…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Archive for the ‘Artikel’ Category

Eigenheid, Over het werkelijkheidsgehalte van het specifieke dat je ook bent

Uitdrukking begint steeds opnieuw.

Hij blijft kersvers, want

hij begint nu pas.

Hij begint vanuit je eigenheid.

Die is nog nét niet persoonlijk, hoewel

er meteen al kleur is. Er is al ‘verschil’.

En toch is Echtheid niet geweken.

Het is in de westerse versie van de Advaita Vedanta, het milieu van satsang en non-dualiteit, langzamerhand een bekend gegeven geworden dat uitsluitend het tijdloze en onveranderlijke werkelijk is. Niets van wat verandert kan helemaal werkelijk zijn – zodra iets gewijzigd is, is immers het voorafgaande kennelijk niet meer het geval, dus niet helemaal echt meer te noemen. Iets dat nu niet meer echt is, blijkt dan zojuist eigenlijk ook niet helemaal echt te zijn geweest. ‘Echt’ wil juist zeggen echt, rotsvast, nooit onecht.

Dikwijls wordt in de Advaita alles wat niet helemaal echt is, meteen ‘illusie’ genoemd. Met als consequentie dat alles wat we zien en meemaken meteen dit stempel van illusie krijgt. Zoals bijvoorbeeld Wolter Keers het al in de zeventiger jaren uitdrukte: “… dat er om te beginnen niemand bestaat als onafhankelijk individu: alle activiteit van de persoonlijkheid is maya, begoocheling.” Ja, maya: dat is ook in het Westen een cliché dat al behoorlijk oud is, en dat meestal een lading heeft gekregen van ‘waardeloos’, ‘niet de moeite waard om het erover te hebben’.

Je kunt bij jezelf checken wat er eigenlijk werkelijk is aan je. Zodra je de vraag ‘wie ben ik?’ helemaal laat binnenvallen, is er niet een bepaald iets of iemand te vinden. Er is geen omkaderd iets, er is geen vorm of kleur te zien, geen enkele nuance of ‘kern’, alleen maar een volledig wegvallen van alle kenmerken en beperkingen. Maar je ervaart wel een volkomen echtheid, een niet te wijzigen onomstotelijkheid.
Je kunt herkennen dat dít is wat je bent; dit is je wezenlijke natuur, die geheel voorafgaat aan enige persoonlijke invulling of kleur.
Ik noem deze herkenning ook wel Besef. Een zien van wat weliswaar niet-iets is, en niet-iemand, maar wat wel helemaal eigen is. Zelfs het meest eigene dat je maar kunt opmerken.

Toch is hiermee nog niet alles gezegd. Dat realiseerde ik me ook toen ik aan Het Boek van Besef werkte en in het eerste hoofdstuk meteen begon met dit thema van eigenheid. Ik zag dat deze manier van praten, waarin het niet gaat om een persoonlijke eigenheid, uiteraard niet het geheel betreft, ja zelfs alleen maar het wezenlijke kernpunt beschrijft, vanwege de noodzaak van eerst alle nadruk op de kern van de zaak. Ik zag al snel dat het hele boek in feite een soort Deel Een is van een tweetal of drietal boeken waarin geprobeerd wordt wél het geheel te belichten.
Want het is weliswaar kloppend om te zeggen dat dit niet-iets en niet-iemand het meest eigene is dat er is, maar tegelijkertijd is het terecht om de andere soort eigenheid, noem het maar de ‘meer gebruikelijke’, ‘persoonlijke’ eigenheid, meteen erna ook te waarderen. Ik beschouw deze persoonlijke eigenheid namelijk als een verrijking van de Werkelijkheid. Het is het waarderen van alle oorspronkelijke uitdrukking van onszelf, of die zich nu afspeelt in kunst, muziek, communicatie of iets anders. Het is ook verrijking te noemen dat er zulke totaal verschillende manieren zijn om de Werkelijkheid door te geven, zoals gedemonstreerd in het verschil tussen bijvoorbeeld Nisargadatta Maharaj en Ramana Maharshi.
Maar persoonlijke eigenheid lijkt in veel Advaita-kringen wel taboe. ‘Er IS niet zoiets.’ ‘Er is helemaal geen persoon, dus hoe zou je van een persoonlijke eigenheid kunnen spreken!’ Toch denk ik dat het spreken hierover heel zinnig is, juist vanuit de blik van constant-kennend Bewustzijn. Ik heb namelijk het gevoel dat er nu al behoorlijk veel mensen zijn die hun ware natuur moeiteloos kunnen herkennen, en dat velen hiervan eigenlijk rijp zijn om het accent meer te gaan leggen op het uitwisselen van de verschillende interpretaties van de herkenning, inclusief de verschillende vormen van integratie ervan.
Waar het bij de herkenning ging om het denken te doorzien en los te laten, gaat het er bij de interpretatie van de herkenning om je denken opnieuw te leren gebruiken, maar dan vanuit Niet-denken, vanuit constant-kennend Bewustzijn (de bekende uitspraak van Kant, “Heb de moed om je van je eigen verstand te bedienen!” zou dan op een heel nieuwe manier weer aan de orde zijn).
Ik zou eraan willen bijdragen dat er een taalgebruik ontstaat waaruit duidelijk blijkt dat inderdaad ‘niet-iets & niet-iemand’ het enige is dat werkelijk is in de uiteindelijke zin van het woord, maar dat er desondanks gesproken kan worden en mag worden over de verschillen, die de directe uitdrukking zijn van werkelijkheid. Als directe uitdrukking worden verschillen in feite nog steeds doorstraald door het Echte.

