…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Archive for the ‘Artikel’ Category

Het ‘ontstaan’ van Ramana Maharshi over gewaarzijn

Het volgende is een kort verslag van het ontstaan van de vertaling van Guru Vachaka Kovai door de eindredacteur van het vertalerscollectief dat hier vele jaren aan heeft gewerkt.

Al enige decennia was ik op zoek naar wat echt belangrijk is in het leven, toen ik een jaar of twintig geleden op het spoor kwam van Ramana Maharshi, een indiase guru die zich van kinds af aan intensief met die zoektocht heeft beziggehouden. Tot zijn dood in 1950 verbleef hij, zonder enig bezit, aan de voet van de berg Arunachala bij het stadje Tiruvannamalai in Zuid-India en ontving daar zoekers van over de hele wereld.

Heel kort door de bocht is zijn overtuiging dat wij mensen onszelf te kort doen, doordat wij niet leven vanuit het ‘gewaarzijn’ dat we ten diepste zijn, maar ons tevreden stellen met een namaak-bewustzijn in de vorm van ons denken, waaraan wij in de loop van ons leven verslingerd zijn geraakt. Dit ‘ego-denken’ heeft ons, volgens Ramana, wijs gemaakt dat ik een lichaam ben met gedachten en gevoelens en dat ik geboren ben en ook weer dood moet. De zin van het leven, volgens Ramana Maharshi, is diepgaand onderzoeken wie ik werkelijk ben. Wanneer ik dat intensief en vasthoudend doe, dan kan het niet anders dan dat ik uiteindelijk ‘sterf’ als het individu dat ik denk te zijn, en weer één word met het Gewaarzijn dat ik in feite altijd al was.

Een Indiase dichter, een zekere Muruganar, tekende 30 jaar lang dagelijks uit de mond van de meester op wat hem van belang leek in verband met de vraag naar de zin van het leven. Hij gaf deze uitspraken weer in verzen die hij vervolgens op juistheid liet checken door meester Ramana zelf. Zo ontstond er tussen 1920 en 1950 langzamerhand een gezaghebbende bundel uitspraken van Ramana Maharshi in versvorm, de ‘Guru Vachaka Kovai’, een guirlande van uitspraken van de guru.

Een jaar of twintig geleden vond ik een Engelse vertaling van deze verzenbundel bij de toenmalige spirituele boekhandel Au Bout du Monde in Amsterdam. Ik werd er erg door gegrepen, omdat de verzen veel praktische psychologische handvatten aanreiken om los te komen van het dwingende denken dat ons klein houdt en vaak ook ongelukkig maakt.

Ik gaf het boek ook aan enkele vrienden en allen vonden de teksten zo inspirerend dat het idee ontstond om de verzen te gaan bestuderen en weer te geven in het Nederlands. Na enig zoeken vonden we nog twee andere Engelse vertalingen van de verzen met uitgebreide commentaren. Op basis van die drie beschikbare vertalingen begonnen we eind 2010 regelmatig bij elkaar te komen met een groepje van acht vrienden en een jaar later kwamen daar nog zeven andere vrienden bij.

Van 2010-2017 bestudeerden we in ongeveer 70 sessies iedere keer 20 verzen. Na elke sessie kwam ik als ‘eindredacteur’ middels een strenge redactie tot een ‘semi-definitieve’ vertaling die in de volgende sessie door de groep werd bijgesteld, voordat we weer aan een nieuwe serie van 20 verzen begonnen.

Deze bijeenkomsten waren behalve gezellig, voor ieder van ons ook erg inspirerend, omdat wat er aan de orde kwam heel precies uitnodigde om te onderscheiden wat meer tot het denken, tot het ego en het automatische behoort en wat meer tot het vibrerende, levende domein van Gewaarzijn. De teksten leerden ons keer op keer dat we naast het golfje aan de oppervlakte waarmee we zo bekend zijn, ook de peilloze oceaan daaronder zijn, waar we gedurende ons dagelijks leven meestal maar weinig weet van hebben.

Maar ook voor wie wel inziet dat wij uiteindelijk meer Gewaarzijn zijn dan bijvoorbeeld ons lichaam, is het niet makkelijk om daadwerkelijk vanuit dat inzicht te leven. Daarvoor is het ego met zijn automatische en dwingende denkreflexen veel te machtig. Om los te komen van het ego is het in de eerste plaats nodig telkens opnieuw in te zien hoe het ons gevangen houdt en dagelijks tijd vrij te maken om open te staan voor Gewaarzijn.

‘Het bekijken van het medicijn is niet voldoende’, zegt Ramana, ‘je moet het ook daadwerkelijk innemen.’ En niet één of twee keer, nee je moet dat inzicht keer op keer op je in laten werken, er mee oefenen, zoals je om een goeie pianist, zanger, medicus of wat dan ook te worden, flink moet studeren. En juist dit kan, zo is mijn ervaring, in hoge mate zin aan het leven geven.

In 2017 was de hele verzenbundel vertaald. Daarna heb ik nog een jaar besteed aan de definitieve redactie, mede aan de hand van een vierde vertaling direct uit het Tamil, die ik bij toeval ontdekte op internet. Deze maand is het boek uitgekomen bij Uitgeverij Juwelenschip onder de titel ‘Ramana Maharshi over Gewaarzijn’. De vreugdevolle voleinding van een langdurig project.

 

Gerard van Hooff
Eindredacteur

 

Voor gezondheid is persoonlijke macht noodzakelijk

Het tweede principe: voor gezondheid is persoonlijke macht noodzakelijk

Op een dag belde Norman me op voor een beoordeling van een vrouw die leed aan depressiviteit en een chronische pijn in haar nek en haar onderrug. Norman vroeg me of ik dacht dat ze baat zou hebben bij elektro­ magnetische behandelingen. ‘Absoluut niet,’ antwoordde ik. ‘Ze heeft de kracht niet in zich om baat bij die apparaten te hebben.’

Dit was de eerste keer dat ik iets had gezegd over iemands persoonlijke kracht in relatie tot genezing. Norman vroeg me er meer over en pas toen besefte ik wat ik had gezegd. Opeens had ik een geheel nieuw idee over het menselijk energiesysteem als uitdrukking van persoonlijke kracht.

Ik legde Norman uit dat deze vrouw door haar opvattingen de macht in haar leven was kwijtgeraakt. Ze voelde zich ontoereikend, zei ik, was altijd op zoek naar goedkeuring en ontzettend bang om alleen te zijn. Haar eigenwaarde was uitsluitend gebaseerd op haar vermogen anderen onder de duim te houden, voornamelijk haar kinderen. Haar angst en ontoereikendheid werkten als een zwart gat dat iedereen, vooral haar kinderen, naar zich toe trok en hen uiteindelijk verpletterde. Onophoudelijk bekritiseerde ze haar kinderen in een poging om hen van haar afhankelijk te laten zijn, aangezien zwakke kinderen het moeilijk vinden om het nest te verlaten. Op alles wat ze deden, had ze wel iets aan te merken, of het nu ging om school of sport, omdat ze het niet waagde om hen via emotionele steun sterk te maken. Aangezien het ontzettend veel energie kost om anderen klein te houden en zij nooit het gevoel had dat zij de touwtjes in handen had, was ze altijd uitgeput. Ook haar chronische pijn kwam voort uit het feit dat ze geen macht over anderen had. Tegen de tijd dat ze in Normans praktijk kwam, zag ze er verslagen uit.

Deze vrouw kon niet omgaan met de onvermijdelijkheid dat haar kinderen het huis zouden verlaten en hield vol dat ze het beste met haar kinderen voorhad. In haar eigen ogen was ze een steunende moeder omdat ze haar kinderen voorzag van een schoon huis, gezonde voeding en nette kleren. Toch trachtte ze systematisch hun emotionele ontwikkeling te ondermijnen, al kon ze dat niet toegeven.

Aangezien ze bij conventionele medische behandelingen geen baat had gehad, overwoog Norman een alternatieve benadering met psychotherapie, schedelstimulatie via een elektrisch apparaat en kleur- en licht­ therapie. Als ze die technieken had gebruikt, besefte ik, dan zou ze er een week of misschien een maand iets aan hebben gehad maar helemaal: genezen zou ze nooit zolang ze haar ziekelijke drang naar macht niet opgaf. Wil een alternatieve therapie slagen, zo zag ik die middag in, dan moet  de patiënt beschikken over een innerlijk begrip van macht – een vermogen om innerlijke energie en emoties aan te boren, zoals een geloof in zijn of haar onafhankelijkheid. Deze vrouw had alleen een extern begrip van macht die ze onttrok aan een externe bron: haar kinderen. Deze patiënt zou zeker in psychotherapie kunnen gaan. Maar zolang ze niet eerlijk naar zichzelf keek, zou ze alleen een uur per week haar klachten ventileren. Een daadwerkelijke genezing zou zich niet voordoen. Zoals M. Scott Peck in De andere weg (Servire, 1993) heeft uitgelegd, is het voor genezing van cruciaal belang dat we de waarheid over onszelf, onze rol in het creëren va onze problemen en de wijze waarop we ons met anderen verstaan, inzien en toegeven.

