…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Archive for the ‘Artikel’ Category

We leven om te veranderen…

Beste mensen, van mijn docente Energetisch waarnemen, Aukje van de Vorstenbosch, kregen we de volgende brief gemaild. Ik vond die zo precies en inspirerend, dat ik hem hier graag in zijn geheel opneem. Het is een opsteker voor ons allen.

Lieve leerling,

We zijn nog maar kort met elkaar In groepsverband maar samen kunnen we een stevige plek vormen voor verbinding, verdieping en verbreding. Ik deel graag mijn gedachten en wensen voor komend jaar met je.

Ik zeg het vaker maar dankzij jou kan ik dit werk doen. Dank je wel voor je aanwezigheid en vooral voor je toewijding aan jezelf!

Via de lessen beoog ik je te ondersteunen onderweg richting immer groeiende geestelijke en aardse autonomie. Autonoom betekent voor mij dat je erop durft te vertrouwen dat je het voor jezelf altijd het beste weet en dat misstappen niet bestaan wanneer je zelf kiest. Alleen via dergelijke autonomie krijgen we ieders meest stralende en unieke kwaliteiten te zien! Ieders toevoegende waarde.

Daarnaast beoog ik je ervaringen op te laten doen die bijdragen aan je vertrouwen dat je zelf mag navigeren in de wereld om je heen en mag genieten van hetgeen het leven op aarde jou te bieden heeft. Dat je op basis van dit vertrouwen in jezelf, je eigen weg zult plaveien. Een weg die niemand je kan voorleven en waarop je jouw unieke medicijn mag aanbieden aan hen die dit kunnen ontvangen.

De belemmeringen die je tijdens je verschillende groeifases ontmoet, dienen als slijpsteen, als krachtmeting, als oefening in nederigheid en compassie en zijn noodzakelijk om een warm hart te ontwikkelen zodat je ook betrouwbaar bent voor anderen. Zo draag je bij aan een fijne wereld om in te leven, waar voor iedereen genoeg is en waarin iedereen een gevoel van veiligheid kan ontwikkelen.

Als mensheid komen we ook collectieve slijpstenen tegen, zoals nu. Deze periode daagt ons uit in ons geweten, integriteit en soevereiniteit. We leven nu in jaren van immense transformatie. De paradigma’s van conformeren, homogeniseren en uiterlijke normering worden uitvergroot en langzaam maar zeker vervangen door uniciteit, geestverwantschap en innerlijke waarheid. De beweging waar we doorheen gaan vraagt van ons allemaal een eigen besluit en een eigen relatie met de wereld om ons heen; wanneer conformeer ik en wanneer niet (meer). Een wereldbeeld dat we zelf mogen en moeten vormgeven volgens innerlijke toetsstenen, omdat de oude paradigma’s doorleefd en uitgeput zijn.

Wanneer dualiteit plaats maakt voor transparantie, zie je alles dat deze dualiteit in stand hield. De riolering komt als het ware op straat te liggen en we moeten leren om de schoonheid in de ellende herkennen. Alles aankijken. Onze wereld laat zich nu van bekende en minder bekende kanten zien. Oude problemen tonen zich in nieuwe jasjes. Het grote verschil met eerdere groeifases van ons collectieve bewustzijn is dat we onze trauma’s – en schaduwkanten die daaruit volgden – nu massaler en gezamenlijk onderkennen en gelijktijdig verwerken via reflecties. Via groeiend groepsbewustzijn. Zo’n collectief proces doorloop je niet even. De energiepatronen die onze wereld in stand hielden wijzigen in hoog tempo. Onze schaduwkanten, individueel en systemisch, proberen deze afbraak te voorkomen. Controle, macht, hulpeloosheid, afhankelijkheid, rebellie en angst… alles komt voorbij. Het komt voort uit onze menselijke behoefte aan een voorspelbare wereld waarin anderen zichzelf aanpassen aan gezamenlijke normen.

We hebben nu de kans om alles in relatie tot elkaar te leren kennen en te ontstijgen.

Het is meer dan ooit belangrijk dat je jezelf -en anderen- aanmoedigt tot autonomie in ieders menselijke en spirituele zelf. Laten we proberen ruimte te maken voor rouw, angst voor verlies, schuld en schaamte. Alle menselijke emoties zijn tijdens deze transformatie volop in beweging en alleen erkenning en acceptatie leidt tot rust en inzicht. Iedereen doet een stukje en samen moeten we verder. Elke behoefte aan uiterlijke status, vergelijken of goedkeuring maakt je chantabel en vatbaar voor ontkenning van de complete realiteit zoals die langzaam maar zeker zichtbaar zal worden komende jaren.

Je nieuwsgierigheid naar binnen is je houvast komend jaar. Je nieuwsgierigheid leidt je altijd naar je midden, naar je vertrouwen in je innerlijke kompas en naar hetgeen de relatie met jezelf verdiept.

Je nieuwsgierigheid naar buiten leidt je voorbij de norm, voorbij de vanzelfsprekendheden en voorbij de oordelen van anderen. Een steeds ruimere waarneming die het meest onwaarschijnlijke óók includeert. Naar nieuwe en onontgonnen gebieden van ons individuele en collectieve potentieel.

Collectief lossen de schaduwen van ons verleden op en komt de informatie die daarin besloten lag vrij beschikbaar. Je nieuwsgierigheid helpt ons deze informatie gezamenlijk te integreren op een meer bewust en accepterend niveau. Door alle informatie te overwegen en een plek te geven in het totaal van mooi en lelijk draag je bij aan harmonie en liefde. Energetisch bestaat de dimensie waar en onwaar immers niet…

Ik wens je een prachtig jaar waarin je tijd en ruimte ervaart voor jezelf.

Een jaar waarin je heldere nieuwsgierigheid je leidt naar een pad over rozen.

We leven om te veranderen!

Met veel liefde en vertrouwen in ons allemaal; heb het goed in 2022.

Aukje

Wat is jouw Dharma?

Hoe leef je wat je ten diepste bent?

Ter gelegenheid van Gertjan Sunyata-Sunyata Mulder Sensei’s Dharma-transmissie

Op ons geestelijke pad herinneren we onszelf totaal anders dan wie we denken wie we zijn. Wie we zijn komt gaandeweg ons zelfonderzoek in een volstrekt ander licht te staan door de realisatie van ons ware zelf. Ons ware zelf is het zelf dat echt is, dat we aan den lijve ervaren en niet iets, wat we van onszelf hebben gemaakt.

De realisatie van ons ware zelf is een numineuze ervaring, zoals Tjeu van den Berk het in navolging van C.G. Jung heeft genoemd in zijn boek ‘Het numineuze’ (Uitgeverij Meinema, 2005). We kunnen ook zeggen: ze is een mystieke ervaring, een non-duale ervaring, of een sacrale ervaring, een ervaring van het gans andere, voorbij mijn willen en weten, een ‘buitenplaats’ (Grieks: sak) waar ik nooit bij kan.

Wat realiseren we ons als we onszelf ten diepste ervaren, zonder de vervormingen van ons intentionele bewustzijn, van onze aanduidingen, ons denken, onze voorkeuren en gevoelens? Wat we ons dan realiseren, dat kunnen we niet zeggen. We weten het niet. Woorden keren ervan terug, ideeën schieten eraan voorbij, het ontglipt aan onze kenvormen. Ik weet niet wat ik ten diepste ben.

Maar als ik aan dit niet weten voorbij ga, dan kan ik weldegelijk uitdrukking geven aan de realisatie van mijn ware zelf. Die uitdrukking is mijn ware zelf niet, zoals de wijzende vinger niet de maan is. Die uitdrukking is mijn ware zelf niet, het is de realisatie van een aspect van mijn ware natuur. Wat ik me realiseer, is slechts een facet, een kant van de veelzijdige diamant die ik ten diepste ben.

Drie aspecten van mijn ware natuur

Naast Shitou ‘Wat in het blikveld verschijnt, dat is de Weg’ Xiqian (700 – 790), schrijver van de Sandokai, ‘De identiteit van veelheid en eenheid’, is Mazu ‘Meester Paard’ Daoyi (709 – 788) historisch gezien een van twee grondleggers van Zen in China. De latere twee stromingen van Zen, de Rinzai en de Soto, vinden in deze Meesters hun oorsprong. Bij Meester Mazu, die ging als een os en loerde als een tijger en wiens uitgestoken tong zijn gehele neus bedekte, komen we drie belangrijke aspecten van de realisatie van onze ware natuur tegen in de volgende drie anekdotes. Overigens zijn deze anekdotes weer pregnante expressies van Mazu’s Dharma, zijn hoogst eigen wijze waarop hij leefde wat hij ten diepste was.

