Als je het elektron probeert te observeren, is de kans groter dat je het in een dichter gebied van de wolk aantreft dan in een minder dicht gebied.

Deze wolk wordt wiskundig weergegeven door de golffunctie. En de kern van de kwantumfysica is een vergelijking die bepaalt hoe een golffunctie evolueert naarmate de tijd verstrijkt. De Oostenrijks-Ierse natuurkundige Erwin Schrödinger publiceerde dit inzicht in 1926, en daarom wordt dit de Schrödinger-vergelijking genoemd.

Wetenschappers vinden het boeiend om de spanning weer te geven tussen de realiteit die wordt beschreven door de kwantumfysica en de werkelijkheid die we met onze zintuigen kunnen waarnemen. Aangezien macroscopische objecten zoals bomen en auto’s zijn samengesteld uit microscopisch kleine deeltjes zoals atomen en moleculen, die zich op hun beurt ook gedragen als golven, moeten macroscopische objecten zich óók gedragen als golven. Maar dit is niet wat we ervaren. De computer waarop ik dit artikel heb geschreven en het apparaat waarop je dit leest, voelen zeker niet aan als golven!

Dus wanneer gedraagt ​​iets zich niet meer als een golf, en begint het zich te gedragen als een stuk materie, een object dat strikt uit deeltjes bestaat?

Verrassend genoeg gebeurt dit als we het observeren. Volgens de ‘Kopenhagen-interpretatie’ van de kwantummechanica zorgt het observeren van een object ervoor dat het zijn kwantum-aard verliest en zich samenvoegt in de klassieke vorm die we gewend zijn. Deze samenvoeging van de golffunctie houdt in dat de werkelijkheid die we zien alleen bestaat als wij er zijn om haar waar te nemen.

Een waarnemer neemt niet alleen de werkelijkheid waar, hij maakt die werkelijkheid.

Een waarnemer neemt niet alleen de werkelijkheid waar, hij maakt die werkelijkheid. Als ze aan zichzelf zouden worden overgelaten, zouden de dingen als golven blijven totdat iemand ze observeerde. Einstein, die zich hiermee niet kon verzoenen, vatte het curieuze element in de conclusie van de kwantumfysica samen toen hij een vriend vroeg: “Geloof je dat de maan alleen bestaat als ik ernaar kijk?”

De subjectieve werkelijkheid van de Upanishads

De Upanishads bestaan uit een verzameling Sanskriet teksten die gedurende duizenden jaren mondeling zijn overgedragen van leraar op leerling. Terwijl de Veda’s rituelen voorschrijven om goden te sussen, houden de Upanishads zich bezig met de aard van de werkelijkheid, de geest en het zelf.

Schrödinger kwam rond 1918 voor het eerst in aanraking met de Indiase filosofie, via de geschriften van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer. Schopenhauer, een fervent onderzoeker van de Upanishads, verklaarde: “In de hele wereld is er geen studie die zo heilzaam en zo verheven is als die van de Upanishads. Het is de troost van mijn leven geweest. Het zal de troost van mijn dood zijn”.

De Upanishads beschrijven de relatie tussen Brahman en het Atman. Brahman is het universele zelf, of de ultieme enkelvoudige werkelijkheid. Het Atman is het innerlijke zelf van de individu, de ziel. Een centraal thema in de Upanishads luidt “tat tvam asi”, wat betekent dat de Brahman en de Atman identiek zijn. Er is maar één universeel zelf, en we zijn er allemaal één mee. (Vertaler: letterlijke betekenis van “tat tvan asi:  is “dat zijt Gij”)

De Isha Upanishad stelt: “Brahman vormt alles wat leeft of niet-leeft … de wijze weet dat alle wezens identiek zijn aan zijn zelf, en zijn zelf is het zelf van alle wezens.”

Schrödinger was gefascineerd door deze gedachte. Volgens Subhash Kak’s boek The Wishing Tree (2008) noemde Schrödinger zijn hond Atman, en zijn toespraken eindigden vaak met de uitspraak ‘Atman = Brahman’, iets dat hij zelf -enigszins zelfverheerlijkend- de Schrödinger vergelijking noemde. Toen zijn affaire met de Ierse kunstenares Sheila May eindigde, schreef ze hem een ​​brief die zinspeelde op deze fascinatie.

“Ik keek je in de ogen en vond daar al het leven, die geest waarvan je zei dat die niet meer jij of ik was, maar wij, één geest, één wezen … je kunt je hele leven van me houden, maar we zijn nu twee, niet één.”

Kwantumfysica elimineert de kloof tussen de waarnemer en het waargenomene. De Upanishads zeggen dat de waarnemer en het waargenomene dezelfde dingen zijn. In zijn boek What is Life? uit 1944 formuleerede Schrödinger een eigenaardige gedachte. Als de wereld inderdaad wordt gecreëerd door onze observatie, zouden er miljarden van zulke werelden moeten zijn, één voor ieder van ons. Hoe komt het dan dat jouw wereld en mijn wereld hetzelfde zijn? Als er iets in mijn wereld gebeurt, gebeurt het dan ook in jouw wereld? Wat zorgt ervoor dat al deze werelden met elkaar synchroniseren?

Hij vond zijn antwoord opnieuw in de Upanishads. “Er is duidelijk maar één alternatief”, schreef hij “namelijk de eenmaking van de geest of het bewustzijn. Hun veelheid is slechts schijnbaar, in werkelijkheid is er maar één geest. Dit is de leer van de Upanishads.”

Volgens de Upanishads bestaat alleen Brahman. Alles wat we om ons heen zien, is Maya, een vervorming van het Brahman, veroorzaakt door onze onwetendheid en onze onvolmaakte zintuigen. De Chandogya Upanishad zegt: “Dit alles is Brahman. Alles komt van Brahman, alles gaat terug naar Brahman, en alles wordt ondersteund door Brahman.”

Hierover schreef Schrödinger: “… er is maar één ding, en dat wat een veelvoud lijkt te zijn, is slechts een reeks verschillende aspecten van dit ene ding, voortgebracht door een misleiding, (de Indiase Maya’s). Dezelfde illusie wordt bijvoorbeeld weergegeven in een galerij met spiegels. En op dezelfde manier bleken de berg Gaurisankar en de Mount Everest dezelfde piek te zijn, gezien vanuit verschillende valleien ”

Volgens de Upanishads bestaat alleen Brahman. Alles wat we om ons heen zien is Maya.

Het is gemakkelijk in te zien waarom een ​​dergelijk concept Schrödinger zou hebben aangesproken. De kwantumfysica houdt vol dat de werkelijkheid bestaat als golven, en de dualiteit van golfdeeltjes ontstaat door onze waarneming. Omdat we de ware golfkarakteristiek van de werkelijkheid niet kunnen waarnemen, reduceert onze waarneming deze tot de onvolledige werkelijkheid die wij zien. Deze reductie is wat we kennen als de ineenstorting van de golffunctie. De opkomst van Maya komt dus precies overeen met deze ineenstorting.

Schrödinger verwees niet terloops naar de Upanishads. In plaats daarvan had hij hun kernboodschap volledig geïnternaliseerd. “Ontelbare zonnen, omringd door mogelijk bewoonde planeten, een veelvoud aan melkwegstelsels, elk met zijn ontelbare zonnen … Volgens mij zijn al deze dingen Maya.”

De Upanishads beschrijven hoe de werkelijkheid uit het bewustzijn voortkomt. Maar bewustzijn kan niet als substantie of als orgaan in ons lichaam worden gevonden. Hoe kan in dat geval een niet-materieel bewustzijn onze materiële lichamen beheersen? Hoe gaat de geest precies om met materie? Deze vraag staat bekend als ‘het lichaam-geest-probleem’ en heeft filosofen lange tijd gekweld. Omdat we deze interactie niet hebben kunnen lokaliseren of verklaren, blijft er een bedrieglijk eenvoudige keuze over: òf bewustzijn òf de realiteit bestaat niet.

De meeste representanten van de moderne wetenschap neigen tegenwoordig naar de materialistische opvatting – dat bewustzijn een bijproduct is van de neurochemische processen die plaatsvinden in onze hersenen. Het bewustzijn hangt van deze processen af, en kan niet zonder hen.