Via het beoordelen van deze vrouw ging ik de rol van kracht en macht in ons leven en ons energiesysteem inzien. Macht (power) ligt ten grondslag aan de menselijke ervaring. Onze opvattingen en overtuigingen, positief of negatief, zijn alle uitvloeisels van onze definitie van macht en hoe we die gebruiken of juist niet gebruiken. Niemand van ons is vrij van machtskwesties. Misschien proberen we om te gaan met het gevoel dat we tekortschieten of machteloos staan, of misschien proberen we de macht te behouden over mensen of situaties waaraan wij macht menen te moeten ontlenen, of misschien proberen we een gevoel van veiligheid (een synoniem van macht) in persoonlijke relaties te handhaven. Veel mensen die iets verliezen dat voor hen macht vertegenwoordigt – geld, een baan, een spelletje – of iemand verliezen in wie ze hun gevoel van eigenwaarde of macht hebben gevestigd – een partner, ouder, kind – ontwikkelen een ziekte. Onze relatie tot macht is de kern van onze gezondheid.

Denk maar eens na over het eerste principe – biografie wordt biologie – in combinatie met dit tweede principe – voor gezondheid is persoonlijke macht noodzakelijk. Macht bemiddelt tussen onze innerlijke en uiterlijke wereld, waarbij de communicatie in een taal van mythen en symbolen verloopt. Denk bijvoorbeeld eens aan het meest algemene symbool van macht: geld. A1s iemand zich geld eigen maakt als een symbool van macht, komt het verkrijgen en beheren van geld symbool te staan voor de gezondheid van die persoon: haar biologische systeem/ontvangt de signalen dat het lichaam macht krijgt. Onbewust zendt ze de boodschap uit: ‘Ik heb geld, dus ik ben veilig. Ik heb macht en alles is goed.’ Als deze positieve boodschap door het biologische systeem wordt ontvangen, creëert dat gezondheid.

Uiteraard is het verdienen van veel geld geen garantie voor gezondheid, maar armoede, machteloosheid en ziekte hebben onmiskenbaar een verband. Als je moeite hebt met geld verdienen of plotseling geld verliest, kan dat je biologische systeem verzwakken. Zo herinner ik me een man met gouden handen in de jaren tachtig. Het ging almaar beter met zijn bedrijf en hij had energie voor tien. Hij werkte tot laat in de avond door, ging uit tot vroeg in de ochtend, verscheen als eerste op het werk, was altijd alert en opgewekt en zat overal met zijn neus bovenop. In oktober 1987 crashte de beurs – en daarmee zijn bedrijf. Binnen enkele maanden ging zijn gezondheid achteruit. Hij kreeg migraine, toen onderrugpijn en uiteindelijk een vrij ernstige darmstoornis. Hij kon niet meer tegen de late uren op het werk of in de kroeg en hield zich alleen nog bezig met het redden van zijn financiële imperium.

Deze man was zich er niet van bewust dat hij zijn gezondheid had ‘af­ gestemd’ op het verdienen van geld. Toen hij echter ziek werd, zag hij het verband meteen. Hij besefte dat geld voor hem stond voor vrijheid en het vermogen een leven te leiden waarvan hij altijd had gedroomd. Toen hij zijn fortuin verloor, raakte hij zijn macht kwijt, en binnen een aantal weken stortte zijn biologie ook in. Uiteraard kost het iedereen kracht om een noodlijdend bedrijf in leven te houden, maar deze man had onder net zo veel spanning gestaan toen zijn bedrijf succes had en toen had die spanning hem kracht gegeven.

Ieder van ons heeft talloze machtssymbolen en al die symbolen hebben een biologische tegenhanger. De tandarts met alvleesklierkanker had ook een machtssymbool: zijn baan. Maar toen hij zijn baan was gaan haten, raakte hij dagelijks kracht kwijt. Dit zorgde voor een biologische reactie die voortduurde tot een ongeneeslijke ziekte was ontstaan.

Ons leven is gestructureerd rondom machtssymbolen: geld, gezag, status, schoonheid, veiligheid. De mensen in ons leven en de keuzen die we elk moment van de dag maken, zijn uitdrukkingen en symbolen van onze persoonlijke macht. Vaak aarzelen we met een confrontatie met iemand aan wie we meer macht toedichten dan we zelf hebben en regelmatig stemmen we ergens mee in omdat we geloven dat we de macht niet hebben om te weigeren. In talloze situaties en relaties is de onderliggende dynamiek de omgang met macht: wie heeft het en hoe kunnen we ons deel ervan houden?

De symbolische taal van energie leren, betekent een beoordeling leren maken van de machtsdynamiek in jezelf en anderen. Energetische informatie is altijd waarheidsgetrouw. Iemand kan in het openbaar verbaal ergens mee instemmen maar zijn energie zal zeggen wat hij er werkelijk van vindt, zijn ware gevoelens zullen zich uiten in een soort symbolische verklaring. Onze biologische en spirituele systemen geven altijd uitdrukking van de waarheid en vinden ook altijd een manier om dat te doen.

Je dient je ervan bewust te worden waaruit je macht put. Genezen van een ziekte wordt eenvoudiger als je je machtssymbolen en je symbolische en lichamelijke relatie tot die symbolen kent en als je acht slaat op de boodschappen die je lichaam en je intuïtie erover sturen.

Uit: Anatomie van de ziel van Caroline Myss

Het coronavirus

Het coronavirus grijpt wereldwijd steeds meer om zich heen. Het virus is bijna overal het gesprek van de dag. De gevolgen zijn overal merkbaar. Voorraden raken op, de financiële sector is onderuitgegaan en vele events worden afgelast. In deze nieuwsbrief bespreken we het coronavirus uitgebreid. Vooral hoe we ons met voeding, supplementen en praktische maatregelen tegen dit virus kunnen wapenen.

Over de naam
Er bestaat niet zoiets als één coronavirus. Het is een groep van virussen, waar ook SARS en MERS onder vallen (1). Het virus dat ons nu in de greep heeft, heet niet COVID-19. COVID-19 is de infectieziekte die het veroorzaakt. COVID is de afkorting van COronaVIrus Disease en de 19 staat voor het jaartal waarin dit virus is ontdekt: 2019. De officiële naam van het virus zelf is SARS-CoV-2, dat staat voor Severe Acute Respiratory Syndrome Coronavirus 2. In totaal bestaan er zeven coronavirussen die ziekten bij mensen kunnen veroorzaken (2).

Meerdere typen
Inmiddels wordt duidelijk dat er twee typen van het virus rondgaan: een agressieve en een milde variant (3). Onderzoekers vermoeden dat het bij ongeveer 70% van de infecties om de agressieve vorm gaat. De overige 30% is de milde variant, die lijkt op een hele korte verkoudheid.

Wat is het probleem?
De normale griep is van het virustype Influenza. Veel mensen hebben hier al enige weerstand tegen opgebouwd. Het sterftecijfer ligt bij dit virus rond de 0,1% (4). Bij COVID-19 ligt het sterftecijfer een stuk hoger. In Nederland is het sterftecijfer 1% en in Italië 6% (5). Hoewel niet alle gevallen van het virus worden geregistreerd, schatten onderzoekers dat het gemiddelde sterftecijfer rond de 2% ligt. Het virus is vooral dodelijk voor ouderen en zieken.

Virale lading
De incubatietijd voor het virus is vrij lang, waardoor je gemakkelijk anderen kunt besmetten. De incubatietijd varieert van 2 – 14 dagen, maar in de meeste gevallen betreft het een dag of vier (6). Opvallend is dat het virus een voorkeur lijkt te hebben voor mannen (7). Wetenschappers gebruiken de term “virale lading” voor de hoeveelheid van een virus dat in lichaamsvloeistoffen circuleert. Dit piekt bij COVID-19 rond de 5 – 6 dagen (8). Bij een hoge virale lading is de kans op het besmetten van anderen het hoogst. Sommige mensen hebben een hoge virale lading, zonder dat er klachten zijn. Hierdoor kunnen onbewust veel mensen worden besmet (9). Op dit moment gaan we ervanuit dat een geïnfecteerde minstens twee anderen besmet (10).

Welke supplementen?
Dit coronavirus is vrij nieuw, waardoor betrouwbare studies over de relatie tussen supplementen en het coronavirus niet voorhanden zijn. Toch zijn er wel wat tips te geven. Zo is het slim om de volgende supplementen in huis te halen:

Zink zuigtabletten kunnen de ernst van virale infecties in de keel tegengaan (11, 12). Het gaat hierbij expliciet om zuigtabletten! Tabletten die je moet doorslikken zijn minder effectief en neussprays kunnen zorgen voor permanent verlies van de reukzin (13). Meer is overigens niet altijd beter, het heeft geen zin om meer dan 100 mg zink per dag te nemen (14).