Eerste anekdote. Op een dag vergezelde Baizhang zijn leraar Mazu tijdens een wandeling. Een vlucht wilde ganzen vloog juist voorbij. Mazu vroeg: ‘Wat is dat?’ Baizhang antwoordde: ‘Wilde ganzen’. Mazu vroeg: ‘Waar zijn ze heen gevlogen?’ Baizhang antwoordde: ‘Ze zijn al weg.’ Mazu pakte Baizhang bij zijn neus en draaide deze zo hard om, dat de laatste het uitschreeuwde van de pijn.  Mazu vroeg: ‘Hoe kun je zeggen dat ze zijn weggevlogen, terwijl ze al die tijd hier zijn geweest?’ Toen Baizhang deze woorden hoorde ontwaakte hij.

Deze anekdote drukt de fundamentele verbondenheid en intimiteit met alles wat is als een aspect van mijn ware zelf uit. Dit is expliciet het mystieke aspect van mijn ware natuur, het numineuze bij uitstek. Niets is gescheiden van mijn aanwezigheid in dit moment. Alles wat zich voordoet, verschijnt in mijn aanwezigheid, hier, in dit beperkte lijf. Er is geen buiten en geen binnen, geen komen, geen gaan, geen gans, geen geluid en niemand die hoort, er is alleen maar ‘Gak! Gak!’

Tweede anekdote. Op een dag toen Feng een zware kruiwagen voortduwde zat Mazu met uitgestrekte benen op de weg. Feng vroeg: ‘Zou de eerwaarde zijn benen willen intrekken?’ Mazu antwoordde: ‘Wat eenmaal is uitgestrekt, wordt niet ingetrokken.’

Feng zei: ‘Wat eenmaal in beweging is gezet, kan niet worden gestopt’ en hij reed met de zware kruiwagen over de benen van Mazu. Met gewonde benen ging Mazu terug naar de zaal van het onderricht, greep een bijl en sprak: ‘Degene die zojuist de benen van deze oude monnik verwondde komt naar voren.’ Feng kwam te voorschijn en strekte zijn nek uit voor Mazu. Mazu legde de bijl weg.

Deze anekdote drukt de indringende realisatie uit dat dit het is, deze uit diepe karmische sporen geweven vleesjas is alles wat er is. Alles komt samen in wat ik ben, precies zoals ik dat ben, zoals ik dat opgetreden in afhankelijkheid van alle condities die mijn leven bepaalden ben geworden. Amor fati: wat eenmaal in beweging is gezet, kan niet worden gestopt. We rijden voortdurend over de benen van anderen heen. Dat is tragisch en we kunnen ons er maar beter van bewust zijn en ervoor gaan staan: ‘Ja, Meester, hier ben ik, ik kan niet anders.’ Met deze zo concrete karmische vleesjas heb ik het te doen, dit is het enige instrument in handen van alle dharma’s.

Derde anekdote. Meester Wu-yeh van Fen-chou kwam bij Mazu in de leer. Mazu sloeg hem gade met zijn knappe verschijning en zijn stem als een klok. Daarop sprak hij: ‘Wat een indrukwekkende Boeddha-hal en er is geen Boeddha in te vinden!’ Yeh viel op zijn knieën en vroeg: ‘De geschriften van de Drie Voertuigen begrijp ik in grote lijnen. Ik hoor voortdurend spreken over de Zen leer “Jouw aanwezigheid is de Boeddha” en daar begrijp ik niets van.’ Mazu sprak: ‘Juist de aanwezigheid die het niet kan begrijpen, die is het, en verder is er niets anders.’ Yeh vroeg: ‘Welke is dan de bekrachtiging die de Meester Patriarch uit het Westen in het geheim overleverde?’ Mazu antwoordde: ‘Eerwaarde, wat maak je je druk! Ga nu maar weg en kom een andere keer terug.’ Yeh maakte aanstalten om naar buiten te gaan. Toen riep Mazu: ‘Eerwaarde!’ Yeh draaide zijn hoofd om. Mazu vroeg: ‘Wat is het?’ Yeh ontwaakte en maakte een volle buiging. Mazu sprak: ‘Jij dwaas, waarom buig je?’

Deze derde anekdote brengt in herinnering dat niet ik het ben die mijn hoofd omdraait en reageert, maar dat er iets anders door me heen werkt. Ik kom altijd te laat. Ik arriveer als de handeling al heeft plaatsgevonden, het geluid reeds heeft geklonken, de gedachte is gepasseerd. De ander en al het andere zijn al binnen nog voordat ik ‘Ik’ kan zeggen. Iets gaat zijn gang en ik ben het niet. Precies dit is mijn ervaring van het sacrale, het ‘gans andere’ bij uitstek en een derde aspect van mijn ware zelf.

Op basis van deze drie aspecten van mijn ware natuur, wat is nu mijn Dharma? Hoe leef ik wat ik ten diepste ben? Op welke wijze druk ik mijn ware zelf uit?

Integrale zen

Integrale zen: mijn dagelijkse activiteit is meditatie. Ik druk het uit in alles wat ik doe, op elke plek waar ik ben en in elke relatie die ik aanga. Dus altijd midden in de samenleving, op de werkplek, in het opvoeden van de kinderen, in mijn jachtige gang door de grootstad, zonder extra’s. Dit is dus op geen enkele wijze zichtbaar voor anderen, het heeft weinig religieus of geëngageerds, ik kan er niets aan ontlenen. Voor mezelf is het eindeloze oefening, ik zal telkens weer terug moeten keren uit mijn bevangenheid en de zuigende werking van mijn diepe karmische sporen naar mezelf, mijn aanwezigheid, de werkvloer waar de werkelijkheid werkt. Hoe ik dat doe, dit terugkeren naar mezelf, is hoogst persoonlijk en werkt alleen voor mij. Voor mij is dit auditief waarnemen. Ik keer on the spot terug naar wat ik hoor en wat hoort en ben onmiddellijk terug bij mijn ware zelf. Voor anderen kan het kijken, ruiken of aanraken zijn, een terugkeer naar de ademhaling of de onderbuik, of het kunnen energetische oefenen zijn, zoals stevig staan met beide voeten op de grond, of het rechten van de rug, openen van de borst en in de gegeven situatie fysiek aanwezig zijn.

Initiatie

Initiatie: mijn dagelijkse leven is het uitoefenen van aspecten van mijn ware natuur. Om te leven wat ik ten diepste ben, moet ik gaan staan voor wat ik ten diepste ben. Dit doe ik in initiatie rituelen. Het eerste initiatie ritueel waarin ik dit doe is Jukai, het ontvangen van de tien voornemens die me eraan herinneren wie ik werkelijk ben. Een tweede initiatie is een verdieping hiervan, Shuke, het onvoorwaardelijk leiden van mijn leven precies zoals het is. Een derde initiatie is Shiho, de bekrachtiging van mijn leven zoals het is.

In het ritueel zeg ik ten overstaan van mijn geliefden en mensen met wie ik samen deze weg ga wie ik ten diepste ben: de Boeddha, de altijd wakkere aanwezigheid, de Dharma, alles wat in die wakkere aanwezigheid verschijnt en de Sangha, de orde der dingen in zowel de ruimte als de tijd. Ik krijg een rakusu, de verkleinde vorm van het kleed van de Boeddha, ‘het lichaam van de Boeddha’, ter herinnering. Elke keer als ik de rakusu omdoe, herinner ik mezelf eraan wie ik werkelijk ben.

Maar ik neem me bij mijn ‘doorgang’, hetgeen een initiatie feitelijk is, ook bepaalde zaken voor die ik vanaf dat moment voornemens ben uit te oefenen, in praktijk te brengen. De zaken die ik me voorneem zijn aspecten van mijn ware zelf, zoals ik deze wellicht heb gerealiseerd. Zo is bijvoorbeeld ‘niet doden’ een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat ik fundamenteel en intiem verbonden ben met alles wat leeft. Zo is ‘niet nemen wat me niet is gegeven’ een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat mijn ware natuur onbeperkt is en ik feitelijk een vanuit een overvloed leef en geen tekort. Zo is ‘geen schadelijke verdovende middelen gebruiken’ een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat ik feitelijk altijd wakker ben, het oog slaapt nooit. En ‘niet liegen’ is een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat ik leef vanuit de enige realiteit die is, maar die ik nooit zal kunnen aanduiden, uitspreken, kennen of als ‘waar’ zou kunnen bestempelen.