Anderzijds houden de Upanishads een idealistische visie hoog – dat bewustzijn op zichzelf bestaat, en dat de fysieke wereld ervan afhangt. Er is geen objectieve werkelijkheid die onafhankelijk van de waarnemer bestaat. Schrödinger steunde deze opvatting en klaagde over de afkeer ervoor: “Het moet worden gezegd dat deze doctrine voor het Westerse denken weinig aantrekkingskracht heeft, onverteerbaar is, fantastisch, en onwetenschappelijk. Welnu, dit is zo omdat onze wetenschap – de Griekse wetenschap – gebaseerd is op objectivering, waardoor ze zichzelf heeft afgesneden van een adequaat begrijpen van het onderwerp van kennis, van de geest. ”

“Dus het lichaam-geest-probleem”, schreef hij, “is onze vruchteloze zoektocht naar de plaats waar de geest inwerkt op de materie of omgekeerd … De materiële wereld is alleen geconstrueerd ten koste van het zelf. Dat wil zeggen zonder de geest. De geest maakt er geen deel van uit. Het is dus duidelijk dat de geest er niet naar kan handelen, noch door een van zijn onderdelen kan worden beïnvloed.” 

Wie alle wezens in zijn eigen zelf ziet en zijn eigen zelf in alle wezens, verliest alle haat en angst.”

Natuurkundigen en Upanishads

Schrödinger was geëmotioneerd door de Upanishads. Hij besprak ze met iedereen die hij ontmoette en deed vastbesloten pogingen om het in zijn leven op te nemen. De tekst op zijn grafsteen luidt: “ Dus al het Zijn is een uniek Zijn. En dat blijft zo als iemand sterft. Dit vertelt je dat hij niet ophield te bestaan.”

En hij was niet de enige. Niels Bohr heeft de beroemde uitspraak gedaan: “Ik ga naar de Upanishad om vragen te stellen.” In The Tao of Physics (1975) schreef Fritjof Capra over de tijd dat Heisenberg Rabindranath Tagore ontmoette, en deed de uitspraak dat ‘de introductie tot het Indiase denken Heisenberg veel troost bracht’.

Robert Oppenheimer, die het Manhattan-project leidde om de eerste kernwapens ter wereld te ontwikkelen, leerde Sanskriet zodat hij de Bhagavad Gita in zijn oorspronkelijke vorm kon lezen. Toen hij getuige was van de ontploffing van de eerste atoombom, herinnerde hij zich een beroemd vers uit de Gita, waarin Krishna Arjuna zijn ware gedaante laat zien. Hij vertaalde het vers als volgt: “Nu ben ik de Dood geworden, de vernietiger van werelden.”

De Upanishads boden troost – een opvatting over de werkelijkheid en het universum, gebaseerd op waarneming en redenering. In de verkregen inzichten uit deze teksten vonden de natuurkundigen morele troost, intellectuele moed en spirituele begeleiding.

Schrödinger was in de eerste plaats een natuurkundige die diepgeworteld was in de methoden van de wetenschap. De Indiase filosofie kalmeerde zijn ziel, maar het is onwaarschijnlijk dat het hem hielp om wiskundige vergelijkingen te formuleren.

In feite was Schrödinger vaak kritisch over veel Indiase ideeën, en hij wees erop dat ze vatbaar waren voor bijgeloof. De moderne wetenschap vertegenwoordigde volgens hem het hoogtepunt van het menselijk denken. Hij zocht de Indiase filosofie niet om de methoden van de wetenschap te vervangen, maar om geïnspireerd te worden. Hij was zich ervan bewust dat het niet gemakkelijk was om twee denkpatronen te vermengen die duizenden jaren van elkaar gescheiden waren. Hij geloofde dat het westerse denken – met grote zorg – ideeën uit de Indiase filosofie moest ontlenen.

Zoals hij schreef: “Ik geloof dat dit precies het punt is waarop onze huidige manier van denken moet worden aangepast, misschien door een beetje bloedtransfusie afkomstig uit het oosterse denken. Dat zal niet gemakkelijk zijn. We moeten op onze hoede zijn voor blunders – bloedtransfusie heeft altijd grote voorzorgsmaatregelen nodig om stolling te voorkomen. We willen de logische precisie die ons wetenschappelijk denken heeft bereikt niet verliezen, en dat is ongeëvenaard, waar en wanneer dan ook.”

Afgezien van de filosofie hebben Indiase denkers essentiële wetenschappelijke bijdragen geleverd aan astronomie, wiskunde, literatuur, rechten, biologie, psychologie en aan de meeste andere gebieden van het menselijk streven, zo niet aan allemaal. Ze krijgen vaak niet de erkenning die hen toekomt.

De Upanishads prediken zelf een boodschap van eenheid en zijn tegen elke vorm van discriminatie. Om de woorden van de Isha Upanishad te citeren: “Wie alle wezens in zijn eigen zelf ziet en zijn eigen zelf in alle wezens, verliest alle haat en angst.”

 

Auteur van dit artikel: Viraj Kulkarni. Hij heeft een master in computerwetenschappen van UC Berkeley. Hij zit op Twitter op @VirajZero.

 

Vertaling Hansjelle Dijkstra

Het Avatamsaka soetra (slot). Sudhana’s weg

Het Avatamsaka soetra gaat over de weg van de pelgrim Sudhana en deze staat voor de wording van de bodhisattva in het Mahayana boeddhisme. In feite is dit de weg van een ieder die van het meditatiekussen opstaat en het ondermaanse bestaan inloopt.

Sudhana’s weg begint met het brandende verlangen om wakker te worden, te zien, in het Sanskriet bodhicitta genoemd. Of beter gezegd, dit brandende verlangen begint met hem, nog voordat hij er zelf erg in heeft. Het verlangen naar ontwaken voert de pelgrim in achtendertig delen van het Avatamsaka soetra langs vijftig leraren en leraressen, die hem allemaal inzichten en tips voor beoefening geven, om hem tenslotte te brengen tot de toren van Maitreya in deel negenendertig van het soetra. Hier, in de Gandhavyuha, ziet Sudhana voor het eerst de wonderlijke realiteit van zijn aan den lijve ervaren. Hij ontwaakt voor het feit dat niets, maar dan ook niets, in ruimte en tijd is uitgesloten van zijn aanwezigheid in dit moment en op deze plaats. Alles komt hier samen, precies zoals het is, zonder elkaar te hinderen, in een natuurlijke orde en in volmaakte vrijheid. Deze wonderlijke maar o zo reële werkelijkheid, in feite de enige werkelijkheid die is, wordt ook wel de Dharmadhatu genoemd, de werkelijkheid van sunyata, ‘leegte’. Maar ze is verre van leeg! Ze is een werkelijkheid van overvloed en vervulling: alles is hier aanwezig, in dit moment, op deze plek, niets ontbreekt. We zouden sunyata daarom beter kunnen vertalen met ‘onbepaald’, want ik kan niet bepalen wat deze werkelijkheid is, noch wat erin verschijnt. Woorden schieten tekort, concepten keren ervan terug, mijn kennen heeft er geen vat op.

Met het horen van het knippen van Maitreya’s vingers, keert Sudhana weer terug naar zijn beperkte, door en door geconditioneerde, vergankelijke bestaan, compleet met zijn dualistische wijze van waarnemen en denken. Maar hij keert terug met twee vragen. Ten eerste, hoe ga ik de overvloed die ik heb ervaren en die ik amper kan houden, delen? En, hoe ben ik anderen van dienst? Waarmee deelt Sudhana de overvloed en waarmee dient hij? Dat kan maar een ding zijn: zijn door en door geconditioneerde, beperkte bestaan, precies zoals het is. In het terugkeren naar zijn individuele leven door het horen van het knippen van de vingers, neemt Sudhana voor het eerst van zijn leven zijn individuele bestaan bewust aan. Dit is het. Hiermee doe ik het. Dit is de pijp waardoorheen de vervulling stroomt, dit is het instrument ten bate van anderen.

Hiermee staat zijn individuele bestaan niet meer ten dienste van zijn ik, maar ten dienste van zijn wakkere aanwezigheid (jnana, het licht waarin alles verschijnt), adhisthana, het ‘iets gaat zijn gang’ dat door ons heen stroomt en… Pranidhana, zijn voornemen om alle levende wezens te dienen, dat tot de geboorte van de bodhisattva heeft geleid. Door pranidhana staan we op van ons kussen en lopen de wereld in om precies datgene te delen wat we zijn.