Vitamine D is in staat om infecties van de bovenste luchtwegen tegen te gaan. Deze vitamine maken we uit zonlicht, maar in de winter schijnt de zon niet krachtig genoeg en zitten de meeste mensen binnen (15). Wist je trouwens dat de UV-stralen in zonlicht dodelijk zijn voor virussen? Daardoor kan een virus zich in de zomer minder makkelijk verspreiden (16).

Vitamine C kan de duur van verkoudheid verkorten. Je moet het dan wel nemen voordat je ziek wordt (17). Bovendien werkt het beter bij sporters en ouderen (18). Dit laatste is vooral interessant bij COVID-19, omdat het vooral ouderen hard raakt (19). Preventief raden onderzoekers 100 – 200 mg vitamine C aan om het bloedplasma te verzadigen, maar bij acute infecties moeten we eerder denken aan grammen (20, 21).

Nepnieuws
Opvallend is dat men in China inmiddels vitamine C inzet tegen COVID-19 (22). Let wel: het gaat hier om vitamine C die direct in de aderen (intraveneus) wordt toegediend. Er loopt op dit moment een gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit van vitamine C tegen het coronavirus (23). Tegelijkertijd zijn er vele sites die stellen dat vitamine C tegen dit coronavirus louter is gebaseerd op lariekoek en dat dit puur nepnieuws is (24, 25). De waarheid is dat er geen langetermijnonderzoeken beschikbaar zijn. De behandeling met vitamine C is experimenteel. Zowel voor- als tegenstanders moeten nog even geduld hebben totdat er definitieve cijfers zijn (26).

Meer niet altijd beter
Veel influencers raden op dit moment aan om extreme hoeveelheden supplementen tot je te nemen in de strijd tegen het coronavirus (27, 28). De oude orthomoleculaire gedachte was in het verleden dat meer beter was. Inmiddels weten we dat we van de meeste vitamines en mineralen ook een teveel kunnen nemen (29). Om deze reden is het beter om niet te overdrijven.

Blijf weg bij junkfood
Geraffineerd voedsel kan ons immuunsysteem ernstig verzwakken, waardoor we kwetsbaarder worden voor infecties (30). Sterker nog, pieken in de bloedsuikerspiegel kunnen tijdelijk het immuunsysteem verzwakken (31). Kies daarom voor onbewerkt voedsel, dat rijk is aan vitamine C, vitamine D en zink.

Praktische tips
Cruciaal is het om regelmatig goed je handen te wassen om verspreiding tegen te gaan (32). Was je handen minimaal 20 seconden en ook tussen je vingers (33, 34). Raak tussentijds je mond, neus en ogen zo min mogelijk aan. Verder is goed slapen belangrijk om je immuunsysteem op pijl te houden (35, 36). Omdat de voorraden overal teruglopen, is het aan te raden om een voorraadje voedsel aan te leggen. Denk hierbij aan houdbare zaken zoals rijst en diepvriesgroenten (37).

Gelukkig is er ook goed nieuws: China meldt dat het de goede kant op gaat en dat de piek van de epidemie achter de rug is (38, 39). Hopelijk geldt dit spoedig ook voor ons land!

Een gezonde week,
Juglen Zwaan
aHealthylife.nl

Humor in zen. Het is erger dan je denkt

Teisho uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi voor de Zen Cirkel Lelystad op 2 november 2019. Deel 3.

Een van de allerbeste zen grappen die ik ken, komt uit het boekje van Jan Willem van de Wetering, de Lege Spiegel. Van de Wetering was een van de eerste die over zen schreef. Hij is in de jaren ’50 een succesvol zakenman met een fijn gezin en een mooi huis. Maar in een jaar tijd verliest hij alles. Hij blijft achter met schulden en levensvragen. Hij hoort van zen en reist naar Japan. Hij trekt langs kloosters maar nergens spreken ze Engels. Totdat hij belandt in een kleine tempel nabij Kyoto. Daar kan hij terecht bij Harada Roshi. Hij komt bij de leraar op dokusan, de formele individuele begeleiding en doet in een half uur uitgebreid zijn beklag over zijn trieste lot. Roshi luistert geduldig en vervolgens valt er een pijnlijke stilte. Minuten lang. Van de Wetering vraagt zich af of deze Japanse Roshi wel een woord heeft verstaan van wat hij in het Engels zojuist heeft gezegd. Dan zegt Harada Roshi plotsklaps: ‘Weet je, het is veel erger dan je denkt!’

Dit briljante, bevrijdende antwoord heeft Van de Wetering ertoe gebracht een tijd bij Harada Roshi te blijven. Trungpa noemt dit ‘een genadeloze compassie’. En wat een humor ook.

Een ander mooi voorbeeld en dit is een klassieker. Het komt uit een toespraak van meester Kyogen. “Ons leven is als een mens die in een boom hangt. De voeten vinden nergens steun. De handen kunnen niets vastgrijpen. Maar met de kaken heeft deze mens zich stevig vastgebeten en daar hangt hij dan. Hij kan geen kant meer op. Onder de boom staat een zenleraar en die roept: ‘He jij daar! Kan jij me nu eindelijk eens zeggen waar het in jouw leven nu echt over gaat?’”

Het is een treffend zinnebeeld van onszelf. We vinden nergens steun, we hebben geen grond om op te staan, we kunnen niets vastgrijpen, want alles glipt tussen onze vingers door. Maar onze de kaken hebben we ons stevig vastgegrepen in een tak. Die tak, waarvoor staat ie? Voor onze geloofssystemen, onze concepten, neigingen, oordelen, patronen, overtuigingen, enzovoort. Het is de illusie dat we het leven op deze wijze kunnen vasthouden.

Herken je het beeld? Dan is er nog die zenleraar die de prangende vraag stelt. Wat staat de figuur die daar met zijn kaken vastgebeten aan de tak hangt te doen? Het geniale in dit beeld is dat, wil je die vraag kunnen beantwoorden, je vrij van al je vooronderstellingen een antwoord moet geven. Je zult alles waaraan je je vasthoudt moeten loslaten, al je voorwaarden, je overtuigingen, je concepten. Dit is niet wat uit het eigen aan den lijve ervaren voortkomt. Je zult moeten vallen en zo voelt het ook als we onze mentale handvaten loslaten. Dit beeld is een haarscherpe spiegel voor onszelf, vol humor en vol tragiek, het toont de ultieme condition humaine. Zo zitten we allemaal te rommelen. Dit gaat over jou, dit gaat over mij.

Er is nog een derde voorbeeld, van de grote Ch’an meester Mazu, een van de geniale zen geesten uit de zevende eeuw na Chr. Het verhaal gaat als volgt. Mazu zit op een warme zomerdag met de benen uitgestrekt te ontspannen op een dijkje tussen de rijstvelden. Over dat smalle dijkje komt leken-leerling Feng hijgend aangelopen met een kruiwagen vol houtblokken, op weg naar het klooster. Feng ziet in de verte zijn leraar zitten en dichterbij gekomen, vraagt hij: ‘Zou de eerwaarde meester zijn benen willen intrekken?’

Waarop Mazu zegt: ‘Wat eenmaal is uitgestoken, wordt niet meer ingetrokken.’

Feng zegt dan: ’Wat eenmaal in beweging is gezet, wordt niet meer tot stilstand gebracht.’

En hij rijdt pardoes over de benen zijn leraar. Mazu kreunt van de pijn: ’Au, au!’ Feng rijdt door. De volgende dag komt Mazu in de dharmahal, strompelend en met een bijl in zijn hand. Hij neemt plaats op de verhoogde leraarszetel en zegt: ‘Zou degene die de benen van deze  arme monnik heeft verwond, naar voren willen komen?’

Uit het gevolg van monniken komt Feng naar voren en loopt naar Mazu. ‘Hier ben ik’, zegt hij. Mazu zegt: ‘Leg je hoofd maar op dit houtblok’. En Feng doet dat. Mazu heft de bijl, houdt die boven het hoofd van Feng en loopt vervolgens weg, de dharmahal uit.

Hilarisch, prikkelend, schurend. Waar verwijst dit verhaal naar? Om te beginnen is er de dialoog in het eerste deel. Zo’n uitspraak als ‘Wat eenmaal is uitgestrekt, wordt niet meer ingetrokken’, waar gaat dat over? Dit gaat over karma en onze diep ingesleten patronen waaraan we op onze levensweg, dat smalle sawadijkje tussen de rijstvelden waarop ieder van ons zich beweegt, niet kunnen ontsnappen. Wat in dit verhaal zo schuurt, is de herkenning: we zijn allemaal Feng en we rijden allemaal over de benen van ander heen. We volgen onze diep ingesleten sporen en rijden, al dan niet daarvan bewust, over de benen van anderen heen.

De gebeurtenis in het verhaal schuurt omdat het ons iets wezenlijks over onszelf toont. Dat is waarom we dit een upaya noemen, een pedagogisch middel. Karma gaat niet over schuld, maar over oorzaak en gevolg, waarbij we ons karma uitleven, ook ten koste van de ander, zoals Feng dat doet.

