…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Posts Tagged ‘Thich Nhat Hanh’

Vijf manieren om je geluk te voeden door Thich Nhat Hanh

“De essentie van onze beoefening kan worden omschreven als het transformeren van lijden in geluk”, zegt Thich Nhat Hanh. Hij biedt hier vijf oefeningen om ons geluk dagelijks te voeden.

We willen allemaal gelukkig zijn, en er zijn veel boeken en leraren in de wereld die helpen om mensen gelukkiger te maken. Toch blijven we allemaal lijden.

Daarom denken we misschien dat we het ‘verkeerd doen’. Op de een of andere manier ‘falen we in geluk’. Dat klopt niet. Om van geluk te kunnen genieten is het niet nodig om geen enkel lijden te kennen. In feite is de kunst van het geluk ook de kunst om goed te kunnen lijden. Als we ons lijden leren kunnen erkennen, omarmen en begrijpen, lijden we veel minder. Dat niet alleen, we zijn ook in staat om nog verder te gaan en ons lijden om te zetten in begrip, mededogen en vreugde voor onszelf en voor anderen.

Een van de moeilijkste dingen voor ons om te accepteren, is dat er geen rijk is waar alleen geluk is en geen lijden. Dit betekent niet dat we zouden moeten wanhopen. Lijden kan worden getransformeerd. Zodra we onze mond opendoen om ‘lijden’ te zeggen, weten we dat het tegenovergestelde van lijden er ook al is. Waar lijden is, is geluk.

Volgens het scheppingsverhaal in het bijbelboek Genesis, zei God: “Er zij licht.” Ik stel me graag voor dat het licht antwoordde en zei: “God, ik moet wachten tot mijn tweelingbroer, de duisternis, bij mij is. Ik kan er niet zijn zonder de duisternis.” God vroeg: “Waarom moet je wachten? Duisternis is daar.” Het licht antwoordde: “In dat geval ben ik er ook al.”

Een van de moeilijkste dingen voor ons om te accepteren is dat er geen rijk is waar alleen geluk is en geen lijden. Dit betekent niet dat we moeten wanhopen. Lijden kan worden getransformeerd.

Als we ons uitsluitend richten op het nastreven van geluk, kunnen we lijden beschouwen als iets dat we moeten negeren of weerstaan. We beschouwen het als iets dat geluk in de weg staat. Maar de kunst van geluk is ook de kunst om goed te lijden. Als we weten hoe we ons lijden moeten gebruiken, kunnen we het transformeren en veel minder lijden. Weten hoe je goed kunt lijden is essentieel om echt geluk te realiseren.

Genezend Medicijn

De belangrijkste gemoedsaandoening van onze moderne beschaving is dat we niet weten hoe we met het lijden in ons moeten omgaan. We proberen het lijden te verdoezelen met allerlei soorten compensaties. Winkeliers verkopen een overvloed aan apparaten om ons te helpen het lijden in ons te verdoezelen. Maar tenzij -en totdat- we in staat zijn om ons lijden onder ogen te zien, kunnen we niet echt aanwezig en beschikbaar zijn voor het leven, en zal geluk ons ​​blijven ontgaan.

Er zijn veel mensen die hevig lijden en niet weten hoe ze ermee moeten omgaan. Voor veel mensen begint dit al op zeer jonge leeftijd. Dus waarom leren scholen onze jongeren niet de manier om met lijden om te gaan? Als een leerling erg ongelukkig is kan hij zich niet concentreren en kan hij niet goed leren. Het lijden van ieder van ons heeft invloed op anderen. Hoe meer we leren over de kunst van goed te lijden, hoe minder lijden er in de wereld zal zijn.

Mindfulness is de beste manier om met ons lijden om te gaan zonder erdoor overweldigd te worden. Mindfulness is het vermogen om in het huidige moment te blijven. Is weten wat er in het hier en nu gebeurt. Als we bijvoorbeeld onze twee armen optillen, zijn we ons bewust van het feit dat we onze armen opheffen. Onze geest is bij het opheffen van onze armen, en we denken niet aan het verleden of de toekomst, want het opheffen van onze armen is wat er in het huidige moment gebeurt.

Mindful-zijn betekent bewust-zijn. Het is de energie die weet wat er in dit huidige moment gebeurt. Onze armen opheffen, en weten dat we onze armen opheffen is gewaar zijn van wat we doen, mindful in ons handelen.

Als we inademen en we weten dat we inademen, is dat mindfulness. Als we een stap zetten, en we weten dat we dat doen, zijn we ons bewust van die stappen. Mindfulness is aandacht hebben voor en gewaar zijn van wat we doen. Het is de energie die ons helpt om ons bewust te zijn van wat er nu en hier gebeurt – in ons lichaam, in onze gevoelens, in onze waarneming, en om ons heen.

Met mindfulness zijn we niet langer bang voor pijn. We kunnen zelfs nog verder gaan en positief gebruik maken van het lijden om de energie van begrip en mededogen op te wekken die ons geneest. En we kunnen anderen helpen genezen om ook gelukkig te zijn.

Met mindfulness kun je de aanwezigheid van het lijden in jezelf en in de wereld herkennen. En met diezelfde energie omarm je het lijden met zachtheid. Door je bewust te zijn van je inademing en uitademing genereer je al de energie van mindfulness, zodat je het lijden kunt blijven koesteren. Beoefenaren van mindfulness kunnen elkaar helpen en ondersteunen bij het herkennen, omarmen en transformeren van lijden. Met mindfulness zijn we niet langer bang voor pijn. We kunnen zelfs verder gaan en het lijden gebruiken om de energie op te wekken van standvastigheid en mededogen om onszelf te genezen. En we kunnen anderen helpen genezen om ook gelukkig te zijn.

Mindfulness genereren

De manier waarop we beginnen met het produceren van ‘het medicijn’ mindfulness is door onszelf ‘te stoppen’ en bewust adem te halen, waarbij we onze volledige aandacht schenken aan onze inademing en onze uitademing. Als we op deze manier ‘stoppen’ en bewust ademhalen, verenigen we lichaam en geest en komen we weer thuis bij onszelf. We voelen ons lichaam vollediger. We leven pas echt als de geest bij het lichaam is. Het goede nieuws is dat eenheid van lichaam en geest kan worden gerealiseerd door slechts één inademing. Misschien zijn we al een tijdje niet zorgzaam genoeg voor ons lichaam geweest. Als we de spanning, de pijn, en de stress in ons lichaam herkennen, kunnen we het in ons bewustzijn koesteren, en dat is het begin van genezing.

Als we voor het lijden binnen in ons zorgen, hebben we meer duidelijkheid, energie en kracht om het lijden van onze dierbaren te helpen aanpakken, evenals het lijden in onze gemeenschap en de wereld. Als we ons echter bezighouden met de angst en wanhoop in ons, kunnen we het leed van anderen niet helpen wegnemen. Het is een kunst om goed te lijden. Als we weten hoe we voor ons lijden moeten zorgen, lijden we niet alleen veel, veel minder, maar creëren we ook meer geluk om ons heen en in de wereld. 

Waarom de Boeddha bleef mediteren

Toen ik een jonge monnik was, vroeg ik me af waarom de Boeddha mindfulness en meditatie bleef beoefenen, zelfs nadat hij al een boeddha was geworden. Nu zie ik dat het duidelijk wat het antwoord is. Geluk is vergankelijk, net als al het andere. Om geluk te vergroten en te vernieuwen, moet je leren hoe je je geluk kunt voeden. Niets kan zonder voedsel bestaan, geluk ook niet. Je geluk kan sneuvelen als je niet weet hoe je het moet voeden. Als je een bloem snijdt maar niet in het water zet, zal de bloem binnen een paar uur verwelken.

We kunnen ons lichaam en onze geest tot geluk brengen met de vijf oefeningen: loslaten, positieve zaden uitnodigen, mindfulness, concentratie en inzicht.

Zelfs als geluk zich al manifesteert, moeten we het blijven voeden. Dit wordt ook wel conditionering genoemd, en dat is erg belangrijk. We kunnen ons lichaam en onze geest tot geluk brengen met de vijf oefeningen: loslaten, positieve zaden uitnodigen, opmerkzaamheid, concentratie en inzicht.