Het kan dienend zijn om oog te krijgen voor de onlosmakelijkheid van onze wezenlijke natuur en onze uitdrukking ervan.
Wie we werkelijk zijn kun je ‘essentie’ noemen, iets dat niet geboren is en niet gewijzigd. Maar op zich bestaat er natuurlijk niet zoiets als essentie. Essentie is altijd de essentie van iets. Het is typisch een term die een verhouding aangeeft. En dat waartoe het in verhouding staat is ‘uitdrukking’. Als er geen uitdrukking is, is er ook niet zoiets als essentie. De essentie kun je alleen maar opmerken vanuit de uitdrukking –  alleen in de uitdrukking is realisatie mogelijk.
Nu is het mooie van uitdrukking dat hij altijd specifiek is. Dat wil zeggen dat er meteen verschil is. Uitdrukking is nooit algemeen, of universeel. Een niet-specifieke uitdrukking bestaat niet. Op het moment dat essentie tot uitdrukking komt, is er nog helemaal geen kleefkracht of fixatie, geen bezitsdrang, geen machtsstreven. Er is nog niets te verdedigen, en toch is het wel meteen specifiek.

Over dit meest directe specifieke heb ik het hier. Het heeft al meteen kleur. En het is nog steeds helemaal ‘eigen’, en nu in een tweede zin van het woord. De overgang naar deze tweede soort is naadloos.
Op het beginpunt van je uitdrukking kun je zien dat jouw uiting meteen verschilt van die van de man of vrouw naast je. En ook kun je zien hoe zuiver en eigen je je hier nog uitdrukt.

Wel blijft uiteraard het allerbelangrijkste punt: ‘zie eerst dat jij Bewustzijn zelf bent, wat volstrekt niet-persoonlijk is, en niet-iets’, maar daarna, na het daadwerkelijk beseffen hiervan, kun je meteen zien dat de zogenaamde ‘jij’ nou eenmaal ook een kleur heeft, een sfeer – met allerlei talenten en bijzonderheden, en ook dat dit alles niet meteen onwerkelijk is, of ‘illusie’. Het werkelijk-zijn van jezelf, dat je diepgaand beseft hebt, blijft een werkelijk-zijn ook in je spontaniteit, in je directe uitdrukking of creatie. Deze directe uiting is nog steeds helemaal ‘eigen’.
Deze soort eigenheid zit nou eenmaal in je creativiteit en originaliteit. Je bent nog helemaal oorspronkelijk, omdat je uit leegte tapt, dat wil zeggen uit de volslagen oningevulde Echtheid. Er is een onschuld die nog mogelijk blijkt in verschil, zoals te voelen bij de verschillen tussen klederdrachten. Ja, het is waar: in een oogwenk kan de onschuld weg zijn, en is het ‘ik ben beter dan jij’. Maar vóór dat moment is het wat mij betreft alleen maar terecht om ook nadruk te leren leggen op het eigene in de tweede, individuele zin van het woord, op een geheel nieuwe manier, waarin ego herkend wordt en doorzien.

Misschien kan door dit schrijfsel een beetje worden aangevoeld wat ik bedoel als ik wel eens de uitdrukking ‘Heilige Volgorde’ gebruik. Hiermee probeer ik de terechtheid aan te geven om de aandacht eerst te laten gaan naar Dat wat nog helemaal zonder entiteit is, zonder objectwaarde, zonder concept. De term ‘heilig’ gebruik ik vanuit een poging om naar iets te wijzen waar nog geen belang is. Geen methode, geen auteur.
Maar een ‘volgorde’ veronderstelt dat er na dat eerste-en-belangrijkste dan toch nog een tweede of derde volgt, anders kun je niet van volgorde spreken. En over zo’n tweede heb ik het hier, in het huidige schrijven. ‘Schep gerust een tweede’, zeg ik eigenlijk (met een lichte knipoog naar een titel van een heel aardig boekje, die luidt ‘Schep geen tweede’, van een man die al in de dertiger jaren dankzij Krishnamurti tot helderheid was gekomen). Schep gerust een tweede – maar zie EERST wie je werkelijk bent. Zie eerst de essentie, waar nog geen ‘tweede’ is, nog geen enkele vorm van weten.