In het tweede deel van het verhaal gaat het om: sta je voor je eigen leven, neem je je verantwoordelijkheid? Het proces van aannemen, het buigen voor jouw patronen, leidt ertoe dat ik mijn leven ga leiden zoals het is. Dit is de enige concrete vrijheid die ik ken. Mezelf helemaal doorslikken en verteren, onvoorwaardelijk erkennen en belichamen: dit ben ik.

Er is nog een verhaal, van een monnik die na twintig jaar meditatie tot een groot inzicht ontwaakte en drie dagen lang zo hard moest lachen dat iedereen in zijn omgeving tijdelijk doof was. Wat is hier de grap? Je hebt twintig jaar lang je ziel en zaligheid gegeven, je bezittingen, je tijd, je energie, je hele hebben en houden en ineens valt het kwartje, en dan blijkt dat wat je met zoveel inzet hebt nagestreefd, al die tijd op het kussen heeft gezeten. Dat kan een grote grap zijn. Tegelijkertijd kan het ook heel pijnlijk zijn. Dat die hele spirituele weg, met die immense berg vol rituelen en symbolen, uitsluitend gaat om de bekrachtiging van jou als persoon, kan zeker leiden tot een totale verbijstering. Hoe kan ik dit gemist hebben?

Dit is het verhaal van de mens dat in tal van culturen en religies is bezongen. Neem het heldenepos Gilgamesj uit ca. 2100 v.Chr, een de oudste verhalen uit de geschiedenis van de mens, waarin Gilgamesh wordt geconfronteerd met existentiële vragen en met name met het besef van zijn sterfelijkheid. Na een lange, lange zoektocht, vol gevaren, beproevingen en strijd, staat hij weer voor de muren van Uruk, de stad waarvandaan hij ooit vertrok. Zijn reis laat hem achter met twee lege handen. Maar als hij kijkt naar de muren van Uruk, dan ziet voor het eerst van zijn leven hoe fraai uitgevoerd het voegwerk is. Dat is alles. En dat is groots! En dat is óns verhaal.

Slot. Een nieuwe Zen Cirkel onder leiding van Maurice Genko Knegtel Roshi begint op maandagavond 9 maart 2020. Voor meer informatie en opgave, klik hier: https://izen.nl/zen-meditatie/ Maurice Knegtels nieuwste boek ‘Het afdalen van de berg’ verschijnt in maart 2020 bij Uitgeverij Juwelenschip.

Opgeven

Je kunt alleen de waarheid zijn, je kunt de waarheid nooit kennen. Dat kennen wordt gehoord in de afwezigheid van jezelf, als nergens een voorstelling van gemaakt wordt; dan is er zekerheid. De waarheid brengt haar eigen zekerheid met zich mee; ze heeft geen bewijs nodig, ze is haar eigen bewijs. Alles wat om je heen verschijnt, kan worden betwijfeld, maar wat het meest dichtbij is – dat wil zeggen bewustzijn – kan nooit betwijfeld worden. Alles waarnaar je denkt te kunnen zoeken behoort tot wat je al kent. Maar vrede, geluk, liefde en vreugde kunnen nooit in de mal van het bekende – dat wil zeggen tijd en ruimte – geperst worden. Je eerste vredeservaring kan plaatsvinden in de vorm van de diepe slaap. De diepe slaap roept het verlangen op om die vrede ook in de waaktoestand te kennen. Als het lichaam ’s morgens wakker wordt, is er nog wat over van de ervaring die je in de diepe slaap had. Je verlangt dan dus naar iets wat je al heel goed kent.

Er zijn momenten in het dagelijks leven dat er op natuurlijke wijze dingen opgegeven worden. Je doet geen enkele moeite om iets op te geven, maar dingen hebben dan gewoon geen reden meer om er nog te zijn. Als je van dat soort momenten proeft, loop er dan niet voor weg, maar stem jezelf er volledig op af. Zie ze niet aan voor een afwezigheid; in die afwezigheid zit jouw aanwezigheid.

Je moet echt goed begrijpen wat het betekent om volledig in niet-weten te leven. In dat ‘Ik weet het niet’ voel je je onmetelijkheid, een soort ruimte zonder grenzen, zonder middelpunt. Je bent nergens. Als je ‘Ik weet het niet’ zegt, zie je dat de zoeker datgene is waar hij naar zoekt. Als je naar het ‘ik ben’ zoekt aan de hand van technieken en systemen, dan objectiveer je het. Je moet je er in je dagelijks leven echt bewust van worden dat je er verder van verwijderd raakt als je ernaar op zoek gaat. Als je dat ziet, wordt alles opgegeven.

Uit: Jean Klein – The Transmission of the Flame
Third Millennium Publications, 1990.

Met toestemming overgenomen van het tijdschrift Inzicht

Voedsel voor je brein

Beste lezer,

De afgelopen week meldde Medisch Contact dat 50 tot 80% van de ouderen boven de 70 jaar te kampen heeft met merkbare mentale achteruitgang. Vooral het geheugen laat te wensen over, maar ook de concentratie kan achteruitgaan. Hoe kun je je brein scherp en vitaal houden? Daarover gaat deze nieuwsbrief!

Eet hier meer van
Onderzoekers raden aan om vooral veel vette wilde vis te eten, zoals haring, makreel, zalm en sardientjes (1). Dit vanwege de omega 3-vetzuren die mentale achteruitgang kunnen remmen (2, 3, 4). Interessant is dat de anthocyanines in bijvoorbeeld blauwe bessen hun weg naar het brein kunnen vinden en daar kunnen beschermen tegen schadelijke invloeden, waardoor het brein jong blijft (5, 6, 7). De specerij kurkuma kan het brein beschermen tegen Alzheimer en cognitieve achteruitgang (8, 9, 10). Liefhebbers van pure chocolade kunnen ook opgelucht ademhalen, want hierin zitten antioxidanten die volgens onderzoekers verband houden met een verbeterd mentaal functioneren (11, 12, 13). Hetzelfde geldt voor koffie, ook hierin zitten antioxidanten die het brein kunnen ondersteunen (14, 15, 16). Mocht je niet zo dol zijn op koffie, dan is groene thee ook een prima bron van antioxidanten voor de hersencellen (17). Het toevoegen van noten aan je voeding zoals walnoten, cashewnoten, paranoten en amandelen is ook goed voor de hersenen (18, 19). Tevens zouden eieren vanwege de choline en luteïne gunstig zijn voor het brein (20). Kies dan wel voor biologische eieren, want die bevatten minder ontstekingsbevorderend arachidonzuur en meer ontstekingsremmend omega 3 (21).

Eet hier minder van
Er is ook voedsel dat je beter kunt laten staan, als je brein je lief is. Zo worden suikerrijke dranken in verband gebracht met het ontstaan van alzheimer (22). Veel suiker in je voedingspatroon kun je beter vermijden, want dit is volgens onderzoekers gerelateerd aan verhoogde ontstekingswaarden in de hippocampus (23). Schade aan de hippocampus wordt in verband gebracht met geheugenproblemen, vooral het kortetermijngeheugen. Ook transvetten kun je beter vermijden. Producten die ‘gedeeltelijk gehard plantaardig vet’ bevatten, zijn vaak rijk aan transvetten (24, 25). Het mag voor zich spreken dat alcohol uit den boze is voor het brein: alcohol laat het brein op termijn verschrompelen (26, 27). Hierdoor gaan het geheugen, het logische denken en het zicht achteruit. Vanwege de kwik kun je tonijn, zwaardvis en haai beter niet te vaak op het menu zetten, want dat is een neurotoxisch zwaar metaal (28, 29). Als laatste: zorg dat je goed gehydrateerd bent. Een tekort aan vocht wordt in verband gebracht met een (tijdelijke) achteruitgang van de mentale vermogens (30, 31).

Slik deze supplementen
Volgens wetenschappers is het voor het brein heel belangrijk om over voldoende vitamine B12 en omega 3-vetzuren te beschikken (32). Suppletie met blauwebessenpoeder kan ook een steentje bijdragen (33). Ginkgo biloba is een andere krachtige antioxidant die volgens onderzoekers tegen mentale achteruitgang kan beschermen (34, 35, 36). Ook het supplement acetyl-L-carnitine is een aanrader (37, 38). Carnitine maken we voor 25% zelf aan, maar 75% dient uit de voeding te komen (39). Het zit in dierlijke producten, dus vooral mensen die veganistisch eten kunnen mentaal baat hebben bij het slikken van carnitine. Hetzelfde geldt voor creatine: dit komt ook veel in vlees voor en kan vooral bij veganisten (en in mindere mate bij vleeseters) het functioneren van het brein verbeteren (40, 41). Overige breinboosters zijn Bacopa monnieri (42, 43), vinpocetine (44, 45), glutathion (46, 47) en vitamine E (48). Vitamine E zorgt voor een goed breinfunctie doordat het vetzuren beschermt tegen oxidatie (schadelijke inwerking van zuurstof). De reden hiervoor is dat de droge massa van het brein voor 60% uit vet bestaat (49). Een groot gedeelte hiervan bestaat uit cholesterol: hoewel het brein slechts 2% van het totale lichaamsgewicht uitmaakt, bevat het 20% van de totale hoeveelheid cholesterol in ons lichaam (50).