1.  Loslaten

De eerste stap om vreugde en geluk te creëren, is door afstand te doen, door los te laten. Er komt een soort vreugde voort uit loslaten. Velen van ons zijn aan tal van dingen gebonden. We geloven dat deze dingen nodig zijn voor ons voortbestaan, onze veiligheid en ons geluk. Maar veel van deze dingen -of beter gezegd, onze opvattingen over hun zogenaamde noodzaak- zijn juist obstakels voor onze vreugde en ons geluk.

Soms denk je dat het hebben van een bepaalde carrière, diploma, salaris, huis of partner cruciaal is voor je geluk. Je denkt dat je niet verder kunt zonder. Zelfs als je die situatie al hebt bereikt, of bij die persoon bent, blijf je lijden. Tegelijkertijd ben je nog steeds bang dat het nog erger zal zijn als je loslaat wat je hebt behaald. Je zult je nog ellendiger voelen zonder het object waaraan je je vastklampt. Je kunt er niet mee leven, en je kunt er niet zonder.

Als je diep in je angstige gehechtheid gaat kijken, zul je beseffen dat dit juist het obstakel is voor je vreugde en geluk. Maar je hebt het vermogen om het los te laten. Om los te laten is soms veel moed nodig. Maar als je eenmaal loslaat, komt geluk heel snel. Je hoeft er niet naar te zoeken.

Stel je voor dat je een stadsbewoner bent die een weekendtrip naar het platteland gaat maken. Als je in een grote stad woont, zijn er veel lawaai, stof, vervuiling en stank, maar ook veel kansen en opwinding. Op een dag haalt een vriend je over om een ​​paar dagen op stap te gaan. In eerste instantie zou je kunnen zeggen: “Ik kan het niet. Ik heb te veel werk. Ik mis misschien een belangrijk telefoontje.” Maar uiteindelijk overtuigt hij je om te vertrekken, en een uur of twee later bevind je je op het platteland. Je ziet open ruimte. Je ervaart de frisse lucht, en je voelt de zachte bries op je wangen. Geluk wordt geboren uit het feit dat je de stad achter je kon laten. Als je niet was weggegaan, hoe zou je dan dat soort vreugde kunnen ervaren? Je moest loslaten.

2.  Positieve zaden uitnodigen

We hebben allemaal vele soorten ‘zaden’, diep in ons bewustzijn. Die als we ze water geven ontkiemen, in ons bewustzijn komen en zich naar buiten toe gaan manifesteren.

In ons eigen bewustzijn is er een hel, maar er is ook een paradijs. We zijn in staat medelevend, begripvol en vreugdevol te zijn. Als we uitsluitend aandacht besteden aan de negatieve dingen in onszelf, vooral aan het lijden van pijn uit het verleden, wentelen we ons in ons verdriet en krijgen we geen positieve voeding. We kunnen de juiste aandacht oefenen en de gezonde eigenschappen in onszelf water geven door de positieve dingen aan te raken die altijd in en om ons heen beschikbaar zijn. Dat is goed voedsel voor onze geest.

Een manier om goed voor ons lijden te zorgen, is door een zaadje van de tegenovergestelde aard uit te nodigen. Omdat er niets bestaat zonder het tegenovergestelde Als je een zaad hebt van arrogantie, heb je ook een zaadje van mededogen. Ieder van ons heeft een zaadje van mededogen. Als je elke dag de mindfulness van mededogen beoefent, zal het zaad van mededogen in jou sterker worden. Je hoeft je er alleen maar op te concentreren, en het zal omhoogkomen als een krachtige energie.

Als er medeleven opkomt, neemt de arrogantie natuurlijk af. Je hoeft er niet tegen te vechten of het naar beneden te duwen. We kunnen de goede zaden selectief water geven en de negatieve zaden geen water geven. Dit betekent niet dat we ons lijden negeren. Het betekent gewoon dat we de positieve zaden die er van nature zijn, aandacht en voeding geven.

3.  Op mindfulness gebaseerde vreugde

Mindfulness helpt ons niet alleen om in contact te komen met lijden, zodat we het kunnen omarmen en transformeren, maar ook om de wonderen van het leven aan te raken, inclusief ons eigen lichaam. Dan wordt inademen een genot. Uitademen kan ook een genot zijn. Je gaat echt genieten van je ademhaling.

Een paar jaar geleden had ik een virus in mijn longen waardoor ze gingen bloeden. Ik spuugde bloed op. Met zulke longen was het moeilijk om te ademen, en het was moeilijk om gelukkig te zijn tijdens het ademen. Na de behandeling genazen mijn longen en werd mijn ademhaling veel beter. Als ik nu adem, hoef ik me alleen maar de tijd te herinneren waarop mijn longen met dit virus waren geïnfecteerd. Dan wordt elke adem die ik haal echt heerlijk, fantastisch.

Als we bewust ademen of bewust wandelen, brengen we onze geest naar ‘huis’ in ons lichaam, en zijn we gevestigd in het hier en het nu. We voelen ons gelukkig en we hebben zoveel beschikbare omstandigheden voor geluk. Mindfulness is dus een bron van vreugde. Mindfulness is een bron van geluk.

Mindfulness is een energie die je de hele dag door kunt oproepen. Je kunt je vaat met aandacht afwassen. Je kunt je diner met aandacht bereiden. Je kunt de vloer met aandacht dweilen. En met aandacht kun je de vele voorwaarden van geluk en vreugde aanraken die al beschikbaar zijn. Je bent een echte kunstenaar. Je weet hoe je vreugde en geluk kunt creëren wanneer je maar wilt. Dit zijn de vreugde en het geluk die voortkomen uit gewaar-zijn.

4.  Concentratie

Concentratie komt voort uit oplettendheid. Concentratie heeft de kracht om ergens doorheen te breken, om de kwellingen waardoor je lijdt weg te branden en om vreugde en geluk toe te laten.

Om in het huidige moment te zijn, is concentratie nodig. Zorgen en ongerustheid over de toekomst zijn er altijd, klaar om ons mee te nemen. We kunnen ze zien, erkennen en onze concentratie gebruiken om terug te keren naar het huidige moment.

Als we geconcentreerd zijn, hebben we veel energie. We laten ons niet meeslepen door visioenen over lijden uit het verleden of door angsten voor de toekomst. We leven evenwichtig in het huidige moment, zodat we in contact kunnen komen met de wonderen van het leven, en vreugde en geluk kunnen genereren.

Concentratie is altijd concentratie op iets. Als je je ontspannen op je ademhaling concentreert, kweek je al een innerlijke kracht. Als je terugkeert om je ademhaling te voelen, concentreer je dan met heel je hart en geest op je ademhaling. Concentratie is geen zware arbeid. Je hoeft jezelf niet te belasten of een enorme inspanning te leveren. Geluk ontstaat licht en gemakkelijk.

 5.  Inzicht

Met mindfulness herkennen we de spanning in ons lichaam. We willen deze heel graag loslaten, maar soms kunnen we dat niet. Wat we nodig hebben is enig inzicht.

Inzicht is zien wat er is. Het is deze helderheid die ons kan bevrijden van kwellingen zoals jaloezie of woede, en we kunnen zo waarachtig geluk toestaan. Ieder van ons heeft dit inzicht, hoewel we er niet altijd gebruik van maken om ons geluk te vergroten.

De essentie van onze beoefening kan worden omschreven als het transformeren van lijden in geluk. Het is geen ingewikkelde oefening, maar het vereist dat we opmerkzaamheid, concentratie en inzicht cultiveren.

We kunnen bijvoorbeeld inzien dat iets, (een verlangen of wrok), een obstakel voor ons geluk is en dat het ons angst en beklemming bezorgt. We weten dat dit het niet waard is om ons slapeloze nachten te bezorgen, maar toch blijven we onze tijd en energie soms besteden aan een obsessie. We zijn als een vis die al eens eerder is gevangen en weet dat er een haak in het aas zit. Als de vis van dat inzicht gebruik maakt, zal hij niet bijten, omdat hij weet dat hij aan de haak zal worden geslagen.

Vaak bijten we ons vast in onze hunkering of wrok, en laten we ons aan de haak slaan. We zijn gehecht aan situaties die onze zorg niet verdienen. Als er mindfulness en concentratie zijn, zal er ook inzicht zijn en kunnen we er gebruik van maken om vrij weg te zwemmen.