Dus hoewel het waar is dat je er goed aan doet om je specifiekheid en uniekheid naar buiten te laten komen, blijft het van kracht dat éérst de Afpakker langs moet komen. Eerst moet alles opgegeten worden, of zoals Jezus het volgens Johannes uitdrukte: “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen – maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.”
Eerst moet er gebogen worden, voor Dat wat altijd het geval is en waar geen succes mee te behalen valt. Maar als Dat helemaal herkend is, in oprechtheid en nederigheid, dan doe je er goed aan om op te staan, in de herkenning dat je ook een specifieke uitdrukking bent van het Echte.

Uitdrukking begint steeds opnieuw.

Hij blijft kersvers, want

hij begint nu pas.

Hij begint vanuit je eigenheid.

Die is nog nét niet persoonlijk, hoewel

er meteen al kleur is. Er is al ‘verschil’.

En toch is Echtheid niet geweken.

 

Dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift InZicht. Zie www.InZicht.org

De dynamiek van wijsheid

Het enige waar je in dit vluchtige, broze bestaan van kunt uitgaan, wordt door Nyingma meester Longchenpa in het hoofdstuk ‘Zicht’ van zijn ‘Juwelenschip’ als volgt verwoord:

‘Alles wat wordt ervaren en je eigen geest zijn de unieke, primaire werkelijkheid.’

En zo is het. Daar is geen speld tussen te krijgen. De enige ‘grond’ om op te staan is wat we aan den lijve ervaren, wat we zien, horen, voelen, ruiken, onze emoties en wat er in onze geest omgaat, wat we denken. Dit is onze enige, primaire werkelijkheid. Maar de stroom van onze dagelijks ervaren is vaak een ‘mistige situatie’, zoals Tibetaanse meester Trungpa het noemde. Wat wordt ervaren en onze eigen geest lopen dwars door elkaar heen. Zo trekt er een sluier voor onze unieke, primaire werkelijkheid en is het voor ons niet meer helder wat we zien.

Om een helder onderscheid te maken tussen wat wordt ervaren en wat ik daar in mijn hoofd mee doe, kunnen we wijsheid gaan beoefenen. ‘Prajnaparamita’ heet dat in het boeddhisme, het vervolmaken (paramita) van onderscheidende helderheid (prajna). Dit kunnen we al doen als we bijvoorbeeld in de meditatiehouding gaan zitten en ons richten op onze ademhaling. De dynamiek die dan ontstaat is de dynamiek van wijsheid. We richten ons op onze ademhaling en zijn met wat is. We dwalen af in onze gedachten, hetgeen een natuurlijke beweging van wijsheid is, we worden spontaan wakker uit ons dagdromen, we realiseren ons wat we in onze geest aan het doen zijn en keren weer terug naar onze ademhaling en naar wat we aan den lijve ervaren. Deze beweging, eindeloos, afdwalen en weer terugkeren, afdwalen en weer terugkeren, is het vervolmaken van prajna, onderscheidende helderheid. Wat in deze dynamiek langzaam maar zeker helder wordt, formuleert Longchenpa met de volgende woorden in zijn hoofdstuk ‘Zicht’:

‘Dit is niet hetzelfde als stellen dat alles wat je ervaart mentaal is, want wat je ervaart is niet een mentale gebeurtenis maar rijst op als het spel van de staat van pure en totale aanwezigheid. Deze stelling maakt namelijk geen onderscheid tussen de geest en de staat van pure en totale aanwezigheid. De staat van pure en totale aanwezigheid is het heldere licht, het zuivere feit van gewaarzijn, niet-conceptueel, altijd fris gewaarzijn.’

Wat helder wordt is dat wat er is en wat ik daar in mijn hoofd van maak niet hetzelfde is. En wat ook helder wordt is wat er is, wat ik aan den lijve ervaar. In de woorden van Lonchenpa: ‘Hoe dingen verschijnen is mijn wezen. Hoe dingen opkomen is mijn manifestatie. Geluiden en woorden die gehoord worden zijn mijn boodschappen uitgedrukt in geluiden en woorden. Alle vermogens, vormen, en al het ongerepte gewaarzijn van de boeddha’s, de lichamen van de levende wezens, hun gewoonten en dergelijke, alle leefgebieden met hun inwoners, levensvormen en ervaringen, zijn de oorspronkelijke staat van pure en totale aanwezigheid.’

Wat er ook is, het is degene die nu deze woorden leest. Luister! En Hij is het die denkt aan zijn zomervakantie in Spanje en de aangifte van zijn inkomstenbelasting. Feitelijk is er niets anders dan dit. Er is geen lijden, geen oorzaak, geen opheffing en geen weg. Geen verlichting, geen boeddha’s, geen doel en geen middel, nee zelfs geen meditatie. Zelfs prajnaparamita, het vervolmaken van onderscheidende helderheid, is precies een woord teveel gezegd. Luister, groots wezen! Dit is het. Kijk! Er is niets anders.

