…voor inspiratie, levenswijsheid en bezinning

Posts Tagged ‘Betere wereld’

Bevrijding van het Verhaal van Afscheiding

Een transformatie van bewustzijn
Soms voel ik me weemoedig over de culturele mythologie van mijn jeugd, een wereld waarin niets mis was met frisdrank, waarin Amerika democratie naar de wereld bracht, waarin de dokter je kon genezen, waarin de wetenschap het leven steeds beter zou maken, en ze gewoon een mens op de maan konden zetten.

Het leven was logisch. Als je hard had gewerkt, kon je goede cijfers halen, naar de middelbare school gaan, een goede universiteit volgen, of een ander beroepsroute volgen, en je zou gelukkig zijn. Op een paar ongelukkige uitzonderingen na, zou je succesvol zijn als je je aan de regels van onze samenleving hield: als je het laatste medische advies opvolgde, op de hoogte werd gehouden door de New York Times, je een goede opleiding volgde, de wet gehoorzaamde, voorzichtig investeerde en wegbleef van slechte dingen zoals drugs. Natuurlijk waren er problemen, maar de wetenschappers en deskundigen werkten hard om die op te lossen. Al snel zouden een nieuwe medische vooruitgang, nieuwe wetten, en een nieuwe onderwijstechniek de verdere verbetering van het leven voortstuwen. De manier waarop ik mijn jeugd ervoer maakte deel uit van een verhaal dat ik het ‘Verhaal van de Mensheid’ noem, waarin de mensheid voorbestemd was om een ​​perfecte wereld te creëren met behulp van wetenschap, rede en technologie: om zo de natuur te veroveren, onze dierlijke oorsprong te overstijgen, en om een rationele samenleving te ontwikkelen.

Vanuit mijn standpunt leken de uitgangspunten van dit verhaal onbetwistbaar. Mijn opleiding, de media en vooral de gewoonheid van de routines om me heen werkten samen om uit te drukken: ‘Alles is in orde.’ Tegenwoordig wordt het steeds duidelijker dat dit een luchtbelwereld was die gebukt ging onder massaal menselijk lijden en de aantasting van het milieu. Maar in die tijd kon men in die luchtbel leven zonder veel zelfbedrog. Het verhaal dat ons inkapselde was robuust. Het hield gemakkelijk afwijkende gezichtspunten buiten schot.

Beter weten
Desalniettemin voelde ik, (zoals vele anderen), een onjuistheid in de wereld, een onjuistheid die door de kieren van mijn bevoorrechte, geïsoleerde jeugd heen sijpelde. Ik heb nooit volledig geaccepteerd wat mij als normaal werd voorgehouden. Ik wist dat het leven vreugdevoller zou zijn dan dit, reëler, zinvoller. En de wereld zou mooier zijn. Het was niet de bedoeling dat we doordeweekse dagen zouden moeten haten, en dat we naar het weekend en feestdagen toe zouden moeten leven. Het was niet de bedoeling dat we onze vingers zouden moeten opsteken om te mogen plassen. Het was niet de bedoeling dat we op een mooie dag, dag in dag uit, binnen zouden moeten worden gehouden.

En toen mijn horizon zich verbreedde, wist ik dat miljoenen mensen niet zouden mogen verhongeren, dat kernwapens niet boven onze hoofden zouden mogen hangen, dat de regenwouden niet zouden mogen krimpen, dat de vissen niet zouden mogen sterven, en dat condors en adelaars niet zouden mogen verdwijnen.

Ik kon het gebruikelijke verhaal over hoe mijn cultuur met deze dingen omging echter niet accepteren: als fragmentarische problemen die moesten worden opgelost, als ongelukkige feiten van het leven om te betreuren, of als grenzeloze taboe-onderwerpen die eenvoudigweg konden worden genegeerd.

Op een bepaald niveau weten we allemaal beter. Deze kennis vindt zelden een duidelijke beklemtoning, en in plaats daarvan drukken we het indirect uit door heimelijke en openlijke rebellie. Verslaving, zelfsabotage, uitstelgedrag, luiheid, woede, chronische vermoeidheid en depressie, het zijn allemaal manieren waarop  we volledige deelname aan het levensprogramma dat ons wordt aangeboden uit de weg gaan. Als de bewuste geest geen reden kan vinden om nee te zeggen, zegt het onbewuste op zijn eigen manier nee. Steeds meer mensen kunnen het niet langer aanzien om in het ‘oude normaal’ te blijven.

Het verhaal van normaal
Dit verhaal van normaal brokkelt ook op een systemisch niveau af. We leven vandaag op een overgangsmoment tussen werelden. De instellingen die ons door de eeuwen heen hebben ondersteund, hebben hun vitaliteit verloren; alleen met groeiend zelfbedrog kunnen we doen alsof we duurzaam leven. Onze systemen op het gebied van geld, politiek, energie, medicijnen, onderwijs en nog veel meer, leveren niet langer de voordelen op die ze ooit hadden, (of leken te hebben). Hun utopische belofte, die een eeuw geleden zo inspirerend was, verdwijnt elk jaar verder uit het zicht. Miljoenen van ons weten dit; in toenemende mate doen we nauwelijks de moeite om ons anders voor te doen. Toch lijken we niet in staat om te kunnen veranderen, onvermogend zelfs om te stoppen met onze deelname aan de industriële beschaving die in een hoog tempo richting van de afgrond raast.