Incarnatie

Incarnatie: het licht laten doordringen tot in elke porie van mijn huid. Om de Dharma in mijn leven zich vrijelijk te laten uitdrukken, moet ze vrijelijk beschikking hebben over alle kwaliteiten en patronen waaruit mijn leven is geweven. Mijn vleesjas moet niet te strak zitten om vrij te kunnen functioneren. Dit betekent dat emoties, wilsafecten, afkomst, verleden, mijn diepliggende karmische sporen in het licht moeten komen, zodat dat ik weet dat ze er zijn en er vrijelijk gebruik van kan worden gemaakt. Zolang emoties onder de grond zijn gestopt en patronen in het donker functioneren als een guerrilla, beperk ik mezelf en ben ik een gehandicapte Boeddha. Pas als ik mijn individuele bestaan in al zijn aspecten en facetten heb aangenomen en daarvoor volledig en diep heb gebogen, is de Dharma in staat vrijelijk gebruik te maken van deze unieke vleesjas waarmee het in de wereld staat. Dan zijn al mijn kwaliteiten ‘verlichte kwaliteiten’, afgestemd op en in dienst van de situatie. Daar werkt het ‘gans andere’ ongehinderd en onbeperkt door me heen: iets gaat zijn gang en ik ben het niet. Mijn leven is een pijp om de Dharma doorheen te laten stromen.

Het in het licht laten treden van mijn emoties en diepliggende patronen betekent oefenen, oefenen, oefenen. Oefenen met Jungiaanse handvatten zoals opstellingen en energetisch werk. Oefenen met Tibetaanse technieken om geperverteerde emoties zoals angst, in de geperverteerde vorm van agressie, mezelf geheel ten deel te laten vallen en tot in elke porie van mijn lichaam te ervaren, tot het moment waarop ik angst ben geworden, niets dan angst, enkele en alleen deze open en verlichte energie. Pas dan ben ik innerlijk vrij om angst in elke situatie te laten opkomen en te laten werken voor mij, in plaats van blind gedreven te worden door de geperverteerde angst in de vorm van agressie.

Uitgaande van jouw herinnering aan jouw ware natuur, die in niets verschilt van mijn ware natuur, wat is nu jouw hoogst persoonlijke en volstrekt unieke uitdrukking van wie je werkelijk bent? Ofschoon de Dharma noch van jou is, noch van mij, heb ik je mijn Dharma gegeven en heb jij die schier twintig jaar lang ontvangen. Nu vraag is je Shunyata-Shunyata Sensei, wat is nu jouw Dharma?

PS Het Sanskriet begrip Dharma is een begrip met een rijke betekenis. De beperkte betekenis van het woord Dharma is ‘onderricht, leer’, maar ook ‘Weg’ en ‘Wet’. De betekenis van het woord dharma’s is ‘dingen’, zowel de zogenaamd levenloze als de levende dingen. De bredere betekenis van het woord Dharma is ‘datgene wat door me heen stroomt’, ‘iets gaat zijn gang’. Daarmee is mijn Dharma mijn karma, maar valt het er niet mee samen!

Vanaf woensdag 19 januari 2022 leidt Maurice Genko Knegtel Roshi een stilteretraite in de bossen van Eerbeek. Voor een mooi begin van het nieuwe jaar, zie: https://izen.nl/izen-intensive/

Jouw weg is inclusie (slot)

Laten we nog een keer teruggaan naar de koan uit Keizan Zenji’s Denkoroku, ‘De transmissie van het Licht’, die gaat over de fases op jouw weg:

‘De vierendertigste Patriarch was Grote Meester Qingyuan Xingsi. Hij oefende in de gemeenschap van Caoxi (van de Zesde Patriarch Huineng). Hij vroeg de Patriach: ‘Wat kan ik doen om niet in een fase te belanden?’ De Patriarch vroeg: ‘Wat heb je tot dusverre gedaan?’ De Meester antwoordde: ‘Ik heb nog geeneens de Heilige Waarheden geprobeerd.’ De Patriarch vroeg: ‘In welke fase zul je eindigen?’ De Meester zei: ‘Als ik nog geeneens de Heilige Waarheden heb geprobeerd, welke fase kan er dan zijn?’ De Partiarch was zeer onder de indruk van zijn vermogen.’ (Keizan Zenji, Denkoroku, kwestie 35 Qingyuan Xingsi (660 – 740))

De vraag waarmee Qingyuan Xingsi bij de Zesde Patriarch terecht kwam, komt voort uit de realisatie dat fasen op jouw weg onontkoombaar zijn. Hoe graag je ook sneller zou willen gaan, hoe zeer je ook een fase zou willen overslaan, of gewoonweg direct willen zien waar het in jouw leven over gaat en meteen die ellendige weerstand loslaten, je kunt niet om de fasen op jouw weg heen. Vandaar de vraag: ‘Wat kan ik doen om niet in een fase te belanden?’

Maar er is ook een andere kant aan deze kwestie. Als de Patriarch vraagt: ‘Wat heb je tot dusverre gedaan?’, antwoordt Qingyuan: ‘Ik heb geeneens de Heilige Waarheden geprobeerd.’ Ook dit is waar. Degene die door de verschillende fasen heengaat, is degene die nu deze woorden leest en ik ben dat niet. Dit is het ‘gans andere’ dan ik. Iets gaat zijn gang. Noem dit ‘Het Geheim’ of ‘Het Mysterie’, maar het is heel concreet en heel dichtbij, zo dichtbij dat je er gemakkelijk aan voorbij gaat. Dus degene die kijkt met je ogen, hoort met je oren, praat met je mond en loopt met je benen is nog niet eens met de heilige waarheid van het lijden begonnen en zal ook nooit in een fase eindigen. Ook dit is waar. Tegelijkertijd is de onontkoombare opeenvolging van fasen de enige wijze waarop dit Grote Mysterie van Leven en Dood zich op jouw weg als proces uitdrukt. Iets gaat zijn gang en toont zich in fasen: jouw eerste kennismaking met zit meditatie, jouw fasen van twijfel, het failliet van jouw onderneming en de fase van stilstand, maar ook in jouw doorkijkjes op jouw weg en in je verblijven op de top van de berg. Dus, dat wat nooit in een fase belandt, drukt zich uit in precies deze fase waarin jouw weg als proces zich nu bevindt.

Als we ons realiseren wie we zijn, realiseren we onszelf als een paradoxaal dubbelwezen en onze weg als een proces van inclusie. Immers, de bodhisattva is enerzijds bodhi, de onbeperkte, onbepaalde, ongeboren, ongehinderde aanwezigheid waarin alles verschijnt. Anderzijds is de bodhisattva sattva, deze beperkte, door en door geconditioneerde, sterfelijke, karmische vleesjas, met zijn diep ingesleten patronen. Tegelijkertijd! Jouw weg als proces van inclusie is een steeds vrijer bewegen tussen deze beide, elkaar uitsluitende polen van jouw bestaan. Jouw weg is JOUW weg en tegelijkertijd gaat iets zijn gang dat totaal anders is dan wat jij bent en dat van een volstrekt andere zijde komt dan van jouw kant.

Jouw weg als een proces van inclusie wordt beschreven in de vijfde fase van Dongshan Lianjie’s Vijf Fasen van Ontwaken, waarvan we de eerste fase (kensho, onze glimpen) en de derde fase (satori, een staat van wakker zijn) reeds hebben besproken:

‘Als je niet verstrikt raakt in zijn of niet-zijn,

Wie durft zich dan nog bij jou aan te sluiten?

Iedereen wenst de stroom van het gewone leven te verlaten,

Maar uiteindelijk kom je terug

En zit te midden van as en kool.’

De vijfde fase van ontwaken heet Daikensho, ‘het Grote Ontwaken’, dat binnen de zen traditie ook wel wordt omschreven als ‘de Grote Teleurstelling’. Immers, ‘Iedereen wenst de stroom van het gewone leven te verlaten’, maar uiteindelijk kom je terug bij jezelf, precies zoals je bent, met alles erop en eraan. Dit is het finale jezelf aannemen voor wie je bent, de ultieme bekrachtiging van je bestaan. Maar dit zelf heeft wel een andere gedaante dan toen je met jouw weg als proces begon. Ofschoon je wordt geleid door diep ingesleten patronen, functioneer je volmaakt ongehinderd, tegelijkertijd! Ofschoon je door en door sterfelijk bent, zit er iets in je dat niet stuk kan. Ofschoon je van fase naar fase gaat, ben je nog niet eens met de Heilige Waarheden begonnen! Je bent precies zoals je bent EN je bent het eeuwige Licht waarin alles verschijnt. Ofschoon je ongeboren bent en volkomen ongehinderd functioneert, zit je te midden van as en kool in het leven dat je altijd al hebt geleid. Zo is jouw weg als proces rond, je keert bij jezelf terug zoals een vogel terugkeert op haar nest. Nu is het goed. De ‘Grote Teleurstelling’ is een Grote Bevrijding!