Is hiermee zijn brandende verlangen tot rust gekomen? Geenszins, zo stelt de laatste alinea van deel negenendertig van het Avatamsaka soetra: bodhisattva Maitreya sprak tot Sudhana: ‘Wanneer iemand enig werk wil verrichten, is het eerste waarop hij zich richt zijn eigen leven. Precies zo is het wanneer de Bodhisattva de beoefening van alle waarheden van de Boeddha wil uitvoeren, dan is het eerste waarop hij zich richt, zijn brandende verlangen om te ontwaken (bodhicitta) is. Wanneer iemand zijn eigen leven verliest, is hij niet meer in staat enig werk voor zijn ouders en vrienden te verrichten. Precies zo is het wanneer de Bodhisattva zijn brandende verlangen om te ontwaken verliest, dat hij zijn zicht (jnana) verliest en niet meer in staat is zijn Boeddha-inzicht voor alle levende wezens te gebruiken.’

De bodhisattva zal moeten blijven oefenen, onderzoeken, onderhouden, verlangen, om zijn zicht niet te verliezen. We vergeten snel en laten ons gemakkelijk meeslepen in onze bevangenheid. Daarom brengt Sudhana in het laatste deel van het Avatamsaka soetra een bezoek aan Samanthabadra bodhisattva, de bodhisattva van toewijding en beoefening, om tenslotte met hem samen te vallen en zich de rest van zijn wonderlijke weg te wijden aan onderzoek en realisatie, slijpen en rijpen, ontwaken en incarneren.

Als basistekst voor mijn vertaling heb ik het ‘palmblad manuiscript’ van de Royal Asiatic Society in Londen gebruikt, folio 247b en verder, waar ik toegang toe had via mijn Sanskriet leraar destijds, de pandit Pran Paul, de specialist op het gebied van Avalokitesvara (Kanzeon bodhisattva).

Probeert de evolutie postmoderne fouten te corrigeren in dit ‘Trump Tijdperk’?… door Nick Hilden

Ken Wilber denkt van wel……

“Een land waarin 50 procent van de bevolking ronduit een hekel heeft aan de andere 50 procent, is geen land dat vooruitgang kan boeken met enige vorm van gratie, waardigheid en integriteit. En dat is precies de situatie waar in de Verenigde Staten zich op dit moment in bevinden.”

Schrik en verrassing sloegen op hol toen het presidentschap werd gewonnen door een reality-tv-ster die ooit een rolletje speelde in Home Alone2. Sinds die noodlottige dag hebben theoretici een reeks van verklaringen aangevoerd over hoe het kon gebeuren.

Ongebreideld racisme en vrouwenhaat, ophitsen van de media, misstappen van Clinton, wijdverbreide economische stress, de e-mails, Rusland – het zijn slechts enkele van de hypothesen die zijn aangedragen. Maar één denker heeft een enigszins nieuw en gedetailleerd idee over hoe en waarom het allemaal ten onder ging. In ‘Trump and a Post-Truth World’ presenteert schrijver, filosoof en systeemtheoreticus Ken Wilber een uitgebreide opvatting over het bovenstaande. Het was niet alleen de schuld van racisme, noch was het Clintons rechteloos maken van de zwakkeren in de samenleving. Het waren beide en nog veel meer.

Volgens Wilber is het de schuld van het universum.

Dit zal wat uitleg vergen.

De Groeihiërarchie van de Evolutie

Ken Wilber is de leidende geest achter de Integral Theory-beweging, die ernaar streeft vrijwel alle kennis, ervaringen en manifestaties samen te brengen in één enkele, verenigde metatheorie. Hij geeft een uitgebreide uitleg van Integrale Theorie in zijn boeken Sex, Ecology, Spirituality, en het veel meer toegankelijke A Theory of Everything, en zijn meest recente opus The Religion of Tomorrow. Maar voor onze doeleinden hier zal ik proberen om een beperkt overzicht op te stellen. Zo kaal mogelijk.

Wilber plaatste het hele bestaan ​​in een raster van vier kwadranten dat twee ervaringsassen in kaart brengt: interieur-exterieur en individueel-collectief. Zijn theorie stelt dat individuen, culturen, sociale systemen, en inderdaad al het andere, zich langs deze groeihiërarchieën ontwikkelen.

De All-Quadrants, All-Levels Map of Integral Theory

Als een mens volwassen wordt, ontwikkelt hij zich bijvoorbeeld door middel van een reeks interne stadia. Een baby kent alleen overlevingsimpulsen, en als peuter kent hij alleen zijn ego. Van daaruit leert het zijn kleine sociale groep waarderen. Hij overstijgt dit vervolgens om een ​​individu te worden met een mondiaal perspectief buiten de sociale groep, alvorens de perspectieven van alle individuen op multiculturele schaal te leren herkennen. Om dit verder te vereenvoudigen: egocentrisch wordt etnocentrisch en wordt wereldcentrisch.

Samenlevingen werken ook op deze manier. Bijvoorbeeld, etnocentrische, religieuze en autoritaire rijken en monarchieën, (die burgers ondergeschikt maakten aan het ego van degenen die aan de macht waren), maakten bijvoorbeeld plaats voor democratieën die opkwamen voor individuele rechten. Denk maar aan de Franse en Amerikaanse revoluties die in de afgelopen 60 jaar leidden tot een radicaal relativisme dat de nadruk legt op unieke subjectieve, contextuele realiteiten. Denk ook aan hoe de burgerrechtenbeweging en de culturele revolutie van de jaren zestig de concepten van zelfbeschikking en individuele vrijheid van de Amerikaanse grondleggers verdiepten en uitbreidden.

Eikel werd jong boompje, werd eik. Of in ons geval werd traditioneel (religieus, autoritair, etnocentrisch) modern. Wetenschap, rationaliteit, mondiaal zakendoen, individualistisch werd postmodern, (context-gebaseerd multiculturalisme).

En volgens Wilber: “De welbekende strijd tussen deze drie waardensystemen wordt overal ‘de cultuuroorlogen’ genoemd.” 

Nu moet erop worden gewezen dat Wilber benadrukt dat geen van deze stadia “beter” of “slechter” zijn dan de andere. Het zijn gewoon ontwikkelingsfasen die alle mensen kunnen ervaren. Als er een “waarde” is die boven elkaar kan worden geplaatst, is dat alleen het feit dat iemand met elk hoger niveau een meer inclusief perspectief krijgt. Een eik is niet “beter” dan de eikel waaruit hij groeide, maar je kunt zeker een weidser uitzicht krijgen vanaf zijn takken.

Het is ook belangrijk om te vermelden dat niet iedereen, en in feite maar heel weinig mensen, zich ontwikkelen tot de hogere regionen van dit spectrum. De meeste mensen nemen een vaste positie in en blijven daar in plaats van verder te gaan. Dit gebeurt om een ​​aantal redenen. Er komen maar weinig zaden uit, slechts een handvol daarvan groeit verder, en nog minder daarvan dragen vrucht.

En de ontwikkeling van culturen kan worden beoordeeld aan de hand van de verhoudingen van de bevolking die aan deze stadia kunnen worden toegeschreven. Volgens ontwikkelingsonderzoekers is de overgrote meerderheid van de huidige wereldbevolking etnocentrisch.

De Amerikaanse Revolutie vond pas plaats toen er een groep van moderne-individualisten was ontstaan die groot genoeg was om een ​​’voorsprong’ in de ontwikkeling tot stand te brengen. Later kwam de burgerrechtenbeweging alleen tot stand toen er genoeg mensen postmodern werden en het voortouw namen.

Dit, zegt Wilber, is zoals het gaat bij onze individuele ontwikkeling en collectieve sociale evolutie. En we zijn allemaal klaar voor de volgende stap.

De huidige stand van zaken

Het is vrij duidelijk te zien waar de verschillende facties van de Amerikaanse samenleving in deze hiërarchie zich bevinden.

Trump en Co genieten van hun traditionele etnocentrisme: bescherm onze kleine groep ten koste van alles – zonodig met een muur. Wilber heeft ze met een kleur gecodeerd als: ‘rood/amber’.

De Clintons en de Bushes van de wereld zijn modernisten: de rechten van het individu prevaleren boven alle overwegingen – tenzij het het zakendoen in de weg staat, omdat de voordelen van het zakendoen bovenal kunnen worden gerationaliseerd. De Integral Theory noemt ze ‘oranje’.