Ik heb in mijn eerdere werk een herformulering aangeboden van dit proces, waarbij ik de menselijke culturele evolutie zie als een verhaal over groei, gevolgd door een crisis, gevolgd door instorting, gevolgd door een wedergeboorte: De opkomst van een nieuw soort beschaving, een tijdperk van hereniging, volgend op het tijdperk van afscheiding. Misschien vindt diepgaande verandering alleen plaats door ineenstorting. Dat geldt zeker voor velen op een persoonlijk vlak. Je weet misschien verstandelijk dat je levensstijl niet duurzaam is en dat je je manier van leven moet veranderen. “Ja, Ja. Ik weet dat ik moet stoppen met roken, meer moet bewegen en moet stoppen met kopen op krediet.”

Maar hoe vaak verandert iemand zonder te zijn wakker geschud, of zelfs na een hele reeks wakkerschuddingen? Onze gewoonten zijn immers ingebed in een manier van zijn die alle aspecten van het leven omvat. Vandaar het gezegde: “Je kunt één ding niet veranderen zonder alles te veranderen.”

Ontwaken in onderlinge verbondenheid

Op collectief niveau geldt hetzelfde. Als we ons bewust worden van de onderlinge verbondenheid van al onze systemen, zien we dat we bijvoorbeeld onze energietechnologieën niet kunnen veranderen zonder het economische systeem dat ze ondersteunt te veranderen. We gaan ook inzien dat al onze externe instellingen, onze basispercepties van de wereld weerspiegelen, evenals onze onzichtbare ideologieën en geloofssystemen. In die zin kunnen we zeggen dat de ecologische crisis – zoals al onze crises – een spirituele crisis is. Daarmee bedoel ik dat het helemaal tot op de bodem gaat, en alle aspecten van onze menselijkheid omvat.

En wat is er precies op die bodem? Wat bedoel ik met een ‘overgang tussen werelden’? Op basis van onze beschaving ligt een verhaal, een mythologie. Ik noem het Verhaal van de Wereld, of het Verhaal van de Mensheid – een matrix van verhalen, overeenkomsten en symbolische systemen, die de antwoorden bevat die onze cultuur biedt op de meest fundamentele vragen van het leven:

  • Wie ben ik?
    • Waarom gebeuren dingen?
    • Wat is het doel van het leven?
    • Wat is de menselijke natuur?
    • Wat is heilig?
    • Wie zijn wij als volk?
    • Waar komen we vandaan en waar gaan we heen?Onze cultuur beantwoordt ze min of meer als volgt. Ik zal deze antwoorden zuiver uitdrukken, dit Verhaal van de Wereld, hoewel het in feite nooit volledig toonaangevend is geweest, zelfs niet toen het zijn hoogtepunt bereikte in de vorige eeuw. Je zou kunnen toegeven dat sommige van deze antwoorden wetenschappelijk achterhaald zijn, maar deze achterhaalde negentiende, en twintigste-eeuwse wetenschap, genereert nog steeds onze kijk op wat echt, mogelijk en praktisch is. De nieuwe fysica, de nieuwe biologie, de nieuwe psychologie zijn nog maar net begonnen om onze opvattingen te infiltreren.

Hier zijn de oude antwoorden:

Wie ben je? Je bent een afzonderlijk individu tussen andere afzonderlijke individuen, in een universum dat ook van jou gescheiden is. Je bent een cartesiaans stuk bewustzijn dat naar buiten kijkt door de ogen van een robot van vlees die door zijn genen geprogrammeerd is op maximaal reproductief zelfbelang. Je bent een bubbel psychologie, een geest, (al dan niet op de hersenen gebaseerd), gescheiden van andere geesten, en gescheiden van de materie. Of je bent een ziel, omhuld door vlees, gescheiden van de wereld, en gescheiden van andere zielen. Of je bent een stukje massa, een opeenhoping van deeltjes die werken volgens de onpersoonlijke krachten van de natuurkunde.

Waarom gebeuren dingen? Nogmaals, de onpersoonlijke krachten van de natuurkunde werken in op een generiek materiaalsubstraat van fundamentele deeltjes. Alle verschijnselen zijn het resultaat van deze wiskundig bepaalde interacties. Intelligentie, orde, doel en ontwerp zijn illusies; onder dit alles is er slechts een doelloze wirwar van krachten en massa’s. Elk fenomeen, elke beweging, al het leven, is het resultaat van de som van de krachten die op objecten inwerken.

Wat is het doel van het leven? Er is geen doel, uitsluitend oorzaak. Het universum is in z’n oorsprong, blind en dood. Het denken is slechts een elektrochemische impuls; liefde slechts een hormonale cascade die onze hersenen opnieuw van bedrading voorziet. Het enige doel van het leven, (anders dan dat wat we er zelf van maken), is simpelweg om te leven, te overleven en te reproduceren, om daarmee het rationele eigenbelang te maximaliseren. Omdat we fundamenteel van elkaar gescheiden zijn, gaat mijn eigenbelang hoogstwaarschijnlijk ten koste van jouw eigenbelang. Alles dat niet ‘zelf’ is, is op zijn best onbelangrijk voor ons welzijn, en in het ergste geval zelfs vijandig.

Wat is de menselijke natuur? Om ons te beschermen tegen dit vijandige universum van concurrerende individuen en onpersoonlijke krachten, moeten we zoveel mogelijk controle uitoefenen. We zoeken alles wat dat doel bevordert; bijvoorbeeld geld, status, beveiliging, informatie en macht. Alle dingen die we ‘werelds’ noemen, de basis van onze natuur, onze motivaties en onze verlangens, zijn wat alleen maar wat het kwaad kan worden genoemd. Het is een meedogenloze maximalisatie van eigenbelang.