Use it or lose it
Het is heel belangrijk om het brein te gebruiken. Puzzelen of spelletjes doen kan het brein beschermen tegen achteruitgang (51, 52). Breinspelletjes doen op de iPad is volgens onderzoekers dan ook een zeer gunstige gewoonte om te hebben (53). Ook het uitbreiden van je woordenschat of het leren van een nieuwe taal is goed voor de grijze massa (54, 55). Motorische oefeningen zoals dansen of thai chi kunnen de neuroplasticiteit van de hersenen enorm doen toenemen (56, 57, 58). Lichaamsbeweging in het algemeen kan zeer gunstig inwerken op de mentale gezondheid van het brein (59, 60). Onderzoekers raden aan om regelmatig te sporten om zo het brein jong te houden (61). Het leren van nieuwe vaardigheden is in het algemeen goed om de hersenen fit te houden (62). Luisteren naar nieuwe opbeurende muziek kan ook gunstig zijn voor het brein (63). Nog beter is om zelf een muziekinstrument te leren bespelen, want ouderen die kunnen notenlezen en pianospelen zijn mentaal scherper dan zij die deze vaardigheden niet bezitten (64). Ook het oefenen in aandacht via meditatie of mindfulness kan het functioneren van het brein sterk verbeteren (65, 66).

Slaap je slim
Mensen die goed slapen, presteren volgens onderzoekers 20% beter op cognitieve testen (67). Het wordt aangeraden om zo’n 8 uur slaap per nacht te halen (68). Dat geeft te denken, want bijna 25% van Nederland heeft een ernstig chronisch slaaptekort (69). Het draaien van ploegendiensten kan desastreuze gevolgen hebben op de werking van de hersenen.

Om te onthouden
Er is genoeg dat je kunt doen om je hersenen vitaal en krachtig te houden. Het gaat er vooral om dat je gewoontes over de jaren zo gezond mogelijk zijn. Door een combinatie van de juiste voeding, supplementen en leefstijl kun je mentaal sterk blijven. Daarnaast is het heel belangrijk om schadelijke invloeden zoveel mogelijk te vermijden.

Een gezonde week,
Juglen Zwaan
aHealthylife.nl

Humor in zen. Brandende Boeddha’s

Teisho uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi voor de Zen Cirkel Lelystad op 2 november 2019. Deel 2.

Deze groteske figuren zetten de toon binnen Ch’an. Je krijgt in de bloeitijd van Ch’an, in Tangdynastie (7 en 8e eeuw na Christus), de anekdotes van meesters die met bizarre gebaren en woorden onderricht gaven. Een exemplarisch verhaal gaat over de leraar die in een barre winter het houten beeld van de Boeddha van het altaar haalt en in brand steekt. Een andere leraar komt net de zendo binnen, ziet het tafereel en brult ontstelt: ‘Wat doe je nou?’

De meester buigt zich over de as en begint met zijn staf te zoeken. Zijn collega vraagt: ‘Wat zoek je nu eigenlijk?’ De meester antwoordt: ‘Ik zoek de heilige relikwieën van dit beeld’.

Zoals in de de monstrans van de Christenen, vindt men in de beelden en stupa’s van Boeddhisten heilige relikwieën. In stupa’s doorheen heel Azië bevinden zich relikwieën van de historische Boeddha. De bezoekende leraar roept uit: ‘Maar die vind je toch niet in de verbrande resten van dit beeld!’

Waarop de meester zegt: ‘In dat geval kan ik ook wel die twee andere beelden gebruiken, het is zo koud!’ en zo gaan ook de andere beelden in vlammen op.

Het zijn veel geciteerde verhalen met humor en spot ten aanzien van de eigen traditie. Er zit ook een mate van blasfemie in, wat eigenlijk niet kan. Dat rebelse in Ch’an sprak de jongere generatie in de jaren ’60 van de vorige eeuw in Amerika, de ‘beat generation’, enorm aan. Boeddhabeelden verbranden, dat voelde pas bevrijdend!

In een syllabus die ik in 1994 voor het Zen Centrum Amsterdam schreef rond het thema Upaya, ‘behendige middelen’,  heb ik enkele dialogen uit die bloeitijd van Ch’an in China verzameld. Een ervan gaat als volgt:

Meester Yün-men sprak tot zijn studenten: ‘In zen is er absolute vrijheid. Soms negeert of ontkent het, soms affirmeert of bevestigt het’. Een monnik vroeg daarop aan Yün-men: ‘Maar hoe negeert het dan?’ Yün-men zei: ‘Met het voorbij gaan van de winter, komt de lente.’

Waarop de monnik vroeg: ‘Wat gebeurt er als de lente komt?’

Yün-men antwoordt: ‘Een stok dragend over de schouders, laat hem zwerven over de velden.’

Dit is een antwoord dat niemand verwacht. Het zet je op het verkeerde been. Of liever, het andere been: het werkt bevrijdend. Een andere anekdote.

Meester Fa-yen vroeg een leerling: ‘Wat versta je hieronder? Laat het verschil slechts een tiende van een millimeter zijn en het groeit zo wijd als hemel en aarde.’

De leerling dacht slim te zijn en herhaalde de vraag: ‘ Wat versta je hieronder: laat het verschil slechts een tiende van een minimeter zijn en het groeit zo wijd als hemel en aarde.’

Fa-yen was niet onder de indruk en sprak: ’Dit antwoord is ontoereikend’.

De leerling erkende dat hij geen ander antwoord wist en vroeg: ‘Maar wat versta jij hier dan onder?’

Fayen zegt: ‘Laat het verschil slechts een tiende van een minimeter zijn en het groeit zo wijd als hemel en aarde.’

Nog een. Een leerling vroeg aan meester Pao-fu: ‘Wat is de bron van het ongeschapene?’

Pao-fu zweeg enige tijd en zei toen: ‘Wat vroeg de monnik ook al weer?’

De in verwarring gebrachte monnik herhaalde zijn vraag en de meester schreeuwde: ‘Ik ben niet doof!’

De leraar laat de leerling in een fuik lopen, de fuik sluit en dan kan het zijn er iets zichtbaar wordt. Of niet.

Meester Ling-yün werd gevraagd hoe de dingen waren voor het verschijnen van de Boeddha in de wereld. Hij hief zijn stok. Toen hij vervolgens werd gevraagd hoe de dingen na het verschijnen van de Boeddha in de wereld waren, hief hij andermaal zijn stok.

Fa-yen had als leraar een leerling genaamd Hsüan-tse, die hoofdambtenaar was van het klooster. Hij bezocht zijn meester nooit en op een dag bezocht Fa-yen hem en vroeg Hsüan-tse: ’Waarom ben jij nou nooit op gesprek gekomen?’ Hsüan-tse antwoordt daarop: ‘Toen ik studeerde onder mijn vorige leraar, meester Ch’ing-feng, kreeg ik een inzicht in de waarheid van zen.’

‘O’, zei Fa-yen, ‘wat zag je dan?’

Hsüan-tse sprak: “Toen ik de meester vroeg wat de Boeddha was, zei hij: ‘De vuurgod komt vuur halen.’”

‘Mooi antwoord’, zei Fa-yen. ‘Maar misschien zie je het verkeerd. Hoe zou jij het uitleggen?’

Hsüan-tse zei: ‘Als de vuurgod zelf vuur komt halen, is hij net als ik die, een Boeddha van het begin af aan, wil weten wie de Boeddha is. Geen vraag is dan nodig, want ik bén de Boeddha al.’

‘Juist’, concludeerde de meester. ‘Precies wat ik dacht. Je zit er compleet naast.’

Hevig beledigd verliet Hsüan-tse het klooster. Maar na een tijd kwam hij toch terug en vroeg zijn leraar voor het eerst om onderricht. Hij was nu niet meer zo zeker van zijn zaak. Fa-yen zei: ‘Jij vraagt, ik antwoord.’

Hsüan-tse vroeg: ’Wat is de Boeddha?’ En Fa-yen antwoordde: ‘De vuurgod komt vuur halen.’ Pas nu zag Hsüan-tse waar het om ging.

Het gaat hier om humorvolle woorden en handelingen die openend kunnen werken en de traditie zelf wordt er soms bij op de hak genomen. Maar er zijn ook verhalen waarin de hofnar om de hoek komt kijken, waarbij leerlingen en daarmee ook de lezer, op een genadeloze manier een spiegel wordt voorgehouden. Ik noem hiervan drie voorbeelden.

Wordt vervolgd. Een nieuwe Zen Cirkel onder leiding van Maurice Genko Knegtel Roshi begint op maandagavond 9 maart 2020. Voor meer informatie en opgave, klik hier: https://izen.nl/zen-meditatie/ Maurice Knegtels nieuwste boek ‘Het afdalen van de berg’ verschijnt in maart 2020 bij Uitgeverij Juwelenschip.