En Bernie Sanders vertegenwoordigt de postmodernisten: niets is belangrijker dan de individuele en culturele context – er is geen waarheid dan mijn eigen waarheid. Dit zijn de “groenen”.

We kijken nu allemaal naar de strijd tussen deze drie kampen.

Ogenschijnlijk heeft, volgens Wilber, de evolutie ons allemaal vooruit gestuwd naar het postmodernisme, dat vervolgens plaats zal maken voor een meer harmonieus integratief niveau van de samenleving. Maar deze evolutie heeft een probleem: de postmodernisten hebben hun, (en als ik eerlijk moet zijn, ook mijn), kijk te ver doorgevoerd, en daarmee hebben ze iedereen kwaad gemaakt. Evolutie inbegrepen.

Als gevolg hiervan is de evolutie gedwongen een stap terug te doen voordat ze weer vooruitgang kan boeken. Maar ik loop mezelf voorbij.

Voordat we kunnen komen tot waar Trump in dit plaatje past, moeten we eerst begrijpen waar het postmodernistische groen de fout in is gegaan.

Perspectiefloze waanzin: narcisme en nihilisme

Volgens Wilber zijn de postmodernisten om tal van redenen op een dwaalspoor geraakt. Maar hij schetst als centrale probleem hun standpunt dat hij ‘perspectiefloze waanzin’ noemt.

De kern van het postmodernistische geloof – althans theoretisch gesproken – zijn de beweringen dat iemands eigen ‘waarheid’ alle andere externe oplegging overtroeft, en dat feiten volledig contextueel zijn. Tot het uiterste gedreven, verheffen deze opvattingen narcisme, (geen waarheid behalve de mijne), en nihilisme, (helemaal geen waarheid), boven alles: “een cultuur van post-waarheid”.

“Dat ‘geen waarheid-idee’ onderwijzen in een ivoren toren,” legt Wilber uit, ”gescheiden van elke praktische realiteit, aan nietsvermoedende studenten is één ding; het in het echt in actie zien is iets heel anders”

Is het in de echte wereld, waar de meeste mensen op een egocentrisch/etnocentrisch ontwikkelingsniveau leven, een verrassing dat de ‘post-waarheid’-theorieën van groen verkeerd zouden worden toegepast? Dat ze, in plaats van multiculturele toepassingen voor deze concepten te zoeken, zich achter de ‘koning’ van narcisme en nihilisme zouden scharen?

“… het enige dat geldt voor Donald Trump – meer dan enig ander kenmerk dat hem definieerde, (meer dan zijn seksisme, meer dan zijn racisme, meer dan zijn xenofobie) – is dat elk woord dat uit zijn mond kwam anti-groen was en post-waarheid .”

Aan de ene kant hadden de etnocentristen misschien postmodernistische idealen overgenomen en misbruikt, terwijl ze aan de andere kant de postmodernistische houding zeker beu waren.

“Overal word je verteld dat je volledig gelijk bent en onmiddellijke en volledige empowerment verdient, maar overal worden je de middelen ontzegd om dit daadwerkelijk te bereiken. Je stikt, je lijdt, en je wordt heel, heel boos. “

Superioriteitscomplex

Wilber beweert dat groene postmodernisten in een ongelukkige val van slechte logica zijn getrapt:

“Ze geloofden dat alle kennis interpretatief is, behalve die van hen, die zou betrouwbaar zijn en een nauwkeurig beeld schetsen van de omstandigheden. Ze geloofden dat hun mening volkomen superieur is in een wereld waarin ze eveneens geloofden dat absoluut niets superieur was. Oeps.”

Met andere woorden, groenen bazuinen rond dat er geen waarheid is, behalve dat er geen waarheid is. Geen mening is beter dan enige andere mening, behalve hun mening, die de juiste is. Als dat tegenstrijdig klinkt, is dat omdat het zo is. Groenen oordelen net zo snel als dat ze zeggen dat we elk oordeel moeten verafschuwen.

“… groen multiculturalisme heeft het intense en absolute oordeel dat wereldcentrische, allesomvattende opvattingen categorisch beter zijn dan etnocentrische – dat zijn immers door macht gedreven en onderdrukkende opvattingen – maar het heeft daarnaast ook de overtuiging dat oordelen zelf inherent onderdrukkend en slecht zijn …”

En hoewel de zoektocht om multiculturalisme te implementeren zeer zeker bewonderenswaardig is, doen zich problemen voor als groen de omstandigheden waarbinnen het zoekt verkeerd identificeert. Groen lijkt totaal in de war door het feit dat etnocentrisch rood het niet eens is met de pluralistische bedoelingen:

“… Groen kijkt gewoon naar hun verschijning, naar hun gedrag, en wil dat elke persoon vrij is van oordeel, rangorde, onderdrukking, overheersing, dwang of controle door anderen. Wat groen helaas niet doet, is rekening houden met de innerlijke realiteit van elk van die individuen, en kijken naar welke van die individuen eigenlijk voor dat doel van gelijkheid zijn. Helaas blijkt dat de meerderheid van de individuen geen voorstander is van dat wereldcentrische doel. “

De meeste mensen zijn gewoon nog niet zover ontwikkeld dat ze pluralisme zelfs maar kunnen begrijpen. De eikel kan niet begrijpen hoe de eik de wereld ervaart.

Als gevolg hiervan ontstond een “call-out-cultuur”, toen postmoderne multiculturalisten probeerden verbijsterde etnocentristen te schande te maakten teneinde hen een ​​pluralistisch wereldbeeld te doen accepteren. Multiculturalisten die fundamenteel niet toegerust waren om de redenering achter deze schande te begrijpen.

“De culturele overtuiging was dat iedereen gelijk geschapen is, dat alle mensen een perfect en gelijk recht hebben op volledige persoonlijke macht, dat niemand intrinsiek superieur is aan iemand anders, (overtuigingen die opbloeiden met groen). Toch was de overweldigende realiteit er in toenemende mate een van een grimmige en snel groeiende ongelijkheid – in termen van inkomen en totale waarde, in eigendom van onroerend goed, werkgelegenheid, toegang tot gezondheidszorg, en in problemen met het ‘levenstevredenheid’ … Overal word je verteld dat je volledig gelijk bent en onmiddellijke en volledige zelfbeschikking hebt, maar overal worden de middelen je ontzegd om dit daadwerkelijk te bereiken. Je stikt, je lijdt en je wordt heel erg boos. ”

Gewapend met post-waarheidsideeën buiten hun bereik, aangevallen vanwege gedragingen die ze nooit in twijfel hadden getrokken, (en besef dat vanuit etnocentrisch standpunt blanke suprematie of een andere vorm van wij tegen de anderen vooroordelen te verwachten zijn – jouw groep is boven alles het belangrijkst tenslotte), en gehavend door een gebroken sociaal systeem, is het geen wonder dat deze etnocentrische massa zich tot iemand als Trump wendde.

De Evolutie Corrigeren

Wilber beweert niet dat dit een goede zaak is. Hij zegt wel dat dit een kans biedt. Volgens zijn denken doet de evolutie een stap terug en schept die in zekere zin de ruimte om postmoderne groenen ertoe te bewegen om op zichzelf te reflecteren en bied het de kans om echt leiderschap te op te pakken.
Zoals Wilber opmerkt, realiseerden de groenen zich binnen enkele dagen na de verkiezing van Trump de dwaasheid van ongeremde niet-waarheid. “De waarheid is nu belangrijker dan ooit”, verklaarde de New York Times.

Wilber beweert dat het nu de tijd is voor groen om “onwaarheid” achter zich te laten en het idee te poneren dat pluralisme in feite “beter” is dan etnocentrisme. En om dit effectief te doen, moeten ze leiderschap op zich nemen in plaats van zich ervoor te schamen. Om dit te bereiken, adviseert Wilber dat we een ‘bewuste ontwikkelingscultuur’ opzetten. Hij geeft een reeks specifieke aanwijzingen die dit doel zullen bevorderen. Hier zijn een paar van de belangrijkste:

  • Oranje modernisten moeten een universeel basisinkomen omarmen op een manier die voorziet in de materiële en interne behoeften van iedereen. Fysieke, materiële en emotionele veiligheid ondersteunt de evolutie.
  • Groene postmodernisten moeten meer aandacht besteden aan het oplossen van hun eigen problemen.
  • Perspectiefloze waanzin moet worden opgegeven. De nadruk op on-waarheid moet wijken voor de waarde van pluraliteit.
  • Groen moet zich bewust worden van de nadelen van overgevoeligheid. Wilber zegt dat we zullen weten dat dit is bereikt als grote komieken weer op universiteiten gaan optreden.
  • Groen moet leren om enthnocentrisch oranje te omarmen en lief te hebben zonder hun negatieve gedrag te bestraffen. Ze zijn niet “betreurenswaardig” – het zijn mensen die onderwijs, groei en leiderschap nodig hebben.