Wat is daarom heilig? Aangezien het blinde, meedogenloze streven naar eigenbelang asociaal is, is het belangrijk om onze biologische programmering te overwinnen en ‘hogere dingen’ na te streven. Een heilig persoon bezwijkt niet voor de verlangens van het vlees. Hij of zij kiest het pad van zelfverloochening, van discipline, opklimmend naar het rijk van de geest of, in de seculiere versie van deze zoektocht, naar het rijk van de rede en de geest, principes en ethiek. Voor de religieuze mens is heilig zijn bovenaards; zijn ziel is gescheiden van het lichaam, en God leeft hoog boven de aarde. Ondanks hun oppervlakkige tegenstellingen zijn wetenschap en religie het erover eens: het heilige is niet van deze wereld.

Wie zijn wij als volk? We zijn een speciaal soort dier, het hoogtepunt van de evolutie. Met hersenen die zowel de culturele als de genetische overdracht van informatie mogelijk maken. We zijn uniek vanwege het bezit van een ziel, (vanuit een religies standpunt beschouwd), en van een rationele geest, (gezien vanuit een wetenschappelijk standpunt). In ons mechanische universum hebben alleen wij bewustzijn, en beschikken we over de middelen om de wereld tot op zekere hoogte te vormen naar ons ontwerp. De enige beperking om dit uit te voeren is de hoeveelheid kracht die ons ter beschikking staat, en de nauwkeurigheid waarmee we die kunnen inzetten. Hoe beter we daarin slagen, in dit onverschillige en vijandige universum, hoe comfortabeler en veiliger de wereld voor ons kan zijn.

Waar komen we vandaan en waar gaan we heen? We zijn begonnen als naakte, onwetende dieren, die nauwelijks bewust bezig waren met overleven. We leefden een bestaan dat smerig, ruw en kort was. Gelukkig veranderde, dankzij onze grote hersenen, bijgeloof in wetenschap en nam technologie de plaats in van rituelen. We klommen op tot de heersers over en de eigenaren van de natuur, domesticeerden planten en dieren, maakten gebruik van natuurlijke krachten, overwonnen bepaalde ziektes, en legden de diepste geheimen van het universum bloot. We zijn vastbesloten om die overwinning te voltooien: onszelf te bevrijden van arbeid, van alle ziektes, zelfs van de dood, en om op te stijgen naar andere hemellichamen, en de natuur helemaal achter ons te laten. 

Het verhaal van de mensheid

De antwoorden op deze vragen verschillen per cultuur. Ze dompelen ons zo verregaand onder dat we ze als werkelijkheid zijn gaan zien. Deze antwoorden veranderen tegenwoordig, samen met alles wat daarop is gebaseerd. Wat neerkomt op onze hele beschaving. Daarom krijgen we soms het duizelingwekkende gevoel dat de hele wereld in brokstukken uit elkaar valt. Als we de leegheid zien van wat ooit zo echt, praktisch en duurzaam leek, geeft dat ons dat een gevoel alsof we op de rand van een afgrond staan. Wat komt hierna? Wat is belangrijk? Wat is het doel van mijn leven? Hoe kan ik heel worden? De oude antwoorden vervagen, terwijl het verhaal van de mensheid dat ooit de antwoorden in zich droeg, rondom ons uiteenvalt.

Net als de crisis gaat de transitie die voor ons ligt helemaal tot op de bodem. Innerlijk is het niets minder dan een transformatie van de manier waarop we het leven ervaren. Uiterlijk is het niets minder dan een transformatie van de rol van de mensheid op de planeet Aarde. Ik bied deze tekst niet aan als iemand die deze transitie zelf heeft afgerond. Verre van dat. Ik beschik niet over meer autoriteit dan welke andere man of vrouw ook. Ik ben geen avatar of heilige. Ik ben geen kanaal voor verlichte meesters of ET’s. Ik beschik niet over buitengewone geestelijke krachten of intellectuele genialiteit. Ik heb geen opmerkelijke moeilijkheden of beproevingen doorstaan. Ik beheers geen diepe spirituele vaardigheden of sjamanistische training. Ik ben een gewone man. Je zult mijn woorden op waarde moeten taxeren.

En als mijn woorden hun doel bereiken, namelijk het katalyseren van een volgende stap, groot of klein, naar een mooiere wereld, waarvan ons hart weet dat die wereld mogelijk is, dan wordt mijn gewoon mens zijn belangrijk. Het laat zien hoe dicht wij allemaal, wij gewone mensen, bij een diepgaande transformatie staan van bewustzijn en bestaan. Als ik, een gewone man, dat kan zien, moeten we er bijna zijn.

Dit is het bewerkte eerste hoofdstuk uit Een betere wereld waarvan we in ons hart weten dat die mogelijk is van Charles Eisenstein

Vertaling: Hansjelle Dijkstra

 

 

Verbondenheid (hoofdstuk 3 uit Een betere wereld)

Ik weet eigenlijk niet zeker of ik wel besta.
Ik ben alle schrijvers die ik heb gelezen,
Alle mensen die ik heb ontmoet,
alle vrouwen die ik heb liefgehad,
alle steden die ik heb bezocht.