In de lente, als er veel stuifmeel in de lucht is, hebben sommigen van ons vanwege allergieën moeite met ademhalen. Zelfs als we niet proberen om vijf kilometer te rennen, en we gewoon zitten of liggen, kunnen we ook niet goed ademen. Dus in de winter, als er geen stuifmeel is, kunnen we, in plaats van te klagen over de kou, ons herinneren dat we in april of mei helemaal niet naar buiten konden. Nu onze longen schoon zijn, kunnen we een stevige wandeling naar buiten maken, en kunnen we heel goed ademen. We roepen bewust ervaringen op uit het verleden om ons te helpen om de goede dingen die we nu hebben te waarderen.

In het verleden hebben we waarschijnlijk last gehad van het een of ander. Het kan zelfs zijn dat er iets als een soort hel hebben ervaren. Als we ons dat lijden herinneren, en ons er niet door laten meeslepen, kunnen we het gebruiken om onszelf eraan te herinneren: “Wat heb ik op dit moment geluk. Ik bevind me niet meer in die situatie. Ik kan gelukkig zijn”. Dit is inzicht, en op dat moment kunnen onze vreugde en ons geluk heel snel toenemen.

De essentie van onze beoefening kan worden omschreven als het transformeren van lijden in geluk. Het is geen ingewikkelde oefening, maar het vereist dat we opmerkzaamheid, concentratie en inzicht cultiveren.

Het vereist allereerst dat we thuiskomen bij onszelf, dat we vrede sluiten met ons lijden, lijden met liefde behandelen en diep kijken naar de wortels van onze pijn. Het vereist dat we nutteloos, onnodig lijden loslaten en ons idee over geluk nader bekijken.

Ten slotte vereist het dat we geluk dagelijks koesteren, met erkenning, begrip en mededogen voor onszelf en voor de mensen om ons heen. We bieden deze beoefeningen aan onszelf aan, aan onze dierbaren, en aan de wereldgemeenschap. Dit is de kunst van het lijden en de kunst van het geluk. Met elke ademhaling verlichten we lijden en creëren we vreugde. Bij elke stap bloeit de bloem van inzicht.

 

Vertaling: Hansjelle Dijkstra

Welke Drie Deuren Openen naar onze Bevrijding? door Thich Nhat Hanh

De Deuren Openen naar Onze Ware Aard

Dualistische begrippen, zoals geboorte en dood, zijn en niet-zijn, gelijkheid en anders zijn, komen en gaan, vormen de basis van alle gemoedstoestanden. Mediteren op de drie deuren van bevrijding helpt ons om deze begrippen overboord te gooien. De drie deuren van bevrijding, die in elke boeddhistische traditie worden onderwezen, zijn leegte, tekenloosheid en doelloosheid. Het overdenken van deze drie diepgaande waarheden kan ons helpen om ons te bevrijden van angst en lijden. Ze zijn onze deuren naar vrijheid.

Door aandachtig en geconcentreerd te leven, zien we een diepere werkelijkheid en kunnen we getuige zijn van de vergankelijkheid van het leven zonder angst, boosheid of wanhoop. Nirvana is geen plaats om naartoe te gaan. Het is niet iets dat we in de toekomst proberen te bereiken. Nirvana is op dit moment voor ons direct beschikbaar. Leegte, tekenloosheid en doelloosheid worden de drie deuren van bevrijding genoemd, want als we er op mediteren, zullen ze ons bevrijden van allerlei vormen van onderscheidend denken, zodat we onze ware aard kunnen realiseren.

Geen Zelf: De Perfecte Communicatie

De eerste deur naar bevrijding is leegte. Leegte is geen filosofie; het is een beschrijving van de werkelijkheid. Stel dat je twee glazen hebt, één met thee en één zonder thee. Je zou het glas zonder thee kunnen omschrijven als leeg, maar leeg waarvan? Het glas bevat geen thee, maar het zit wel vol lucht. En het glas zelf bestaat nog steeds, of het nu thee bevat of niet. Leegte betekent niet niet-zijn. Er is een groot verschil tussen leegte en niet-bestaan. Om leeg te zijn, moet je er zijn.

Leegte is altijd de leegte van iets, net zoals bewustzijn altijd het bewustzijn van iets is. Als we naar een prachtige chrysant in een vaas kijken, zien we dat alles in de kosmos in die bloem aanwezig is – wolken, zonneschijn, aarde, mineralen, ruimte en tijd. De bloem kan niet alleen bestaan. Het glas, de bloem, alles in ons en om ons heen, en wijzelf, zijn maar van één ding leeg: een afgescheiden onafhankelijk bestaan.

De eenvoudigste beschrijving van leegte in de boeddhistische leringen wordt uitgedrukt deze zin: Dit is omdat het is. Een bloem kan niet alleen bestaan. Zijn kan alleen betekenen: inter-zijn. Op zichzelf bestaan is onmogelijk. Al het andere is aanwezig in de bloem; het enige waarvan de bloem leeg is, is van zichzelf.

Leegte, tekenloosheid en doelloosheid kunnen ons in contact brengen met onze ware aard.

Als we op deze manier kijken, beginnen we te zien dat alles leegte heeft. Soms wordt die aard van leegte niet-zelf genoemd. Maar maak je geen zorgen, niet-zelf betekent niet dat je er niet bent. Net zoals het glas dat leeg is van thee nog steeds bestaat, besta jij ook nog steeds, zelfs zonder een apart zelf.

Als we naar een actie kijken, geloven we dat er een aparte initiator achter moet zitten. De wind waait, maar er is echt geen blazer. Er is alleen de wind, en als hij niet waait, is er helemaal geen wind.

Als we een gedachte hebben, kunnen we geloven dat er een denker bestaat die los staat van de gedachte. Omdat we geen blazer buiten de wind kunnen vinden, noch een regenbui buiten de regen, is er op dezelfde manier geen denker die buiten een gedachte bestaat. Als we iets denken, zijn we die gedachten. Wij en onze gedachten zijn niet gescheiden. Als we iets zeggen, zijn wij die woorden; er is geen spreker buiten de woorden. Als we iets doen, zijn wij onze actie. Er is geen activator buiten de actie.

Er is een vers dat soms gereciteerd wordt voordat  gebogen wordt voor een standbeeld van de Boeddha:

Degene die buigt
en degene voor wie gebogen wordt
zijn beide van nature leeg.
Daarom is de communicatie tussen ons
onuitsprekelijk perfect.

Een boeddha bestaat uitsluitend uit niet-boeddha-elementen, net zoals ik alleen ben gemaakt van niet-ik-elementen. Als je de niet-ik-elementen van mij verwijdert – de zon, het vuil, het afval, de mineralen, het water, mijn ouders en mijn samenleving – is er geen mij meer. Als je de niet-boeddha-elementen van een boeddha verwijdert, blijft er geen boeddha over. De communicatie is perfect als we kunnen begrijpen dat degene die buigt en degene voor wie gebogen wordt allebei leeg zijn. Dit is meditatie.

Als we naar een kind kijken, kunnen we zien dat we volledig aanwezig zijn in elke cel van dat kind. Als we niet kunnen begrijpen hoe dat kind zich mogelijk op een bepaalde manier zou kunnen gedragen, helpt het om te beseffen dat het kind geen apart zelf heeft. De ouders en voorouders van een kind zitten in hem. Als hij loopt en praat, lopen en praten zij ook. Als we de mensen om ons heen vanuit dit inzicht kunnen zien, in plaats van met woede en gehechtheid, genieten we van de vrucht van de contemplatie over leegte.

De ouders en voorouders van een kind zitten in hem.

Geen Vorm: De Prachtige Reis van Tekenloosheid

De tweede deur van bevrijding is tekenloosheid. Een teken markeert het uiterlijk van iets, zijn vorm. We herkennen dingen op basis van hun teken, maar we worden vaak voor de gek gehouden door de uiterlijke vorm van dingen. De Boeddha zei: “Waar een teken is, is misleiding.”