Dezelfde pijn in nieuwe jasjes of vrij zijn in het nu?

In mijn vorige stukje schreef ik over de druk van het dagelijks leven als (stief)moeder van zeven kinderen. Er moet veel en het gaat maar door. En dan is er – on top of it – die rare foute stem op de achtergrond die zegt dat er iets mis is. Dat ik eigenlijk iets anders had moeten zeggen, of dat ik eigenlijk nu iets anders zou moeten doen en dat ik daardoor nu niet in vrede kan zijn. Of dat het juist allemaal aan iets of iemand anders ligt, aan een instantie, aan je partner, aan de situatie, aan je moeder. Zo vertel je jezelf verhaal na verhaal na verhaal, dag in dag uit.

Heel saai, want het houdt nooit op, en het is altijd een herhaling van hetzelfde. Dezelfde pijn en frustratie komt steeds maar voorbij in nieuwe jasjes. Tot je er echt klaar mee bent en bereid bent om jezelf in de ogen te kijken.

Elk moment heb je die kans. Er is maar één antwoord en dat is vrij zijn in het nu. Zodra ik de situatie accepteer zoals hij is, komt er rust. Dat betekent niet (zoals sommige lezers mij schreven) dat je lijdzaam je lot draagt. Het betekent dat je de situatie in eerste instantie accepteert en in tweede instantie er een antwoord op geeft. Dus, 1: als ik moe ben dan verzet ik me daar niet tegen. Ik accepteer zelfs dat ik me rot voel. Die acceptatie zorgt er tegenstrijdig genoeg juist voor dat ik in vrede ben en me goed voel, no matter what. Zo kan ik me tegelijk slecht en goed voelen!  Maar… 2: dat betekent niet dat ik mezelf uitgeput door het leven sleep, ‘omdat dat nou eenmaal de situatie is’. Als ik echt heel erg moe ben dan kan ik daar ook naar handelen door ’s avonds om acht uur mijn bed in te duiken en zo weer helemaal bij te tanken. Ikzelf ben in charge, want het is aan mij hoe ik met de situatie omga.

Hoe meer ik op deze manier leef, hoe meer stilte er in mijn hoofd komt. Mijn gedachten verliezen hun grip, omdat ze niet meer worden gevoed door gekke verhalen die zich buiten het nu afspelen. In de leegte die ik vreesde (want wie ben ik nou zonder mijn snelle gedachten?) openbaart zich een enorme, eindeloze ruimte. Ruimte voor inspiratie, voor lol met de kinderen, voor echte ontmoetingen en diepe gesprekken en – last but not least – voor de kleine dingen die ik anders niet eens zou opmerken. Hoe minder die achtergrondstem commentaar levert, hoe meer alles tot leven komt. Alles, inclusief mezelf.

Ontmoeting

maritja

Sinds midden september loop ik naar Santiago de Compostela. 

Het is  een reis die ik begonnen ben om persoonlijke redenen.

Mensen vragen me soms ‘waarom’. Want velen die de camino lopen doen dat om een bepaalde reden. Omdat ze een kind hebben verloren of een partner of een baan. Omdat ze ergens vast zijn gelopen.  Ik loop de camino omdat ik op een punt kwam dat ik niet verder kon. Het was op.

Ik heb mijn hele leven, bewust en onbewust geweten dat ik een jongen was, een man was, maar op één of andere manier in het verkeerde lichaam terecht ben gekomen. 

Mijn intentie om deze pelgrimstocht te lopen is niet om ergens een antwoord op te krijgen. Ik wil ‘m lopen vanuit openheid en vertrouwen. Zonder iets te willen begrijpen en zonder iets te willen concretiseren. 

Toch gebeurt er tijdens het lopen iets met me. Komt het door het lopen, of doordat ik andere mensen ontmoet? Of omdat ik mezelf ontmoet in een totaal andere context dan thuis? Waarschijnlijk heeft het allemaal invloed. Maar dat mezelf ontmoeten op reis is een bijzonder iets. Het gebeurt gewoon. En het is ontroerend. 

Ik heb er alle vertrouwen in dat zich, als ik weer thuis ben,  zich vanzelf wel een nieuwe weg  zal openen waarop ik verder kan. 

Waaraan je je vasthoudt

Voor het volgen van ‘de verheven levenswijze’, die gericht is op het meest wezenlijke van je bestaan, dat evenwel onzegbaar en ondenkbaar is, geeft Nyingma meester Longchenpa in zijn ‘Juwelenschip’ een aantal voorwaarden. De verbinding tussen leraar en leerling is er een. De leer, datgene waarin de onverwoordbare essentie wordt voorgeleefd, uitgedrukt en ‘bewaard’, is een andere voorwaarde.