Volgens Wilber hebben groene postmodernisten gelijk als ze de waarde van multiculturalisme benadrukken. Het probleem doet zich voor als ze proberen om het racistische, vrouwenhatende en over het algemeen etnocentrische externe gedrag van Trump-aanhangers te schande te maken of zelfs te criminaliseren zonder aandacht te besteden aan de overwegingen die hen motiveren.

“… de gezonde, correcte, rechtvaardige reactie op dergelijke realiteiten is een houding van hulpvaardigheid, omhelzing, mededogen en zorgzaamheid.”

__________________________

Recensie bol.com:

Een provocerend en evenwichtig onderzoek van onze huidige sociale en politieke situatie – door een vooruitstrevende filosoof van onze tijd.

De wereld is in rep en roer. Terwijl populistische golven door Europa, Turkije, Rusland, Azië trekken en door de VS sinds de verkiezing van Donald Trump – bedreigen nationalistische en extremistische politieke krachten de vooruitgang die de afgelopen decennia is geboekt. Democratieën worstelen met nihilisme en narcisme. Hoe zijn we hier gekomen? En hoe kunnen we, met zoveel antagonisme, cynisme en onenigheid, de breuken in onze samenlevingen herstellen?

In dit provocerende werk past filosoof Ken Wilber zijn integrale benadering toe om uit te leggen hoe we zijn aangekomen waar we zijn en waarom er reden voor hoop is. Hij legt een groot deel van de schuld bij een mislukking aan de progressieve, voorhoede van de samenleving. Deze voorsprong wordt gekenmerkt door de wens om zo rechtvaardig en inclusief mogelijk te zijn, en hieraan hebben we het streven naar gelijke vrouwenrechten, de burgerrechtenbeweging, de milieubeweging en de zorg voor onderdrukking in al zijn vormen te danken. Dit is allemaal evolutionair gezond; wat ongezond is, is een sluipend postmodernisme dat elitair is, ‘politiek correct’, dat aandringt op een egalitarisme dat zelf paradoxaal genoeg hiërarchisch is, en dat neerkijkt op de minder ontwikkelde midden- en lagere klassen. Combineer dit met de techno-economische teloorgang van veel traditionele manieren om de kost te verdienen, en je krijgt een explosieve mix. Zoals Wilber zegt, voor sommige Trump-kiezers: “Overal word je verteld dat je volledig gelijk bent en onmiddellijke en volledige empowerment verdient, maar overal worden je de middelen ontzegd om dit daadwerkelijk te bereiken. Je stikt, je lijdt, en je wordt heel, heel boos. ”

Alleen wanneer leden van de voorhoede van de samenleving tot inkeer kunnen komen, kan er een nieuwe, integrale evolutionaire kracht ontstaan ​​die ons voorbij de sociale en politieke onrust van onze huidige tijd beweegt om echt leiderschap te bieden in de richting van grotere heelheid.

Vertaling Hansjelle Dijkstra

Wat we kunnen leren van de walvissen, haringen en zeesterren door Eva Meijer

Om de huidige problemen, zoals de klimaatcrisis, aan te pakken moeten we vloeibaarder denken. We staan als mens immers niet los van de natuurlijke wereld. ‘We hebben de haringen nodig.’

De zeespiegel stijgt. Momenteel beslaan zeeën en oceanen 72 procent van het oppervlak van onze planeet, en met het verder smelten van de ijskappen zal dat toenemen. Met dijken en schepen hebben mensen de zee steeds beter leren bedwingen, en misschien begrijpen. Maar luisteren naar de zee doen we weinig.

Een van de opgaven voor de filosofie op dit moment is om de mens niet meer als uitzondering te denken maar juist als deel van een groter geheel. Een onderdeel daarvan is beter leren luisteren naar de natuurlijke wereld. In het geval van niet-menselijke dieren is duidelijk waarom: zij hebben ook een perspectief op onze gedeelde wereld. Bij de zee is dat niet zo. Ik besloot om uit te zoeken of het toch belangrijk is om naar de zee te luisteren, en hoe dat ongeveer in zijn werk zou moeten gaan.

—————

Onze tijd wordt wel het Antropoceen genoemd, het geologische tijdperk dat gevormd is door de mens. Maar het is niet gevormd door al het menselijk handelen: het gaat om het handelen van een mens die zich verheven voelt boven de rest van de natuurlijke wereld, die vooruitgang economisch meet en autonomie benadrukt. Dat handelen heeft tot de grote problemen van onze tijd geleid – de klimaatcrisis, verlies van biodiversiteit, de coronapandemie. Sommigen denken dat de techniek ons daar weer uit zal redden. Maar technologische ontwikkelingen binnen het bestaande systeem laten dat systeem intact en we kunnen niet ongelimiteerd de aarde en een groot deel van haar bewoners uitbuiten. En er is al zo veel verloren. We hebben een andere houding nodig, andere soorten kennis, andere richtingaanwijzers.

De Franse socioloog en filosoof Bruno Latour schrijft in deze context dat we de wereld kwijt zijn. Omdat de wereld onder onze voeten vergaat en omdat verschillende groepen mensen geen gemeenschappelijk wereldbeeld meer hebben. Die zaken hangen bovendien samen.

Mensen die wetenschappelijk onderzoek over klimaatverandering serieus nemen en betogen dat we nu moeten handelen om überhaupt te kunnen overleven, zoals activisten en wetenschappers, staan volgens Latour tegenover degenen die niet bereid zijn om hun eigendom op te geven, die soms simpelweg ontkennen dat er een probleem is. Deze groepen zijn het niet alleen met elkaar oneens: ze delen geen referentiekader. Om de afstand tussen verschillende groepen te overbruggen en te kunnen voortbestaan, roept Latour ons op om een nieuwe politiek te ontwikkelen, die de aarde centraal stelt, want die aarde verbindt ons. We hebben nieuwe landkaarten nodig en nieuwe manieren om ons te wortelen in de wereld onder onze voeten.

Op zee kunnen we met onze zwemvliesloze voeten en veerloze lichamen niet landen, maar van de zee en haar bewoners kunnen we wel leren. Dat kan ons nieuw zicht geven op de toekomst. Zeker in een waterig land als Nederland lijkt dat geen overbodige luxe.

De meest voor de hand liggende manier om de zee te leren kennen lijkt haar te onderzoeken. Wetenschappers meten temperatuur en waterkwaliteit, brengen dieptes en afstanden in kaart, bestuderen eb en vloed. Maar bij veel van zulke praktijken en processen draait het erom het leven van mensen te vergemakkelijken of tenminste beter te begrijpen – niet om de zee als zee. Wetenschappelijke kennis is van oudsher vaak gericht op het efficiënter leren gebruiken van de aarde. Vaak wordt gedacht dat de mens in dit soort processen actief is, en de natuurlijke wereld passief. Maar dat blijkt niet zo simpel te liggen.

De Bajau, een nomadenvolk dat in en op de wateren van de Filipijnen, Maleisië en Indonesië van de visvangst leeft, kunnen wel dertien minuten onder water blijven zonder adem te halen – de meeste andere mensen redden het net een paar minuten. Net als bij walvissen is hun milt vergroot. Onderzoekers denken dat ze door het leven met de zee op hun eigen manier geëvolueerd zijn. De lichamen van andere zeewezens – of ze nu vleugels, schubben of schilden hebben – zijn op vergelijkbare wijze door het leven in of om de zee gevormd. En de invloed van de zee reikt verder, tot in wat wij vaak als specifiek menselijk beschouwen: de cultuur.

In Aan de rand van de wereld: Hoe de Noordzee ons vormde laat historicus Michael Pye zien hoe de Noordzee de levens van kustbewoners bepaalt en verandert. Hij beschrijft hoe verschillende groepen mensen in de Middeleeuwen steeds meer gaan leunen op de zee. Ze gebruiken die zee niet langer alleen om te vissen: ze gaan over het water op pad om nieuwe landen te ontdekken, pelgrimstochten te maken, vrouwen te roven en mensen tot slaaf te maken. De zee brengt Friezen en later Vikingen voort, volkeren die hun welvaart te danken hebben aan de zee. De Vikingen zijn zo trots op hun waterbestaan dat ze zich laten begraven in stenen schepen.