–Jorge Luis Borges

Steeds meer activisten op verschillende terreinen – politiek, maatschappelijk of spiritueel – beginnen in te zien dat ze veel met elkaar gemeen hebben. Een holistische acupuncturist en iemand die zich inzet voor de bescherming van zeeschildpadden kunnen misschien niet verklaren waarom ze het gevoel hebben hetzelfde doel na te streven, maar dat doet niets af aan het feit dat ze dat doen. Allebei zijn ze dienstbaar aan een Verhaal van de Mensheid dat bezig is zich te vormen en dat de mythologie van een nieuw soort beschaving zal bepalen.
Ik noem dit het Verhaal van Verbinding of anders het Tijdperk van Hereniging, het ecologische tijdperk en de wereld van het geschenk. Het verschaft ons radicaal nieuwe antwoorden op de grote levensvragen. Hier zijn enkele van de uitgangspunten van dat nieuwe verhaal:

• Mijn wezen is deel van het jouwe en dat van alle andere wezens. Dit gaat veel verder dan wederzijdse afhankelijkheid: het bestaan zelf is relationeel van aard.
• Wat we een ander aandoen, doen we ook onszelf aan.
• Ieder van ons beschikt over een unieke gave die de wereld nodig heeft.
• De bedoeling van leven is onze gaven tot uiting te brengen.
• Elke daad is van belang en heeft effect op de kosmos.
• We zijn ten diepste onscheidbaar van elkaar, van alle andere wezens en van het universum.
• Iedereen die we ontmoeten en alles wat we meemaken is een reflectie van iets in onszelf.
• De mensheid behoort tot de familie van alle levende wezens op aarde en biedt haar unieke gaven aan ter bevordering van het welzijn en de ontwikkeling van het geheel.
• Bedoeling, bewustzijn en intelligentie zijn inherente eigenschappen van zowel de materie als het universum.

Een groot deel van dit boek is gewijd aan de nadere uitwerking van het Verhaal van Verbinding. Naarmate we dit soort kennis meer met elkaar delen, worden we sterker en staan we minder alleen. Daarvoor hoeven we de wetenschap niet af te wijzen, want daar voltrekken zich precies dezelfde paradigmaverschuivingen. We hoeven niet bang te zijn dat we niet in ons levensonderhoud kunnen voorzien, want vertrouwen in het geschenk zal ons leiden naar onverwachte hulpbronnen. We hoeven niet bang te zijn door onze omgeving te worden afgewezen, want steeds meer mensen leven elk op hun eigen manier vanuit het nieuwe verhaal, waardoor een groeiend gevoel van saamhorigheid ontstaat. Ook is het niet nodig ons af te keren van de wereld van Afscheiding, want het nieuwe verhaal verschaft ons nieuwe en effectieve manieren om verandering in gang te zetten.

Het belangrijkste vertrekpunt van het nieuwe verhaal is dat we onlosmakelijk zijn verbonden met het universum en dat ons bestaan vervlochten is met alles en iedereen. En waarom zouden we dat geloven? Om met het meest voor de hand liggende te beginnen: verbonden zijn is iets wat je kunt voelen. Waarom doet het pijn als je te horen krijgt dat een ander iets ergs is overkomen? Waarom voelt het als een klap als je het uitgebleekte skelet van een afgestorven koraalrif ziet? Dat komt doordat het letterlijk onszelf, ons inclusieve zelf, overkomt. Het geïsoleerde zelf vraagt zich af: ‘Hoe kan het dat dit mij raakt?’ De pijn lijkt irrationeel en laat zich misschien wegredeneren als een soort kortsluiting in een genetisch bepaald systeem dat ervoor zorgt dat we verwanten willen beschermen. Maar waarom overkomt het ons ook als het gaat om wildvreemden of zelfs andere soorten? Waarom willen we zo graag dat het iedereen goed gaat? Enige introspectie wijst uit dat onze hulpvaardigheid niet voortkomt uit rationele overwegingen, zoals de gedachte dat een specifiek onrecht of ecologische ramp op enig moment bedreigend kan zijn voor ons persoonlijk welzijn. De pijn is veel directer dan dat en bovendien fysiek. Het doet pijn omdat het ons letterlijk zelf overkomt.

Dienstbaar willen zijn aan iets dat groter is dan ons geïsoleerde zelf en de pijn die we voelen als anderen lijden, zijn twee kanten van dezelfde medaille. Allebei geven ze blijk van onze onderlinge verbondenheid. Recente wetenschappelijke inzichten op het gebied van spiegelneuronen, horizontale genoverdracht, groepsevolutie en morfogenetische velden nemen hen niet weg, maar duiden op een algemeen principe van verbondenheid of, mag ik het zeggen, eenheid. De wetenschap lijkt te gaan bevestigen wat we intuïtief allang wisten: we zijn omvattender en inclusiever dan ons verteld is. Wij zijn niet enkel een ego met een velletje erom, een in vlees gevangen ziel; wij zijn elkaar en wij zijn de wereld.

Onze maatschappij is grotendeels gebaseerd op de ontkenning van die waarheid. Het zijn onze ideologische en systemische oogkleppen die ervoor zorgen dat we de slachtoffers van industriële beschaving niet hoeven te zien en zo het leven draaglijk maken. Want wie van ons zou een hongerig kind van drie zijn laatste stukje brood afpakken of een moeder met geweld dwingen in een textielfabriek te gaan werken? Maar vanwege onze consumptiepatronen en door deel te nemen aan de economie doen we dagelijks dingen die op hetzelfde neerkomen. En alles wat de wereld overkomt, overkomt ook onszelf. Ver uit de buurt van afstervende wouden, uitgebuite arbeiders en hongerige kinderen zijn we ons onbewust van de bron van onze pijn, maar dat betekent allerminst dat we die pijn niet voelen. Iemand die fysiek geweld pleegt, voelt wroeging zodra hij beseft wat hij heeft gedaan. Zelfs er getuige van zijn doet pijn. Maar de meesten van ons zijn niet in staat om wroeging te voelen bij, laten we zeggen, de ecologische schade die wordt veroorzaakt door het delven van zeldzame mineralen voor onze smartphones. De pijn daarvan en van al het andere onzichtbare geweld van de Machinerie van de industriële beschaving is veel diffuser. Ons leven is er zo van doordrongen, dat we nauwelijks weten hoe het is om ons goed te voelen. Heel af en toe breekt dat besef even door, dankzij genade of drugs of omdat we verliefd zijn. En op die schaarse momenten realiseren we ons hoe mooi het kan zijn. Lang duurt die euforie overigens zelden.