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

Jouw weg is incarnatie

Of je nu vanaf de top van de berg afdaalt naar beneden, of je hebt al je ondernemingen en projecten op jouw weg teloor zien gaan, of nog niet, vanaf het begin af aan is jouw weg een proces van incarnatie, letterlijk het ‘vleesworden’ van het onbeperkte en ongeboren weten (jnana, het licht waarin alles verschijnt). Vanaf het begin af aan is jouw weg een in het licht van jouw aanwezigheid laten treden van alle instrumenten en kwaliteiten die jouw leven rijk is. En het ontzetten van deze kwaliteiten, zodat degene die nu deze woorden leest er vrijelijk gebruik van kan maken. Jouw weg is het stapje voor stapje realiseren en ontzetten van elk aspect van jezelf en het vervolgens toe-eigenen van elk instrument of elke kwaliteit waarmee jij in de wereld functioneert.

Wat betekent jouw weg als incarnatie nu concreet? Het kan zijn dat jouw weg in een fase belandt, waarin het ambachtelijk toe-eigenen van emoties een centrale rol speelt. Het betreft hier de emoties die zijn onteigend, de dienaren van degene die nu deze woorden leest, die zijn weggestopt in de kruipruimte onder het huis. Veelal zijn de eerste emoties die dienen te worden ontzet angst, verdriet, woede, hebzucht, lust, na-ijver, jaloezie en je drang tot competitie. Zo’n onteigende emotie dient eerst in het licht van jouw aanwezigheid te komen, ze moet worden GEZIEN, om daarna stapje voor stapje te worden aangenomen, gevoeld te worden in je gehele lijf, porie na porie, net zo lang tot jij zelf de emotie bent. Pas dan belichaam je die specifieke energie en die specifieke helderheid, want emoties zijn jouw vensters op de werkelijkheid, naast je vijf zintuigen.

Het zijn deze specifieke kwaliteiten waarvan bodhi gebruikt maakt om afgestemd in situatie te functioneren. De emotie geeft je de exacte informatie en de juiste energie die je nodig hebt om te doen wat je in de gegeven situatie hebt te doen. Dit is echter alleen zo als de emotie vrij is om naar behoren te kunnen functioneren, dat wil zeggen als ze is toegeëigend en aangenomen als deze specifieke kwaliteit van onze karmische vleesjas sattva. Als de emotie vrijelijk door mijn lijf stroomt, is dit instrument ongehinderd te gebruiken, afgestemd op de specifieke situatie. Dit geldt niet alleen voor emoties zoals angst, woede en verdriet, maar ook voor de diep ingesleten patronen waaruit mijn leven is geweven.

Deze patronen maken dat we zijn wie we zijn. Toch kunnen we sommige patronen beter hebben dan andere. Tegen sommige van onze patronen voeren we een strijd van leven op dood. Vaak zien we deze patronen helemaal niet, maar projecteren we ze op een ander en gaan vervolgens daarmee het gevecht aan. Het is oprecht schrikken wanneer ik me realiseer dat het vermaledijde patroon waartegen ik me altijd heb verzet, juist bij mijzelf hoort, dat het een onvervreemdbaar deel is van mijn eigen leven. Na deze realisatie breekt een fase aan op mijn weg als proces waarin ik moet leren buigen voor mijn patroon. Dit wil concreet zeggen, dat ik het patroon telkens weer in het licht laat treden, de weerstand bij mezelf voel opkomen, mij wederom richt op het patroon zelf, net zo lang totdat ik vrij genoeg ben om mijn patroon aan te nemen zoals het is. Alleen dan kan het patroon voor mij gaan werken, ontzet, maar tot die tijd werkt het tegen mij, als een permanente bron van verzet, lijden en ongenoegen.

Ook het ego, de stuurman van de Meester op het schip die nu deze woorden leest, moet worden ontzet en toegeëigend, in een van de fase op jouw weg als proces. Het ego is of in de kruipruimte onder het huis beland, of in de stoel van de Meester zelf en in beide gevallen disfunctioneert de gehele organisatie die ik mijn leven noem. Het ontzetten van het ego is het terugbrengen van dit specifieke instrument naar zijn natuurlijke functie en positie. Ook nu dient het ego telkens weer in het licht te treden, aangenomen te worden als een wezenlijk deel van mijn huishouding en te functioneren afgestemd op de situatie waarin mijn leven zich bevindt. Aandacht voor mijn ego is hierin van het grootste belang, eigenlijk hoeven we ons ego alleen maar met ontvankelijke aandacht te blijven volgen, zonder oordeel, om het na verloop van tijd zijn natuurlijke functie als stuurman van het schip te laten hervinden.

Op deze wijze kunnen alle instrumenten van degene die nu deze woorden leest in het licht komen en toegeëigend worden en wordt sattva, onze karmische vleesjas, stukje voor stukje aangenomen en bij ons volle bewustzijn andermaal geboren. Zo begint het leven van de bodhisattva, die we allemaal van naturen zijn; een paradoxaal dubbelwezen dat wordt geleid door een ster en dat kijkt met de ogen, hoort met de oren, voelt met het hart, kiest met de onderbuik, loopt met de benen, functioneert met patronen, stuurt met het ik en overweegt met zijn brein.

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

Het verblijf op de top is een val naar beneden

Gedurende jouw weg als proces raak je geleidelijk aan vertrouwd met de beweging die je terugvoert naar je bron, je thuis, waar alles precies is zoals het is, waar alles samenkomt in jou en samenvalt met jouw aanwezigheid. Deze beweging terug naar je lijf komt in de loop van je beoefening vaker voor en gaat steeds meer als vanzelf. Je leeft daarmee meer vanuit het pre-reflectieve en het voor-woordelijke, raakt minder verstrikt in gedachten constructies en emotionele bevangenheid en je ervaart de wereld op een directere, intiemere en open wijze. Wanneer het meer gangbaar is om vanuit dit perspectief van open aanwezigheid te leven, dan wordt dat in de zen traditie satori genoemd, ‘leven vanuit de staat van verlichting’ ook wel ‘het verblijf op de top van de berg genoemd. Dit is het derde niveau van verlichting.

Op deze top van de berg is het uitzicht lucide helder. Je kunt hier eindeloos ver kijken en je hebt de eeuwigheid om in te verwijlen, letterlijk, alles is onbeperkt open, onbepaald en precies zoals het is en hier gebeurt helemaal niets. Er is geen situatie, geen oorzaak, geen invloed van handelen of denken, geen karma. Je kunt doen wat je wilt. Het maakt niet uit. Je bent volkomen vrij op de top van de berg, klaar wakker en alles valt hier en nu samen met jou.

Deze toestand van gereedheid van geest, waarin het niet uitmaakt wat je doet, alles OK is en je volmaakt vrij bent, is gemakkelijker vol te houden in een klooster of geloofsgemeenschap, waar het dagelijkse leven helemaal draait om jouw religieuze beoefening. In het dagelijks bestaan in de samenleving, met een baan, een gezin en maatschappelijke verantwoordelijkheden is het een stuk lastiger om te leven vanuit een open en onverstoorbare aanwezigheid; je voegt je immers telkens weer in de diepe sporen der conventie.

De fase van het verblijven op de top van de berg, in de vrije, onbepaalde ruimte, met een lucide helderheid, wordt ook wel het ‘vastzitten in het absolute’ genoemd. Immers, ALLES is open en onbepaald en is niet onderscheiden van jouw aanwezigheid. De Japanse zen meester Hakuin noemde het: ‘de ziekte van zen’. Je zit vast in de bodhi-kant van je bodhisattva bestaan en kan feitelijk geen kant meer op, immers een ander perspectief is er niet. Als dan ook nog het ego dit perspectief claimt en meent dat hij God zelf is, dan bevind je je in een weinig benijdenswaardige fase, die voor jezelf misschien hemels is, maar voor je naasten een verschrikking. Leraren, begeleiders, Guru’s menen dat ze de Verlosser zijn en dat ze alles kunnen maken. Niets heeft immers consequenties. Het verblijf op de top van de berg is nu een regelrechte ego-trip. Dit is een gevaarlijke fase, want jouw karma verzamelt zich evenwel, al wordt het ontkend. En zo bouwt de invloed van je handelen zich op om zich bij een kritische massa tegen je te keren. Karma haalt je als het ware in en rekent met je af bij de achterdeur. Zo verbleef mijn leraar Genpo enige tijd op de top van de berg, in een absolute fase, met een ongebreidelde helderheid en scherpte aangaande de Dharma, maar een regelrechte ramp voor zijn omgeving. Hij was niet te genieten en niet corrigeerbaar. Tijdens zijn Nederlandse retraite in de Tiltenberg bij Vogelenzang in 1998, haalde zijn karma hem in en werd hij ’s nachts verteerd door jaloezie en wroeging. Hij sliep de gehele week niet en dwaalde ’s nachts rond door de bollenvelden. Aan het einde van de retraite werd hij verteerd door spijt.