De zee zorgt voor nieuwe vormen van rijkdom en leidt tot uitwisseling van kennis, maar neemt ook levens – zo komt de pest overzee naar Europa. Pye schrijft dat de zee zelfs nieuwe vormen van bureaucratie laat ontstaan, omdat handel over water bijgehouden moet worden in een systeem dat in verschillende landen gelijk is. Dit systeem wordt uitgedrukt in wetten en andere documenten – woorden reizen ook over het water. De samenlevingen rondom de Noordzee krijgen zo mede door de aanwezigheid van de zee hun uiteindelijke vorm.

_____________

Dat de zee macht heeft wordt door de meeste mensen wel erkend – in Nederland gaan bijna alle kinderen naar zwemles – maar toch wordt er vaak een scherp onderscheid gemaakt tussen de manier waarop een ding, zoals de zee, invloed uitoefent, en de manier waarop mensen dat doen.

In de filosofische traditie is agency, het vermogen om te handelen, om iets teweeg te brengen in de wereld, over het algemeen voorbehouden aan mensen. Dat is omdat het verbonden wordt met intentionaliteit – je handelt volgens de meeste filosofen pas echt als je doet wat je je bewust voorneemt. Sterker nog, het wordt vaak vastgemaakt aan het vermogen tot het hebben van tweede-orde-gedachten, oftewel in staat zijn te denken over denken. Omdat dingen dat vermogen niet hebben, en volgens veel filosofen niet-menselijke dieren overigens ook niet, worden alleen mensen als actoren beschouwd.

Er zijn in de filosofische traditie ook altijd tegenstemmen geweest. Baruch Spinoza schreef dat de dingen macht hebben. Alle dingen willen in zichzelf volharden, schrijft hij, en mensen worden daardoor beïnvloed. Nieuwe materialisten, zoals Latour en Jane Bennett, borduren daarop voort, en noemen dat vermogen van de dingen ook agency. Deze nieuwe materialisten wijzen erop dat er allerlei soorten handelingen zijn, die ook bij mensen meer of minder intentioneel kunnen zijn. Bovendien zijn de handelingen van mensen en niet-mensen vaak met elkaar verweven. Mensen worden in hun handelen en denken beïnvloed door hun lichaam, de seizoenen, sociale patronen, taal, het landschap en ga zo maar door. Hetzelfde geldt voor andere dieren.

In deze opvatting van actorschap is de zee dus ook een handelend wezen, dat in assemblages, samenstellingen met andere wezens – van mossels tot academici – invloed uitoefent en zaken tot stand brengt.

_____________

Mensen zijn dus gevormd door de zee – als individuen en als samenleving. En de materialisten wijzen er terecht op dat wij ook lichamelijke wezens zijn die altijd in verbinding staan tot anderen. Toch lijken we dat vaak te vergeten en lijkt veel van wat we doen er juist op gericht afstand tot de rest van de wereld te creëren. Als we meer willen weten over de zee is het daarom goed om te rade te gaan bij de niet-mensen. Mensen die met de zee leven, zoals vissers of strandwachten, kunnen de zee vaak goed lezen – ze moeten wel. Maar zeedieren hebben een unieke toegang tot, en perspectief op, het zoute water. Ze weten bovendien hoe ze er duurzaam mee om kunnen gaan, iets dat van belang is in het denken over de toekomst.

Mensen hebben vissen over het algemeen niet erg hoog zitten. Dat geldt voor de meeste niet-menselijke dieren. Hun vermogen tot nadenken, hun gevoel, hun talen en culturen werden lang niet erkend en worden zelfs nu door sommigen nog ter discussie gesteld. Wetenschappelijk onderzoek naar de innerlijke levens van andere dieren speelt daarin een dubbelrol. Het kan ons helpen dieren beter te leren kennen maar heeft vaak de neiging om stereotiepe ideeën over bepaalde groepen te versterken. Ook wetenschappers zijn een product van hun cultuur.

In het geval van vissen werd bijvoorbeeld lang aangenomen dat zij geen pijn voelen en dus werd er tot 2005 vrijwel geen onderzoek naar hun pijnbeleving gedaan. Inmiddels is onomstotelijk bewezen dat ze wel degelijk pijn voelen – vissenbioloog Victoria Braithwaite schreef er een standaardwerk over. We weten ook dat ze gereedschap gebruiken, vrienden maken, samenwerken, depressief kunnen zijn (zalmen in de visindustrie gaan soms dood aan die depressies) en op verschillende manieren complex met elkaar en met wezens van andere soorten communiceren.

Een ander voorbeeld is dierculturen. Lang werd aangenomen dat andere dieren toch geen cultuur hadden, en daarom werd er geen onderzoek naar gedaan. Dat is in de laatste jaren veranderd. Uit dat onderzoek blijkt dat er in veel diergemeenschappen sprake is van cultuur, zoals bijvoorbeeld begrafenisrituelen, kennis over trekroutes, sociale kennis die doorgegeven wordt aan nieuwe generaties (hoe ga je met neushoorns om als olifant, dat soort dingen). Vooral in het geval van grote zoogdieren, zoals orang-oetans en orka’s, wordt cultuur steeds meer gezien als iets wat beschermd moet worden.

Culturele kennis in deze diergemeenschappen, over hun leefgebieden en het leven zelf, gaat momenteel verloren. Door de jacht, klimaatverandering die dieren dwingt hun habitat te verlaten, en andere menselijke invloeden. Dat heeft grote gevolgen voor het leven van de dieren die het betreft en daarom moeten niet alleen de individuen of de soorten beschermd worden, maar ook gemeenschappen. Andersom zou aandacht voor hun manier van leven mensen beter kunnen leren met de aarde om te gaan. Er zijn filosofen, zoals Steve Cooke en John Hadley, die voorstellen dat we bepaalde stukken land aan de dieren moeten geven, dat het dus hun eigendom moet worden, omdat zij er beter voor kunnen zorgen dan wij.

Zeezoogdieren, zoals dolfijnen en walvissen, hebben ook tradities, rituelen, talen en kennis over de zee die ze van generatie op generatie overdragen. Kleinere zeebewoners hebben weer een eigen perspectief op de situatie, net als zeevogels en stranddieren. Om dat perspectief te leren kennen, moeten we beter naar ze gaan luisteren.

—————

In de filosofie wordt taal al sinds de oude Grieken door de meesten afgebakend als mensentaal. Wie niet spreekt in mensentaal spreekt niet. Maar taal is breder dan dat en betekenis ontstaat ook buiten mensenwoorden om.

Dolfijnen hebben namen, octopussen communiceren met beweging en kleur, Caribische pijlinktvissen gebruiken kleursignalen op hun huid als een taal met een grammatica, er zijn vissen die elke ochtend samen zingen, garnalen kraken naar elkaar, kwallen gebruiken licht om elkaar dingen te zeggen (zie mijn boek Dierentalen voor meer over dieren en taal).

Het is voor mensen economisch gezien niet gunstig om deze uitingen als betekenisvolle communicatie te erkennen: het serieus nemen van deze wezens zou verstrekkende gevolgen hebben voor menselijke eet- en leefpatronen. Maar empirisch gezien staat buiten kijf dat de grens tussen mensen aan de ene kant, en alle andere dieren aan de andere kant, niet houdbaar is. En dat heeft morele gevolgen.

De meeste dierfilosofen zijn het met elkaar eens dat wezens die sentient zijn, oftewel in staat tot het subjectief ervaren van pijn en plezier, recht hebben op morele consideratie. Dit is ook wat veel dierenactivisten steeds onder de aandacht brengen. Die filosofen en activisten hebben gelijk, maar daarmee zijn we er nog niet. Het onderzoek naar taal en cultuur dat ik net besprak laat zien dat ze hun eigen samenlevingen vormen, dat ze zelf ideeën hebben over het goede leven en de wereld die we samen delen. Ze werkelijk serieus nemen vereist daarom ook dat we, waar mogelijk, met ze in gesprek gaan over het delen van de wereld. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid.