Humor in zen. Een barbaar in China

Teisho uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi voor de Zen Cirkel Lelystad op 2 november 2019. Deel 1.

Wanneer we spreken over humor in zen, hebben we het in eerste instantie over humor als upaya, een behendig middel dat wordt ingezet om mensen iets te laten realiseren. Maar feitelijk wordt alles in zen en boeddhisme gebruikt als upaya. Zitten in meditatie (zazen) bijvoorbeeld, is een manier om het lichaam stil te zetten en daarin iets te laten oplichten. De leraar zelf is een pedagogisch middel dat als een spiegel voor de leerling te fungeert. De teksten, zelfs alle sutra teksten, de heilige teksten, zijn pedagogische middelen. Een Boeddhabeeld is een pedagogisch middel, ook de hele hiërarchie binnen de traditie en de bloedlijn; je kunt zeggen dat het allemaal delen zijn van een groot vlot waarop je kunt varen om de zaak eens van andere oever te bekijken. De Boeddha zei: ‘Waar is wat werkt’. Zolang het iets doet wat bevrijding en realisatie bewerkstelligt, is het bruikbaar en waar. Als we praten over humor in zen kun je zeggen dat dit een bewust ingezet werktuig is.

Maar laten we eerst kijken naar deze vraag: wat doet humor met ons als mens?

Cursist: het werkt bevrijdend. Bijvoorbeeld wanneer je in de penarie zit.

Roshi: Absoluut! Als je boeddhisme beschouwt als een oefening en een traditie die gaan over bevrijding, dan is humor een wezenlijk onderdeel daarvan. Wat nog meer?

Cursist: Het verbindt, het relativeert.

Roshi: Zeker. Je kunt zelfs zeggen, als je zelf niet enigszins onthecht bent van je werkgebied, dan ben je niet in staat om daarover grappen te maken. En ook de ontvanger kan daardoor onthecht raken. Nog iets?

Cursist: Het is een vorm van zelfspot. Het toont dat je jezelf niet al te serieus moet nemen.

Roshi: Het houdt ons een spiegel voor, hetgeen een heel belangrijke functie is van humor. Het laat je iets zien wat je misschien niet wilt zien. Maar het kan op zo’n manier aan je worden gepresenteerd dat je er om kunt lachen, misschien als een boer met kiespijn. Het is de humor van de hofnar, de enige die in de middeleeuwen zonder consequenties de waarheid kon zeggen aan de machthebbers. Wat humor toont, kan heel pijnlijk zijn.

Als je kijkt naar de werkzaamheid van humor naar de ontvanger toe, dan kent humor een functioneren op drie verschillende niveaus: mentaal, energetisch en existentieel. Mentaal doordat het openend en onthechtend werkt, het komt immers van een plek van onthechting. Het werkt relativerend, het maakt je los van een preoccupatie. Boeddhistisch gesproken werkt het in op de hardheid van patronen en concepten. Energetisch, het bevrijdt vastgezette energie, laat die energie opnieuw stromen, het werkt vitaliserend. En existentieel kan het je een pijnlijke spiegel voorhouden: zo is het.

Als je in de breedte kijkt, vinden we niet zo veel humorvolle tradities in de wereldreligies. In de mystieke traditie van de Chassidim vinden we tal van voorbeelden waarin humor op een bevrijdende manier wordt gebruikt. De Soefi’s kennen dit ook. In het christendom zien we het minder. Een uitzondering vormen misschien de woestijnmonniken.

Cursist: Dat is droge humor!

Roshi: Het hindoeïsme kent enkele tradities die spaarzaam humor bevatten. Het Boeddhisme is niet echt een bron van humor. De Boeddha staat niet bekend als een man met veel humor. Indiase boeddhisten zoals Nagarjuni en Vasubandhu waren weliswaar goede psychologen, maar geen grappenmakers. Japanse zen is niet humoristisch, een enkele uitzondering daargelaten. Therevada Boeddhisme is vooral gericht op ethiek, niet op humor. Tibetanen zijn schaars met humor. De Dalai Lama lacht wel veel, maar een goede grap heb ik hem nog nooit horen vertellen. In de Chinese taoïstische traditie is Chuang-tzu een bron van verhalen met veel humor. Alle figuren die in zijn verhalen voorkomen zijn min of meer grotesk. Zijn humor heeft een grote invloed gehad op Ch’an, waarin we humor vinden als een pedagogisch middel.

Hoe gebruikt Ch’an die humor? Allereerst door het introduceren van figuren, ‘volgers van de Weg’, die veelal grotesk zijn. We komen er opvallend vaak situaties in tegen waarin een zenmeester of geleerde iemand ontmoet die hem de les leest, bij voorkeur in de persoon van een oud theevrouwtje. Er is een verhaal over zen meester Tokusan, als geleerde de autoriteit op het gebied van het Diamant Sutra. Op het toppunt van zijn roem reisde hij naar het Zuiden van China, waar Ch’an zich op nogal rebelse wijze ontwikkelde. Hij wilde daar zijn kennis laten gelden om de orde te herstellen. De man reisde naar het Zuiden en kwam langs een theekraampje. Hij bestelde thee en kreeg er cake bij. Het theevrouwtje zei: ‘Wacht u even met eten en drinken. U bent toch degene die gespecialiseerd is in het Diamant Sutra?’

Tokusan voelde zich gevleid en knikte. ‘Ik ben de autoriteit, inderdaad.’

Het theevrouwtje zei: ‘Als dat zo is, wil ik u een vraag stellen over iets wat in het soetra staat. Als u die vraag kunt beantwoorden, krijgt u de cake gratis.’

Tokusan zei: ‘Natuurlijk. Ik weet er alles van’.

Het theevrouwtje sprak: ‘Er staat ergens een regel in het Diamant Sutra: de geest van het verleden is ongrijpbaar, de geest van het heden is ongrijpbaar en de geest van de toekomst is ongrijpbaar. Die regel kent u wel.’

Tokusan knikte en het vrouwtje ging verder: ‘Dan wil ik u graag vragen: in welke geest gaat u nu deze cake eten?’

De geleerde Tokusan stond met zijn mond vol tanden. Hij had geen antwoord. Dit type personages komen in veel anekdotes van de eerste generaties zen meesters van Ch’an voor.

Een ander voorbeeld is de eerste Patriarch van zen in China, Bodhidharma. Hij kwam volgens de legende uit India aangelopen en bracht zen naar China. Ken je Bodhidharma? Een man met een grote baard, enorme oorbellen en rollende, uitpuilende ogen. Het verhaal gaat dat hij tijdens de meditatie niet in slaap wilde vallen. Daarom knipte hij zijn oogwimpers af. En zo wordt hij afgebeeld, zonder oogwimpers. Die oogwimpers zouden bovendien de zaden zijn geweest voor de eerste theeplantjes in China. Is dat niet hilarisch!

In het Noorden ontmoette Bodhidharma keizer Wu, een devoot boeddhist en stichter van zo’n 30.000 kloosters en tempels. De informatie over de groei van het boeddhisme in die tijd klopt historisch aardig. De eerste vraag van de keizer aan Bodhidharma is: ‘Wel Eerbiedwaardige, ik heb 30.000 kloosters en tempels gesticht. Wat is nu mijn verdienste’.

Bodhidharma antwoordde stoicijns: ‘Geen enkele verdienste.’

De keizer was ronduit ontsteld. Hij vroeg: ‘Maar waar gaat die leer, die Dharma, dan over?’

Bodhidharma antwoordde met de legendarische woorden: ‘Wijdse leegte, niets heiligs.’

De keizer was onthutst en vroeg: ‘Maar wie staat hier dan voor me?’

‘Ik weet het niet’, antwoordde Bodhidharma droog.

Bodhidharma werd daarop het keizerrijk uitgezet. Een raadgever van de keizer greep in en legde de keizer uit dat hij zojuist een groot boeddhist en vooraanstaand heilige het land uit had gestuurd. Keizer Wu bedacht zich alsnog en zond soldaten op pad om Bodhidharma terug te halen. En wat vonden ze uiteindelijk? Een sandaal! Deze werd overhandigd aan keizer Wu.

In het Zuiden aangekomen nam Bodhidharma zijn intrek in het Shaolin klooster, waar hij negen jaar voor een muur zat. Hij kreeg op een zeker moment gezelschap van Huike, een oud generaal, die zijn leerling wilde worden, maar Bodhidharma negeerde hem. De winter viel in en Huike wilde een daad stellen om zijn intentie te tonen aan de grote meester. Hij hakte een arm af en overhandigde deze aan Bodhidharma. Die daad overtuigde Bodhidharma van Huike’s inzet. Hij vroeg Huike: ‘Wat kan ik voor je doen?’

Huike vroeg in grote wanhoop: ‘Kunt u mijn geest tot rust brengen?’

Bodhidharma antwoordde: ‘Breng je geest maar hier.’