Het boeddhisme kent het begrip Dharma. Dharma is een woord dat breed uitwaaiert met betekenissen. Letterlijk betekent Dharma, ‘datgene waaraan wordt vastgehouden’, afgeleid van de Sanskriet wortel ‘dhr’, ‘vasthouden’. Dharma is volgens deze betekenis ‘de Wet’, zoals de Joodse religie deze kent, of ‘leefregels’. Maar Dharma betekent in het boeddhisme ook ‘werkelijkheid’. En ‘ding’ of ‘gebeurtenis’. Naast deze betekenissen is Dharma ook ‘de leer’ of ‘het onderricht’.

De eenheid van Dharma als werkelijkheid en onderricht wordt uitgedrukt in Longchenpa’s hoofdstuk ‘De leer’ uit zijn ‘Juwelenschip’: ‘Uit het totale veld van ervaring manifesteert zich het niet te lokaliseren domein van de onvervalste werkelijkheid, dat van een immense uitgestrektheid is, vrij van elk maaksel, de hoogst ordenende macht van het universum, die de diepe structuur weergeeft van dat wat is. In dit domein, een immens paleis opgebouwd uit licht, communiceert hij door een onverwoestbaar kennend responderen op te wekken uit het altijd frisse gewaarzijn, zijn eigen oorspronkelijke staat en die van de vijf boeddha’s.’

Wie is de ‘hij’ die volgens dit citaat communiceert ‘door een onverwoestbaar kennend responderen op te wekken’?

‘Luister’, roept Longchenpa telkenmale in zijn tekst. ‘Luister’, en daar staat deze hij in zijn volle glorie voor je. Hij, die nergens vandaan komt en nergens heen gaat, die ongeboren is, geen begin kent en geen einde en die altijd wakker aanwezig is. Hij is het die nu deze woorden leest. Hij communiceert in een lange reeks van incarnaties, Boeddha’s, Patriarchen, Rinpoche’s, Leraren, waarin hij zich volledig manifesteert en waarvan die manifestaties ook worden herkend en erkend door voorgaande generaties incarnaties van dit ‘immens paleis opgebouwd uit licht’.

Dat de incarnatie die hier en nu communiceert in een lange rij staat van andere incarnaties is niet onbelangrijk. Het toont dat de Dharma niet pas gisteren wordt herkend, voorgeleefd en uitgedrukt. De Dharma wordt ‘bewaard’ in een lange rij van volstrekt unieke individuen, die allemaal anders en allemaal dezelfde zijn. Dit geeft de aspirant iets waaraan hij zich kan vasthouden in zijn eenzame zoektocht door dit grondeloze domein van het onzegbare.

De Dharma is niet om aan ‘de grote klok te hangen’, schrijft Longchenpa. De Dharma is er om te zien, horen en ontvangen in kleine groepen gelijkgestemden. Sacrale groepen, die buiten de orde van de instrumentaliteit, een taal bezigen die men eigenlijk alleen in gekkenhuizen hoort. De Dharma is er om te ‘bewaren’, in de dubbele betekenis van dit woord: uit te drukken en voor te leven, maar ook te behoeden en door te geven.

Vijf essenties van de volger van de Weg

Na de vijf essenties van geestelijke leiding te hebben besproken, ligt het voor de hand ons te richten op de vraag wat we van de leerling op het geestelijke pad mogen verwachten. Longchenpa zegt hier in ‘Het Juwelenschip’ in het hoofdstuk ‘De leerling’ het volgende over:

‘In het algemeen moet de aspirant zich verbinden en dient hij te beschikken over een duurzaam zelfvertrouwen, een sterke liefde voor al wat leeft, een standvastig vertrouwen en een groot vermogen tot edelmoedigheid.’

Wat je mag verwachten van een spiritueel student of een volger van de Weg, wil ik andermaal uitdrukken in vijf essenties.

Een. Een leerling is pas echt leerling in relatie tot een leraar. Natuurlijk kan een leerling ‘een leerling van het leven’ zijn, maar dit is wel beperkt en te vrijblijvend. Jezelf aanbieden in al je gezichten, oordelen en patronen en jezelf verbinden met een persoon van vlees en bloed, die zo zijn eigen nukken en tekortkomingen heeft, is essentieel in het leerlingschap.

Twee. Een volger van de Weg heeft een passie voor het leven. Die passie hoeft niet streng gearticuleerd te zijn. Vaak weet de leerling niet precies wat hem beweegt. Het feit dat hij bewogen wordt, zonder dat hij weet waarom en waarheen, is voldoende voor een spiritueel student. Zoals de leerlingen die aan de voeten zaten van de oude leermeesters van de Indiase Upanishads antwoordden op de vraag waarom ze zich toch al die moeite getroosten: ‘Just for the hell of it.’

Drie. De leerling is begiftigd met enige mate van openheid van geest. De leerling moet in ieder geval bereid zijn om om zijn eigen hoek heen te kijken. Hij is nieuwsgierig en beschikt over het vermogen om zich te verwonderen.