Wanneer we over wier denken, raken vragen naar taal en moraal op een andere manier met elkaar verknoopt. Planten hebben geen centraal zenuwstelsel en worden niet beschouwd als sentient. Bij dieren is het erkennen van hun agency van belang in het kader van zelfbeschikking, bij planten is er waarschijnlijk niet op die manier een zelf. Toch laat recent wetenschappelijk onderzoek zien dat ook zij op complexe wijzen met elkaar en de rest van de levende wereld communiceren. En we weten van de dieren – en trouwens ook door de loop van de menselijke geschiedenis, want bepaalde groepen mensen zijn ook lang niet als subject beschouwd – dat we voorzichtig moeten zijn met het trekken van lijnen, omdat macht en kennis daarin zo hecht verweven zijn.

Bij de zee ligt het weer anders. De zee is niet sentient, er is geen sprake van een ik. Er is ook geen sprake van communicatie die vergelijkbaar is met die van sociale wezens. Sommige denkers betogen echter dat er geen ik nodig is om moreel serieus genomen te worden, en we in onze morele overwegingen niet naar individuen maar juist naar ecosystemen moeten kijken.

Volgens aanhangers van deep ecology heeft menselijk en niet-menselijk leven hetzelfde recht op floreren. De natuur staat in dit theoretische kader niet in dienst van de mens maar heeft een eigen morele waarde. Dat geldt niet alleen voor diersoorten, maar ook voor ecosystemen. In deze opvatting heeft de zee dus waarde als zee, los van haar waarde voor de mens. Die moet gerespecteerd worden in nieuwe beslissingen, en waar mogelijk moeten gebieden die door de mens uitgebuit zijn weer in ere hersteld worden.

Dit perspectief kan helpen in het denken over de waarde van de wereld om de mens heen, maar het staat haaks op een aantal diepgewortelde intuïties, zoals dat het hebben van een subjectieve ervaring – dat er een ‘ik’ is die iets ervaart – van moreel belang is. Als de zee geschaad wordt, is dat moreel van een andere orde dan wanneer een bultrug of een mensenkind geschaad wordt. De zee is een ander type wezen.

Maar dat de zee zelf geen morele waarde heeft wil niet zeggen dat de zee überhaupt geen waarde heeft – los van esthetische overwegingen speelt de zee een rol in allerlei morele en politieke relaties, en maakt ze leven mogelijk. Zoals andere ecosystemen hoedt de zee de levens van allerlei figuren. De zee verbindt (en scheidt) individuen, arrangeert ontmoetingen, is voertuig voor leven en werk, en ook jacht, industrie en vervuiling.

Luisteren naar de zee is dus niet van belang om met die zee te kunnen spreken als met een individu. Dat is de zee niet, daar heeft een zee niets aan, en dat is ook niet de manier waarop we rekening met de zee moeten houden. Maar onderzoeken hoe een zee relaties mogelijk maakt, en die relaties in kaart brengen, is nodig om onze verstandhouding met allerlei anderen te kunnen hervormen. En om opnieuw onze houding als mens te bepalen, in een tijd waarin we erachter komen dat onze uitzonderingspositie meer kwaad dan goed heeft gedaan. Dat vergt meer dan empirisch onderzoek: we moeten ook anders gaan denken.

Thales van Milete, die beschouwd wordt als de eerste filosoof in de westerse traditie, zag water als het primaire filosofische principe. Hij schreef dat de aarde op water rust en dat water het archè, het begin van alles, de eerste oorzaak, was. Alles stroomt en water symboliseert het worden. De meeste filosofen na Thales hebben moeite met de zee. Die is te vloeibaar, te weinig grijpbaar, te veranderlijk. Vaste dingen laten zich misschien makkelijker denken. Plato, Descartes, Kant, Hegel, ze slaan het water allemaal over. Maar er is een uitzondering.

In Marine Lover of Friedrich Nietzsche spreekt de Franse filosoof en psychoanalyticus Luce Irigaray als nautische geliefde tegen filosoof Friedrich Nietzsche. Ze neemt in de tekst de rol aan van de vrouw die in de filosofische traditie weggedrukt is. Ze eist geen plaats op bij of naast de mannen, maar nestelt zich in de ruimte die die mannen voor haar – en alle andere vrouwen – hebben overgelaten, om van daaruit te laten zien dat de hiërarchie op valse veronderstellingen berust. Nietzsche zag vrouwen niet als gelijken, zo konden ze bijvoorbeeld geen vriend zijn, alleen een geliefde. Dus besluit Irigaray hem als geliefde toe te spreken, en als een goede geliefde zegt ze hem de waarheid.

Het personage dat Irigaray als hoofdpersoon opvoert komt niet van het land maar uit de zee. Dat is geen toeval: ze wil wijzen op een werkelijkheid en een waarheid (het is tenslotte filosofie) die vloeibaar is, tegenover Nietzsche’s gehechtheid aan de aarde en de zon.

In het denken over de relatie tussen mensen en de natuurlijke wereld is die vloeibaarheid ook van belang. In de filosofische traditie leek de menselijke uitzonderingspositie stevig verankerd. Dat wij het belangrijkst zijn is de grond onder onze voeten. Maar feministische en dekoloniale theorie laten zien dat het beeld van de mens als autonome heerser niet klopt en bovendien gebouwd is op uitsluiting. Naarmate de ecologische crisis toeneemt en we meer leren over andere dieren brokkelt dat beeld verder af. We staan niet los van de natuurlijke wereld, we zijn met anderen verbonden, soms zelfs van ze afhankelijk, dat waren we altijd al. We moeten leren om dat weer serieus te gaan nemen, we moeten ons oefenen in het centraal stellen van de ander. In verantwoordelijkheid zit antwoord, schrijft Donna Haraway.

Latour wijst er steeds op dat kennis ook vloeibaar is. Dingen die vast lijken te zijn en te staan – feiten, kennissystemen, de tastbare aarde zelf – zijn eigenlijk culturele fenomenen, die altijd anders geïnterpreteerd kunnen worden. Dat heeft iets griezeligs. Het lijkt of we dan ineens afglijden naar fake news of relativisme. Maar dat is niet wat hieruit volgt. Juist door een stap terug te nemen en verschillende kennissystemen te vergelijken kunnen we op een nieuwe manier kritisch zijn – naar de geschiedenis en de toekomst. En momenteel staat er niet minder op het spel dan de aarde: als planeet en als denkfiguur.

—————

De vraag is niet of Nederland onder water verdwijnt, maar wanneer, schrijft klimaatwetenschapper Peter Kuipers Munneke in juli 2018 in een opiniestuk in de NRC. De zee komt, en onze dijken houden het nog wel een paar generaties, maar niet voor altijd. Voorspellingen over hoe snel de zeespiegel zal stijgen variëren. De uiteindelijke stijging zal mede afhangen van de beslissingen die mensen in de komende maanden of jaren zullen nemen, maar duidelijk is wel dat verandering in aantocht is.

In Nederland zijn we gewend onder zeeniveau te leven. Het water lijkt onder controle. Maar de komende jaren zal de zee weer een geduchtere tegenstander worden. Om de problemen die daaruit volgen het hoofd te kunnen bieden, zijn technologische uitvindingen niet genoeg. We zullen vloeibaarder moeten leren denken om nieuwe landkaarten, gemeenschappen en politieke praktijken te ontwikkelen. Hoe die eruitzien kunnen we niet alleen bedenken. Daarvoor hebben we de walvissen en de haringen en de zeesterren nodig. En zij ons.


Eva Meijer is filosoof, schrijver, kunstenaar en singer-songwriter. Ze schreef onder meer de romans Het schuwste dier (2011), Het vogelhuis (2016) en Voorwaarts (2019). In 2017 verscheen haar grensverleggende essay De soldaat was een dolfijn en in 2019 verscheen De grenzen van mijn taal, een essay over depressie. Bovenstaand essay schreef ze op verzoek van de Ambassade van de Noordzee

Bron: De Groene Amsterdammer

Het Avatamsaka soetra. Je diepste, brandende verlangen

Sudhana pelgrimstocht langs tweeënvijftig leraren en leraressen en de wonderbaarlijke verschijning in de toren van Maitreya begonnen met bodhicitta, zijn verlangen tot ontwaken. In een oude Indiaas wijsheidsboek, de Brihadaranyaka Upanisad, staat over dit verlangen geschreven: ‘Je bent wat je diepste, brandende verlangen is. Zoals je verlangen is, zo is je wil. Zoals je wil is, zo zijn je handelingen. Zoals je handelingen zijn, zo is je bestemming.’ Voor Sudhana was zijn brandende verlangen de vraag naar verlichting: hij wilde ontwaken en zien. Maar dit brandende verlangen kent veel verschillende vormen. Wat is jouw diepste, brandende verlangen?