Voor mijzelf als een zen student met een gezin en een baan in de wereld verliep mijn verblijf aan de top van de berg minder dramatisch. De periode waarin ik in het pre-reflectieve en het voor-woordelijke verbleef, in elk geval tijdens de retraites, was ik klaarwakker, gereed en glashelder, zo helder dat ik zelf mijn leraar publiekelijk tijdens zijn onderrichten verbeterde. In de periode daarna begon geheel vanzelf de afdaling van de berg met een vertroebeling van mijn helderheid. Ik heb die helderheid nooit meer zo intens teruggekregen en verkeer sindsdien in wat mijn spirituele opa Maezumi Roshi ’the hazy moon of Enlightenment’ noemde. Soms zie je het, soms zie je niet.

Vanaf de top van de berg wordt de afdaling ingezet, de langzame incarnatie van de onbepaalde, onbeperkte en ongeboren bodhi in sattva, de beperkte en van de diepe sporen van patronen doortrokken karmische vleesjas. Op basis van dit onbepaalde, open, voor-woordelijke en pre-reflectieve wordt sattva beetje bij beetje aangenomen, precies zoals het is, met alle patronen en eigenaardigheid van dien. Vanuit de onbeperkte ruimte van de top van de berg gezien, is er niets anders dan dit. Zo wordt de bodhisattva geboren, in vol bewustzijn en aanwezigheid. Dit is het. Hier komt alles samen. Jij, met al je onvolkomenheden, unieke talenten en schaduwkanten, met al je diep ingesleten patronen, jij bent de enige onder de hemel en op de aarde. Alleen jij en niets en niemand anders.

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

Corona en Zonsverduistering

Wat me opvalt is dat het coronavirus dat eigenlijk officieel Covid-19 wordt genoemd maar in de volksmond gewoon Corona heet, zo weinig in verband gebracht wordt met een volledige zonsverduistering waarbij tijdens het schuiven van de Maan voor de Zon, een licht-ring om de Zon ontstaat; dit wordt dus een Corona genoemd. Mijn ervaring is dat wat als een uitspraak in de volksmond wordt gebruikt, altijd heel zuiver de diepere zin van het gebeuren blootlegt.

Ik noemde dit al eens in een van mijn nieuwsbrieven en ook in mijn laatste boek gaf ik het voorbeeld dat wanneer je na een ziekte beter wordt, volgens de volksmond. Strikt gezien behoort het woord ‘beter’ tot de zogenaamde stellende trap: goed, beter best. Wat betekent dat het altijd beter is dan voorheen toen het goed was; terwijl wij denken dat na ziekte gewoon de oude orde weer hersteld is, maar in wezen is het dus beter geworden ook al ontgaat je soms dat wat beter is geworden!

Terug naar het Coronavirus dat vernoemd is na het Covid-19 virus. Als je dus de Corona-ring analyseert tijdens een totale Zonsverduistering dan vindt het volgende plaats: de aarde, maan en zon staan precies op een lijn, met de maan in het midden. Een zonsverduistering kan slechts op een deel van de aarde worden waargenomen. De schaduw van de maan vormt een ellips op het aardoppervlak, maar zal cirkelvormig zijn wanneer de schaduwkegel haaks op het aardoppervlak staat. Het licht van de Zon buigt zich om de Maan heen en op aarde zien wij de coronaring. NB Albert Einstein deed hier op 29 mei 1919 diepgaand onderzoek naar en deze waarneming werd een van de bewijzen voor de relativiteitstheorie.
Op 11 augustus 1999 konden we in België een totale Zonsverduistering waarnemen. Het werd midden over dag donker alleen de Corona kring om de Zon was toen te zien. Ik herinner me dat het indrukwekkend was!

Elke astroloog kent de psychologische uitwerking van een Zonsverduistering: het Ego (Zon) wordt sterk beïnvloed door de Maan, die veel met ons gevoelsleven te maken heeft. Vaak zie je in zo’n tijd dat er vreemde dingen gebeuren omdat het gevoel, het ego totaal kan overspoelen met emoties, dit gebeurt vooral nogal eens als de Zonsverduistering plaatsvindt op een hoek van de horoscoop of een planetenstand in een horoscoop van iemand.

Als dit nu ook eens zo is met het Covid-19 virus dat ons nu als pandemie wereldwijd treft; emoties overspoelen ons logische verstand…? Afgelopen donderdag [11 november] ging het programma Zembla op zoek naar de oorsprong van het virus. Onomstotelijk staat volgens hen vast dat virus van de vleermuis komt en een (nog) niet bekende tussengastheer heeft uitgekozen om uiteindelijk bij de mens terecht te komen. Maar nieuw was, dat steeds wetenschappers nu open staan voor de mogelijkheid dat het coronavirus uit het laboratorium van Wuhan komt. Wellicht hebben zij een cruciale fout gemaakt met het gemanipuleerd virus (wel afkomstig van de vleermuizen) en dat het virus ontsnapt is uit het laboratorium om zich zodoende wereldwijd viraal te verspreiden. Discussie over het feit of deze fout bewust of door stomme pech is gebeurd, wil ik hier even in het midden laten, maar de wetenschappers houden steeds meer rekening met deze optie, zo vertelde Marion Koopmans.

Terug naar de symboliek van het dier vleermuis; ik schreef er al eerder over. Een vleermuis is bij uitstek doordat het, het enige vliegende zoogdier is en tevens miljoenen jaren oud is, een evolutionair wezen. Hij is de boodschapper tussen een oud en nieuw bewustzijnsniveau (evolutieleer) en wordt astrologisch geassocieerd met de schorpioen die zich transformeert van schorpioen naar adelaar. Zie hiervoor ook het interessante boek: Corona Näturlich Behandeln Dr. Med. Johannes Wilkens & Dr Frank Meyer.

Omdat het dierenriemteken schorpioen zeer gevoelig is voor angsten door zijn ondoorzichtigheid, zouden naast de wereldwijde luchtvervuiling wel eens de angst voor deze pandemie de grootste ziekteverwekker kunnen zijn; er wordt bij angst een eindeloze stroom van cortisol door het lichaam van de mens gepompt!
Het eindeloze testen bij elk kuchje maakt de mensheid, angstig, bang en helpt ook niet mee aan de gezondheid van de mens in het algemeen. Ook de steeds wat knullige maatregelen die door de regering wordt genomen, werkt nu niet direct mee om de collectieve angst die wereldwijd leeft, te verminderen. Of, zoals ik vorig jaar schreef in een van mijn nieuwsbrieven: ‘stel dat je op één dag, de hele bevolking zou testen, je zou je echt te pletter schrikken hoeveel mensen er dan besmet zijn’; het merendeel dat besmet is, wordt niet ziek en komt ook niet in het ziekenhuis of op de IC terecht, of gaat dood. Besmettingen houd je niet tegen, vooral niet in een land dat één van de dichtst bevolkte landen in de wereld is. En niet te vergeten vele malen meer industrie-dieren telt dan mensen!
Wat écht belangrijk is, is dat we eens écht moeten kijken naar het managen van onze gezondheidszorg, die heel geraffineerd in het teken staat van het verdienmodelen, zogenaamde efficiëntie en bureaucratische regels! Met andere woorden wat kost een vaccin waar het octrooi niet van vrijgegeven wordt, help je daar echt de wereld mee?
Samengevat voor Nederland ons demissionair kabinet moddert maar zo’n beetje aan met mondkapjes en beloningspremies voor vaccinaties als je een  Q-code hebt.

Conclusie: wat er nu gebeurt, lijkt op een constante zonsverduistering die ons beïnvloed en nu maar liefst bijna twee jaar duurt! Het wordt tijd dat we weer controle krijgen over onze eigen persoonlijkheid (Zon) en onze gevoelens (Maan). Kijk naar je persoonlijke biografie en neem die ter harte en neem daar de maatregelen voor! Eén van de belangrijkste regels daarbij is: dat we ieder op zijn/haar eigen manier moeten minderen in onze expansiedrang en consumeren, ook de opwarming van de aarde vraagt dit van ons! En dat zelfsturende principe kan heel bevrijdend en inzichtelijk werken!