Het doet me denken aan een klein meisje dat door haar moeder werd meegenomen naar een vriendin van me die chiropractor is. De moeder zei: ‘Volgens mij is er iets mis met mijn dochter. Ze is heel rustig en gedraagt zich altijd keurig, maar ik heb haar nog nooit horen lachen. Zelfs glimlachen doet ze bijna nooit.’
Mijn vriendin onderzocht het meisje en constateerde een verschoven wervel, iets wat chronische hoofdpijn kan veroorzaken. Gelukkig kan een chiropractor het eenvoudig en blijvend corrigeren. Zodra ze de wervel had ‘rechtgezet’, barstte het meisje in lachen uit… voor de allereerste keer in haar leven! De allesoverheersende hoofdpijn die voor haar normaal was geworden, was als bij toverslag verdwenen.

Misschien heeft niet iedereen de ervaring dat het leven vol pijn is. Zelf voel ik me bijvoorbeeld behoorlijk goed. Maar ik herinner me momenten waarop ik me nog veel beter voelde, meer in verbinding en intens bewust. Het voelde zelfs alsof het eigenlijk altijd zo zou moeten zijn.
Is ons disfunctionele, consumptieve gedrag eigenlijk niet een vergeefse poging om te ontkomen aan de alomtegenwoordige pijn van het bestaan? De aanschaf van een nieuwe auto of een nieuw zelfhulpboek, of anders een leuk bedrag dat naar onze bankrekening wordt overgemaakt – ze zorgen kortstondig voor verlichting, maar de dieper gelegen wond wordt er niet beter van. Telkens als er even geen afleiding is – als we ons ‘vervelen’ – ervaren we ongemak.
Elke vorm van gedrag die de pijn verlicht zonder de bron ervan weg te nemen, kan uiteraard tot verslaving leiden. Laten we daarom niet te snel klaarstaan met ons oordeel over mensen die met verslaving kampen (in feite zijn we immers bijna allemaal verslaafd). Gedrag dat we aanzien voor hebzucht of zwakheid, is misschien een onhandige poging om een behoefte te bevredigen waarvan het werkelijke object onbereikbaar is. Dan heeft het geen zin om op te roepen tot meer discipline, zelfbeheersing of verantwoordelijkheid, omdat dat averechts uitpakt.

Toen ik het had over mensen die de pijn dempen door voortdurend dingen te kopen, voelde je misschien iets van minachting of zelfvoldaanheid. Ook dat is een vorm van afscheiding. De transitie die aanstaande is, zal leiden tot een verhaal waarin van minachting en zelfvoldaanheid niet langer sprake zal zijn. Het is een verhaal waarin de ene mens zich niet verheven voelt boven de andere, een verhaal waarin onze ethiek niet langer wordt bepaald door angst voor zelfhaat. We maken ons dat verhaal niet eigen door het nastreven van hoogdravende idealen, maar door de nuchtere erkenning van het feit dat we onscheidbaar zijn.

In Naar een economie van verbinding stelde ik dat gedrag dat we aanzien voor hebzucht, wel eens een poging zou kunnen zijn het geïsoleerde zelf uit te breiden om het verlies van verbondenheid te compenseren en dat de objecten van onze zelfzuchtige verlangens eigenlijk een substituut zijn voor wat we echt willen. De reclamewereld speelt hier voortdurend op in, met sportwagens als substituut voor vrijheid, junkfood en frisdrank als substituut voor opwinding, merkkleding als substituut voor maatschappelijke identiteit en verder vrijwel alles als substituut voor seks, wat zelf dan weer symbool staat voor het huidige gebrek aan intimiteit. Zo kunnen we het verafgoden van sporthelden zien als substituut voor het tonen van onze eigen grootheid, pretparken als substituut voor het verleggen van grenzen, pornografie als substituut voor eigenliefde en overmatig eten als substituut voor verbondenheid. De dingen waar we echt behoefte aan hebben, zijn in het leven dat de maatschappij ons biedt nauwelijks beschikbaar.

Een aanwijzing voor onze ware aard is gelegen in wat onmiskenbaar een uiting van hebzucht lijkt: het eindeloos najagen van rijkdom en macht. Hoe valt anders te verklaren dat voor veel extreem rijke mensen geen enkele hoeveelheid geld ooit genoeg is? Het kan een substituut zijn voor het verlangen om dienstbaar te zijn aan gemeenschap, maar geen enkele mate of hoeveelheid van het substituut zal ooit voldoende zijn.
Allemaal hebben we op onze eigen manier last van de wond van scheiding en van de pijn van de wereld en zoeken daarom naar een passende remedie. Als we iemand op grond daarvan veroordelen, doen we hetzelfde als wanneer we een baby verwijten dat hij huilt. Gedrag tot zelfzuchtig, hebzuchtig, egoïstisch of slecht bestempelen en het met geweld proberen te onderdrukken zonder de eigenlijke wond te behandelen, is een zinloze onderneming: de pijn vindt altijd een andere manier om zich te uiten. Hier ligt een belangrijke sleutel om tot besef van verbondenheid te komen: ‘Als ik jou was, zou ik het net zo doen als jij.’ Wij zijn één.