Vier. Een volger van de Weg beschikt over een lange adem, energie en geduld. Hij weet intuïtief dat een inzicht niet de gehele waarheid is en richt zich op een horizon die voortdurend wijkt. Hij heeft voldoende vertrouwen in de Weg om te twijfelen aan de vruchten en de doelen van zijn onderneming en aan zijn vermogen om deze te realiseren.

Vijf. Een geestelijk student is bereid om te geven, niet alleen zijn tijd, geld en energie, maar ook zijn heilige huisjes en stokpaardjes. Hij is bereid zijn voorwaarden ter discussie te stellen en zichzelf los te laten in zijn beoefening en in de intimiteit met zijn leraar. Deze bereidheid is groter dan zijn angst.

Vijf essenties van geestelijke leiding

Wie op zijn spirituele pad verdieping wil en om zijn eigen hoek wil heenkijken, dient zich op een of andere wijze te verbinden aan een geestelijk leraar of lerares. Wat mag je van zo’n leraar verwachten? Wat zou zo’n leraar je kunnen bijbrengen? De Tibetaanse Nyingma Meester Longchenpa zegt hier in ‘Het Juwelenschip’ het volgende over:

‘De leraar die zich de werkelijke betekenis van de staat van totale volledigheid heeft eigen gemaakt (…), kan in de leerling een direct besef van de kern van de zaak wekken. Hij weet het verheven pad te tonen, dat de leerling voert tot het verwerkelijken van deze essentie. De leerling dient te vertrouwen op iemand die niet is aangetast door afleidingen van wereldse aard of door de verleiding van louter semantisch onderscheid. Zo’n achtenswaardige leidsman dient geëerd te worden met allerlei geschenken.’

Wat je mag verwachten van een spiritueel leraar of goeroe, wil ik uitdrukken in vijf essenties van geestelijke leiding.

Een. Geestelijke leiding kan uitsluitend worden verkregen door de bekrachtiging van een ander persoon van vlees en bloed, die zelf een geestelijke traditie belichaamt. Geestelijke leiderschap kun je nooit voor jezelf bekrachtigen. Vergelijk wat de Japanse zen meester Dogen Zenji opmerkt in zijn magistrale tekst, de Genjo Koan: ‘Als boeddha’s werkelijk boeddha’s zijn, merken ze niet noodzakelijkerwijs op dat ze boeddha’s zijn. Echter, ze zijn levende boeddha’s, die doorgaan met boeddha’s te verwerkelijken.’

Twee. De geestelijke leider spreekt en handelt niet vanuit een bepaalde traditie. De traditie spreekt en handelt door de geestelijke leider heen. Precies hierin ligt zijn vaardige handelen en zijn ambacht. Een kundige slager beent niet zelf zijn varken uit. Zijn handen worden door een eeuwenlange traditie geleid.

Drie. De geestelijke leider leeft in het grondeloze vertrouwen dat hij de weg is. En hij weet dat de weg NIET van hem is.

Vier. Geestelijke leiding functioneert vanuit niet-weten. De geestelijke leider is altijd ook een student en hij beoefent in het besef dat zijn onderzoek eindeloos is. Nogmaals Dogen Zenji in zijn Genjo Koan: ‘Wanneer de waarheid je totale lichaam-en-geest niet vult, dan denk je dat je er al bent. Wanneer de waarheid je lichaam-en-geest vult, dan zie je dat er iets ontbreekt.’

Vijf. De geestelijke begeleider onderricht met zijn bare bestaan, dat het bestaan is van een persoon die een traditie onverdeeld belichaamt. Zijn leven is zijn onderricht. Elke geestelijke leiding is dus volstrekt uniek en toch zit er ‘iets’ in dat hij deelt met andere geestelijke begeleiders en voorgaande generaties van geestelijke leiding. Dit is ‘iets’ dat niet zo moeilijk is om te zien, maar onmogelijk om te bevatten.

Voedselfraude

Beste lezer,

De afgelopen week waarschuwde het Voedingscentrum tegen de meiden van The Green Happiness, omdat hun dieet je gezondheid ernstig zou kunnen beschadigen. Tegelijkertijd rept de organisatie met geen woord over de bewerkte voedingsmiddelen van onder meer Unilever. De BBC meldde dat de halve wereld ondervoed is door de slechte bewerkte voeding die in de supermarkten is te vinden. Als klap op de vuurpijl publiceerde de consumentenbond een onderzoek waaruit blijkt dat er in Nederland op grote schaal met voedsel wordt gefraudeerd. Wat is er nu precies aan de hand?

Bij RTL Late Night schoof Sofie van den Enk van de Keuringsdienst van Waarde aan. Ze vertelde dat uit hun metingen blijkt dat de meeste kebab-kraampjes op de markt varkensvlees als lamsvlees verkopen. Oregano blijkt vaak gemalen olijfboomblad en kabeljauw blijkt eigenlijk de goedkope vissoort heek. Ze zijn niet op zoek naar deze misstanden, maar lopen er toevallig tegenaan.