Huiko raakte in nu in hevige verwarring. Hij dacht: ‘Maar hoe dan?’ Hij vertrok, ging op zoek naar zijn geest en kwam een week later bij Bodhidharma terug. Hij moest erkennen: ‘Ik kan mijn geest nergens vinden.’

Waarop Bodhidharma zei: ‘Mooi, dan heb ik je geest tot rust gebracht.’

Huike wordt de opvolger van Bodhidharma en de tweede Chinese Patriarch. Bodhidharma vertrekt op een gegeven moment en gaat de grens van China naar India over. En wat ziet men als laatste van hem? Dat hij onderweg is met een sandaal op zijn hoofd! Daar zijn in zen meerdere anekdotes op gebaseerd. Een sandaal op het hoofd staat in China symbool voor het overlijden van een persoon.

Bodhidharma’s verhaal zet de toon voor een rij uitzonderlijke leraren binnen Ch’an, die groteske figuren waren en wonderlijke dingen deden. Een bekende figuur als Te-shan liep altijd met een stok door het klooster, greep de eerste de beste monnik bij diens pij, hief dan zijn stok en riep: ‘Als jij dit een stok noemt, krijg je dertig stokslagen, als je het geen stok noemt, krijg je ook dertig stokslagen. Hoe noem je het? Spreek, spreek!!’

En dit was zijn onderricht, zijn hele leven lang. Hier zijn ook meerdere ‘stokgrappen’ uit voortgekomen. Zoals die van zen meester Chao-chou, die zei: ‘Als iemand bij me komt met een stok, dan ontneem ik hem die en als iemand bij me komt zonder stok, dan geef ik hem er een.’

Wordt vervolgd. Een nieuwe Zen Cirkel onder leiding van Maurice Genko Knegtel Roshi begint op maandagavond 9 maart 2020. Voor meer informatie en opgave, klik hier: https://izen.nl/zen-meditatie/ Maurice Knegtels nieuwste boek ‘Het afdalen van de berg’ verschijnt in maart 2020 bij Uitgeverij Juwelenschip.

De vleesjas en de camerawacht

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 7 (slot).

Maar dat is niet het enige dat we ons herinneren. We herinneren ons ook iets anders, namelijk dat die peilloze, oneindige aanwezigheid zich bevindt in een min of meer strakke vleesjas, strak in de zin dat die aanwezigheid is beperkt tot bepaalde afmetingen. Die aanwezigheid is niet te scheiden van deze vleesjas, die benen, voeten, armen en handen heeft. Die jas heeft andere eigenaardige eigenschappen, namelijk het vermogen visuele beelden te laten verschijnen, auditieve ervaringen te laten weerklinken, om koude en warmte te voelen, om de soep in de keuken te ruiken en te proeven en nog veel meer vermogens.  De jas werpt vensters open op de wereld in bepaalde emoties, woede opent een venster  naar de wereld, net als angst, verdriet, vreugde. Al naar gelang de situatie, of niet. Je kunt zeggen: we kunnen ons herinneren dat het eindeloze Licht dat we op het kussen ervaren tegelijkertijd in een vleesjas is verstopt, een vleesjas met wonderbaarlijke vermogens, waardoor die aanwezigheid zichzelf in talloze kwaliteiten tot uitdrukking brengt. Wat zie ik? Wat hoor ik? Wat ruik ik?

Die vleesjas heeft het vermogen zaken te overdenken en door de geest te laten trekken, hij heeft verbeeldingskracht. En die vleesjas heeft specifieke eigenschappen omdat hij mede is geweven uit diepe, diepe patronen van handelen. Patronen als taaie draden, diep ingesleten sporen die veel verder teruggaan dan de tijd waarin die vleesjas zelf is gemaakt. Ze gaan terug naar de makers, vader en moeder en diens vader en moeder enzovoort. Ze komen allemaal in deze vleesjas samen, als in een netwerk. Die vleesjas is precies wat hij is, bij sommigen is ie wat klein, bij anderen wat groter en met een bepaalde kleur, maar hij is precies goed zoals hij is. Die aanwezigheid zit in niets anders dan juist deze vleesjas. Daar is niets mis mee. Soms kraakt ie of piept ie, maar er is niets mis mee.

Er is iets dat grenzeloos en peilloos is, licht, in rust en niet stuk te krijgen. Aan de andere kant herinneren we ons deze krappe verpakking. Hoe noemen we deze paradox in het boeddhisme? De bodhisattva. Aanwezigheid, grenzeloos, grondeloos, Licht: Bodhi. Sattva is de vleesjas met een netwerk van patronen en sporen. Een levende paradox. Als je niets uit deze dagen hebt gehaald, neem dan dit mee naar huis: Ik ben een paradoxaal dubbelwezen en het functioneert ook nog allemaal. Maar er is nog iets, iets heel eigenaardigs. Uit die vleesjas steekt een hand met een mobiele telefoon en deze neemt voortdurend selfies. Wij als bodhisattva richten het mobiel op onszelf, de vleesjas en de daarin verpakte aanwezigheid. En er is meer. Er zit ook nog iets in m’n oor, een oortje, een apparaatje met een draadje. Het draadje gaat naar een camerawacht die huist in dit lichaam. Heeft iemand die wacht ooit gezien? Nee. En toch praat ie voortdurend in dat oortje. Die stem praat veel en fluistert ons voortdurend in wat we te doen hebben, niet zelden heel dwingend. Die stem geeft geregeld waardevolle tips en adviezen, maar hij zegt ook dingen die we vaak niet willen horen of weten. Het heeft volop oordelen over van alles en nog wat. Hij weerhoudt ons om stappen te ondernemen en wekt onzekerheid, of hij zet ons juist aan tot handelen en wekt overmoed. Het is deze stem die zich afvraagt, wat we hier in deze zendo op dit kussen deze dagen zitten te doen. Waarom we met aandacht een zendo binnenkomen en bepaalde regels in acht houden. Waarom we niet gewoon de zaal kunnen binnenlopen en langs de kortste weg naar ons kussen gaan. Die camerawacht vindt dat gedoe. En waarom zitten we eigenlijk op een kussen? Wat levert het op? Moeten we niet aan het werk? Of thuis de kinderen opvoeden? Of hij wekt hooggespannen verwachtingen over deze dagen. Enzovoort, enzovoort.

Wellicht herinneren we ons op enig moment zoiets als een camerawacht en dat we in ons leven onszelf en de wereld vooral via de waarnemingen en oordelen van de camerawacht hebben bekeken, maar dat dit niet de werkelijkheid zelf is. Die camerawacht noemen we ‘ego’. We kunnen ons op het kussen herinneren dat we eigenlijk lange tijd, soms ons leven lang, in een beeldscherm hebben zitten kijken en naar die stem van de camerawacht hebben geluisterd. En dat we zelf zijn gaan geloven in zijn rare verhalen, naast het goede advies dat nu en dan wordt gegeven. Die stem doet teveel, hij heeft de overhand genomen. Wij zijn over-beveiligd!

Wat is nu een goed advies aan iemand die zich dit herinnert? Je kunt zeggen: keer geregeld terug naar je jas en realiseer je wat er in die jas gebeurt en wat daar aanwezig is, met andere woorden wat ruikt met de neus, hoort met de oren, voelt met de handen, loopt met de voeten, praat met de mond enzovoort. Zit regelmatig op het kussen om je de situatie te herinneren zoals ze is. Het is in feite heel simpel. Keer terug naar je adem, terug naar je vleesjas. We hoeven in feite niet veel meer te doen dan de zaak op het kussen neer te zetten, en alle aspecten van onze situatie lichten in de loop van de tijd op. Je kunt zelf bepalen even niet te kijken naar het camerabeeld van jezelf en het oortje het oortje laten. Waarbij we de camerawacht niet in de ban doen, dat is niet de bedoeling. Hij beschermt ons. Maar als je de stem weer hoort, kun je gewoon zeggen: ‘Nu even niet!’ Wie is degene die praat met de camerawacht? De meester, degene die de vleesjas bewoont, degene die deze woorden hoort, de ongeborene. Het herinneren van die camerawacht, dit ego, is een belangrijke realisatie. Die realisatie kan ons helpen het functioneren van deze beveiliger weer in het juiste perspectief te zien.