Als we bijvoorbeeld naar de lucht kijken, zien we een bepaalde wolk. Maar als we lang genoeg kijken, lijkt het alsof de wolk waarnaar we kijken verdwijnt. De wolk is regen, mist of sneeuw geworden en we herkennen hem niet meer. Als je gehecht bent geraakt aan die wolk, denk je misschien: “Oh, mijn geliefde wolk, waar ben je nu? Ik mis je. Je bent overgegaan van zijn naar niet-zijn. Ik kan je niet meer zien.” Misschien kijk je niet zo naar een wolk, maar dit is zeker hoe je je voelt als je iemand verliest die dicht bij je staat. Gisteren leefde je geliefde nog. Nu lijkt het erop dat hij is overgegaan naar niet-zijn.
Maar in feite is onze wolk er nog steeds, want het is onmogelijk dat een wolk doodgaat. Hij kan sneeuw, hagel of regen worden, maar hij wordt niet niets. Het is onmogelijk om van zijn in niet-zijn over te gaan. Je geliefde is daar nog ergens. Als je de wijsheid van tekenloosheid bezit, kun je je geliefde nog steeds herkennen in haar nieuwe vormen.

Stel je voor dat ik wat thee uit een theepot in een leeg glas giet. Als ik de thee drink, verandert deze van vorm. Als ik kort nadat ik die thee heb gedronken een lezing geef, zal de lezing een beetje thee bevatten. De thee zit dus niet alleen in de pot. Het heeft een reis gemaakt. Het reist en heeft vele vormen.
Dit geldt ook voor ons. We zijn niet alleen het lichaam, de gedachten en gevoelens die we nu hebben. Elke gedachte, elk woord en elke handeling die we voortbrengen gaat door nadat ons lichaam uiteen is gevallen. We hoeven ons er geen zorgen over te maken dat we ooit niet meer bestaan. Onze vormen veranderen, maar er gaat niets verloren. Of de wolk nu de vorm heeft van een wolk, de regen, de rivier of de thee, hij vervolgt zijn prachtige reis.

Geen Doel: Het Geluk van Doelloosheid

De derde deur van bevrijding is doelloosheid. Doelloosheid betekent dat je niets voor je neerzet als het doel van je streven. Wat je zoekt, is niet buiten je; het is er al. Je bent al wat je wilt worden. Door je te concentreren op doelloosheid, wordt je verlangen, en je zucht naar iets in de toekomst losgelaten.

Of de wolk de vorm heeft van een wolk, de regen of de thee, hij vervolgt zijn reis.

Je zou je hele leven kunnen rennen in plaats van je leven te leven. Misschien ren je naar geluk, liefde, romantiek, succes of verlichting. Concentreren op doelloosheid bestaat uit het achterwege laten van het onderwerp van je streven, je doel. Als je nirvana najaagt, zou je moeten weten dat nirvana al in jezelf en in al het andere aanwezig is. Als je de Boeddha achterna rent, wees je er dan van bewust dat de Boeddha al in jou is. Als je geluk zoekt, wees je ervan bewust dat geluk beschikbaar is in het hier en nu.

Dit inzicht helpt je om te stoppen met rennen. Alleen als je stopt met rennen, kan je de vervulling en het geluk krijgen waar je naar op zoek was. Een golf hoeft niet op zoek te gaan naar water. Het is water in het hier en nu. Een ceder heeft geen enkele wens om een ​​den, een cipres of zelfs een vogel te zijn. Hij is een prachtige manifestatie van de kosmos zoals hij is. Jij bent de manifestatie van de kosmos. Je bent geweldig zoals je bent.

We hebben geleerd te denken dat als we doelloos zijn, we nergens terecht zullen komen. Maar waar zijn we naar op weg? We denken dat we zijn geboren en dat we iets moeten bereiken voordat we sterven. Stel dat we een lijn trekken van links naar rechts, die het tijdsverloop weergeeft. We kiezen één punt – noem het punt B – en we noemen dat punt geboorte. Op dit moment wordt iemand geboren. We maken een geboorteakte voor deze baby, denkend dat die persoon bestaat vanaf punt B. Maar in feite was het kind er al. Zelfs vóór het moment van conceptie bestonden de zaden van het kind in andere vormen. Punt B is een moment van vervolg. Er is geen begin.

We denken dat er een moment komt waarop we ophouden te bestaan. Op de denkbeeldige lijn die we hebben getrokken, noemen we dat het punt D, de dood. We geloven dat we bij de geboorte van niet-zijn naar het bestaan ​​zijn overgegaan, en we geloven dat we bij de dood weer zullen overgaan naar niet-zijn. Als we diep naar onze begrippen over zijn en niet-zijn kijken, en ons bewust zijn van de leegte en tekenloosheid van alle dingen, raken we de realiteit van de geboorteloze en onsterfelijke aard van alle dingen aan.

Als we door de deuren van bevrijding gaan, doven we alle begrippen uit. Angst is niet meer nodig. Als de golf weet hoe hij in het water moet rusten, gaat hij graag omhoog en gaat hij graag naar beneden. Hij is niet bang om te zijn en niet te zijn. Hij is niet bang om te komen en te gaan. Hij is in staat om in zichzelf de oceaan aan te raken. De drie deuren van bevrijding herinneren ons eraan dat we niet anders zijn dan de golf: leeg, tekenloos en in staat om op elk moment het ultieme in ons aan te raken.

 

Vertaling: Hansjelle Dijkstra

Vier Mantra’s van Thich Nhat Hanh over volkomen aanwezigheid

Thuiskomen bij Elkaar

Als je van iemand houdt, zal je er helemaal voor hem of haar willen zijn. Ik ken een jongen van tien die door zijn vader bevraagd werd wat voor cadeautje hij op zijn verjaardag zou willen krijgen. Maar hij wist niet wat hij moest antwoorden. Zijn vader is uitgesproken bemiddeld, en zou zich bijna alles kunnen veroorloven wat zijn zoon maar zou wensen. Maar de jongen zei alleen maar, “Pappa, ik wil jou!” Zijn vader heeft het veel te druk – hij heeft geen tijd voor zijn vrouw en kinderen. Om ware liefde te laten zien, moeten we beschikbaar zijn. Als die vader zou leren om bewust in- en uit te ademen, en aanwezig te zijn voor zijn zoon, kan hij zeggen “Natuurlijk, ik ben er helemaal voor jou.”

Het grootste geschenk dat we iemand kunnen geven is onze beschikbaarheid. “Ik ben er hier voor jou” is een mantra die in totale toewijding moet worden uitgesproken.

Als je geconcentreerd bent – zowel geestelijk als lichamelijk-

ben je Volkomen Aanwezig,

en alles dat je dan zegt is een mantra

 

 

1e Mantra: “Geliefde, ik ben er hier voor jou.”

Dat hoef je niet in het Sanskriet of het Tibetaans te zeggen. Een mantra kan je in je eigen taal uitspreken: “Geliefde, ik ben er hier voor jou.” En als je echt aanwezig bent zal deze mantra voor een wonder zorgen. Jij wordt echt, de andere persoon wordt echt, en het leven zelf wordt op zo’n moment echt. Je brengt jezelf en de ander geluk.

 

2e Mantra: “Ik weet dat je er bent, en dat maakt me gelukkig.”

“Ik weet dat je er bent, en dat maakt me gelukkig” is de tweede mantra. Als ik naar de maan kijk, adem ik diep in en uit en zeg ik: “Volle maan, ik weet dat je daar bent, en ik ben erg gelukkig.” Ik doe hetzelfde met de morgenster. Afgelopen voorjaar wandelde ik in Korea tussen de magnoliabomen. Ik keek naar de magnoliabomen, en zei: “Ik weet dat je daar bent, en ik ben erg blij.” Om echt aanwezig te zijn, en te weten dat de ander er ook is, is een wonder.

Als je een prachtige zonsondergang ziet, en je totaal aanwezig bent, zal je dat ten diepste herkennen en ondergaan. Door  naar de zonsondergang te kijken, voel je je volkomen gelukkig. Steeds wanneer je echt aanwezig bent, zal je in staat zijn om de aanwezigheid van het andere te herkennen en te ondergaan – de volle maan, de Noord Ster, magnoliabloesems, of de mens van wie je het meeste houdt.