De Consumentenbond heeft wel gezocht naar misstanden en concludeerde dat 20% van de etiketten in de supermarkt niet deugt. In veel gevallen klopt de informatie op de etiketten niet en maken voedselproducenten gebruik van goedkope minderwaardige vervangers. In het geval van olijfolie blijkt dat de term ‘Extra vierge’ meestal niet klopt, omdat de olie helemaal niet van de eerste persing is. Een ander ernstig exces zijn ook de potjes met ‘manukahoning’ waar helemaal geen spoor van manukahoning in te vinden is.

Dat etiketten niet kloppen, ontdekte ik al eerder bij supplementen. Vaak zitten er andere doseringen in dan is opgegeven, of blijken de supplementen vervuild te zijn. Recent bleek ook weer dat vele Ginkgo Biloba-supplementen zwaar vervuild zijn.

De oorzaak
Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor fraude met voedsel. In de meeste gevallen is het hoofdprobleem: geld. De producenten willen de kosten laag houden, soms uit winstbejag, maar soms ook uit noodzaak. Onze voedselketen is erg lang. Een product dat 3 cent kost om te produceren, kost in de supermarkt vaak 1 of 2 euro. De distributeur, de fiscus, de inkooporganisaties, de transportsector en uiteindelijk de supermarkt: allemaal willen ze er wat aan verdienen. De inkooporganisaties van supermarkten knijpen producenten op een schandalige manier uit. Daarbij wil de consument vaak niet investeren in een goed product. Als de smaak maar goed is. Naar de gezondheidswaarde wordt vaak niet gekeken.

De oplossing
Het beste kunnen we voedingsmiddelen met een label vermijden, want die hebben vrijwel altijd een bewerking ondergaan. Het mooiste is het om de tussensector uit te schakelen en rechtstreeks zaken te doen met de boeren. De boer krijgt dan een eerlijke prijs en wij een betere kwaliteit voor een lagere prijs. Het is alleen erg tijdrovend om alle boeren af te gaan en bovendien ook slecht voor het milieu: we moeten immers stad en land afrijden met de auto. Tegenwoordig zijn er steeds vaker organisaties die langs de boeren rijden om daarna hun producten efficiënt aan huis te brengen. Een bekend voorbeeld van zo’n organisatie is HelloFresh. Alleen presenteert HelloFresh zich als puur natuur, maar intussen verkoopt het niet-biologische producten en vlees van mishandelde dieren. Ik heb de maaltijdboxen van Beterbio en Beebox getest. Deze scoren het best op het gebied van diervriendelijkheid

diervriendelijk

BeterBio versus Beebox
Zelf ben ik al jaren lid van BeterBio, maar laatst heb ik uit nieuwsgierigheid de Beebox geprobeerd. Beide krijgen van mij een dikke 10. Allebei de boxen hebben hun specifieke voordelen. BeterBio rijdt steeds vaker rond op milieuvriendelijk gas en je kunt er je persoonlijke allergieën doorgeven. Een ander voordeel van BeterBio is, dat je alle producten uit een normale biologische supermarkt erbij kunt bestellen. Beebox heeft weer als voordeel dat je koolhydraatarme groenten en een fruitbox kunt bestellen. Voor beide bedrijven geldt dat ze 100% biologisch zijn en dat de route van de boer naar je voordeur zo kort mogelijk is. Ze plannen de oogst zo kort mogelijk voor het bezorgen. Zo kan het voorkomen, dat je groente of fruit één of twee dagen daarvoor nog op het land stond. Bij Albert Heijn of andere supermarkten zal dat niet gauw gebeuren. Sperziebonen worden vaak ingevlogen en zijn daardoor al gauw een week oud. Ze knakken dan niet, maar buigen slapjes mee.

De voordelen van een maaltijdbox
Een maaltijdbox is superhandig, want de boodschappen worden aan de deur gebracht. Je hoeft niet per se thuis te zijn. Hierdoor bespaar je weer tijd. Verder zitten er allerlei soorten groenten in, die ervoor zorgen dat je afwisselt. Op de website van de box kun je lekkere en passende recepten vinden. Soms zitten er ook vergeten groenten in de mand, waardoor je kennis maakt met nieuwe groenten. Vooral het feit dat bij BeterBio en Beebox de groente supervers is, van het seizoen is en afkomstig uit de eigen omgeving, vind ik geweldig. De boeren krijgen daarbij ook nog eens een eerlijkere prijs. Het nadeel was altijd, dat deze boxen slechts in beperkte delen van het land beschikbaar waren, maar inmiddels hebben ze een landelijk dekkend netwerk.

Zo gewend om te denken dat er iets mis is…..

Ken je dat: Van die dagen dat je alleen maar bezig bent lange lijsten af te werken en dat je niet meer toekomt aan jezelf omdat je alleen maar aan het zorgen bent voor anderen?