Jouw weg is overgave

Vanaf het volgen van de ster is jouw weg een weg van overgave: je laat je leiden door iets dat jij niet bent. Er is geen enkele garantie en geen enkele gegronde reden en toch ga je jouw weg, of beter, iets gaat zijn weg in en door jou. Dit vooronderstelt overgave, maar het is weinig bewust.

In processen van twijfel, falen en stilstand vindt overgave ook vaak op een onbewuste wijze plaats. In het proces breekt totaal onverwacht en buiten het bereik van mijn vermogen iets af. Dit is overgave aan iets anders dan ik.

Wanneer overgave een meer bewust proces wordt, dan is het een van de fasen op jouw weg. Zowel de intentie om jezelf aan iets of iemand over te geven, als het spanningsveld dat deze oproept is bewust. Dit bewustzijn van het proces van overgave roept drie vragen op: waarom is overgave onvermijdelijk op jouw weg? Waarom is overgave zo moeilijk te volbrengen? En wat is het kader waarbinnen ik overgave als een bewust proces het beste kan beoefenen?

Als Qingyuan Xingsi in kwestie 35 van de Denkoroku zegt ‘Ik heb nog geeneens de Heilige Waarheden geprobeerd’, dan spreekt hij niet vanuit het ik zelf, maar dan spreekt hier iets anders dan ik. Dit is de Ene die nu deze woorden leest, die kijkt met de ogen, hoort met de oren, spreekt met de mond en grijpt met de handen. Dit is het enige dat werkzaam is, de rest is erbij bedacht. Het ik echter eigent zich al deze activiteiten toe: het is het ik dat denkt, het ik dat ademt, het ik dat ziet en het ik dat hoort, zo denkt het ik. In feite gaat hier iets geheel anders zijn gang, maar van dit andere word ik me pas bewust, wanneer het ik de greep op mijn leven loslaat en het gewoon even uit de weg gaat! Wat ik tussen mij en mezelf in plaats, wordt voor even losgelaten. Dit is onvermijdelijk als ik wil zien wie ik werkelijk ben.

Het klinkt gemakkelijk, ‘we laten voor even los’, maar het is feitelijk onmogelijk. Ik kan mijn ik niet loslaten. Ik kan mezelf niet overgeven. Dit zou immers een daad van het ik zelf zijn. Dus valt overgave me toe, zoals door metaalmoeheid een brug afbreekt, totaal onverwacht, volkomen ongepland en volstrekt ongewild.

Waaraan kan ik me overgeven in een kader waarin overgave een bewust proces wordt, dus met de bewuste intentie mezelf over te geven en het bewuste spanningsveld dat hiervan het gevolg is? Ik kan me overgeven aan de Boeddha, of aan God, aan het moment, of aan ‘Het Leven’. Maar eigenlijk is dit te vrijblijvend, omdat ik hierin, als het er echt op aan komt, nog teveel zelf kan bepalen en teveel over mezelf beschik.

Een van de kaders waarin ik een serieus proces van overgave binnenga is zit meditatie, met name shikan taza, ‘alleen maar zitten’. Het eerste gedeelte van de meditatie wordt nog geheel door het ik bepaald: mijn bekken kantelen, kracht in mijn onderbuik, naar de onderbuik toe ademen, mijn rug rechthouden, mijn ellebogen naar voren houden, mijn kin ingetrokken houden. Op een gegeven moment echter begint geheel buiten mezelf om iets volstrekt anders te werken dat het ik. Niet ik zit dan, maar het zitten zit. Ik vergeet mezelf in een bewust proces van loslaten, terwijl ik dat niet doe. Iets gaan zijn gang en precies dat is de realisatie.

Een zelfde bewust proces van loslaten doet zich voor in mijn worsteling met ziekte en verlies. Er is een bewuste intentie om mijn greep los te laten en aan te nemen wat is en er ontstaat een bewust spanningsveld rond deze intentie. Dit spanningsveld is te vergelijken met het smeden van een Samoerai zwaard: dat gaat in het vuur, om vervolgens in het ijs te gaan en daarna weer in het vuur en dan weer in het ijs. Op een gegeven moment breekt mijn weerstand en laat ik los, geheel buiten mezelf om. Dan draagt iets anders dan ik, iets dat nog niet eens aan de Eerste Edele Waarheid van het lijden is toegekomen.

Een ander bewust proces van overgave vinden we in de vriendschaps- en liefdesrelatie. Ook hier is het bewuste voornemen om los te laten en mezelf over te geven aan de ander het beginpunt van het proces. Zo ontstaat een spel van loslaten en vasthouden, mezelf laten gaan en mezelf terugtrekken, twee stappen naar de vriend toe en een stap terug naar mijn veilige ruimte en deze dans net zo lang, totdat beide vrienden of minnaars zich laten dragen in de tussenruimte tussen de twee vrienden in: de intimiteit beweegt ze op en neer en van de ene kant naar de andere. Ook hier word je gedragen door de Ene die deze woorden leest, die fronst met jouw wenkbrauwen en knippers met jouw ogen. Iets gaat zijn gang en ik ben het niet.

Het proces van overgave aan de leraar of lerares is misschien wel het kader waarin overgave in het meest volle bewustzijn kan worden beoefend. Immers, de leraar of lerares kan de overgave op de spits drijven, zodat de leerling eenvoudigweg niet meer kan ontsnappen aan het spanningsveld dat dan ontstaat, noch aan de uitkomst daarvan. Overgave aan de leraar of lerares is op zichzelf al ‘een dingetje’. Immers, aan wie geef je je eigenlijk over? Heeft hij of zij wel het beste met jou voor en wat staat je te wachten als je jezelf overgeeft? Is de leraar wel competent en te vertrouwen? Het proces van overgave wordt pas echt spannend, wanneer de leraar en de leerling samen op een kernvoorwaarde van de leerling stuiten, bijvoorbeeld: je mag alles van me hebben en ik ben bereid om alles los te laten, behalve MIJN TIJD. Immers, mijn tijd is mijn leven. En laat de leraar nu juist dit op scherp zetten: ‘Ik wil dat je op mijn retraite verschijnt en dat je niet nog eens je familie in Nieuw-Zeeland gaat opzoeken in de periode waarin mijn retraite is!’ Hier begint een strijd op leven en dood rond het loslaten van de kernvoorwaarde en het kan serieus buigen of barsten, de relatie tussen leraar en leerling staat echt op scherp. Als de overgave daadwerkelijk plaatsvindt, dan krijgt de leerling voor het eerst in vol bewustzijn zijn leven terug, precies zoals het is.

Ook hier geldt weer, je realiseert je wie je bent en je neemt je leven aan zoals het is, via de ander, je vriend, je geliefde, je kinderen niet te vergeten, of je leraar of lerares. De ander geeft mij aan mezelf terug, zodat ik voor het eerst in mijn leven, in vol bewustzijn, mijn leven kan ontvangen. Pas dan ben ik waarachtig geboren!

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

Doorkijkjes op jouw weg

Jouw weg is een proces van rijpen en slijpen. Het slijten, slijpen en schuren van jouw inzet op jouw weg is noodzakelijk om dichterbij jezelf te komen, jezelf te realiseren wie je bent en jouw leven aan te nemen zoals het is. Dit slijten valt je toe in de vorm van twijfel, het falen van jouw onderneming en in perioden van stilstand. Het rijpen is eveneens noodzakelijk, het verdiept jouw zelfreflectie en wordt je gegeven in glimpen, inzichten, doorkijkjes, of in het Japans: kensho.

Kensho is het eerste niveau van verlichting volgens de Japanse zen traditie. Met deze eerste glimp gaat een lichtje aan in een donkere kamer en voor een duistere ruimte is dat een wereld van verschil. Kensho is een glimp van de werkelijkheid zoals ze is. Die glimp heeft voor elke individu een unieke vorm, afhankelijk van de voorgeschiedenis en de inzet, het karakter en het temperament van de beoefenaar. Voor elke individu geldt echter dat wat je ervaart, het enige is dat ECHT is, meer reëel dan alles wat tot op dat moment is ervaren. Dit is echt! Tot slot is de doorkijk een non-duale ervaring: het zelf is wat het ervaart. Alles valt samen in deze ene activiteit, op deze plek, in dit moment. Zo ervoer Shakyamuni Boeddha in de vroege ochtend van de zevende nacht onder de oude ficusboom aan de oever van de Nairanjana rivier, toen de ochtendster juist boven de horizon verscheen, dat hij Venus zelf was. Zo ervoer een leerling van mij, toen ze als jonge studente voor het eerst in Afrika reisde en daar, in Mozambique, een bus betrad, dat zij de bus zelf was, en de mensen in de bus, de kippen en de geiten die in die bus rondliepen en de straat waarin de bus reed, de mensen langs de kanten, de huizen, de karren, het zwerfvuil, de verkopers en hun waar. Zij was al die dingen. Zo ervoer mijn leraar, dat hij de berg was waarop hij zat en het landschap waarover hij uitkeek: de berg zag de berg. En zo ervoer ik, in de kapel van de Tiltenberg te Vogelenzang, dat toen de regen tijdens een avond meditatiesessie begon te vallen, ik het dak van de kapel was waarop de druppels vielen, dat ik de druppels was die op dit dak vielen en dat ik alle studenten was die in de kapel zaten. Dit was geen hallucinatie. Het was een fysieke ervaring, waarin mijn huid de muren en pannen van de kapel was EN de druppels die op de pannen vielen. Het is een krankzinnige ervaring, maar levensecht en tegelijkertijd heel normaal, alsof het nooit anders dan zo geweest is.