Het nieuwe Verhaal van de Mensheid is een Verhaal van Verbondenheid en hereniging. De kern ervan is het besef dat we ten diepste afhankelijk zijn van andere wezens, niet enkel om te overleven maar alleen al om te kunnen bestaan. Het is het besef dat mijn wezen het jouwe verrijkt. Op collectief niveau vertelt het nieuwe verhaal hetzelfde over de rol van de mens op aarde en zijn verhouding tot de rest van de natuur. Het is dit verhaal dat ons verenigt, dwars door ideologische, politieke en spirituele grenzen heen. Hoe meer we in de geest ervan handelen, des te beter zullen we in staat zijn een wereld te creëren die dat verhaal weerspiegelt.

Afscheiding (eerste hoofdstuk uit Een betere wereld waarvan we in ons hart weten dat die mogelijk is)

Soms verlang ik terug naar de mythologische cultuur uit mijn jeugd, een wereld waarin niks mis was met frisdrank, waarin alles draaide om de Super Bowl, waarin Amerika de wereld democratie bracht, waarin de dokter je beter kon maken en waarin de wetenschap ervoor zorgde dat we het steeds beter kregen en bovendien net een man op de maan had gezet.
Het leven was logisch. Als je goed je best deed en hoge cijfers haalde, kon je naar een goede universiteit gaan en zou je gelukkig worden. Succes was zo goed als verzekerd als je je aan de regels van de samenleving hield, naar de dokter luisterde, de New York Times las, een goede opleiding had, je geld verstandig belegde en je verre hield van kwalijke zaken als drugs. Er waren natuurlijk problemen, maar wetenschappers en andere deskundigen werkten hard om die op te lossen. Medische doorbraken, goed beleid en beter onderwijs zouden zorgen voor aldoor meer voortuitgang. De manier waarop ik als kind de wereld zag, was onderdeel van een verhaal dat ik het Verhaal van de Mensheid noem. Volgens dat verhaal was de mensheid voorbestemd om door middel van wetenschap, gezond verstand en technologie een volmaakte wereld te creëren door de natuur te bedwingen, haar dierlijke oorsprong achter zich te laten en een samenleving op te bouwen waarin de rede zou zegevieren.

Vanuit mijn standpunt bezien leken de fundamentele vooronderstellingen van dat verhaal boven elke twijfel verheven. Mijn opvoeding, mijn opleiding, de media en niet in de laatste plaats het leven van alledag – dat alles was doordrongen van dezelfde boodschap: ‘Alles is in orde’. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat dit een illusie was, een schijnwereld die onnoemelijk veel menselijk leed en milieubederf aan het oog onttrok, maar waarin we niettemin konden leven zonder onszelf al te zeer voor de gek te houden. We maakten immers deel uit van een groot en overtuigend verhaal. Alles wat daar van afweek, kon met gemak worden gemarginaliseerd.
Desondanks had ik – net als vele anderen – het gevoel dat er aan die wereld iets niet klopte, dat er iets slechts door de kieren van mijn bevoorrechte en geïsoleerde jeugd heen sijpelde. Ik kon nooit helemaal aanvaarden wat mij als normaal werd voorgehouden. Ergens wist ik dat het leven plezieriger, echter en zinvoller zou moeten zijn dan het geval was. Waarom zouden we een hekel moeten hebben aan maandagochtend en voortdurend uitkijken naar het weekend en de vakantie of onze hand moeten opsteken om te vragen of we naar de wc mochten? Waarom zouden we dag in dag uit binnen moeten blijven terwijl buiten de zon schijnt?

Naarmate mijn blik zich verruimde, werd ik me steeds scherper bewust van het onrecht in de wereld: dat miljoenen mensen honger leden, dat atoomwapens het voortbestaan van de mensheid bedreigden, dat regenwouden massaal werden omgehakt, dat de oceanen werden leeggevist en dat condors en adelaars dreigden uit te sterven. Ik kon me niet neerleggen bij de manier waarop deze dingen geduid werden in het leidende verhaal van mijn cultuur: als deelproblemen waarvoor nog geen oplossing was, minder gelukkige kanten van het bestaan of onbespreekbare taboeonderwerpen die weliswaar betreurenswaardig waren, maar die je verder gewoon kon negeren.

Tot op een zekere hoogte weten we allemaal wel beter. Dat inzicht wordt echter zelden expliciet verwoord en komt dus tot uiting in rebellie, zowel stilletjes als openlijk. Verslaving, zelfmutilatie, dingen op de lange baan schuiven, luiheid, woede, chronische vermoeidheid en depressiviteit zijn allemaal manieren om niet volledig deel te nemen aan het leven dat ons wordt voorgehouden. Als ons bewustzijn geen reden kan vinden om nee te zeggen, doet het onbewuste dat op zijn eigen manier. Wat vroeger als ‘normaal’ gold, is voor steeds meer mensen niet langer aanvaardbaar.