Het brandende verlangen drijft ons en het is zeldzaam om je eraan toe te vertrouwen. Maar nog zeldzamer is het, om vanuit het ontwaken, de bodhisattva geboren te laten worden en terug te keren naar de wereld van beperking en verval. Dit is wat Sudhana deed, zoals we in de voorgaande vertaling van dit deel van het Avatamsaka soetra hebben kunnen lezen. In de Toren-samadhi ervoer hij hoe zijn aanwezigheid op dit moment en op deze plek alles in ruimte en tijd bevatte en hij zag zichzelf terug in elk ander wezen en resoneerde met de situatie waarin elk andere levend wezen verkeerde. Vanuit deze overvloed en vervulling, die tegen de randen van zijn bestaan op klotste, kwam geheel vanzelfsprekend de vraag ‘Hoe deel ik dit met anderen?’ op. Maar daartoe moest Sudhana weer terugkeren tot zijn beperkte, strak geconditioneerde en eindige vleesjas, want alleen dit door diepe patronen getekende bestaan, kan hij inzetten om de overvloed en vervulling die hij heeft ervaren met anderen te delen. Dit is het paradoxale bestaan van de bodhisattva ten voeten uit. Sudhana verlaat de Eeuwige om terug te keren als doodgewone sterveling in dit ondermaanse bestaan. In de woorden van het Avatamsaka soetra:

Maitreya sprak tot Sudhana: ‘Ga naar Manjusri en vraag hem naar verlichting’. Sudhana dankte Maitreya uit de grond van zijn hart en vertrok. Sudhana trok langs meer dan honderdtien steden, ging naar Sumanamukha en verbleef daar terwijl hij aan Manjusri dacht. Hij wenste vurig hem te ontmoeten. Toen strekte Manjusri over honderdtien mijl zijn hand uit, legde die op Sudhana’s hoofd en zei: ‘Goed gedaan, goed gedaan, O zoon van een goede familie! Nu je het verlangen naar verlichting (bodhicitta) hebt laten ontwaken, zoek je naar het leven van de Bodhisattva. O zoon van goede familie, het is zeldzaam om iemand te zien wiens verlangen naar verlichting is ontwaakt, maar het is nog zeldzamer om iemand te ontmoeten die, nadat zijn verlangen naar verlichting is ontwaakt, op zoek gaat naar het leven van de Bodhisattva. Daarom, O zoon van een goede familie, als je het inzicht wil bereiken dat de Al-ziende Ene bezit, zorg ijverig dat je je met goede vrienden (kalyanamitra) inlaat.’

Wordt vervolgd.

Boze mensen

Een veel gehoorde klacht in tijden van crisis is, dat er zoveel boze mensen zijn. Mensen die zich niet aan de gestelde regels houden en een grote bek geven als ze aangesproken worden op iets. Nu is het zo, dat dit een tendens is die al veel langer gaande is en niet alleen toegeschreven kan worden aan de crisis van nu. De uitspraak ‘korte lontjes’ wordt al langer gebruikt om aan te geven dat de moderne mens niet meer alles pikt wat hem of haar wordt voorgeschoteld.

Als je nadenkt over tijden van crisis, hoe men b.v. in WOII met weerstanden omging, dan zie je dat er een groot verschil is in tolerantie. Terwijl  wat wij meemaken, eigenlijk maar een fractie is van wat mensen in WOII meemaakten. De  vraag die rijst is: zijn wij dan zoveel mondiger en krachtiger geworden. Het antwoord is volgens mij: neen! Dit zal de lezer wellicht verwonderen maar de oorzaak van onze korte lontjes zit hem volgens mij in heel iets anders.

Na de ontdekking van 1930 van Pluto hebben de mensen die vanaf die tijd geboren werden, een heel ander bewustzijn meegekregen dan de mensen die daarvoor zijn geboren. Toen Pluto ontdekt werd aan de hemel, ontstond er een eerste aanzet voor het bewustzijn van de vrije wil. Dit had in aanvang tot gevolg dat de mensen die vóór 1930 geboren werden deze verandering in de evolutie waarnamen maar dit moeilijk in hun systeem konden integreren; met andere woorden: zij hadden er geen zintuig voor. Wat zij voelden was een sterk gevoel van onrust; dit werd bij mensen die gevoelig hiervoor waren, (lees gecompliceerde aspecten met Pluto) geprojecteerd op hun medemens. Gevaarlijk werd het als deze mensen leiderschap opeisten zoals: Adolf Hitler, Stalin en Mao Zedong; zij wilden ook die vrije wil, maar zetten deze om in dictatuur. Een ander moest naar hun luisteren en daardoor werd hun wil als het ware in korte tijd versterkt en verwezenlijkt. De ander moest willen wat zij ook wilden NB. Adolf Hitler had Neptunus conjunct Pluto; Stalin had Mars oppositie Pluto en Mao Zedong Neptunus conjunct Pluto oppositie Mercurius:  De twintigste eeuw is daarom de meest gewelddadige eeuw allertijden, geworden.

Maar er is nog een factor! De bioloog/architect/astroloog A.T. Mann bespreekt kernachtig in een dun overzichtelijk boekje: Alles over reïncarnatie Uitgever Strengholt of in het Engels uitgebreider: The Divine Life Astrology waarin hij weergeeft dat vanuit de DNA opbouw van de mens overeenkomsten zijn met de dierenriemtekens en dat er door de evolutionaire ontwikkeling van de mens heen, een soort versnelling in bewustzijn optreedt. Zo had de mensheid 50.000 jaar nodig om één keer de dierenriemtekens te doorlopen om bewustzijn voor alle dierenriemtekens te krijgen. Beginnende 48.000 v. Chr. en eindigend in 1950 van de vorige eeuw. Dit proces verloopt niet gelijkmatig maar versnelt zich in ieder teken vanaf het dierenriemteken ram. Die versnelling is in de twintigste eeuw zo snel geworden, dat vanaf 1950 tot 2000 in slechts 50 jaar, de gehele dierenriem wordt doorlopen en die versnelling gaat nog steeds zo door ook in de 21ste eeuw.

Dientengevolge gaat het reïncarneren van zielen ook sneller omdat herkenbare energieën uit vorige levens sneller langskomen waarop de ziel onbewust reageert, met alle gevolgen van dien. Wanneer de theorie van Mann klopt, dan heeft bijna iedereen die nu leeft, ook een incarnatie gehad in de negentiende of twintigste eeuw. Omdat de herinnering relatief kort geleden is, en de twintigste eeuw zo gewelddadig is geweest, zijn deze zielen tot de tanden toe gewapend en halen van allerlei traumatische herinneringen uit het onbewuste en mengen dit met het huidige bewustzijn en zien dit als hun specifieke waarheid. Dit is waarschijnlijk de motor achter de zogenaamde complotdenkers; zij zijn in contact met hun getraumatiseerde verleden (slachtoffers van de holocaust, communisme alles wat in de twintigste eeuw passeerde) en vertalen dit naar de situatie van nu. En, omdat het onbewuste zich altijd in bizarre beelden manifesteert (denk aan dromen) gelooft men heilig in zijn eigen stelling.
Wat nu zo ingewikkeld is, is dat in elke complotgedachte toch een kern van waarheid zit. Aan de moderne mens is het de opdracht om daarmee te leren omgaan. Dit bereik je niet, zoals psychologen die zich recentelijk over dit onderwerp bogen, door de complotdenkers belachelijk te maken maar door met mensen die een uitgesproken visie hebben, in gesprek te gaan. Als je goed luistert zit in hun (heftige) overtuigingen vaak een asymmetrisch verband met een geschiedenis uit het recente verleden. In mijn boek: Het Collectief geheugen: Het verleden met zijn invloed in het heden (deel 1 en 2) ga ik dieper op dit onderwerp in. Eén en ander wordt ook zichtbaar in de (maansknoop) horoscoop; de plaats waar iets heftigs gebeurde wordt zichtbaar door gebruik te maken van de Astrocartografie. In mijn onlinecursus bespreek ik deze theorie; deze is nu in de Herfstaanbieding.