Een belangrijk vraagstuk is tenslotte hoe we de paradox die we zijn de wereld in te brengen, waarbij we dienen om te gaan met onze sterfelijke, beperkte jas en onze aanwezigheid, de Eeuwige, het onbeperkte. Waar we ook gaan of wat we ook doen, alles zit hier, in deze vleesjas, de manifestatie van de oneindige aanwezigheid. Zodra we die ervaring hebben, begint een taai proces, het voorleven van deze paradox die we zijn. We kunnen prettig zitten op de top van de berg maar uiteindelijk staan we op en voelen we de effecten en kenmerken van die vleesjas, zoals pijn in onze benen. We botsen tegen iemand op en de camerawacht meldt zich weer: ‘Verdorie, kijk toch ui!’. En als we thuis zitten, worden we geroepen: ‘Het eten is klaar!’ Of, ‘Doe de vuilniszak even in de container.’ Alledaagse handelingen, we ontkomen er niet aan. We proberen waakzaam te zijn om niet in een van de polen van de paradox te blijven hangen. Dat kost veel tijd en energie, waarbij we steeds weer teruggaan naar de vleesjas, steeds weer de paradox herkennen en teruggaan naar wat is en geregeld het oortje het oortje laten. We leven een spanningsveld. We zitten compleet in vrijheid, in Licht en staan op, gaan de begrensde, versluierde wereld in. Dit is ons dagelijks leven, dit spanningsveld. Een spanningsveld dat we telkens weer tegenkomen in een intensive als deze.

 

Wil je zelf een intensive bijwonen? Op woensdag 22 januari 2020 start in Eerbeek een nieuwe Izen intensive. Kijk voor meer informatie op: https://izen.nl/izen-intensive/ en schrijf je in!

Hoe eet je meer groenten en fruit?

Beste lezer,

De afgelopen week heeft de Hoge Gezondheidsraad van België nieuwe aanbevelingen voor een gezond voedingspatroon bekend gemaakt. Onze zuiderburen adviseren nu om dagelijks minimaal 300 gram groente en 250 gram fruit te eten. Het advies is om veel te variëren en je hierin te laten leiden door het seizoen. Het advies om dagelijks 300 gram groenten te eten is een stuk meer dan de 250 gram die het Voedingscentrum adviseert. Tot voor kort was de norm in Nederland nog 200 gram groente per dag. Waarom is het eten van groenten zo belangrijk? Hoe kunnen we meer groenten eten? In deze nieuwsbrief bespreken we het!

Onderzoekers zagen dat mensen die dagelijks minstens 500 gram groenten en fruit eten, een lagere kans hebben om vroegtijdig te overlijden (1 ,2). Het blijkt dat 800 gram optimaal is, als het gaat om bescherming tegen cardiovasculaire ziekten en een overlijden in het algemeen (3). Het eten van veel groenten en fruit wordt geassocieerd met een lagere kans op (dikkedarm)kanker (4 ,5). Het eten van meer groenten en fruit is niet alleen goed voor de fysieke gezondheid, maar blijkt daarnaast ook goed te zijn voor je mentale gezondheid. Mensen die veel groenten en fruit eten zijn gelukkiger, tevredener en voelen zich over het algemeen prettiger (6 ,7). Dagelijks meer dan vijf porties groenten en fruit eten kan bescherming bieden tegen depressie (8). Onderzoekers zeggen dat verse en rauwe groenten en fruit nog krachtiger werken dan de bewerkte of verhitte varianten (9). De heilzame werking komt deels door de gunstige stoffen in groente en fruit, maar sinds kort weten we ook dat de positieve werking op de darmflora bijdraagt aan de versterking van onze gezondheid (10).

Groenten bevatten weinig calorieën en tegelijkertijd veel micronutriënten zoals vitaminen, mineralen en bioflavonoïden. Hierdoor kunnen ze op een voedzamere manier bijdragen aan het afvallen (11 ,12). Zowel groenten als fruit zijn zeer rijk aan vezels, waardoor klachten als obstipatie kunnen verminderen (13).

18 tips om meer groenten en fruit te eten:

  1. Eet niet alleen groente bij het diner, maar ook bij het ontbijt en/of middageten. Ontbijten kan bijvoorbeeld met een groenteomelet. De lunch kan prima met een salade en een soepje. Vooral wanneer je weinig tijd hebt is een soep zo opgewarmd.
  2. Veel mensen zeggen dat ze geen konijn zijn en laten groenten en fruit liggen. Dan is het beter om wat groentesap uit de slowjuicer te drinken. Deze draait heel langzaam waardoor de vitamines intact blijven.
  3. Kies voor een groentespread. Deze zijn steeds vaker kant-en-klaar te koop, of maak het zelf. Deze spread kun je op een (glutenvrije) cracker of boterham doen.
  4. Maak patat in de oven van aardappel, bataat, pastinaak of pompoen. Lekker met een knoflook-dipsaus, olijfolie en Keltisch zeezout.
  5. Maak een pizza met veel groenten. Er zijn steeds meer glutenvrije bodems te vinden. Je kunt ook zelf een bodem maken van ei en bloemkool (klinkt niet lekker, maar is heerlijk!).
  6. Neem een abonnement op een groentepakket. Een Odinpakket kun je afhalen bij de lokale biologische winkel, maar de Ekoplaza groentetas wordt in bijna heel Nederland aan huis gebracht.
  7. Koop een blender. Zelf heb ik een hoge snelheidsblender en dat geeft een smooth resultaat. Zo kun je heel veel groenten en fruit gemakkelijk binnenkrijgen. Het beste is wel om het resultaat met een lepeltje te eten, zodat de enzymen uit speeksel hun werk kunnen doen.
  8. Eet minder vlees. Als je minder vlees eet, heb je meer plek over voor groenten. Paddenstoelen of linzen kunnen prima als vervanger dienen van vlees.
  9. Koop een spiralisator. Zelf gebruik ik de Spirelli veel en maak van courgettes lekkere groentepasta. Deze sliertjes vervangen dan de pasta van tarwe. Veel voedzamer en erg smaakvol. Je kunt het ook rauw eten.
  10. Probeer ook af en toe nieuwe groenten uit. Er zijn steeds meer vergeten groenten in de normale supermarkt. Bijvoorbeeld: pastinaak, aardpeer, rammenas, koolrabi en snijbiet. Pas nog heb ik een cherimoya (fruitsoort) gekocht in de biologisch winkel, wat was deze lekker!
  11. Eet meer groenteburgers. Deze zijn tegenwoordig kant-en-klaar goed verkrijgbaar. Kijk wel op de ingrediëntenlijst voor verdachte toevoegingen. Helemaal gezond is het wanneer je zelf een groenteburger maakt, zoals deze vegetarische bietenburger.
  12. Eet meer zeewier. Zelf maak ik regelmatig heerlijke zeewierpasta. Een ideale manier om meer vezels binnen te krijgen. Zeewierpasta bevat daarnaast heel veel omega 3 en jodium. Dus ook geschikt als broodvervanger.
  13. Combineer vele groenten, zodat het een kleurig geheel wordt. Door de variatie eet je automatisch meer groenten, omdat het minder snel saai wordt.
  14. Eet af en toe rauwe groenten als tussendoortje. Voedzaam en lekker. Je kunt ook voor enkele dagen een dip maken, om het geheel nog smakelijker te maken. Een beetje Keltisch zeezout op tomaten doet het ook goed.
  15. Koop receptenboeken voor inspiratie, zoals 50x lunchen zonder brood, De receptenwijzer of Superdiners.
  16. Koop ook diepvriesgroenten. Deze kun je langer bewaren dan verse varianten en gebruiken wanneer het je uitkomt. Als je even een keer weinig tijd hebt, zijn voorgesneden verse groenten ook beter dan helemaal niks.
  17. Neem minder rijst, aardappelen, pasta of brood en schep hiervoor in de plaats meer groenten op. Groenten bevatten vele malen meer voedingsstoffen en minder suiker.
  18. Ga meer wokken. Met wokken zijn de groentes snel klaar. Je kunt de groenten ook altijd nog even kort stomen voor het wokken. Met stomen behoud je de nutriënten vele malen beter dan met koken in water.
  19. Door fruit in het zicht te leggen, ben je eerdere geneigd om dit te eten. Voor de tanden is het beter om fruit vlak voor de maaltijd te eten.
  20. Een goed idee voor een lekkere avondsnack is het roosteren van groenten in de oven. Dat kost niet veel tijd, want de oven doet het werk. Vervolgens kun je de groente eten met een hummusdip.
  21. Voor mensen die echt niet van groenten houden: verstop ze in de saus. Zo kun je de groenten in de tomatensaus zo fijn malen, dat de tafelgenoten geen idee hebben dat ze eigenlijk heel veel groente eten. Deze truc werkt helemaal goed bij kinderen en moeilijke eters 😉
  22. Bezoek je een grote stad? Dan is er vrijwel altijd een saladebar in de buurt. Niet duur, wel lekker! Een grotere keten is SLA, maar er zijn ook kleinere initiatieven zoals SEM in Amersfoort. Bij die laatste kom ik zelf vaak eten!

De meeste mensen denken dat ze de norm voor de hoeveelheid groenten met gemak halen, terwijl dat toch niet het geval blijkt (14). Onderzoek van het CBS toont aan dat bijna niemand de norm voor de aanbevolen hoeveelheid groenten en fruit haalt (15). Volgens sommige bronnen haalt slechts 2% van Nederland de norm (16). Ik hoop dat het door bovenstaande tips makkelijker voor je wordt om meer groenten en fruit te eten, zodat je gezondheid op de lange termijn een flinke boost zal krijgen!

Gezonde groet,
Juglen Zwaan
aHealthylife.nl