Eerst adem je diep in en uit om bij jezelf te komen, en vervolgens ga je dichtbij degene zitten van wie je houdt, en spreek je in een diepe staat van concentratie de tweede mantra uit. “Ik weet dat je er bent, en dat maakt me gelukkig.” Je bent gelukkig en de persoon van wie je houdt is het op datzelfde moment óók. Deze mantra’s kunnen een vast onderdeel worden van je leven van alledag. Om een waarachtige ‘minnaar’ te zijn, moet je mindfulness beoefenen, en moet je in stilte zitten en lopen, om Volkomen Aanwezig te kunnen zijn.

 

3e Mantra: “Geliefde, ik weet dat je lijdt.”

De derde mantra is: : “Geliefde, ik weet dat je lijdt.” Daarom ben ik er hier voor jou. Als je opmerkzaam bent, voel je het aan als de persoon van wie je houdt lijdt. Als wij lijden, en de persoon van wie we houden zich ons lijden niet bewust is, zullen we nog meer lijden. Ga diep ademhalen, ga dicht bij die ander van wie je houdt zitten, en zeg: “Geliefde, ik weet dat je lijdt. Daarom ben ik er hier voor jou.” Alleen al je aanwezigheid zal haar of hem verlichting brengen. Ongeacht of je oud of jong bent, dat lukt je.

 

4e Mantra: “Geliefde, ik lijd. Help me alsjeblieft.”

De vierde mantra is het moeilijkst. Deze komt van pas als je zelf lijdt en je gelooft dat de oorzaak van je lijden degene is van wie je houdt. De mantra is: “Geliefde, ik lijd. Help me alsjeblieft.” Het zijn maar zes woorden, maar veel mensen kunnen dit niet zeggen omdat ze daar te trots voor zijn. Als iemand anders zoiets tegen je gezegd of gedaan heeft, zal je daar niet hevig onder lijden, maar omdat je van die persoon houdt, is dat heel pijnlijk. Je wilt je terugtrekken in je kamer, en huilen. Maar je houdt echt van hem of haar, en als je op die manier lijdt moet je om hulp vragen. Je moet je trots overwinnen.

 

Thuiskomen

Er bestaat een verhaal dat in mijn land bekend is, over een echtgenoot die naar een oorlogsgebied werd uitgezonden en zijn zwangere vrouw moest achterlaten. Drie jaar later werd hij uit het leger ontslagen, en keerde hij naar huis terug. Zijn vrouw kwam naar de dorpspoort om hem te verwelkomen, en ze nam hun zoontje mee. Toen man en vrouw elkaar zagen konden ze hun vreugdetranen niet bedwingen. Ze waren hun voorouders zo dankbaar vanwege hun bescherming, dat de jongeman zijn vrouw vroeg om naar de markt te gaan om fruit, bloemen en andere cadeaus te kopen, om die op het altaar van hun grootouders te leggen.

Toen de moeder aan het winkelen was, vroeg de jonge vader zijn zoon om hem “pappa” te noemen, maar de kleine jongen weigerde. “Meneer, u bent mijn vader niet! Mijn vader kwam elke avond thuis, en mijn moeder praatte met hem, en huilde. Als mijn moeder ging zitten, ging hij ook zitten. Als mijn moeder ging liggen, ging hij ook liggen.” Toen hij deze woorden hoorde, veranderde het hart van de jonge vader in steen.

Toen zijn vrouw thuiskwam, kon hij zelfs niet naar haar kijken. De jongeman offerde fruit, bloemen en wierook aan de voorouders, knielde neer, rolde zijn mat op, en stond zijn vrouw niet toe hetzelfde te doen.

Hij geloofde dat zij niet waardig genoeg was om zich te presenteren aan de voorouders. Zijn vrouw was diep gekwetst. Ze kon niet begrijpen waarom hij zich zo gedroeg. Hij bleef niet thuis. Hij bracht zijn tijd door in de dorpskroeg, en kwam pas diep in de nacht thuis. Na drie dagen kon ze er niet meer tegen, sprong in de rivier, en verdronk.

Die avond, na de begrafenis, toen de jonge vader de olielamp ontstak, schreeuwde de kleine jongen: “Daar is mijn vader.” Hij wees op de schaduw op de muur en zei “Mijn vader kwam zo elke nacht thuis, en mijn moeder praatte dan met hem en ze huilde veel. Als mijn moeder ging zitten, ging hij zitten. Als mijn moeder ging liggen, ging hij ook liggen. “Geliefde, je bent veel te lang weggeweest. Hoe kan ik mijn kind alleen opvoeden?” Ze huilde tegen haar eigen schaduw. Op zekere avond vroeg het kind waar zijn vader was. Ze wees naar de schaduw op de muur en zei, “Dit is je vader.” Ze miste hem zo verschrikkelijk…

Plotseling begreep de jonge vader alles, maar het was te laat. Als hij gisteren naar zijn vrouw was toegegaan en gevraagd had “Geliefde, ik lijd zo vreselijk. Onze kleine jongen zei dat er elke avond een man kwam met wie je praatte, en je huilde samen met hem, elke keer als jij ging zitten, ging hij ook zitten. Wie was die man?”

Als dat gebeurd was had ze een kans gehad om alles uit te leggen en een tragedie te voorkómen. Maar dat deed hij niet. Uit trots.

De vrouw gedroeg zich ook zo. Ze was diep gekwetst door het gedrag van haar man, maar ze vroeg hem niet om hulp. Ze had de vierde mantra in de praktijk moeten brengen. “Geliefde, ik lijd. Help me alsjeblieft.” Ik begrijp niet waarom je niet meer naar me kijkt en niet meer met me praat. Waarom mocht ik geen offers aanbieden aan onze voorouders? Heb ik iets verkeerd gedaan?” Als ze dat gedaan zou hebben, zou haar echtgenoot haar hebben kunnen vertellen wat de kleine jongen had gezegd. Maar dat deed ze niet, omdat ze gevangen zat in trots.

 

Onze Liefde Versterken

In echte liefde bestaat er geen ruimte voor trots. Val alsjeblieft niet in die valkuil. Als je pijn ervaart vanwege de persoon van wie je houd, als je pijn lijdt en gelooft dat je lijden wordt veroorzaakt door degene van wie je het meeste houdt, denk dan aan dit verhaal. Gedraag je niet zoals de vader, de moeder, of de kleine jongen. Sta jezelf geen trots toe. Breng de vierde mantra in de praktijk, “Geliefde, ik lijd. Help me alsjeblieft.”

Als hij of zij degene is van wie je in je leven het meeste houdt, is dat wat je moet doen. Als die ander jouw woorden hoort, komt hij of zij tot zichzelf, en zal diep bij zichzelf naar binnen kijken. Dan zullen jullie er samen uitkomen, je diepgaand met elkaar verzoenen, en het misverstand oplossen.

Bron:  Uplift

Vertaling Hansjelle Dijkstra

De Vier Lagen van het Bewustzijn door Thich Nhat Hanh

Hoe onze Innerlijke Geest werkt

‘Abhidharma’, de Boeddhistische manier waarop de dingen in kaart worden gebracht, wordt soms behandeld als een onderwerp van louter intellectueel belang. “Sterker nog”, zegt Thich Nhat Hanh, “het identificeren met de verschillende elementen van bewustzijn, en het begrijpen van hoe ze met elkaar in relatie staan, is essentieel voor onze meditatiebeoefening” .

(Vertaler: De Abhidharma, (ook wel Abhidharma-pitaka genoemd), is het derde en laatst toegevoegde deel van de Pali Canon van de Theravada traditie van het Boeddhisme. Abhi (Pali) betekent hoog of hoogste; dharma betekent leer of waarheid. ‘Abhidharma’ betekent aldus ‘hoogste waarheid’ of ‘hoogste leer’).

De Vietnamese Zenmeester, Thuong Chieu, zei: “Als we begrijpen hoe onze geest werkt, wordt onze beoefening gemakkelijk.” Om onze geest te kunnen begrijpen moeten we ons bewustzijn begrijpen. De Boeddha leerde ons dat bewustzijn altijd stroomt. Als een rivier. Bewustzijn heeft vier lagen. De vier lagen van bewustzijn zijn Geestelijk Bewustzijn, Zintuigelijk Bewustzijn, Opslagbewustzijn en Manas.