Het verhaal over wat normaal is, brokkelt ook op systeemniveau af. We bevinden ons in een overgangsfase tussen de ene wereld en de andere. Instituties die ons eeuwenlang dienstbaar zijn geweest, hebben hun vitaliteit verloren; alleen door onszelf steeds meer voor de gek te houden, kunnen we blijven beweren dat ze nog altijd relevant zijn. Onze systemen – zoals financiën, politiek, geneeskunde, energie en onderwijs – zijn niet langer de zegeningen die ze ons ooit waren (of althans leken te zijn). Hun utopische belofte, die een eeuw geleden nog zo inspirerend klonk, verliest gaandeweg steeds meer van haar glans. Miljoenen mensen beseffen het en houden nauwelijks nog de schijn op. En toch lijken we niet in staat te veranderen.
In een eerder boek heb ik dit proces in een ander kader geplaatst. Ik schetste de culturele evolutie van de mens als een verhaal van groei gevolgd door crisis. Na de ondergang zal uiteindelijk een nieuwe bloeiperiode aanbreken: de opkomst van een nieuw soort beschaving, het Tijdperk van Hereniging dat volgt op het Tijdperk van Afscheiding. Misschien kunnen ingrijpende veranderingen alleen op die manier tot stand komen. Op persoonlijk vlak is dat bij velen van ons zeker het geval. Het besef dat onze levensstijl niet houdbaar is en dat we onze manier van leven moeten veranderen, is vooral intellectueel. ‘Ja hoor, ik weet heus wel dat ik moet stoppen met roken, dat ik moet gaan sporten en dat ik eigenlijk geen dingen op afbetaling moet kopen.’

Verandering vereist echter meestal een aanzienlijke reeks wake-up calls. Onze gewoontes zijn immers ingebed in een manier van leven die alle aspecten van het bestaan omvat. Vandaar het gezegde dat je niet één ding kunt veranderen zonder dat daarmee alles verandert.
Op collectief niveau geldt hetzelfde. Zodra we inzien dat al onze systemen met elkaar samenhangen, wordt duidelijk dat we niet onze energietechnologie kunnen veranderen zonder ook iets te doen aan het economische systeem waarop die berust. We komen erachter dat al onze instituties reflecties zijn van onze fundamentele kijk op de wereld, onze ideologieën en overtuigingen. In die zin kunnen we stellen dat de ecologische crisis – net als eigenlijk elke andere – spiritueel van aard is. Daarmee bedoel ik dat ze raakt aan onze grondvesten en alle aspecten van ons mens-zijn omvat.

En wat zijn dan die grondvesten? Wat bedoel ik met die ‘overgang tussen de ene wereld en de andere’? Aan de basis van onze beschaving ligt een verhaal, een mythologie. Ik noem dit het Verhaal van de Wereld of het Verhaal van de Mensheid – een complex van vertelsels, afspraken en symbolische systemen waarin de antwoorden besloten liggen die onze cultuur te bieden heeft op de meest essentiële levensvragen:

* Wie ben ik?
* Waarom gebeuren dingen?
* Wat is het doel van het leven?
* Wat is de aard van de mens?
* Wat is heilig?
* Wie zijn wij als mensheid?
* Waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe?

Om aan te geven welke antwoorden onze cultuur te bieden heeft op deze vragen, maak ik gebruik van het Verhaal van de Wereld in zijn meest zuivere vorm, ook al is het in die vorm nooit helemaal leidend geweest, zelfs niet toen het in de vorige eeuw zijn glorietijd beleefde. Het zal duidelijk zijn dat sommige antwoorden in wetenschappelijke zin inmiddels achterhaald zijn, maar onze opvattingen over wat werkelijk, mogelijk en haalbaar is worden nog steeds in hoge mate bepaald door verouderde wetenschap uit de negentiende en twintigste eeuw. Revolutionaire nieuwe inzichten uit de natuurkunde, de biologie en de psychologie spelen in onze alledaagse overtuigingen nog nauwelijks een rol. Wat nu volgt zijn dus de oude antwoorden.

Wie ben ik? Je bent een afzonderlijk individu te midden van andere afzonderlijke individuen in een heelal waarvan je ook al bent afgescheiden. Je bent een brokje cartesiaans bewustzijn dat naar buiten kijkt door de ogen van een robot van vlees en bloed en dat door zijn genen geprogrammeerd is om zijn eigenbelang te maximaliseren. Je bent een psychologische bubbel, een geest – al dan niet gezeteld in een brein – die afgescheiden is van andere geesten en los staat van de materie. Of je bent een in vlees en bloed verpakte ziel, afgescheiden van de wereld en van andere zielen, of anders een massa deeltjes die onderworpen zijn aan de anonieme krachten van de natuur.
Waarom gebeuren dingen? Ook hier luidt het antwoord dat anonieme natuurkrachten inwerken op een substraat van fundamentele deeltjes. Alle verschijnselen zijn het gevolg van deze wiskundig bepaalde wisselwerking. Intelligentie, orde, bedoeling en ontwerp zijn slechts illusies; daarachter bevindt zich een volstrekt doelloze warboel van krachten en massa’s. Elk verschijnsel, elke beweging en elke levensvorm is het gevolg van alle krachten die op dingen inwerken.

Wat is het doel van het leven? Er is geen doel, alleen oorzaak. Het universum is in wezen blind en levenloos. Een gedachte is slechts een elektrochemische impuls; liefde is niet meer dan een stroom hormonen die de bedrading van onze hersenen verlegt. Het enige doel van het leven (buiten wat wij er zelf van maken) is simpelweg te leven, te overleven, ons voort te planten en ons rationele eigenbelang te maximaliseren. Omdat we ten diepste van elkaar gescheiden zijn, gaat mijn eigenbelang hoogstwaarschijnlijk ten koste van dat van u. Alles wat niet eigen is, staat op z’n best onverschillig en op z’n slechtst vijandig tegenover ons welzijn.