Gisteren was zo’n dag. Tot ’s avonds heel laat vroeg kind na kind aandacht. Met zes kinderen tikt dat aardig aan: de een gilde omdat ze het licht aan wilde op de gang, de ander gilde omdat ze juist het licht uit wilde. De een wilde nog even samen een stukje in zijn dagboek schrijven en de ander moest nog even vertellen wat ze vandaag op school had gedaan… Om tien uur was de oudste pas klaar met zijn huiswerk. Toen ging ik ook naar bed.
“Mijn ogen voelen zwaar en mijn lijf voelt stijf van het slaapgebrek. Toch is alles goed, ook op dit moment. ”

Ik lag in bed en herkende een vertrouwd gevoel: ontevredenheid. Een gevoel dat samenging met de gedachte dat ik alleen maar achter de feiten aanhol. Dat ik alleen maar voor anderen zorg en zelf nergens aan toe kom. Dat ik nooit tijd heb om even alleen met mijn vriend te chillen. Dat de dagen verstrijken terwijl ik niets nuttigs voortbreng.

Het drong weer eens tot me door dat ik erg gewend ben aan de gedachte dat er iets mis is. En ik wist: ik kan nu kiezen. In plaats van boos of gefrustreerd te worden, koos ik om dit moment te omarmen. Inclusief ontevreden gevoel. Mijn hart werd zacht en er kwam rust in mijn hoofd. Er was niets mis. Ik kon geen enkele reden vinden waarom dit moment niet deugde en dat voelde goed!

’s Nachts werden we wakker omdat een kind groeipijn had. Nu zit ik brak achter mijn laptop. Mijn ogen voelen zwaar en mijn lijf voelt stijf van het slaapgebrek. Toch is alles goed, ook op dit moment. Het nu is alles wat er is en als ik het verzet tegen ‘wat er is’ opgeef, dan komt er ruimte. Het is geen trucje: het werkt zo! Probeer maar…

De verheven levenswijze

Waarom zou je het onzegbare in woorden willen uitdrukken? De grote Nyingma meester Longchenpa (1308 – 1363) beantwoordt in zijn voorwoord van ‘Het Juwelenschip’ deze vraag als volgt:

‘Ter wille van toekomstige generaties laat ik hier mijn licht schijnen op de betekenis van de verheven levenswijze. Deze benadering van het leven, die voortkomt uit het universeel scheppende dat vanuit zichzelf volmaakt is, is de weg tot het direct ervaren van het pure gewaarzijn, het hart van alle ervaringen. Deze benadering is NIET een geleidelijk proces van zelfontwikkeling; hiermee ontwaak je werkelijk tot wat is, nu, op dit moment.’

Longchenpa’s inzet roept tenminste twee vragen op. Ten eerste, wat bedoelt hij met ‘de verheven levenswijze’? Welke levenswijze zou dat kunnen zijn? Zou ze niet de wijze van leven zijn, waarin je niets uitsluit en niets uit de weg gaat? De levenswijze waarin je werkelijk aangaat en aanneemt wat zich in je leven aandient? Niet zonder terugdeinzen, verdriet, angst en beven, maar toch. Je staat ervoor. Je staat je leven uit. Je neemt in en houd je ogen open. Je zegt ‘Ja!’ tegen wat zich aandient, al zou alles in je liever ‘Nee, laat maar’ willen zeggen. En ten tweede, wat is werkelijk, nu, op dit moment? Wat is werkelijk, zonder dat ik er iets mee doe of er iets van vind? Wat is dit, wat zich hier en nu in mijn leven aandient?

‘Luister!’ roept Longchenpa een aantal keren in de inleiding die op zijn inzet volgt. ‘Luister!’ Wie is het die dit woord hoort? ‘Luister!’ Wie wordt hier aangesproken? En wie spreekt? Is dit niet een en dezelfde persoon? ‘Ik ben de leraar, het universeel scheppende’, schrijft Longchenpa. Wie is die ‘Ik’, die spreekt over het onveranderlijk scheppende? Wie is de Leraar van de leraar?

‘Het scheppende van het universum onderricht jullie, gelukkigen, deze directe leer, dit geschrift over de vrijheid waarnaar je niet hoeft te streven, deze mondelinge overdracht van de verheven leer, die de kern van de werkelijkheid raakt, zonder te overdrijven of tekort te doen. Dit universeel scheppende is de unieke werkelijkheid, de kern van elk spiritueel streven en van elke leer.’

‘Luister!’ Longchenpa heeft nooit een woord gesproken. Degene die nu deze woorden hoort, is op zoek naar zichzelf en alleen hij kan naar zichzelf op zoek gaan, omdat hij zichzelf, hoe vaag ook, herinnert. Degene die nu deze woorden hoort, spreekt zichzelf uit, dicht bij zichzelf, dichter bij, heel intiem en heel precies. Zijn spreken is niet zonder zich te herroepen; hij zoekt zichzelf en onderzoekt. Maar elk woord dat hij aarzelend uit is de leer. En Longchenpa heeft nimmer een woord gezegd.