Hoe kan dat? Als ik blijf bij wat ik hoor en zie en voel, voordat de woorden komen en voor de reflectie van mijn bewustzijn, dan ervaar ik wat ik hoor en zie en voel precies zoals het is, echt, levendig, me het dichtst nabij, maar volkomen ongrijpbaar, niet te bepalen en onzegbaar. Als hierop de tweede beweging van mijn bewustzijn volgt, dan wordt dat wat ik hoor en zie en voel op een afstand van mezelf geplaatst, ‘buiten’ mezelf zogezegd en er wordt een ervarende instantie tegenover gezet. Vervolgens gaat hier nog een beweging van het bewustzijn overheen, waarin dat wat ik zie, hoor of voel met een aanduiding wordt geïdentificeerd: ‘regen’, of ‘bladeren’. Vervolgens wordt deze aanduiding ‘gesolidificeerd’, er ontstaat een solide object tegenover een solide subject. Daarna wordt het object ingekleurd door voor- en afkeur, oordelen, zienswijzen, waarden, et cetera. Aldus ontstaat de wereld waarin we gewoon zijn te leven, als een op zichzelf staand subject te midden van op zichzelf staande objecten. De regen valt op het dak en heeft niets met mij te maken. Maar wanneer ik terugkeer naar het allereerste moment van deze ervaring, naar het voor-woordelijke en pre-reflectieve, dan ben ik zelf de regen die op mijzelf als dak valt, dan is alles met alles verbonden en staat niets op zichzelf. Er is dan slechts de Ene die deze woorden leest, die als de regen op het dak valt en als het dak de regen opvangt; dan is er alleen maar DIT.

Dit is wat zich toont in kensho, de doorkijkjes op jouw weg. Het is allerminst zweverig, integendeel, het is het enige dat werkelijk is, het zit op mijn huid en resoneert in elke porie. En het is me ten zeerste vertrouwd: vanzelfsprekend verschijnt niets buiten mijn aanwezigheid, hoe zou dat ooit kunnen?

Toch is zo’n doorkijkje op zijn minst indrukwekkend vanwege zijn directheid en omdat het de wereld die ik gewoon ben te ervaren op zijn kop zet. Het is vanuit het perspectief dat ik gewend ben zo’n unieke en buitengewone ervaring, dat ik haar nog wel eens zou willen hebben. Zo relateer ik elke non-duale ervaring daarna aan dit ene unieke doorkijkje en mis daarmee de volgende ervaringen volkomen. Het beste zou ik deze indrukwekkende ervaring meteen vergeten, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Heb je gegeten?’, vroeg de grote Chinese meester Zhaozhou aan zijn leerlingen die kensho hadden ervaren. ‘Ja? Was dan je kommen!’ En laat je niet verleiden door het ego dat claimt de ervaring te hebben verkregen en dat te pas en te onpas meent ‘verlicht te zijn’. Jouw weg is een proces van rijpen en slijpen en ook onze doorkijkjes moeten gaandeweg slijten om nieuwe doorkijkjes mogelijk te maken.

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

De vruchten van het niet-doen

De woestijngang, of een soortgelijke metafoor, komen we tegen in veel mystieke en non-duale tradities. Dit zinnebeeld slaat op een fase op jouw weg als proces waarin alles dor en droog is, er is geen schaduw en geen zuchtje wind, slechts een brandende zon en een verzengende hitte. Je kunt niet voor- of achteruit, er is geen doorkomen aan in dit mulle, hete zand. Werkt twijfel op een mentaal niveau op onze voorwaarden in en een radicaal falen op een conatief niveau, deze totale verzanding in stilstand werkt op een energetisch niveau op wat ik tussen mij en mezelf inzet.

Totale stilstand kent vele verschijningsvormen. Toen Genpo zijn retraite op Ameland tot een louter stilte retraite maakte, zonder begeleidingsgesprekken en zonder onderricht, maar dertig dagen uitsluitend mediteren in stilte, begon ik de eerste drie avondsessies van die retraite breeduit zittend met grote kracht in mijn onderbuik, zoals ik dat gewend was. ’s Avonds bij de soep in Genpo’s huisje onder de vuurtoren, zei hij volkomen onverwacht tegen me: ‘Je doet te veel.’ Ik was volkomen verrast. ‘Ik doe te veel?’, mompelde ik. ‘Ja’, zei Genpo, ‘Je doet te veel. Je zou minder moeten doen.’ Ik was verbijsterd en ook ontzettend geïrriteerd. Ik dacht: oké, als jij vindt dat ik te veel doe, dan kun je het krijgen ook! Dan doe ik helemaal niets meer! Dan zit ik niet meer vanuit mijn boek en die rechte rug zal me ook worst zijn, dan ga ik lekker zitten slapen tot ik erbij omval.

De eerste zitperiode op de volgende ochtend om vijf uur, deed ik helemaal niets meer en vanaf dat moment begon een alles verzengende verveling. Dertig dagen lang verveelde ik me helemaal te pletter. Ik ging dood van verveling. De meditatiesessies waren eindeloos en niet om doorheen te komen, ik ging helemaal stuk. Toen ik een week later, terug uit Ameland, weer met mijn maandagavond groep in het zen centrum van Amsterdam zat, wist ik plotsklaps wat het is: shikan taza. Alleen maar zitten. Het is precies wat het is. Eenvoudig weg aanwezig zijn, zonder ook maar iets te doen of iets te laten, precies zo. Het was een hoogst wonderlijke realisatie.

Wat werkte er in die dertig dagen op Ameland, toen ik letterlijk niets meer deed en stuk ging van verveling? Wat bracht me tot deze beoefening van alleen-maar zitten? Wat was dat? ‘Ik heb de Heilige Waarheden nog geenszins geprobeerd’, zei leerling Qingyuan Xingsi in de vijfendertigste casus van de Denkoroku. Wie is die ‘ik’? Wat beweegt zich van fase tot fase?

Een ander verhaal van totale stilstand heb ik met enkele studenten van me meegemaakt. Zij kwamen op een gegeven moment helemaal vast te zitten. Ze hadden al het een en ander gezien, ze hadden al heel wat op hun weg gedaan, maar het had ze niet verder gebracht dan waar ze waren en er kwam niets meer op hen toe. Ze wisten niet waarom ze nog voortgingen op hun weg en ze wisten niet waarom ze ermee zouden stoppen. Ze wilden niets meer, verwachtten niets meer, ze konden niet meer voor- of achteruit. Ik heb met ze op een terras in het zonnetje gezeten op de eerste lentedagen, met een glaasje koud bier en warme bitterballen, maar het maakte niets uit, ze werden er niet warm of koud van. En toch ging iets in die stilstand zijn gang, er werd op miraculeuze wijze iets vlot getrokken en de leerlingen bevonden zich een periode later in een volstrekt andere, vrijere en rijpere situatie. Wat was daar aan het werk? Wat werkte door hen heen, terwijl ogenschijnlijk alles tot stilstand leek te zijn gekomen?

Als we het Grote Mysterie ergens op het spoor kunnen komen, dan is het wel in deze fasen van stilstand, wanneer ik niets meer doe en er iets ontegenzeggelijk zijn gang gaat. Hier volgt de ster de ster en hier zoekt het zelf het zelf door zichzelf. Boeddha zoekt Boeddha. Boeddha ziet Boeddha.

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl

De kunst van het falen

Ik kan me niet realiseren wie ik werkelijk ben, zolang het ego nog zaken tussen mij en mezelf in plaatst. Dit kunnen mentale hindernissen zijn, zoals ideeën, waarden, geloofsovertuigingen, oordelen en voorwaarden. Dit kunnen ook conatieve obstakels zijn, in feite elk project dat ik op mijn weg tracht te verwezenlijken en elke onderneming die ik van de grond probeer te krijgen. Ik zal alles waarop ik inzet los moeten laten om dichter bij mezelf te komen en mijn leven daadwerkelijk aan te nemen zoals het is.