(Vertaler: Manas is noch gevoel (emotie), noch verstand (rede), maar de kracht van onze bewuste en ook onbewuste ik-tendensen, die zich beurtelings met gevoel of verstand identificeert, en zich daarbij uitsluitend laat leiden door de drang om de totaliteit van onze bewustzijnsinhoud, die ons gevoel ‘ik’ verleent, steeds te vermeerderen).

Laag Een – Geestelijk bewustzijn

Geestelijk Bewustzijn is de eerste soort bewustzijn. Het vergt het meest van onze energie. Geestelijk bewustzijn is ons ‘werkend’ bewustzijn dat oordeelt en plannen maakt. Het is het deel van ons bewustzijn dat zich zorgen maakt en analyseert. Als we spreken over Geestelijk Bewustzijn, spreken we ook over Lichaamsbewustzijn, omdat Geestelijk Bewustzijn niet mogelijk is zonder de hersenen. Lichaam en geest zijn slechts twee aspecten van hetzelfde. Lichaam zonder bewustzijn is geen echt levend lichaam. En bewustzijn kan zich niet manifesteren zonder een lichaam.

Geestelijk bewustzijn is het deel van ons bewustzijn dat zich zorgen maakt en dat analyseert.

Het is mogelijk om ons te oefenen om het onderscheid tussen de werking van de hersenen en het bewustzijn te gaan zien. We moeten niet zeggen dat bewustzijn wordt geboren uit onze hersenen, omdat het tegenovergestelde waar is: hersenen worden geboren uit het bewustzijn. Hersenen maken slechts 2 procent uit van ons lichaamsgewicht, maar ze verbruiken 20 procent van de energie van het lichaam. Het gebruik van het bewustzijn door de geest is erg kostbaar. Denken, piekeren en plannen kosten veel energie.

We kunnen zuiniger met onze energie omgaan door ons Geestelijk Bewustzijn te trainen door van oplettendheid een gewoonte te maken. Mindfulness houdt ons in het huidige moment, ontspant ons Geestelijk Bewustzijn, en maakt de energie vrij die we anders zouden kunnen besteden aan het ons zorgen maken over het verleden, of over de toekomst.

Laag Twee – Zintuigelijk Bewustzijn

Het tweede niveau van bewustzijn is het Zintuiglijk bewustzijn, het bewustzijn dat voortkomt uit onze vijf zintuigen: zien, horen, proeven, voelen en ruiken. We noemen deze zintuigen soms ‘poorten’ of  ‘deuren’, omdat alle objecten van waarneming het bewustzijn binnenkomen door ons zintuiglijk contact. Zintuiglijk bewustzijn omvat altijd drie elementen. Ten eerste, het zintuig zelf (ogen, oren, neus, tong of lichaam); ten tweede, het zinsobject, (het object dat we ruiken of het geluid dat we horen), en ten derde, onze ervaring van wat we zien, horen, ruiken, proeven of voelen .

Laag Drie – Opslagbewustzijn

Vertaler:  Deze link brengt je naar 50 verzen over de aard van het opslagbewustzijn

De derde bewustzijnslaag is het diepst. Er zijn veel namen voor dit soort bewustzijn. De Mahayana-traditie noemt dit het opslagbewustzijn, ‘Alaya’ in het Sanskriet. De Theravada-traditie gebruikt het Pali-woord Bhavanga om dit bewustzijn te beschrijven. Bhavanga betekent constant stromend, zoals een rivier. Opslagbewustzijn wordt soms ook wortelbewustzijn genoemd, (Mulavijñana in het Sanskriet) of Sarvabijaka, dat ‘de totaliteit van de zaden’ betekent. In het Vietnamees noemen we het opslagbewustzijn Tang. Tang, dat betekent bewaren en behouden.

Vertaler: Alaya is een samengesteld woord: a, ‘niet’; Laya, van de wortel Li, ‘oplossen’; dus ‘het Onoplosbare’. De universele ziel; de basis, de wortel of de bron van alle wezens en dingen – het heelal, de goden, monaden, atomen, enz. In mystiek opzicht is Alaya identiek met Akasa in zijn hoogste delen, en met de essentie van Mulaprakriti als ‘wortelvoortbrenger’ of ‘wortelnatuur’.
Deze verschillende namen verwijzen naar de drie aspecten van het opslagbewustzijn. De eerste betekenis is van een plaats, een ‘reservoir’, waarin allerlei soorten informatie worden bewaard. De tweede betekenis wordt gesuggereerd door de Vietnamese naam, omdat het opslagbewustzijn niet alleen alle informatie opneemt, maar deze ook vasthoudt en bewaart. De derde betekenis wordt gesuggereerd door Bhavanga, een gevoel van verwerking en transformatie.

Opslagbewustzijn is als een museum. Een museum kan alleen een museum worden genoemd als er dingen in zitten. Als er niets in zit, kun je het een gebouw noemen, maar geen museum. De conservator is degene die verantwoordelijk is voor het museum. Zijn functie is om de verschillende objecten bewaard te houden, en ze niet te laten ontvreemden. Maar er moeten ook dingen zijn die nog moeten worden opgeslagen, dingen die moeten worden bewaard. Opslagbewustzijn verwijst naar het ‘behoeden’ en ook naar wat al is opgeslagen – dat wil zeggen, alle informatie uit het verleden, onze voorouders, en alle informatie die is ontvangen door onze andere ‘vormen’ van bewustzijn. Volgens de Boeddhistische traditie wordt deze informatie opgeslagen als Bija, ‘zaden’.

(Vertaler: Bija is Sanskriet voor zaad en is een metafoor voor de herkomst en de oorzaak van de dingen, zowel in het Hindoeïsme als Boeddhisme. Deze metafoor is onderdeel van de leer van de Consciousness-Only (Slechts-Bewustzijn) definitie van de Vijnanavada-school in het Boeddhisme. Volgens deze theorie produceren alle ervaringen en handelingen Bija. In het esoterisch Boeddhisme en Hindoeïsme wordt de term Bija gebruikt voor de mystieke inhoud en taal in mantra’s. Deze zaden hebben geen precieze betekenis, maar worden gezien als verbindingen met spirituele principes. De bekendste Bija lettergreep is Om, die het eerst werd aangetroffen in de hindoeïstische teksten die bekend staan als Upanishads).

Stel dat je deze ochtend voor het eerst een bepaald lied hoort. Je oren en de muziek ontmoeten elkaar en raken je aan, wat ervoor zorgt dat je opslagbewustzijn vibreert. Die informatie, een nieuw zaad, valt in het opslag continuüm. Opslagbewustzijn heeft het vermogen om het zaad te ontvangen en op te slaan in zijn hart. Opslagbewustzijn bewaart alle informatie die het ontvangt. Maar de functie van het Bewustzijn is er niet alleen om deze zaden te ontvangen en op te slaan; het is ook zijn taak om deze informatie te verwerken .

De verwerking op dit niveau is niet inspannend. Opslagbewustzijn gebruikt niet zoveel energie als bijvoorbeeld Bewustzijn van de Geest. Opslagbewustzijn kan deze informatie zonder veel inspanning van jouw kant verwerken. Dus als je  energie wilt besparen, denk dan niet te veel na, plan niet te veel, en maak je niet al te veel zorgen. Sta je opslagbewustzijn toe om het grootste deel van de verwerking voor jou te doen.

Opslagbewustzijn lijkt op een museum waarin dingen uit je leven worden bewaard.

Als je kamer ’s nachts koud wordt en je door blijft slapen, kan je lichaam de kou toch voelen zonder tussenkomst van het geestelijk bewustzijn. Opslagbewustzijn kan opdrachten aan je armen geven om de deken omhoog te trekken, zonder dat je je daarvan bewust bent. Opslagbewustzijn werkt in de afwezigheid van geestelijk bewustzijn. Het kan veel dingen doen. Het kan veel plannen maken; het kan veel voor je doen, en zonder dat je het weet beslissingen voor je nemen.