Wat is de aard van de mens? Om ons tegen dit vijandige universum van rivaliserende individuen en anonieme krachten te beschermen, moeten we zoveel mogelijk controle uitoefenen. We streven alles na wat dat doel bevordert, zoals geld, status, veiligheid, informatie en macht – alles wat we ‘werelds’ noemen. Wat ten grondslag ligt aan onze aard, onze drijfveren en onze verlangens, laat zich slechts duiden als het kwaad, dat meedogenloos is als het om ons eigenbelang gaat.

Wat is dan heilig? Aangezien het blindelings, meedogenloos najagen van eigenbelang asociaal is, moeten we onze biologische programmering overwinnen en ‘een hoger doel’ nastreven. Een heilige zwicht immers niet voor de verlangens van het vlees. Hij/zij bewandelt het pad van zelfverloochening en discipline en stijgt op naar het rijk van de geest of, in de seculiere versie van deze queeste, naar het rijk van rede en verstand, van principes en ethiek. Voor wie gelooft, is heilig zijn iets bovenaards. De ziel is immers gescheiden van het lichaam en God troont hoog boven de aarde. Ondanks verschillen in opvatting zijn wetenschap en religie het over één ding eens: het heilige is niet van deze wereld.

Wie zijn wij als mensheid? Wij zijn een bijzondere diersoort – het hoogtepunt van de evolutie – die een brein bezit dat naast genetische ook culturele informatieoverdracht mogelijk maakt. Wij zijn uniek omdat we (volgens het geloof) een ziel of (volgens de wetenschap) een rationeel verstand bezitten. In dit mechanische heelal zijn wij de enigen die een bewustzijn hebben en over de middelen beschikken om de wereld naar believen vorm te kunnen geven. We worden daarin slechts beperkt door de hoeveelheid kracht die we kunnen inzetten en de precisie waarmee we die kracht kunnen richten. Hoe meer we daartoe in staat zijn, des te beter, gerieflijker en veiliger zijn we af in dit onverschillige of zelfs vijandige universum.

Waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Ooit waren we naakte, onwetende dieren, louter gericht op overleven, en was ons leven smerig, gewelddadig en kort. Gelukkig waren we dankzij ons grote brein in staat om bijgeloof te vervangen door wetenschap en ritueel door technologie. Zo werden wij de heren en bezitters van de natuur, veredelden planten, domesticeerden dieren, bedwongen natuurkrachten, overwonnen ziektes en legden de diepste geheimen van het universum bloot. We zijn voorbestemd om die verovering te voltooien, ons te bevrijden van arbeid, ziekte en de dood zelf, op te stijgen naar de sterren en de natuur volledig achter ons te laten.
Verderop zal ik dit wereldbeeld steeds aanduiden als het Verhaal van Afscheiding, het oude verhaal, en soms als een van de uitwassen ervan: Het Verhaal van Vooruitgang, van Groei enzovoort.

De antwoorden op deze vragen zijn cultuurgebonden, maar we zijn er zo in ondergedompeld, dat we ze zijn gaan aanzien voor de werkelijkheid. Die antwoorden en alles wat erop is gebaseerd – zeg maar onze hele beschaving – zijn nu aan het veranderen. Vandaar dat het ons soms duizelt en we het gevoel hebben dat onze hele wereld in elkaar stort. Als we zien hoe leeg alles is dat ooit zo werkelijk, tastbaar en onveranderlijk leek, lijkt het alsof we aan de rand van een afgrond staan. Waar gaat dit heen? Wie ben ik? Wat is echt belangrijk? Wat is het doel van mijn leven? Hoe kan ik een zinvolle en positieve bijdrage leveren? De oude antwoorden vervagen, net zoals het Verhaal van de Mensheid dat ooit op al die vragen antwoord gaf, rondom ons aan het afbrokkelen is.

Dit boek is een gids die ons vanuit het oude verhaal door de lege tussenruimte naar een nieuw verhaal zal leiden. Ik spreek u als lezer persoonlijk aan, want u bent degene die deze transitie ondergaat, maar ook degene die kan helpen de transitie mogelijk te maken – omwille van elkaar, van onze samenleving en van de planeet als geheel.
Net als de crisis raakt de transitie waarvoor we staan aan onze grondvesten. Voor ieder van ons afzonderlijk is het niets minder dan een totale transformatie van wat het betekent om te leven. Voor ons als mensheid komt het neer op een totale transformatie van onze rol hier op aarde.

Ik schrijf dit boek niet omdat ik deze transitie zelf zou hebben voltooid. Verre van dat. Ik heb niet meer gezag dan wie ook. Ik ben geen avatar of heilige en kan niet spreken namens verlichte meesters of ET’s. Ik ben niet paranormaal begaafd of geniaal en heb geen diepe spirituele beoefening of sjamanistische training achter de rug. Ik ben een gewoon mens. U zult mijn woorden dus op hun eigen waarde moeten beoordelen.

En als mijn woorden bereiken wat ik beoog – het zetten van een volgende stap, groot of klein, in de richting van een betere wereld waarvan we in ons hart weten dat die mogelijk is – zal het feit dat ik zo gewoon ben, uiteindelijk heel relevant blijken. Het laat zien dat wij allemaal als gewone mensen vlak voor een bewustzijnstransformatie en een ingrijpende verandering van ons leven staan. Als ik als gewoon mens in staat ben dat te zien, kan het niet anders of we zijn al bijna zover.