Een zen meester zei eens: ‘Mijn weg gaat van mislukking tot mislukking.’ Gelukkig zijn er momenten op mijn weg als proces waarop het totale failliet van mijn onderneming zich aftekent en mijn inzet radicaal faalt. Voor ons geestelijk pad zouden we ons de woorden van de grote Ierse toneelschrijver Samuel Beckett voor ogen kunnen houden: ‘Fail. Fail again. Fail better.’ Want ons geestelijk pad gaat geenszins over slagen in welke zin dan ook. We worden er niet rustiger van, we worden niet meester over onze eigen geest opdat we kunnen denken wat we willen denken, we raken niet minder gestrest, worden geen beter mens en bereiken ook geen verlichting in de zin van een alomvattend weten. Sterker nog, het hoogste stadium van verlichting volgens de zen traditie zelf, is de Daikensho, de ‘Grote Verlichting’ en deze wordt doorgaans gedefinieerd als de ‘Grote Teleurstelling’.

Fases die noodzakelijk zijn om mijn eigen onderneming en inzet te laten mislukken zijn in drie categorieën te onderscheiden, namelijk mentaal, conatief en spiritueel.

Op mentaal niveau kennen we de Grote Twijfel, die op spirituele wegen ook wel de ‘Donkere Nacht’ genoemd wordt. Mij viel deze fase me toe toen ik voor een half jaar lang in het klooster van mijn leraar Genpo Roshi in Bar Harbor in de staat Maine (VS) verbleef. Ik ging daarheen met het voornemen niet weg te gaan voordat ik een antwoord had gekregen op mijn vraag ‘Wat is dit leven?’ Ik schreef mijn inzichten die tijdens de lange meditatiesessies opkwamen op in een schrift en nam deze inzichten vervolgens als uitgangspunt voor een verdere verdieping mee tijdens mijn uren zazen. Na vijf maanden lang van 5.00 tot 21.30 uur daags mediteren, hield ik slechts een woord in mijn schrift over als antwoord op mijn prangende kwestie: ‘Activiteit’.

Ik ging zitten met dat woord. Ik vroeg mezelf af: ‘Activiteit. Wat is dat eigenlijk? Wat is dat nu concreet?’ Op deze vraag kwam geen antwoord en ik begon langzaam te twijfelen aan mijn eigen capaciteit om te weten wat dit leven werkelijk is. Met deze twijfel ging ik naar mijn leraar Genpo Roshi en hij vroeg: ‘Wat denk je dat Shakyamuni Boeddha heeft gezien?’ Ik zei dat de Boeddha een diepgaand inzicht had verkregen in wat dit leven werkelijk is. Mijn leraar vroeg daarop: ‘Was jij daarbij?’ Ik ontkende vanzelfsprekend. ‘Hoe weet je dat dan zo zeker?’, besloot mijn leraar ons gesprek. Hierdoor ging ik meer twijfelen aan mijn eigen capaciteiten om mijn vraag tot een helder antwoord te brengen. In een volgend gesprek vroeg Roshi wat mijn grote voorbeeld Zen Meester Dogen nu eigenlijk had gezien. Ik moest hakkelend erkennen dat ik dit ook niet wist. Toen hij bij een derde gesprek vroeg: ‘Denk je dat ik iets heb gezien op basis waarvan ik weet wat dit leven is?’ ging bij mij de twijfel over in Grote Twijfel. Alles werd donker om me heen. Datgene dat zin gaf aan mijn leven, de verwachting ooit te weten wat dit leven ten diepste is, deze inzet die me vanaf mijn vijftiende dreef, viel volkomen uitelkaar. Wat een lichte, hoopvolle wereld was met een schittering aan de einder, werd een donkere, kille, sterloze nacht. Ik wist niets meer. Ik wist niet wat dit leven, mijn leven is en ik wist niet of ik daar wel ooit achter zou kunnen komen. Ik wist niet of dit tot mijn menselijke vermogen behoort, noch of het boeddhistische pad tot een inzicht leidt in mijn ware natuur. Ik had volkomen gefaald. Alles waarop ik jarenlang had ingezet, de reden van mijn studie filosofie en de reden waarom ik überhaupt op het spirituele pad was geraakt, was volledig ondermijnd. Er was geen kader meer, geen lichtpunt, geen weg, geen bereiken en geen niet bereiken.

Op een conatief niveau vond mijn volkomen teloorgang zo’n vijftien jaar later plaats, op een vrije dag tussen twee retraites op Ameland in. Ik had inmiddels een positie binnen de internationale gemeenschap opgebouwd als pleitbezorger en voorganger van de leken beoefening. Genpo had speciaal voor mij een verdiepende initiatie gelijkwaardig aan de monnikswijding gecreëerd, de zogenaamde ‘Life vows’. Ik was de eerste die ze ontving en er zouden na mij nog velen volgen. Ik weigerde mijn hechting aan maatschappij en gezin op te geven omdat ik daarvoor STOND. Ik wist me als filosoof verantwoordelijk voor de samenleving en als prille vader en echtgenoot verantwoordelijk voor mijn gezin. Als Genpo mij zou vragen alles onvoorwaardelijk los te laten, zou er voor mij een voorwaarde overeind blijven staan: mijn bewuste keuze voor een beoefening binnen de samenleving en mijn gezin. Ik had die keuze gemaakt in het klooster in Bar Harbor en had mijn gehele beoefening hierop serieus afgestemd, sterker nog, ik had er drie boeken over geschreven!

Op de vrije dag vond er in Genpo’s huisje onder de vuurtoren van Ameland een levendige discussie plaats over de vraag of leken boeddhisten ook priester konden zijn. Genpo’s eerste opvolger, de Française Genno Roshi werkte in Parijs met leken priesters. Volgens Genpo kan dat niet: je moet jezelf onvoorwaardelijk met de traditie verbinden om de traditie te vertegenwoordigen in de gedaante van een priester. En onvoorwaardelijke verbinding betekent monnikswijding. De discussie duurde de gehele dag en toen ik ’s avonds met de soep binnenkwam, vroeg Genpo Roshi me: ‘En hoe zit het me jou?’ Ik zei: ‘Ik ben het helemaal met je eens, Roshi.’ Hij vroeg me: ‘Waarom neem je dan niet de volgende stap?’ Ik aarzelde en zei: ‘Maar je weet toch waar ik sta, Roshi? Ik kan een onvoorwaardelijke overgave wel veinzen, maar het zou nooit een volwaardige overgave zijn.’ Toen vroeg Roshi me: ‘Vertrouw je me?’

Hier legde hij de bijl aan de stam van mijn voorwaarde. Ik was vijftien jaar lang zijn vaste assistent, we deelden alles met elkaar, hoe kon ik hem NIET vertrouwen? ‘Natuurlijk vertrouw ik je’, antwoordde ik. ‘Wat is dan je probleem?’, vroeg Genpo. En daarmee was mijn gehele project van lekenbeoefening ter zielen gegaan. Ik had geen poot meer om op te staan. De bodem viel onder mijn voeten weg en ik geraakte in een vrije val. Ik had het gevoel alsof ik dood ging. Dit was het einde van mijn inzet op conatief niveau. Het jaar daarop werd ik tot monnik gewijd, tot ontsteltenis van een groot deel van de leken gemeenschap.

Het is vanzelfsprekend dat hetgeen ik tussen mij en mezelf plaats moet wijken als ik mezelf wil realiseren voor wie ik ben. De ster volgt de ster in en door me heen en dit betekent dat de tekens die ik zelf aan het firmament heb toegeschreven een voor een dienen te worden uitgewist. Als ik me niet tegen van alles en nog wat had verzet en me geen voorwaarden in het hoofd had gehaald die op zijn zachts gezegd voorbarig waren, dan was ik stante pede samengevallen met mezelf en had ik mijn leven aangenomen zoals het is.

Mijn laatste voorwaarde had te maken met de hoedanigheid van de zen meester. Ik stelde me bij een meester toch iets anders voor dan een doodgewoon mens met zijn eigenaardigheden. Immers, hij is een ‘meester’. Hij staat boven het gedoe. Hij is volmaakt vrij. Hij is glashelder. Hij is volledig in controle. Toen Genpo mij een paar jaar geleden het laatste zegel van verlichting, Inka, gaf, en ik me daardoor ‘zen meester’ (Roshi) mocht noemen, voelde ik een dag later toch een grote teleurstelling. Want, wat was er nu veranderd?

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek. Zie voor meer informatie de Integrale Zen website: www.izen.nl