Als we naar een warenhuis gaan, op zoek naar een broek of overhemd, hebben we de indruk dat we, terwijl we naar de uitgestalde kledingstukken kijken, een vrije wil hebben en dat, als iets ons bevalt, we vrij zijn om te kiezen wat we willen. Als de verkoper ons vraagt ​​wat we willen, kunnen we naar het object van onze wens wijzen of onder woorden brengen. Waarschijnlijk hebben we de indruk dat we op dit moment vrije mensen zijn en ons bewustzijn gebruiken om de dingen te selecteren die we leuk vinden. Maar dat is een illusie. Alles is al besloten in ons opslagbewustzijn. Op dat moment worden we er door bestuurd en zijn we geen vrije mensen. Ons gevoel van schoonheid, ons gevoel van sympathie of afkeer al besloten in het niveau van ons opslagbewustzijn.

Het is een illusie dat we vrij zijn. De mate van vrijheid die ons bewustzijn heeft is eigenlijk heel klein. Opslagbewustzijn dicteert veel van de dingen die we doen omdat het opslagbewustzijn voortdurend veel beslissingen ontvangt, opneemt, onderhoudt, en verwerkt. Opslagbewustzijn neemt voortdurend beslissingen zonder de deelname van het geestelijk bewustzijn. Maar als we dit doorzien kunnen we ons opslagbewustzijn beïnvloeden. We kunnen helpen bepalen hoe ons Opslagbewustzijn informatie opslaat en verwerkt, om daardoor betere beslissingen te nemen. We kunnen het beïnvloeden.

We zijn nooit volledig vrij. Ons opslagbewustzijn heeft al iets voor ons besloten.

Net als het geestelijk bewustzijn en het zintuiglijke bewustzijn verbruikt het opslagbewustzijn energie. Als je je in een groep mensen bevindt, en je nog zo besloten hebt om jezelf te zijn, neem je hun manieren tòch over en is je opslagbewustzijn je de baas. Ons bewustzijn wordt beïnvloed door het bewustzijn van anderen. De manier waarop we beslissingen nemen, onze sympathieën en antipathieën, hangen af ​​van een collectieve manier om de dingen te zien. Je vindt iets misschien niet zo mooi, maar als veel mensen beweren dat het mooi is, kun je iets ook als mooi accepteren, omdat het individuele bewustzijn deel uitmaakt van het collectief bewustzijn.

De waarde van de dollar wordt mede bepaald door het collectieve denken van mensen, dus niet alleen door objectieve economische factoren. De angsten, verlangens en verwachtingen van mensen doen de dollar stijgen en dalen. We worden beïnvloed door de collectieve manieren van kijken en denken. Daarom is het uitkiezen  van de mensen om je heen erg belangrijk. Het is belangrijk om je te omringen met mensen die liefdevolle vriendelijkheid, begrip en mededogen in zich hebben, omdat we dag en nacht worden beïnvloed door het collectieve bewustzijn.

Opslagbewustzijn biedt ons verlichting en transformatie. Deze mogelijkheid is vervat in de derde betekenis: door het altijd stromende karakter ervan. Opslagbewustzijn is als een tuin waarin we de zaden van bloemen, fruit en groenten kunnen stoppen. En dan zullen daar bloemen, vruchten en groenten groeien. Geestelijk Bewustzijn is niet meer dan een tuinman. Een tuinman kan het land helpen door ervoor te zorgen en de tuinman moet geloven dat inspanningen vrucht zullen dragen. Als beoefenaars kunnen we niet alleen op ons Geestelijk Bewustzijn vertrouwen We moeten ook op ons Opslagbewustzijn kunnen rekenen. Want daar worden beslissingen genomen.

We laten ons beïnvloeden door het Opslagbewustzijn van anderen Daarom moeten we onze vrienden verstandig kiezen.

Stel dat u iets op uw computer typt. Deze informatie wordt opgeslagen op de harde schijf. Die harde schijf is net zoiets als ons Opslagbewustzijn. Hoewel de informatie niet altijd op het scherm verschijnt, is deze er nog steeds. Je hoeft alleen maar te klikken en alles zal weer zichtbaar worden. De Bija, het zaadje in het opslagbewustzijn, lijkt op de gegevens die je op je computer bewaart. Als je wilt, kun je ‘klikken’ om de inhoud op het scherm van je mentale bewustzijn te laten verschijnen. Geestelijk bewustzijn is als een scherm en opslagbewustzijn is als de harde schijf, omdat je er veel in kunt opslaan. Opslagbewustzijn heeft de capaciteit om er veel informatie in op te slaan, te onderhouden en te bewaren, zodat deze niet zal worden gewist.

In tegenstelling tot informatie op een harde computerschijf zijn zaden echter van organische aard en kunnen ze worden aangepast, gekoesterd en verzorgd. Het zaad van haat kan bijvoorbeeld worden verzwakt, en zijn energie kan worden omgezet in een energie van mededogen. Het zaad van liefde kan worden verzorgd en versterkt. De aard van de informatie die door het Opslagbewustzijn wordt bewaard en verwerkt is altijd vloeiend, en altijd aan het veranderen. Liefde kan worden omgezet in haat, en haat kan worden omgezet in liefde.

Laag Vier – Manas Bewustzijn

Opslagbewustzijn is ook slachtoffer. Het is een object van gehechtheid, Het is niet vrij. In het opslagbewustzijn zijn er elementen van onwetendheid: zoals ‘waan, woede, en angst’. Deze elementen vormen samen een sterke energie die je vasthoudt, die je wilt bezitten. Dit is het vierde bewustzijnsniveau, Manas genaamd, dat ik graag vertaal als ‘overpeinzing’. Manas Bewustzijn heeft aan de basis geloof in een gescheiden zelf, geloof in een persoon. Dit bewustzijn, het gevoel en instinct dat ‘ik ben’ wordt genoemd, zit heel diep onder in het opslagbewustzijn. Het is geen opvatting die door ‘het geestelijk bewustzijn’ wordt overgenomen. Diep verscholen in het Opslagbewustzijn leeft het idee dat er een ‘zelf’‘ bestaat dat afgescheiden is van niet-eigen elementen. De functie van Manas is om vast te houden aan het opslagbewustzijn als ‘een afgescheiden zelf’’.

Een andere manier om aan Manas te denken is als aan ‘Adana bewustzijn’. Adana betekent ‘toe-eigening’. Stel je een wijnstok voor die een scheut heeft, en dat die scheut vervolgens terugkeert en de stam van de boom weer omhelst. Die scheut is onderdeel van de stam en niet los daarvan. Dit diepgewortelde waanidee – het geloof dat er een afgescheiden zelf is –zit genesteld in het opslagbewustzijn als het resultaat van onwetendheid en angst. Dit leidt tot een energie die zich omkeert, het opslagbewustzijn omarmt, en het tot het enige object van zijn liefde maakt .

De functie van Manas is om het opslagbewustzijn te bestempelen als van zichzelf

De Illusie van Vrijheid

Manas is altijd actief. Het laat het opslagbewustzijn nooit los. Het omstrengelt het, en houdt het opslagbewustzijn constant in zijn greep. Manas gelooft dat het opslagbewustzijn het voorwerp van zijn liefde moet zijn. Het is een illusie dat het opslagbewustzijn ‘mij’ is, mijn geliefde, dus die kan ik niet laten gaan. Dag en nacht is er een geheime, diepe overtuiging dat ik dit ben. Dit is van mij, en ik moet alles doen wat ik kan om het te begrijpen, te beschermen, en het van mij te maken. Manas is geboren en geworteld in het opslagbewustzijn. Het komt voort uit het opslagbewustzijn, draait zich om en omvat het Opslagbewustzijn als zijn object: “Jij bent mijn geliefde, jij bent mij.” De functie van Manas is om het opslagbewustzijn te bestempelen als van zichzelf.

Hoe de lagen samenwerken

We hebben de namen van de vier lagen van bewustzijn gezien, en hebben kunnen waarnemen hoe ze met elkaar omgaan. Opslagbewustzijn is een proces – altijd vloeiend, altijd aanwezig, nooit onderbroken. Maar het bewustzijn van de geest kan wel worden onderbroken. Als we bijvoorbeeld slapen zonder te dromen, functioneert het bewustzijn niet. Als we in coma zijn stopt het bewustzijn volledig. Als het Geestelijk Bewustzijn volledig stopt met werken – is er geen denken, geen planning, er is niets – ook dan blijft het opslagbewustzijn actief.

Sommige neurowetenschappers gebruiken de term ‘achtergrond bewustzijn’ om opslagbewustzijn te beschrijven. Ze noemen geestelijk bewustzijn simpelweg: Bewustzijn. Of je nu wakker bent of slaapt, of je droomt of niet droomt, het verwerken en opslaan van informatie wordt continu gedaan door het opslagbewustzijn, of je het nu wilt of niet.

Wakker of in slaap – het verwerken en opslaan van informatie gebeurt continu.

Er zijn tijden waarop het zintuiglijke bewustzijn samenwerkt met het opslagbewustzijn zonder door de geest heen te gaan. Het is grappig, maar het gebeurt heel vaak. Als u autorijdt, kunt u veel ongelukken voorkomen, zelfs als uw geestelijk bewustzijn aan heel andere dingen denkt. Je denkt misschien zelfs helemaal niet aan autorijden. En toch komen daar meestal geen ongelukken van.

Dit komt doordat de indrukken en beelden van het oogbewustzijn worden ontvangen door het opslagbewustzijn, waardoor er beslissingen voor je worden genomen zonder ooit door het bewustzijn van de geest te gaan. Als iemand plotseling iets in het blikveld van je ogen doet, bijvoorbeeld als iemand op het punt staat om je te slaan, of als iets op het punt staat om bovenop je te vallen, reageer je snel. Die snelle reactie, die beslissing, wordt niet door het geestelijk bewustzijn gemaakt.

’s Nachts in een koude kamer, hoewel je niet droomt, en je geestelijk bewustzijn niet functioneert, dringt het gevoel van kou in je lichaam door op het niveau van het zintuiglijke bewustzijn. Dat veroorzaakt een trilling op het niveau van het opslagbewustzijn, zodat je lichaam wordt aangezet om de deken omhoog te doen om je te bedekken. Of we nu autorijden, een machine bedienen of andere taken uitvoeren, velen van ons laten ons zintuiglijke bewustzijn samenwerken met het opslagbewustzijn, wat ons in staat stelt veel dingen te doen zonder tussenkomst van het geestelijk bewustzijn. Als we ons geestelijk bewustzijn activeren kunnen we ons plotseling bewust worden van de mentale formaties die daarbij opkomen. 

De Mentale Formaties begrijpen

Het woord ‘formatie’, (Samskara in het Sanskriet), betekent dat iets dat zich manifesteert als veel omstandigheden samenvallen. Als we naar een bloem kijken kunnen we veel elementen herkennen die bij elkaar komen om de bloem in die vorm te manifesteren. We weten dat er zonder de regen geen water kan zijn, en de bloem kan zich dan niet zou kunnen manifesteren. En we zien ook dat de zon er is. De aarde, de compost, de tuinman, tijd, ruimte en veel elementen kwamen samen om ervoor te zorgen dat deze bloem zich kan manifesteren. De bloem heeft geen afzonderlijk bestaan; hij is een formatie. De zon, de maan, de berg en de rivier, het zijn allemaal formaties. Het gebruik van het woord ‘formatie’ herinnert ons eraan dat er geen afzonderlijke kern van het bestaan ​​in zit. Er is alleen een samenkomen van heel veel voorwaarden om iets te kunnen manifesteren. Als beoefenaren van het boeddhisme kunnen we er onszelf in trainen om alles als een formatie waar te nemen. We weten ook dat alle formaties voortdurend veranderen. Vergankelijkheid is een van de kenmerken van de werkelijkheid, omdat alles verandert.

Dingen zien als formaties herinneren ons eraan dat alles verandert. Alles is vergankelijk.

Formaties die in het bewustzijn bestaan, worden mentale formaties genoemd. Als er contact is tussen een zintuig, (ogen, oren, mond, neus, lichaam), en een object, ontstaat ‘het bewustzijn van het bewustzijn’. Op het moment dat je ogen voor het eerst een voorwerp waarnemen, of als je voor het eerst de wind op je huid voelt, manifesteert de eerste mentale contactvorm zich. Dit contact veroorzaakt een trilling op het niveau van opslagbewustzijn.

Als de indruk zwak is, stopt de vibratie en herstelt de stroom van het opslagbewustzijn de rust. Je blijft slapen of je gaat door met je activiteiten, omdat die indruk die gecreëerd is door aanraking niet sterk genoeg is geweest om de aandacht te trekken van ‘bewustzijns-bewustzijn’. Het is alsof een vliegend insect op het wateroppervlak terechtkomt en het water een beetje doet rimpelen. Nadat het insect is weggevlogen, wordt het wateroppervlak weer helemaal rustig. Dus hoewel de mentale formatie zich manifesteert, hoewel de stroom van het levenscontinuüm vibreert, is er geen bewustzijn geboren in het bewustzijn van het bewustzijn omdat de indruk te zwak is.

Soms is in de boeddhistische psychologie sprake van negenenveertig of vijftig mentale formaties. In mijn traditie kennen we er eenenvijftig. Van de eenenvijftig mentale formaties is ‘contact’ de eerste, gevolgd door aandacht, gevoel, perceptie en wil. Deze vijf mentale formaties kunnen heel snel plaatsvinden, en hun intensiteit, hun diepte, varieert in elk niveau van bewustzijn. Als we bijvoorbeeld over aandacht spreken, kunnen we de aandacht zien in de context van het opslagbewustzijn, en kunnen we aandacht zien op het niveau van het geestelijk bewustzijn.  De intensiteit, of de diepte van aandacht, is op de twee niveaus heel verschillend.

De eenenvijftig mentale formaties worden ook ‘mentale begeleiders’ genoemd. Dat wil zeggen, ze zijn precies de inhoud van het bewustzijn, net zoals de manier waarop waterdruppels precies de inhoud van de rivier zijn. Woede is bijvoorbeeld een mentale formatie. Geestelijk bewustzijn kan zich zo gedragen dat woede zich kan manifesteert in het bewustzijn van het bewustzijn. Op dat moment is het gedachtenbewustzijn vervuld van woede, en kunnen we het gevoel hebben dat ons bewustzijn van de geest vol is met niets anders dan woede. Maar in feite is het mentale bewustzijn niet alleen maar woede, omdat later ook medeleven ontstaat, en op dat moment wordt geestelijk bewustzijn mededogen. Geestelijk bewustzijn is, op verschillende tijdstippen, alle eenenvijftig mentale formaties tegelijk, hetzij positief, negatief, of neutraal.

Geestelijk Bewustzijn is, op verschillende tijdstippen, alle eenenvijftig mentale formaties tegelijk.

Zonder mentale formaties kan er geen bewustzijn zijn. Het is alsof we een vlucht vogels bespreken. De formatie houdt de vogels bij elkaar en ze vliegen prachtig in de lucht. Je hebt niemand nodig om de vogels vast te houden en ze in een formatie te laten vliegen. Je hebt geen zelf nodig om de formatie te maken.

Als we zeggen dat het regent, bedoelen we dat er geregend wordt. Je hebt niet iemand van boven nodig om het te laten regenen. Het is niet zo dat er regen is, het gaat over degene die de regen veroorzaakt. Als je zegt dat de regen valt, is dat heel grappig, want als het niet zou vallen, zou het geen regen zijn. In onze manier van spreken zijn we gewend aan het gebruik van een onderwerp en een werkwoord. Daarom hebben we het woord ‘het’ nodig wanneer we zeggen: “het regent.” ‘Het’ is het subject, datgene die de regen mogelijk maakt. Maar als we goed kijken, hebben we geen ‘regener’ nodig, we hebben alleen de regen nodig. Het regent en de regen is hetzelfde. De formatie van vogels en de vogels zijn hetzelfde – er is geen ‘zelf’, geen betrokken baas.

Denken zonder een denker. Voelen zonder voeler. Wat is onze boosheid zonder ons ‘zelf?’ Dit is het doel van onze meditatie.

Als we mediteren, oefenen we intensief om licht en helderheid te brengen in onze manier om dingen te zien. Als het visioen van het niet-zelf wordt verkregen, wordt onze misleiding opgeheven. Dat is wat we transformatie noemen. In de boeddhistische traditie is transformatie mogelijk naar diepgaand begrijpen. Op het moment dat de visie van het niet-zelf daar is, valt Manas, de ongrijpbare notie van ‘ik ben’, uiteen en genieten we op dat moment van vrijheid en geluk.

Bron

Vertaler: Hansjelle Dijkstra